De Bijbel en geestkunde


Eenheid in verscheidenheid
Deze serie van negen onderwerpen is bedoeld om te laten zien, hoe - vanuit het gezichtspunt van geestkunde - grote geesten en grote boeken, uit verschillende culturen en tijdperken, op kernpunten met elkaar samenhangen. Tijdens mijn vergelijkende godsdienststudie was ik op zoek naar de eenheid in de verscheidenheid. Dat is de reden waarom ik zo vrij ben geweest, weliswaar met schroom, de teksten van grote boeken en grote schrijvers in te delen naar geestkundige aandachtspunten, om zo een vergelijking mogelijk te maken.

De geest en zijn vermogens
Volgens die geestkundige punten is de menselijke geest ooit door liefdevolle verdichting van het geestelijke licht en de geestelijke warmte van de goddelijke algeest, als een bolvormige wolk uit de algeest voortgekomen. Met dat licht en die warmte uit de algeest hangen binnen de menselijke geest de geestelijke vermogens samen: het waarnemen (vormbaar licht), denken (zelfvormend licht), voelen (vormbare warmte) en willen (zelfvormende warmte).
Door die vermogens bewust en beheerst te leren gebruiken door gebeurtenissen te verwerken, maakt de menselijke geest een geestelijke ontwikkeling door. Daardoor komt de geestesgesteldheid steeds meer in overeenstemming met die van de goddelijke algeest, waaruit de menselijke geest ooit is voortgekomen, waardoor de hereniging met de bron mogelijk wordt.

Streven naar inzicht
De genoemde vergelijking is nodig als er naar wetenschappelijk inzicht wordt gestreefd. Wetenschap is een menselijk streven naar het verwerven van betrouwbare kennis door onderzoek te doen naar waarneembare zaken en daar dan aannames, toetsbare gedachten over te vormen. Die aannames kunnen door anderen worden getoetst; daardoor kunnen hun uitkomsten worden vergeleken de eerste, waardoor die op zijn waarde kan worden beoordeeld.
In het geval van godsdienst, geesteswetenschappen en mystiek zijn die 'anderen' de grote geesten en mystici uit het verleden. Komen hun bevindingen overeen met die van mij, dan is er sprake van geesteswetenschap, mystieke wetenschap.

De geest in de Bijbel
De opmerking zou kunnen worden gemaakt dat ik door een andere rangschikking van bijbelteksten deze uit hun verband haal. Ik lees de Bijbel echter al vanaf mijn vroege jeugd en ben mij van dat oorspronkelijke verband bewust (tekstverwijzingen maken terugzoeken mogelijk). Maar door die andere groepering worden wel ándere, geestelijke verbanden zichtbaar, die óók in de Bijbel zijn te vinden.
Daardoor blijkt dat Gods Heilige Geest, het nastrevenswaardige doel voor de mens, een geest is die over de geestelijke vermogens beschikt; en dat de mens wordt aangeraden zelf die vermogens bewust en beheerst te gebruiken, waardoor zij worden ontwikkeld tot het geweten en de deugden. Daardoor wordt de geestesgesteldheid zodanig omgevormd, dat die uiteindelijk met Gods Heilige Geest in overeenstemming komt. Daardoor wordt er een liefdevolle gemeenschap van ontwikkelde geesten gevormd, die Paulus het 'lichaam van Christus' noemt.

De Bijbel en geestkunde
In de Bijbel, zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament, worden de eigenschappen van Gods Heilige Geest beschreven als de eigenschappen van een persoon - wat ook wel het geval moet zijn, anders zou de Heilige Geest zich niet met de mens als persoon kunnen verstaan om die te begeleiden. Gods Heilige Geest is zich vanuit de geestelijke wereld door waarneming bewust van gebeurtenissen op aarde, heeft daar gedachten en gevoelens over, neemt wilsbesluiten, spreekt die uit en voert die uit. Gods Heilige Geest houdt zich in stilte voortdurend met de mens en diens heil bezig, alleen ... die mens is in deze leerschool in een toestand dat die schijnbaar aan zichzelf is overgelaten én beschikt hier over een vrije keuze!
De Heilige Geest wordt ook de Trooster genoemd, in het Grieks 'parakleitos': helper, bemoediger, trooster, pleitbezorger - in het algemeen 'begeleider' en in het bijzonder: de begeleider die vanuit de hemel mensen begeleidt die een bestaan op aarde beleven.
Het doel van die begeleiding is de geestelijke ontwikkeling die de mens op aarde kan meemaken door de geestelijke vermogens bewust en beheerst te leren gebruiken, en het uiteindelijke doel is de gemeenschap van de gelovigen met de Heilige Geest, zoals die door Paulus is beschreven als het 'lichaam van Christus'.

Op de volgende wijze is dat in bijbelteksten terug te vinden.
Er wordt van verschillende bijbelvertalingen gebruik gemaakt.

Inhoud

Teksten die de eigenschappen van Gods Heilige Geest omschrijven
1. De Heilige Geest laat aanschouwen, laat waarnemen.
2. De Heilige Geest denkt en is wijs.
3. De Heilige geest heeft zelf gevoelens of wekt gevoelens in de mens op.
4. De Heilige Geest spreekt zelf of spreekt door engelen of door mensen op aarde.
5. De Heilige Geest is een kracht die wil en werkt.
6. De Heilige Geest is in God, de Heer én is in Jezus aanwezig.
    Het begrip 'volheid', in de Griekse oertekst het woord 'pleroma'
7. Omschrijvingen van Jezus Christus
8. De betekenis van het kruis
9a. Geestelijke groei, ontwikkeling: de heiliging van de mens
    De ontwikkeling van de geestelijke vermogens tot het geweten en de deugden
9b. De betekenis van het woord 'bekering', in de Griekse tekst 'metanoia'.
10. De verhouding tussen geest, ziel en lichaam
    Door de werking van de geestelijke vermogens straalt de geest de ziel om zich heen uit.
11. Het Godsrijk, het Koninkrijk Gods
12. De gelovige mens, die goede werken doet, is één in geest met Gods Heilige Geest en vormt het lichaam van Christus in de zin van Paulus: de geestelijke gemeenschap der gelovigen als uiteindelijk doel van geestelijke ontwikkeling.


1. De Heilige Geest laat aanschouwen, laat waarnemen.
De Heilige Geest opent het geestesoog van de mens, waardoor die personen in de geestelijke wereld en gebeurtenissen die daar plaatsvinden, kan waarnemen.

Handelingen
7:55-56 Maar vervuld van de heilige Geest sloeg Stefanus zijn blik op naar de hemel en zag de luister van God, en Jezus, die aan Gods rechterhand stond,
en hij zei: 'Ik zie de hemel geopend en de Mensenzoon, die aan Gods rechterhand staat.'

9:17-19 Ananias vertrok en ging naar het huis, waar hij Saulus de handen oplegde, terwijl hij zei: 'Saul, broeder, ik ben gezonden door de Heer, door Jezus, die aan u verschenen is op de weg hierheen, om ervoor te zorgen dat u weer kunt zien en vervuld wordt van de heilige Geest.'
Meteen was het alsof er schellen van Saulus' ogen vielen; hij kon weer zien, stond op en liet zich dopen, en nadat hij gegeten had, kwam hij weer op krachten.

terug naar de Inhoud

2. De Heilige Geest denkt en is wijs.
De Geest des Heren spreekt door de profeet Jesaja en laat hem zeggen, dat de Heilige Geest, de Geest des Heren, die in de mens Jezus komt wonen, een Geest is van wijsheid en verstand, die raad geeft. Deze Geest is de Geest der waarheid, die volgens Handelingen met de mens mee blijkt te denken.

Jesaja
7:14 Daarom zal de Heer zelf u een teken geven: de jonge vrouw is zwanger, zij zal spoedig een zoon baren en hem Immanuel (God met ons) noemen.
11:2 De geest van de HEER zal op hem rusten: een geest van wijsheid en inzicht [denken], een geest van kracht en verstandig beleid [willen, denken], een geest van kennis [waarnemen] en ontzag [voelen] voor de HEER.

Handelingen
6:3 Ziet dan uit, broeders, naar zeven mannen onder u, die goed bekend staan, vol van Geest en wijsheid, opdat wij hen voor deze taak aanstellen; ...
15:28 Want het heeft de Heilige Geest en ons goed gedacht, u verder geen last op te leggen dan dit noodzakelijke ...

1 Korinthiërs
12:8 Want aan de een wordt door de Geest gegeven met wijsheid te spreken, en aan de ander met kennis te spreken krachtens dezelfde Geest; ...

terug naar de Inhoud

3. De Heilige geest heeft zelf gevoelens of wekt gevoelens op in de mens.
De Geest des Heren spreekt door de profeet Jesaja en laat hem zeggen, dat de Heilige Geest, de Geest des Heren, die in de mens Jezus komt wonen, een Geest is van hoogachting [het Middelnederlandse 'vrezen' betekende toen 'hoogachten']. Het is een Geest van liefde, blijdschap en vreugde.

Jesaja
7:14 Daarom zal de Here zelf u een teken geven: Zie, de jonkvrouw zal zwanger worden en een zoon baren; en zij zal hem de naam Immanuel geven (God met ons).
11:2 En op hem zal de Geest des Heren rusten, de Geest van wijsheid en verstand [denken], de Geest van raad [denken] en sterkte [willen], de Geest van kennis en hoogachting [voelen] des Heren; ...

63:9-10 In zijn (de Heer) liefde en mededogen heeft hij hen zelf verlost, hij tilde hen op en heeft hen gedragen, alle jaren door. Maar zij zijn in opstand gekomen en hebben zijn heilige geest gekrenkt.
[De Geest des Heren is de Heilige Geest die in Jezus is neergedaald.]

Lukas
10:21 Terzelfder tijd verblijdde Hij Zich door de Heilige Geest ...

Handelingen
13:51 Doch zij schudden het stof van hun voeten af tegen hen en gingen naar Ikonium;
13:52 En de leerlingen werden vervuld met blijdschap en met de Heilige Geest.

Efeziërs
4:30 En bedroeft de Heilige Geest Gods niet, door wie gij verzegeld zijt...

1 Tessalonicenzen
1:6 En gij zijt navolgers geworden van ons en van de Here, en gij hebt het woord onder zware verdrukking met blijdschap des Heiligen Geestes aangenomen, ...

Romeinen
5:4 En de volharding [schenkt] beproefdheid, en de beproefdheid hoop;
5:5 En de hoop maakt niet beschaamd, omdat de liefde Gods in onze harten uitgestort is door de Heilige Geest, die ons gegeven is, ...
4:7 Want het Koninkrijk Gods bestaat niet in eten en drinken, maar in rechtvaardigheid, vrede en blijdschap, door de Heilige Geest.
14:17 Het koninkrijk van God is geen zaak van eten en drinken, maar van gerechtigheid, vrede en vreugde door de heilige Geest.

1 Korinthiërs
12:9 Aan de een geloof door dezelfde Geest

2 Timotheüs
1:13 Neem tot voorbeeld de gezonde woorden, die gij van mij gehoord hebt, in het geloof en de liefde, die in Christus Jezus is.
1:14 Bewaar door de Heilige Geest, die in ons woont, het goede, dat u is toevertrouwd.

Titus
3:4 Maar toen de goedertierenheid en mensenliefde van onze Heiland [en] God verscheen,
3:5 Heeft Hij, niet om werken der gerechtigheid, die wij zouden gedaan hebben, doch naar zijn ontferming ons gered door het bad der wedergeboorte en der vernieuwing door de Heilige Geest,
3:6 Die Hij rijkelijk over ons heeft uitgestort door Jezus Christus, onze Heiland, ...

terug naar de Inhoud

4. De Heilige Geest spreekt zelf of laat anderen spreken.
Door Johannes wordt de Heilige Geest ook het 'Woord' genoemd, een vertaling van het Griekse 'logos'. Dit woord heeft echter veel meer betekenissen, de vertaling met alleen 'woord' leidt tot een ernstige miskenning van die rijkere betekenis. Deze is: woord, taal, denken, verstand, spreken; met andere woorden: de werkzaamheid van de geest met zijn geestelijke vermogens!

Markus
13:11 ... weest dan niet van tevoren bezorgd wat gij zeggen moet, maar zegt wat u in die ure gegeven wordt; want gij zijt het niet, die spreekt, maar de Heilige Geest.

Lukas
2:26 En hem [Simeon] was door de Heilige Geest een godsspraak gegeven, ...
12:12 Want de Heilige Geest zal u op het eigen ogenblik leren, wat gij zeggen moet.

Johannes
14:26 Dit heb Ik tot u gesproken, terwijl Ik nog bij u verblijf; maar de Trooster, de Heilige Geest, die de Vader zenden zal in mijn naam, die zal u alles leren en u te binnen brengen al wat Ik u gezegd heb.
15:26 Wanneer de Trooster komt, die Ik u zenden zal van de Vader, de Geest der Waarheid, die van de Vader uitgaat, zal deze van Mij getuigen; ...

Ook bij Jesaja treedt God op als Trooster, die moed inspreekt:
Jesaja
40:1 Troost, troost mijn volk, zegt jullie God.
40:2 Spreek Jeruzalem moed in, maak haar bekend dat haar slavendienst voorbij is, ...

Handelingen
4:31 En terwijl zij baden, werd de plaats, waar zij vergaderd waren, bewogen; en zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en spraken het woord Gods met vrijmoedigheid.
8:26 En een engel des Heren sprak tot Filippus en zeide: Sta op en ga tegen de middag de weg op, die van Jeruzalem afdaalt naar Gaza.
8:29 En de Geest zei tot Filippus: Treed toe en voeg u bij deze wagen.
10:44 Terwijl Petrus deze woorden nog sprak, viel de Heilige Geest op allen, die het woord hoorden.
10:45 En al de gelovigen uit de besnijdenis, die met Petrus waren medegekomen, stonden verbaasd, dat de gave van de Heilige Geest ook over de heidenen was uitgestort,
10:46 Want zij hoorden hen spreken in talen en God grootmaken.
13:2 En terwijl zij vastten bij de dienst des Heren, zei de Heilige Geest: Zondert Mij nu Barnabas en Saulus af voor het werk, waartoe Ik hen geroepen heb.
19:5 En toen zij dit hoorden, lieten zij zich dopen in de naam van de Here Jezus.
19:6 En toen Paulus hun de handen oplegde, kwam de Heilige Geest over hen, en zij spraken in talen en profeteerden.
20:23 Behalve dat de Heilige Geest mij [Paulus] van stad tot stad betuigt en zegt, dat mij boeien en verdrukkingen te wachten staan.
21:11 Toen deze bij ons gekomen was, nam hij de gordel van Paulus en zich voeten en handen bindende, zeide hij: Dit zegt de Heilige Geest: De man, van wie deze gordel is, zullen de Joden te Jeruzalem zo binden en uitleveren in de handen der heidenen.
28:25 En zonder het eens geworden te zijn, gingen zij uiteen, nadat Paulus dit ene woord gesproken had: Terecht heeft de Heilige Geest door de profeet Jesaja tot uw vaderen gesproken, ...

Hebreeën
3:7 Daarom, gelijk de Heilige Geest zegt: Heden, indien gij zijn stem hoort, ...

9:6-9 Dit was dan aldus ingericht, en de priesters kwamen bij het vervullen van hun diensten voortdurend in de voorste tent, Maar in de tweede alleen de hogepriester, eenmaal in het jaar, niet zonder bloed, dat hij offerde voor zichzelf en voor de zonden door het volk in onwetendheid bedreven.
Daarmede gaf de Heilige Geest te kennen, dat de weg naar het heiligdom nog niet openlag, zolang de eerste tent nog bestond. Dit was een zinnebeeld voor de tegenwoordige tijd, in zoverre gaven en offers gebracht werden, die niet bij machte waren hem, die [God] [daarmede] dient, voor zijn besef te volmaken, ...

2 Petrus
1:20-21 Dit moet gij vooral weten, dat geen profetie der Schrift een eigenmachtige uitlegging toelaat;
Want nooit is profetie voortgekomen uit de wil van een mens, maar, door de Heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken.

terug naar de Inhoud

5. De Heilige Geest is een kracht die wil en werkt.

Jesaja
7:14 Daarom zal de Here zelf u een teken geven: Zie, de jonkvrouw zal zwanger worden en een zoon baren; en zij zal hem de naam Immanuel geven (God met ons).
11:2 En op hem zal de Geest des Heren rusten, de Geest van wijsheid en verstand [denken], de Geest van raad [denken] en sterkte [willen], de Geest van kennis en hoogachting [voelen] des Heren; ...

Jesaja
40:6 Hoor, een stem zegt: 'Roep!' [...]
40:10 Ziehier God, de Heer! Hij komt met kracht, zijn arm zal heersen.

41:10 Wees niet bang, want ik ben bij je, vrees niet, want ik ben je God. Ik zal je sterken, ik zal je helpen, je steunen met de kracht van mijn rechterhand.

Mattheüs
4:1 Jezus werd door de Geest naar de woestijn geleid, om te worden verzocht door de duivel.

Lukas
2:27 En hij [Simeon] kwam door de Geest in de tempel.
4:1 Jezus nu, vol van de Heilige Geest, keerde terug van de Jordaan en werd door de Geest geleid in de woestijn ...

Handelingen
1:1 Mijn eerste boek heb ik gemaakt, Theofilus, over al wat Jezus begonnen is te doen en te leren,
1:2 Tot de dag dat Hij werd opgenomen, nadat Hij aan de apostelen, die Hij had uitgekozen, door de heilige Geest zijn bevelen had gegeven; ...
1:8 Maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over u komt, ...
2:4 En zij werden allen vervuld met de heilige Geest en begonnen met andere talen te spreken, zoals de Geest het hun gaf uit te spreken.

9:31 De gemeente dan door geheel Judea, Galilea en Samaria had vrede; zij werd opgebouwd en wandelde in de vreze [hoogachting] des Heren, en zij nam in aantal toe door de bijstand van de Heilige Geest.

13:2 En terwijl zij vastten bij de dienst des Heren, zei de Heilige Geest: Zondert Mij nu Barnabas en Saulus af voor het werk, waartoe Ik hen geroepen heb.
13:3 Toen vastten en baden zij, en legden hun de handen op en lieten hen gaan.
13:4 Dezen dan, door de Heilige Geest uitgezonden, trokken naar Seleucie en voeren vandaar naar Cyprus;
16:5 De gemeenten dan werden bevestigd in het geloof en namen dagelijks in zielental toe.
16:6 En zij gingen door het Frygisch-galatische land, maar werden door de Heilige Geest verhinderd het woord in Asia te spreken;
20:22 En zie, nu reis ik, gebonden door de Geest, naar Jeruzalem, niet wetende wat mij daar overkomen zal, ...
20:28 Ziet dan toe op uzelf en op de gehele kudde, waarover de Heilige Geest u tot opzieners gesteld heeft, om de gemeente Gods te weiden, die Hij Zich door het bloed van zijn Eigene verworven heeft.

1 Korinthiërs
12:9-11 ... aan de ander gaven van genezingen door die ene Geest.
Aan de een werking van krachten, ...
Doch dit alles werkt een en dezelfde Geest, die een ieder in het bijzonder toedeelt, gelijk Hij wil.

1 Tessalonicenzen
1:5 Omdat onze evangelieprediking niet slechts in woorden tot u gekomen is, maar ook in kracht en in de Heilige Geest en in grote volheid; gij weet trouwens, hoedanigen wij bij u geweest zijn om uwentwil.

Hebreeën
2:4 Terwijl ook God getuigenis daaraan geeft door tekenen en wonderen en velerlei krachten en door de Heilige Geest toe te delen naar zijn wil.
3:7:9 Daarom, gelijk de Heilige Geest zegt: Heden, indien gij zijn stem hoort, ...
Verhardt uw harten niet, zoals bij de verbittering, ten dage van de verzoeking in de woestijn,
Waar uw vaders Mij verzochten door Mij op de proef te stellen, hoewel zij mijn werken zagen, veertig jaren lang; ...

2 Petrus
1:20-21 Dit moet gij vooral weten, dat geen profetie der Schrift een eigenmachtige uitlegging toelaat;
Want nooit is profetie voortgekomen uit de wil van een mens, maar, door de Heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken.

terug naar de Inhoud

6. De Heilige Geest is in God, de Heer én is in Jezus aanwezig.

Jesaja
7:14 Daarom zal de Here zelf u een teken geven: Zie, de jonkvrouw zal zwanger worden en een zoon baren; en zij zal hem de naam Immanuel geven (God met ons).
11:2 En op hem zal de Geest des Heren rusten, de Geest van wijsheid en verstand, de Geest van raad en sterkte, de Geest van kennis en hoogachting des Heren;
9:5 Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op zijn schouder en men noemt hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst.
9:6 Groot zal de heerschappij zijn en eindeloos de vrede op de troon van David en over zijn koninkrijk, doordat hij het sticht en grondvest met recht en gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid.

Mattheüs
1:18-20 De geboorte van Jezus Christus geschiedde aldus. Terwijl zijn moeder Maria ondertrouwd was met Jozef, bleek zij, voordat zij gingen samenwonen, zwanger te zijn uit de heilige Geest.
Daar nu Jozef, haar man, rechtschapen was en haar niet in opspraak wilde brengen, was hij van zins in stilte van haar te scheiden. Toen die overweging bij hem opkwam, zie, een engel des Heren verscheen hem in de droom en zeide: Jozef, zoon van David, schroom niet Maria, uw vrouw, tot u te nemen, want wat in haar verwekt is, is uit de heilige Geest.

Handelingen
1:1 Mijn eerste boek heb ik [Lukas] gemaakt, Theofilus, over al wat Jezus begonnen is te doen en te leren,
1:2 Tot de dag dat Hij werd opgenomen, nadat Hij aan de apostelen, die Hij had uitgekozen, door de heilige Geest zijn bevelen had gegeven; ...
4:24 En toen dezen het hoorden, verhieven zij eenparig hun stem tot God en zeiden: Gij, Here [God], zijt het, die geschapen hebt de hemel, de aarde, de zee en al wat daarin is;
4:25 Die door de Heilige Geest bij monde van onze vader David, uw knecht, gezegd hebt: Waarom hebben de heidenen gewoed en de volken ijdele raad bedacht?
10:37 Gij weet van de dingen, die geschied zijn door het gehele Joodse land, te beginnen in Galilea, na de doop, die Johannes verkondigde,
10:38 Van Jezus van Nazaret, hoe God Hem met de Heilige Geest en met kracht heeft gezalfd.

Kolossenzen
1:19 Want het heeft de ganse volheid behaagd in Hem woning te maken, ...
2:9 Want in Hem woont al de volheid der godheid lichamelijk;
2:10 En gij hebt de volheid verkregen in Hem, die het hoofd is van alle overheid en macht. [de engelen]
Voor het begrip 'volheid' wordt in de Griekse oertekst het woord 'pleroma' gebruikt, een gnostisch begrip, met de betekenis: de volle maat, het volle getal, voltooiing (van Christus), vervulling (van Christus), volkomenheid, volmaaktheid, het alomvattend zijn, vervolmaking.
Die 'alomvattende volmaaktheid' is in geestkunde: de goddelijke algeest, in de Bijbel de Vader.

Zie ook Wijsheid 1:6-7
God weet wat er in ons binnenste leeft, Hij ziet feilloos wat wij in gedachten hebben en hoort wat er uit onze mond komt. De geest van de Heer vervult immers de hele wereld; Hij die alles omvat weet wat er gezegd wordt.

2 Petrus
5:5-7 Wie is het, die de wereld overwint, dan wie gelooft, dat Jezus de Zoon van God is?
Dit is Hij, die gekomen is door water en bloed, Jezus Christus, niet slechts met water, maar met het water en met het bloed. En de Geest is het, die getuigt, omdat de Geest de waarheid is.
Want drie zijn er, die getuigen in de hemel: de Vader, het Woord, en de Heilige Geest; en deze drie zijn een.

terug naar de Inhoud

7. Omschrijvingen van Jezus Christus

Johannes
1:9 (Christus is) Het waarachtige licht, dat iedere mens verlicht.
8:12 Ik ben het licht der wereld ... het levenslicht.
10:9 Ik ben de deur, wie door Mij binnenkomt, zal behouden worden.
10:17 Ik leg mijn leven af om het weer op te nemen.
10:24 Ik en de Vader zijn een. De Vader is in Mij en Ik in de Vader.
11:25 Ik ben de opstanding en het leven.
14:6 Ik ben de weg en de waarheid en het leven.
16:9 De zonde is, niet in Mij te geloven.
17:3 Het eeuwige leven is het kennen van God en Jezus Christus.

1 Korinthiërs
15:46 Christus is de levendmakende Geest.

2 Korinthiërs
3:17 De Heer is de Geest, waar de Geest des Heren is, is de vrijheid.
4:4 Christus is het beeld van God.

Galaten
4:19 Christus moet in u gestalte verkrijgen.

Efeziërs
1:23 Christus is het, die alles in allen volmaakt.

Kolossenzen
1:15 Christus is het beeld van God, de eerstgeborene der ganse schepping.
2:9 In Christus woont de volheid der godheid lichamelijk.
2:30 Sterf met Christus af aan de wereldgeest.
3:3 Christus is ons leven.

1 Timotheüs
6:16 Christus zal u God doen kennen, die een ontoegankelijk licht bewoont.

1 Johannes
2:2 Christus is een verzoening voor onze zonden.
4:4 Hij die in u is, is meer dan die in de wereld is.

terug naar de Inhoud

8. De betekenis van het kruis

Romeinen
6:5-6 Als wij delen in zijn dood, zullen wij ook delen in zijn opstanding. Immers, we weten dat ons oude bestaan met hem gekruisigd is omdat er een einde moest komen aan ons zondige leven: we mochten niet langer slaven van de zonde zijn.

8:1 Dus wie in Christus Jezus zijn, worden niet meer veroordeeld.
2 De wet van de Geest die in Christus Jezus leven brengt, heeft u bevrijd van de wet van de zonde en de dood.
3 Waartoe de wet niet in staat was, machteloos als hij was door de menselijke natuur, dat heeft God tot stand gebracht. Vanwege de zonde heeft hij zijn eigen Zoon als mens in dit zondige bestaan gestuurd; zo heeft hij in dit bestaan met de zonde afgerekend,
4 opdat in ons wordt volbracht wat de wet van ons eist. Ons leven wordt immers niet langer beheerst door onze eigen natuur, maar door de Geest.
5 Wie zich door zijn eigen natuur laat leiden is gericht op wat hij zelf wil, maar wie zich laat leiden door de Geest is gericht op wat de Geest wil.
6 Wat onze eigen natuur wil, brengt de dood, maar wat de Geest wil brengt leven en vrede.
7 Onze eigen wil staat vijandig tegenover God, want hij onderwerpt zich niet aan zijn wet en is daar ook niet toe in staat. 8 Wie zich door zijn eigen wil laat leiden, kan God niet behagen.
9 Maar u leeft niet zo. U laat u leiden door de Geest, want de Geest van God woont in u. Iemand die zich niet laat leiden door de Geest van Christus behoort Christus ook niet toe.
10 Als Christus echter in u leeft, bent u door de zonde weliswaar sterfelijk, maar de Geest schenkt u leven, omdat u door God als rechtvaardigen bent aangenomen.
11 Want als de Geest van hem die Jezus uit de dood heeft opgewekt in u woont, zal hij die Christus heeft opgewekt ook u die sterfelijk bent, levend maken door zijn Geest, die in u leeft.
12 Broeders en zusters, we hoeven ons niet langer te laten leiden door onze eigen wil. 13 Als u dat wel doet, zult u zeker sterven. Als u echter uw zondige wil doodt door de Geest, zult u leven.
14 Allen die door de Geest van God worden geleid, zijn kinderen van God.

Efeziërs
2:14-18 Want Christus is onze vrede, hij die met zijn dood de twee werelden één heeft gemaakt, de muur van vijandschap ertussen heeft afgebroken en de wet met zijn geboden en voorschriften buiten werking heeft gesteld, om uit die twee in zichzelf één nieuwe mens te scheppen.
Zo bracht hij vrede en verzoende hij door het kruis beide in één lichaam met God, door in zijn lichaam de vijandschap te doden. Vrede kwam hij verkondigen aan u die ver weg was en vrede aan hen die dichtbij waren: dankzij hem hebben wij allen door één Geest toegang tot de Vader.

Galaten
2:30 Met Christus ben ik gekruisigd en toch leef ik, dat is, niet meer ikzelf, maar Christus leeft in mij.
5:24 Wie Christus toebehoren, hebben het lichaam met zijn beheren en hartstochten gekruisigd.

Kolossenzen
1:15-20 Christus is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene der ganse schepping,
Want in Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij Tronen, hetzij Heerschappijen, hetzij Overheden, hetzij Machten [vier soorten engelen]; alle dingen zijn dóór Hem en tót Hem geschapen;
En Hij is voor alles en alle dingen hebben hun bestaan in Hem;
En Hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente. Hij is het begin, de eerstgeborene uit de doden, zodat Hij onder alles de eerste geworden is.
Want het heeft de ganse volheid behaagd in Hem woning te maken,
En door Hem, vrede gemaakt hebbende door het bloed zijns kruises, alle dingen weder met Zich te verzoenen, door Hem, hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is.

2:11-14 In Hem zijt gij ook met een besnijdenis, die geen werk van mensenhanden is, besneden door het afleggen van het lichaam des vlezes, in de [geestelijke] besnijdenis van Christus,
Daar gij met Hem begraven zijt in de doop. In Hem zijt gij ook medeopgewekt door het geloof aan de werking Gods, die Hem uit de doden heeft opgewekt.
Ook u heeft Hij, hoewel gij dood waart door uw overtredingen en onbesnedenheid naar het vlees, levend gemaakt met Hem, toen Hij ons al onze overtredingen kwijtschold,
Door het bewijsstuk uit te wissen, dat door zijn inzettingen tegen ons getuigde en ons bedreigde. En dat heeft Hij weggedaan door het aan het kruis te nagelen.

terug naar de Inhoud

9a. Geestelijke groei, ontwikkeling: de heiliging van de mens, worden als de meester.
De ontwikkeling van de geestelijke vermogens tot het geweten en de deugden.

Leviticus
19:1-2 Heilig moeten jullie zijn, want Ik, jullie God, ben heilig.

Enkele decennia voor Jezus' geboorte wordt de komst van God tot de mensen voorgesteld als de Wijsheid die op een persoonlijke manier alles komt leiden ten dienste van de mensheid.
Wijsheid 2:23
God heeft de mens geschapen voor de eeuwigheid, als afspiegeling van zijn eigen wezen.

Wijsheid 7:22 – 8:1
De wijsheid, de maakster van alles, heeft mij onderricht. Zij is een geest die verstandig en heilig is, uniek, veelzijdig, verfijnd, beweeglijk, helder, rein, toegankelijk, onkwetsbaar, liefdevol, scherpzinnig, onstuitbaar, weldadig, menslievend, standvastig, onwrikbaar, onbezorgd, almachtig, alles overziend en alle geesten doordringend, hoe scherp, zuiver of subtiel ze ook zijn.
De wijsheid is beweeglijker dan alles wat beweegt, ze doordringt en doorstroomt alles met haar zuiverheid.
Ze is de adem van Gods kracht, de zuivere straling van de luister van de Almachtige; niets dat onrein is kan haar binnendringen.
In haar schittert het eeuwige licht, in haar wordt Gods kracht feilloos weerspiegeld en zijn goedheid afgebeeld.
Ze is één maar kan alles, ze is onveranderlijk, maar vernieuwt alles.
Ze gaat over op elk volgend geslacht van vrome mensen en maakt hen tot vrienden van God en tot profeten.
Want God heeft alleen degene lief die zijn leven deelt met de wijsheid.
In schoonheid overtreft ze de zon, haar plaats is boven de sterren. Ze is schitterender dan het daglicht, want dat wordt gevolgd door de nacht, maar de wijsheid wordt nooit verduisterd door het kwaad.
Haar macht omvat de wereld van het ene uiteinde tot het andere, alles bestuurt ze even voortreffelijk.

Psalmen 25:4
Maak mij, Heer, met uw wegen vertrouwd, leer mij uw paden te gaan.

In Jesaja wordt Gods heilige geest als een geestelijke begeleider ('parakleitos') voor de mens beschreven.
Jesaja 30:19-21
Zo spreekt de Heer, de heilige God van Israël: Volk van Jeruzalem, dat op de Sion woont, je hoeft geen tranen meer te storten. Want hij zal zich over je ontfermen als je weeklaagt, hij zal antwoorden zodra hij je hoort.
De Heer zal jullie brood geven in de benauwenis en water in de nood. Hij die jullie onderricht gaf, zal zich niet langer verbergen. Met eigen ogen zul je je leermeester zien, met eigen oren zul je een stem achter je horen zeggen: "Dit is de weg die je moet volgen. Hier moet je rechts. Ga daar naar links."

Job 2:9-10
Jobs vrouw zei tegen hem: "Waarom blijf je zo onberispelijk? Vervloek God toch en sterf."
Maar Job zei tegen haar: "Je woorden zijn de woorden van een dwaas. Al het goede aanvaarden we van God, zouden we dan het kwade niet aanvaarden?"
Ondanks alles zondigde Job niet en sprak hij geen onvertogen woord.

Mattheüs
5:48 Gij dan zult volmaakt zijn, gelijk uw hemelse Vader volmaakt is.
6:21 Want, waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.
6:33 Maar zoekt eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid ...

7:12 Alles nu wat gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hun ook aldus: want dit is de wet en de profeten.
7:13 Gaat in door de enge poort, want wijd is de poort en breed de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die daardoor ingaan;
7:14 Want eng is de poort, en smal de weg, die ten leven leidt, en weinigen zijn er, die hem vinden.

10:24 Een leerling staat niet boven zijn meester, of een slaaf boven zijn heer.
10:25 Het is genoeg voor de leerling te worden als zijn meester, en voor de slaaf als zijn heer.

10:38 En wie zijn kruis niet opneemt en achter Mij gaat, is Mij niet waardig.

13:43 De rechtvaardigen zullen stralen als de zon in het Koninkrijk van hun Vader.

16:24-25 Toen zei Jezus tot zijn leerlingen: Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge Mij. Want ieder, die zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen; maar ieder, die zijn leven verloren heeft om Mijnentwil, die zal het vinden.

18:1-4 Op dat ogenblik kwamen de leerlingen bij Jezus en vroegen: Wie is wel de grootste in het Koninkrijk der hemelen?
En Hij riep een kind tot Zich, plaatste dat in hun midden, En zei: Voorwaar, Ik zeg u, wanneer gij u niet bekeert en wordt als de kinderen, zult gij het Koninkrijk der hemelen voorzeker niet binnengaan. Wie nu zichzelf gering zal achten als dit kind, die is de grootste in het Koninkrijk der hemelen.

19:12 Er zijn immers gesnedenen, die zo uit de moederschoot geboren zijn, en er zijn gesnedenen, die door de mensen gesneden zijn, en er zijn gesnedenen, die zichzelf gesneden hebben, ter wille van het Koninkrijk der hemelen. Die het vatten kan, die vatte het.

Lukas
9:23-24 Hij zei tot allen: Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme dagelijks zijn kruis op en volge Mij. Want ieder, die zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen; maar ieder, die zijn leven verloren heeft om Mijnentwil, die zal het behouden.

21:19 Door uw volharding zult gij uw leven verkrijgen.

Johannes
13:34-35 Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat gij ook elkander liefhebt. Hieraan zullen allen weten, dat gij leerlingen van Mij zijt, indien gij liefde hebt onder elkander.

Handelingen
17:26-28 Uit één mens [Adam] heeft God de hele mensheid gemaakt, die hij over de hele aarde heeft verspreid; voor elk volk heeft hij een tijdperk vastgesteld en hij heeft de grenzen van hun woongebied bepaald. Het was Gods bedoeling dat ze hem zouden zoeken en hem al tastend zouden kunnen vinden, aangezien hij van niemand van ons ver weg is. Want in hem leven wij, bewegen wij en zijn wij. Of, zoals ook enkele van uw eigen dichters hebben gezegd: "Uit hem komen ook wij voort."

24:16 Daarom tracht ook ik steeds mijn geweten zuiver te houden tegenover God en de mensen.

Romeinen
1:9 God dien ik met mijn geest.

2:29 [...] en de [ware] besnijdenis is die van het hart, naar de Geest, niet naar de letter. Dan komt zijn lof niet van mensen, maar van God.

5:1-5 Wij zijn dus als rechtvaardigen aangenomen op grond van ons geloof en leven in vrede met God, door onze Heer Jezus Christus. Dankzij hem hebben we door het geloof toegang gekregen tot Gods genade, die ons fundament is, en in de hoop te mogen delen in zijn luister prijzen we ons gelukkig.
En dat niet alleen, we prijzen ons zelfs gelukkig onder alle ellende, omdat we weten dat ellende tot volharding leidt, volharding tot betrouwbaarheid, en betrouwbaarheid tot hoop
Deze hoop zal niet worden beschaamd, omdat Gods liefde in ons hart is uitgegoten door de heilige Geest, die ons gegeven is.

6:4-6 Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat, gelijk Christus uit de doden opgewekt is door de majesteit des Vaders, zo ook wij in nieuwheid des levens zouden wandelen.
Want indien[!] wij samengegroeid zijn met hetgeen gelijk is aan zijn dood, zullen wij het ook zijn [met] [hetgeen] [gelijk] [is] aan zijn opstanding;
Dit weten wij immers, dat onze oude mens medegekruisigd is, opdat aan het lichaam der zonde zijn kracht zou ontnomen worden en wij niet langer slaven der zonde zouden zijn.

6:13-14
Stel uzelf niet langer in dienst van de zonde als een werktuig voor het onrecht, maar stel uzelf in dienst van God.
Denk aan uzelf als levenden die uit de dood zijn opgewekt en stel uzelf in dienst van God als een werktuig voor de gerechtigheid.

8:7 De gezindheid van het vlees is vijandschap tegen God.
8:12-13 Als gij volgens het vlees leeft, zult gij zeker sterven. Maar als(!) gij door de Geest de praktijken van de zelfzucht doodt, zult gij leven.

12:1-3 Ik vermaan u dan, broeders, met beroep op de barmhartigheden Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levend, heilig en Gode welgevallig offer: dit is uw redelijke eredienst.
En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene. Want krachtens de genade, die mij geschonken is, zeg ik een ieder onder u: koestert geen gedachten, hoger dan u voegen, maar gedachten tot bedachtzaamheid, naar de mate van het geloof, dat God elkeen in het bijzonder heeft toebedeeld.

1 Korinthiërs
1:30-31 Maar uit Hem is het, dat gij in Christus Jezus zijt, die ons van God is geworden: wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en verlossing, opdat het zij, gelijk geschreven staat: Wie roemt, roeme in de Here.

6:12 Alles is mij geoorloofd, maar niet alles is nuttig. Alles is mij geoorloofd, maar ik zal mij door niets laten knechten.
10:23 Alles is geoorloofd, maar niet alles is nuttig. Alles is geoorloofd, maar niet alles bouwt op.
10:24 Niemand zoeke het zijne, maar was des anderen is.

15:33-34 Misleidt uzelf niet; slechte omgang bederft goede zeden. Komt tot de rechte nuchterheid en zondigt niet langer, want sommigen hebben geen besef van God. Tot uw beschaming moet ik dit zeggen.

15:53 Want dit vergankelijke moet onvergankelijkheid aandoen en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen.

2 Korinthiërs
4:8-11 In alles zijn wij in de druk, maar niet in het nauw; om raad verlegen, maar niet radeloos; vervolgd, maar niet verlaten; ter aarde geworpen, maar niet verloren; Te allen tijde het sterven van Jezus in het lichaam omdragende, opdat ook het leven van Jezus zich in ons lichaam openbare.
Want voortdurend worden wij, die leven, aan de dood overgeleverd, om Jezus' wil, opdat ook het leven van Jezus zich in ons sterfelijk vlees openbare.

7:1 Omdat ons deze beloften zijn gegeven, geliefde broeders en zusters, moeten we onszelf reinigen van alle lichamelijke en geestelijke smetten en vol ontzag voor God ons hele leven heiligen.

Filippenzen
2:1-8 Nu u door Christus zozeer bemoedigd wordt en liefdevol getroost, nu er onder u zo'n grote verbondenheid met de Geest is, zo veel ontferming en medelijden, maak mij dan volmaakt gelukkig door eensgezind te zijn, één in liefde, één in streven, één van geest.
Handel niet uit geldingsdrang of eigenwaan, maar acht in alle bescheidenheid de ander belangrijker dan uzelf. Heb niet alleen uw eigen belangen voor ogen, maar ook die van de ander.
Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had.
Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens. En als mens verschenen, heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood - de dood aan het kruis.

Galaten
2:30 Met Christus ben ik gekruisigd en toch leef ik, dat is, niet meer ikzelf, maar Christus leeft in mij.

4:18 Het is goed dat er ijver getoond wordt in het goede, te allen tijde, totdat Christus in u gestalte verkregen heeft.

5:20 De 'werken van het vlees' zijn: afgunst, twist, toorn, zelfzucht, tweedracht, partijschap, nijd.
5:22 De 'vrucht van de geest' is liefde, vrede, zachtmoedigheid, zelfbeheersing, vriendelijkheid, goedheid, trouw, lankmoedigheid.
5:24-26 Want wie Christus Jezus toebehoren, hebben het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd. Indien wij door de Geest leven, laten wij ook door de Geest het spoor houden. Wij moeten niet praalziek zijn, elkander tartend, elkander benijdend.

Efeziërs
2:14-18 Want Christus is onze vrede, hij die met zijn dood de twee werelden één heeft gemaakt, de muur van vijandschap ertussen heeft afgebroken en de wet met zijn geboden en voorschriften buiten werking heeft gesteld, om uit die twee in zichzelf één nieuwe mens te scheppen.
Zo bracht hij vrede en verzoende hij door het kruis beide in één lichaam met God, door in zijn lichaam de vijandschap te doden. Vrede kwam hij verkondigen aan u die ver weg was en vrede aan hen die dichtbij waren: dankzij hem hebben wij allen door één Geest toegang tot de Vader.

4:17-24 Op gezag van de Heer zeg ik u dus met klem: ga niet langer de weg van de heidenen met hun loze denkbeelden. In hun geest heerst duisternis en ze zijn vervreemd van het leven met God, omdat ze hem niet kennen en hun hart voor hem gesloten hebben. Afgestompt als ze zijn, geven ze zich over aan losbandigheid en storten ze zich in allerlei zedeloze praktijken. Maar zo hebt u Christus niet leren kennen! U hebt toch over hem gehoord, u hebt toch onderricht over hem gekregen?
Door Jezus wordt duidelijk dat u uw vroegere levenswandel moet opgeven en de oude mens, die te gronde gaat aan bedrieglijke begeerten, moet afleggen, dat uw geest en uw denken voortdurend vernieuwd moeten worden en dat u de nieuwe mens moet aantrekken, die naar Gods wil geschapen is in waarachtige rechtvaardigheid en heiligheid.

5:14 Ontwaakt, gij die slaapt en sta op uit de 'doden', en Christus zal over u lichten.

Filippenzen
2:1-8 Nu u door Christus zozeer bemoedigd wordt en liefdevol getroost, nu er onder u zo'n grote verbondenheid met de Geest is, zo veel ontferming en medelijden, maak mij dan volmaakt gelukkig door eensgezind te zijn, één in liefde, één in streven, één van geest.
Handel niet uit geldingsdrang of eigenwaan, maar acht in alle bescheidenheid de ander belangrijker dan uzelf.
Heb niet alleen uw eigen belangen voor ogen, maar ook die van de ander [het geweten].
Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had. Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens. En als mens verschenen, heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood - de dood aan het kruis.

4:8-9 Ten slotte, broeders en zusters, schenk aandacht [waarnemen] aan alles wat waar [denken] is, alles wat edel [voelen] is, alles wat rechtvaardig is, alles wat zuiver is, alles wat lieflijk [voelen] is, alles wat eervol is [voelen], kortom, aan alles wat deugdzaam is en lof verdient. Doe [willen] alles wat ik u heb geleerd en overgedragen, wat ik u heb verteld en laten zien. Doe het en de God van de vrede zal met u zijn. [met andere woorden: ontwikkel de geestelijke vermogens, leer de vermogens bewust en beheerst te gebruiken]
4:13 Ik vermag alle dingen door Hem, die mij kracht geeft.

Kolossenzen
3:1-4 Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand Gods. Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn. Want gij zijt gestorven en uw leven is verborgen met Christus in God.
Wanneer Christus verschijnt, die ons leven is, zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid.

3:5-10 Laat dus wat aards in u is afsterven: ontucht, zedeloosheid, hartstocht, lage begeerten en ook hebzucht – hebzucht is afgoderij –, want om deze dingen treft Gods toorn degenen die hem ongehoorzaam zijn. Vroeger hebt u ook die weg gevolgd en zo geleefd, maar nu moet u alles wat slecht is opgeven: woede en drift, vloeken en schelden.
Bedrieg elkaar niet, nu u de oude mens en zijn leefwijze afgelegd hebt en de nieuwe mens hebt aangetrokken, die steeds vernieuwd wordt naar het beeld van zijn schepper en zo tot inzicht komt.

3:12-15 Omdat God u heeft uitgekozen, omdat u zijn heiligen bent en hij u liefheeft, moet u zich kleden in innig medeleven, in goedheid, bescheidenheid, zachtmoedigheid en geduld. Verdraag elkaar en vergeef elkaar als iemand een ander iets te verwijten heeft; zoals de Heer u vergeven heeft, moet u elkaar vergeven.
En bovenal, kleed u in de liefde, dat is de band die u tot een volmaakte eenheid maakt. Laat in uw hart de vrede van Christus heersen, want daartoe bent u geroepen als de leden van één lichaam.

1 Tessalonicenzen
2:12 God roept u tot zijn eigen Koninkrijk en heerlijkheid.
4:3 Want dit wil God: uw heiliging.
4:7 God heeft ons niet geroepen tot onreinheid, maar tot heiliging.

5:14-15 Wij vermanen u, broeders, wijst de ongeregelden terecht, beurt de kleinmoedigen op, komt op voor de zwakken, hebt geduld met allen. Ziet toe, dat niemand kwaad met kwaad vergelde, maar jaagt te allen tijde het goede na, jegens elkander en jegens allen.
5:17 Bid zonder ophouden.
5:19 Doof de Geest niet uit.
5:21 Maar toetst alles en behoudt het goede.
5:22 Onthoudt u van alle soort van kwaad.

Hebreeën
12:6-10 ... want de Heer berispt wie hij liefheeft, straft elke zoon van wie hij houdt. Houd vol, het betreft hier immers een leerschool, God behandelt u als zijn kinderen. Welk kind wordt niet door zijn vader berispt? Maar als u die leerschool niet doorloopt zoals alle anderen vóór u, dan bent u geen kinderen, maar bastaards.
Daar komt nog bij dat wij voor onze aardse vaders, door wie we werden opgevoed, respect hadden; hoeveel te meer zullen we ons dan niet onderwerpen aan het gezag van de Vader van alle geesten, en dan leven? Onze aardse vaders berispten ons maar voor korte tijd en naar eigen goeddunken, maar hij berispt ons voor onze eigen bestwil, om ons te laten delen in zijn heiligheid.

12:14 Streef ernaar in vrede te leven met allen en leid een heilig leven; wie dat niet doet zal de Heer niet zien.
13:5 Laat uw wijze van doen onbaatzuchtig zijn, wees tevreden met wat gij hebt.

1 Petrus
1:16 Leid een leven dat in alle opzichten heilig is, zoals Hij die u geroepen heeft, heilig is.

2 Petrus
3:9 God heeft alleen maar geduld met u, omdat hij wil dat iedereen tot inkeer komt en niemand verloren gaat.

Timotheüs
2:21 Als iemand zich van alle kwaad gereinigd heeft, wordt hij een bijzonder en geheiligd voorwerp, dat zijn eigenaar vele diensten kan bewijzen en geschikt is voor elk goed doel.

terug naar de Inhoud

9b. De betekenis van het woord 'bekering', in de Griekse tekst 'metanoia'.
Het woord 'bekeren' is een vertaling van het Griekse 'metanoia': inkeer, verandering van gedachten, vermeerdering van inzicht, berouw, boetedoening, wedergeboorte (van 'meta': anders, 'noos': denken, geest).
Het betreft een 'bewustwording', waarbij een onjuiste gedachte, een onjuiste houding of gedrag wordt ingezien, beëindigd en vervangen door een betere gedachte; door deze innerlijke verandering gaan we ons beter gedragen. Aangezien hiervoor een bewust en beheerst gebruik van de geestelijke vermogens nodig is, betekent deze bewustwording een geestelijke groei, een geestelijke ontwikkeling.

Mattheüs
3:1-3 In die dagen trad Johannes de Doper op en hij predikte in de woestijn van Judea, en zei: Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen. Hij toch is het, van wie door de profeet Jesaja gesproken werd, toen hij zei: De stem van een, die roept in de woestijn: Bereidt de weg des Heren, maakt recht zijn paden.

3:7-9 Toen hij nu zag, dat vele van de Farizeeën en Sadduceeën tot de doop kwamen, zei hij tot hen: Adderengebroed, wie heeft u een wenk gegeven om de komende toorn te ontgaan?
Brengt dan vrucht voort, die aan de bekering beantwoordt; en beeldt u niet in, dat gij bij uzelf kunt zeggen: Wij hebben Abraham tot vader, want ik zeg u, dat God bij machte is uit deze stenen Abraham kinderen te verwekken.

4:16-17 Het volk, dat in duisternis gezeten is, heeft een groot licht gezien en voor hen, die gezeten zijn in het land en de schaduw des doods, is een licht opgegaan. Van toen aan begon Jezus te prediken en te zeggen: Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.

13:14-15 En aan hen wordt de profetie van Jesaja vervuld, die zegt: Met het gehoor zult gij horen en gij zult het geenszins verstaan, en ziende zult gij zien en gij zult het geenszins opmerken; Want het hart van dit volk is vet geworden, en hun oren zijn hardhorend geworden, en hun ogen hebben zij toegesloten, zodat zij niet zien met hun ogen, en met hun oren niet horen, en met hun hart niet verstaan en zich bekeren, en Ik hen zou genezen.

18:1-3 Op dat ogenblik kwamen de leerlingen bij Jezus en vroegen: Wie is wel de grootste in het Koninkrijk der hemelen? En Hij riep een kind tot Zich, plaatste dat in hun midden, en zei: Voorwaar, Ik zeg u, wanneer gij u niet bekeert en wordt als de kinderen, zult gij het Koninkrijk der hemelen voorzeker niet binnengaan.

Markus
1:3-5 De stem van een, die roept in de woestijn: Bereidt de weg des Heren, maakt recht zijn paden,
geschiedde het, dat Johannes doopte in de woestijn en de doop der bekering tot vergeving van zonden predikte. En het gehele Joodse land liep tot hem uit en alle inwoners van Jeruzalem, en zij lieten zich door hem dopen in de rivier de Jordaan onder belijdenis van hun zonden.

1:14-15 En nadat Johannes was overgeleverd, ging Jezus naar Galilea om het evangelie Gods te prediken, en Hij zei: De tijd is vervuld en het Koninkrijk Gods is nabijgekomen. Bekeert u en gelooft het evangelie.

6:10-13 En Hij zei tot hen: Als gij eenmaal ergens een huis zijt binnengegaan, blijft daar dan, totdat gij vandaar vertrekt. En indien een plaats u niet ontvangt en zij niet naar u luisteren, gaat daarvandaan en schudt het stof af, dat aan uw voeten is, hun tot een getuigenis. En zij vertrokken en predikten, dat zij zich zouden bekeren. En zij dreven vele boze geesten uit en zalfden vele zieken met olie en genazen hen.

Lukas
1:14-16 En blijdschap en vreugde zal uw deel zijn en velen zullen zich over zijn geboorte verblijden. Want hij zal groot zijn voor de Here en wijn en sterke drank zal hij niet drinken en met de Heilige Geest zal hij vervuld worden, reeds van de schoot zijner moeder aan, en velen der kinderen Israels zal hij bekeren tot de Here, hun God.

5:31-32 En Jezus antwoordde en zei tot hen: Zij die gezond zijn, hebben geen geneesheer nodig, maar zij, die ziek zijn. Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars, tot bekering.

13:2-5 En Hij antwoordde en zei tot hen: Meent gij, dat deze Galileeers groter zondaars waren dan alle andere Galileeers, omdat zij dit lot hebben ondergaan? Neen, zeg Ik u, maar als gij u niet bekeert, zult gij allen evenzo omkomen. Of meent gij, dat die achttien, op wie de toren bij Siloam viel en die erdoor gedood werden, schuldiger waren dan alle andere mensen, die in Jeruzalem wonen? Neen, zeg Ik u, maar als gij u niet bekeert, zult gij allen evenzo omkomen.

15:4-7 Wie van u, die honderd schapen heeft en er een van verliest, laat niet de negenennegentig in de wildernis achter en gaat het verlorene zoeken, totdat hij het vindt? En als hij het vindt, tilt hij het met blijdschap op zijn schouders, en thuisgekomen, roept hij zijn vrienden en buren bijeen en zegt tot hen: Verblijdt u met mij, want ik heb mijn schaap gevonden, dat verloren was. Ik zeg u, dat er alzo blijdschap zal zijn in de hemel over een zondaar, die zich bekeert, meer dan over negenennegentig rechtvaardigen, die geen bekering nodig hebben.

15:10 Alzo is er, zeg Ik u, blijdschap bij de engelen Gods over een zondaar, die zich bekeert.

22:31-34 Simon, Simon, zie, de satan heeft verlangd ulieden te ziften als de tarwe, maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet zou bezwijken. En gij, als gij eenmaal tot bekering gekomen zijt, versterk dan uw broederen.
Hij zei tot Hem: Here, met U ben ik bereid ook gevangenis en dood in te gaan! Maar Hij zei: Ik zeg u Petrus, de haan zal heden niet kraaien, eer gij driemaal zult geloochend hebben, dat gij Mij kent.

24:45-47 Toen opende Hij hun verstand, zodat zij de Schriften begrepen. En Hij zei tot hen: Aldus staat er geschreven, dat de Christus moest lijden en ten derden dage opstaan uit de doden, en dat in zijn naam moest gepredikt worden bekering tot vergeving der zonden aan alle volken, te beginnen bij Jeruzalem.

Handelingen
2:37-38 Toen zij dit hoorden, werden zij diep in hun hart getroffen, en zij zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat moeten wij doen, mannen broeders? En Petrus antwoordde hun: Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen.

3:17-20 En nu, broeders, ik weet, dat gij uit onkunde hebt gehandeld, gelijk ook uw oversten; maar zo heeft God in vervulling doen gaan wat Hij bij monde van alle profeten tevoren geboodschapt had, dat zijn Christus moest lijden. Komt dan tot berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden, opdat er tijden van verademing mogen komen van het aangezicht des Heren, en Hij de Christus, die voor u tevoren bestemd was, Jezus, zende; ...

5:28-31 Wij hebben u nadrukkelijk verboden in deze naam te leren; en zie, gij hebt Jeruzalem vervuld met uw leer en gij wilt het bloed van deze mens op ons doen neerkomen. Maar Petrus en de apostelen antwoordden en zeiden: Men moet Gode meer gehoorzamen dan de mensen. De God onzer vaderen heeft Jezus opgewekt, die gij hebt gehangen aan een hout en omgebracht; Hem heeft God door zijn rechterhand verhoogd, tot een Leidsman en Heiland om Israel bekering en vergeving van zonden te schenken.

11:15-18 En toen ik begonnen was te spreken, viel de Heilige Geest op hen, evenals in het begin ook op ons. En ik herinnerde mij het woord des Heren, hoe Hij zei: Johannes doopte wel met water, maar gij zult met de Heilige Geest gedoopt worden. Indien nu God hun op volkomen gelijke wijze als ons de gave heeft gegeven op het geloof in de Here Jezus Christus, hoe zou ik dan bij machte geweest zijn God tegen te houden? En toen zij dit gehoord hadden, kwamen zij tot rust en verheerlijkten God, zeggende: Zo heeft dan God ook de heidenen de bekering ten leven geschonken.

13:23-24 Uit zijn geslacht heeft God naar de belofte voor Israel de Heiland Jezus doen komen, nadat Johannes eerst, voor zijn optreden, aan het gehele volk Israel een doop van bekering gepredikt had.

14:13-15 En de priester van Zeus-voor-de-stad bracht stieren en kransen aan bij het poortgebouw en wilde met de scharen offeren. Maar toen de apostelen Barnabas en Paulus dat hoorden, scheurden zij hun mantels en sprongen naar voren onder de schare, uitroepende: Mannen, wat doet gij daar? Ook wij zijn maar zwakke mensen zoals gij en verkondigen u, dat gij u van dit ijdel bedrijf moet bekeren tot de levende God, die de hemel, de aarde, de zee en al wat erin is gemaakt heeft.

15:2-3 En toen er van de zijde van Paulus en Barnabas geen gering verzet en tegenspraak tegen hen ontstond, droegen zij Paulus en Barnabas en nog enigen van hen op zich tot de apostelen en oudsten te Jeruzalem te begeven naar aanleiding van dit geschil. Zij reisden dan, nadat hun door de gemeenten uitgeleide gedaan was, door Fenicie en Samaria, en bereidden met hun verhaal van de bekering der heidenen al de broeders grote blijdschap.

15:19 Daarom ben ik van oordeel dat men hen, die zich uit de heidenen tot God bekeren, niet verder moet lastig vallen, ...

17:29-31 Daar wij dan van Gods geslacht zijn, moeten wij niet menen, dat de godheid gelijk is aan goud of zilver of steen door menselijke kunstvaardigheid gesneden of bedacht. God dan verkondigt, met voorbijzien van de tijden der onwetendheid, heden aan de mensen, dat zij allen overal tot bekering moeten komen; omdat Hij een dag heeft bepaald, waarop Hij de aardbodem rechtvaardig zal oordelen door een man, die Hij aangewezen heeft, waarvan Hij voor allen het bewijs geleverd heeft door Hem uit de doden op te wekken.

19:1-4 En terwijl Apollos te Korinthe was, geschiedde het, dat Paulus, na door de bovenlanden gereisd te zijn, te Efeze kwam, en daar enige leerlingen vond. En hij zei tot hen: Hebt gij de Heilige Geest ontvangen, toen gij tot het geloof kwaamt? Maar zij zeiden tot hem: Wij hebben zelfs niet gehoord, dat er een Heilige Geest is. En hij zei tot hen: Waarin zijt gij dan gedoopt? En zij zeiden: In de doop van Johannes.
19:4 Maar Paulus zei: Johannes doopte een doop van bekering en zei tot het volk, dat zij moesten geloven in Hem, die na hem kwam, dat is in Jezus.

20:19-22 Dienende de Here met alle ootmoed, onder tranen en beproevingen, die mij overkwamen door de aanslagen der Joden; hoe ik niets nagelaten heb van hetgeen nuttig was om u te verkondigen en te leren in het openbaar en binnenshuis, Joden en Grieken betuigende zich te bekeren tot God en te geloven in onze Here Jezus. En zie, nu reis ik, gebonden door de Geest, naar Jeruzalem, niet wetende wat mij daar overkomen zal, ...

26:15-18 En ik zei: Wie zijt Gij, Here? En de Here zei: Ik ben Jezus, die gij vervolgt. Maar richt u op en sta op uw voeten; want hiertoe ben Ik u verschenen om u aan te wijzen als dienaar en getuige daarvan, dat gij Mij gezien hebt en dat Ik aan u verschijnen zal, u verkiezende uit dit volk en de heidenen, waarheen Ik u zend, om hun ogen te openen ter bekering uit de duisternis tot het licht en van de macht van de satan tot God, opdat zij vergeving van zonden en een erfdeel onder de geheiligden zouden ontvangen door het geloof in Mij.

26:19-21 Daarom, koning Agrippa, ben ik dat hemelse gezicht niet ongehoorzaam geweest, maar ik heb eerst hun, die te Damascus waren, en te Jeruzalem en in het gehele Joodse land en de heidenen verkondigd, dat zij met berouw zich zouden bekeren tot God en werken doen, met hun berouw in overeenstemming. Hierom hebben de Joden mij in de tempel gegrepen en getracht mij om te brengen.

Romeinen
12:1-3 Ik vermaan u dan, broeders, met beroep op de barmhartigheden Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levend, heilig en Gode welgevallig offer: dit is uw redelijke eredienst. En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene.
Want krachtens de genade, die mij geschonken is, zeg ik een ieder onder u: koestert geen gedachten, hoger dan u voegen, maar gedachten tot bedachtzaamheid, naar de mate van het geloof, dat God elkeen in het bijzonder heeft toebedeeld.

Hebreeën
6:4-7 Want het is onmogelijk, degenen, die eens verlicht zijn geweest, van de hemelse gave genoten hebben en deel gekregen hebben aan de Heilige Geest, en het goede woord Gods en de krachten der toekomende eeuw gesmaakt hebben, en daarna afgevallen zijn, weder opnieuw tot bekering te brengen, daar zij wat hen betreft de Zoon van God opnieuw kruisigen en tot een bespotting maken. Want de grond, die de regen, welke er telkens op valt, indrinkt en gewas voortbrengt, geschikt voor hen, ter wille van wie hij ook bewerkt wordt, ontvangt zegen van God; ...

2 Petrus
3:7-9 Maar de tegenwoordige hemelen en de aarde zijn door hetzelfde woord als een schat weggelegd, ten vure bewaard tegen de dag van het oordeel en van de ondergang der goddeloze mensen. Maar dit ene mag u niet ontgaan, geliefden, dat een dag bij de Here is als duizend jaar en duizend jaar als een dag. De Here talmt niet met de belofte, al zijn er, die aan talmen denken, maar Hij is lankmoedig jegens u, daar Hij niet wil, dat sommigen verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen.

Openbaring
2:20-23 Maar Ik heb tegen u, dat gij de vrouw Izebel laat begaan, die zegt, dat zij een profetes is, en zij leert en verleidt mijn knechten om te hoereren en afgodenoffers te eten. En Ik heb haar tijd gegeven om zich te bekeren, maar zij wil zich niet bekeren van haar hoererij.
Zie, Ik werp haar op het ziekbed en hen, die met haar overspel bedrijven, breng ik in grote verdrukking, indien zij zich niet van haar werken bekeren.

terug naar de Inhoud

10. De verhouding tussen geest, ziel en lichaam
De geest is de werkzame kracht door de geestelijke vermogens en door de werking van die vermogens straalt de geest de ziel om zich heen uit. De vorm die de ziel tijdens de geestelijke ontwikkeling heeft aangenomen, komt in het stoffelijke lichaam tot uitdrukking.

Romeinen
1:9 Want God, die ik met mijn geest dien in het evangelie van zijn Zoon, is mijn getuige, hoe ik onophoudelijk te allen tijde bij mijn gebeden uwer gedenk ...
8:16 Die Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen Gods zijn.
8:17 Zijn wij nu kinderen, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God, en mede-erfgenamen van Christus; immers, indien wij delen in zijn lijden, is dat om ook te delen in zijn verheerlijking.
11:8 Gelijk geschreven staat: God gaf hun een geest van diepe slaap, ogen om niet te zien en oren om niet te horen, tot de dag van heden [de toestand van onbewuste vereenzelviging].
12:10 Weest in broederliefde elkander genegen, in eerbetoon elkander ten voorbeeld, in ijver onverdroten, vurig van geest, dient de Here.

1 Korinthiërs
2:4 Mijn spreken en mijn prediking kwam ook niet met meeslepende woorden van wijsheid, maar met betoon van geest en kracht,
2:5 Opdat uw geloof niet zou rusten op wijsheid van mensen, maar op kracht van God.
2:10 Want ons heeft God het geopenbaard door de Geest. Want de Geest doorzoekt alle dingen, zelfs de diepten Gods.
2:11 Wie toch onder de mensen weet, wat in een mens is, dan des mensen eigen geest, die in hem is? Zo weet ook niemand, wat in God is, dan de Geest Gods.
2:12 Wij nu hebben niet de geest der wereld ontvangen, maar de Geest uit God, opdat wij zouden weten, wat ons door God in genade geschonken is.
2:13 Hiervan spreken wij dan ook met woorden, die niet door menselijke wijsheid, maar door de Geest geleerd zijn, zodat wij het geestelijke met het geestelijke vergelijken.
2:14 Doch een ongeestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is.
2:15 Maar de geestelijke mens beoordeelt alle dingen, zelf echter wordt hij door niemand beoordeeld.
5:3 Want mijnerzijds heb ik, hoewel lichamelijk niet, maar naar de geest wel aanwezig, reeds, als aanwezig, vonnis geveld over hem, die op zulk een wijze zo iets heeft begaan.
5:4 Wanneer wij vergaderd zijn, gij en mijn geest met de kracht van onze Here Jezus,
5:5 Leveren wij in de naam van de Here Jezus die man aan de satan over tot verderf van zijn vlees, opdat zijn geest behouden worde in de dag des Heren.

7:34 Zowel zij, die geen man meer heeft, als de jongedochter, wijdt haar zorgen aan de zaak des Heren, om heilig te zijn naar lichaam en geest.

12:1 Ten aanzien van de uitingen des geestes, broeders, wil ik u niet onkundig laten.
14:12 Zo moet ook gij, omdat gij naar geestelijke gaven streeft, trachten uit te munten tot stichting van de gemeente.
14:13 Derhalve moet hij, die in een tong [taal] spreekt, bidden, dat hij het moge uitleggen.
14:14 Want indien ik bid in een tong, bidt mijn geest wel, maar mijn verstand blijft onvruchtbaar.
14:15 Hoe staat het dan? Ik zal bidden met mijn geest, maar ook bidden met mijn verstand; ik zal lofzingen met mijn geest, maar ook lofzingen met mijn verstand.
14:16 Want anders, indien gij een zegen uitspreekt met uw geest, hoe zal iemand, die als toehoorder aanwezig is, op uw dankzegging zijn amen spreken? Hij weet immers niet, wat gij zegt.

15:44 Er wordt een natuurlijk lichaam gezaaid, en een geestelijk lichaam opgewekt. Is er een natuurlijk lichaam, dan bestaat er ook een geestelijk lichaam.
15:45 Aldus staat er ook geschreven: de eerste mens, Adam, werd een levende ziel; de laatste Adam een levendmakende geest.
15:46 Doch het geestelijke komt niet eerst, maar het natuurlijke, en daarna het geestelijke.
15:47 De eerste mens is uit de aarde, stoffelijk, de tweede mens is uit de hemel.
16:18 Want zij hebben mijn geest en de uwe verkwikt. Erkent dan zulke mensen.

2 Korinthiërs
7:1 Laten wij ons reinigen van alle bezoedeling des vlezes en des geestes en zo onze heiligheid volmaken in de hoogachting voor God.

Galaten
5:16 Dit bedoel ik: wandelt door de Geest en voldoet niet aan het begeren van het vlees.
5:17 Want het begeren van het vlees gaat in tegen de Geest en dat van de Geest tegen het vlees (want deze staan tegenover elkander) zodat gij niet doet wat gij maar wenst.
5:18 Indien gij u echter door de Geest laat leiden, dan zijt gij niet onder de wet.
5:24 Want wie Christus Jezus toebehoren, hebben het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd.
5:25 Indien wij door de Geest leven, laten wij ook door de Geest het spoor houden.
6:18 De genade van onze Here Jezus Christus zij met uw geest, broeders! Amen.

Filippenzen
1:27 Alleen, gedraagt u waardig het evangelie van Christus, opdat, hetzij ik kom en u zie, hetzij ik afwezig blijf, ik van u moge horen, dat gij vaststaat in een geest, een van ziel medestrijdende voor het geloof aan het evangelie.
2:1 Indien er dan enig beroep [op] [u] [gedaan] [mag] [worden] in Christus, indien er enige bemoediging is der liefde, indien er enige gemeenschap is des geestes, indien er enige ontferming en barmhartigheid is,
2:2 Maakt [dan] mijn blijdschap volkomen door eensgezind te zijn, een in liefdebetoon, een van ziel, een in streven.
4:23 De genade van de Here Jezus Christus zij met uw geest.

1 Tessalonicenzen
5:17 Bidt zonder ophouden,
5:18 Dankt onder alles, want dat is de wil Gods in Christus Jezus ten opzichte van u.
5:19 Dooft de Geest niet uit,
5:20 Veracht de profetieën niet,
5:21 Maar toetst alles en behoudt het goede.
5:22 Onthoudt u van alle soort van kwaad.
5:23 En Hij, de God des vredes, heilige u geheel en al, en geheel uw geest, ziel en lichaam moge bij de komst van onze Here Jezus Christus blijken in allen dele onberispelijk bewaard te blijven.

2 Timotheüs
4:22 De Here zij met uw geest. De genade zij met ulieden.

Filemon
1:25 De genade van de Here Jezus Christus zij met ulieder geest.

Hebreeën
1:14 Zijn zij (de engelen) niet allen dienende geesten, die uitgezonden worden ten dienste van hen, die het heil zullen beërven?
4:12 Want het woord Gods is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard en het dringt door, zo diep, dat het vaneenscheidt ziel en geest, gewrichten en merg [de geest is het merg, de kern, de ziel is het gewricht, de beweegbare verbinding], en het schift overleggingen en gedachten des harten;
4:13 En geen schepsel is voor Hem verborgen, want alle dingen liggen open en ontbloot voor de ogen van Hem, voor wie wij rekenschap hebben af te leggen.
6:19 Haar (de hoop) hebben wij als een anker der ziel, dat veilig en vast is, en dat reikt tot binnen het voorhangsel,
6:20 Waarheen Jezus voor ons als voorloper is binnengegaan naar de ordening van Melchisedek hogepriester geworden in eeuwigheid.
12:2 Laat ons oog daarbij [alleen] gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder des geloofs, die, om de vreugde, welke voor Hem lag, het kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is ter rechterzijde van de troon Gods.
12:3 Vestigt uw aandacht dan op Hem, die zulk een tegenspraak van de zondaren tegen Zich heeft verdragen, opdat gij niet door matheid van ziel verslapt.
12:9 Voorts, de tuchtiging van onze vaders naar het vlees hebben wij ondergaan en wij zagen tegen hen op; zullen wij ons dan niet nog veel meer onderwerpen aan de Vader der geesten, en leven?
12:10 Want zij hebben ons voor luttele dagen naar hun beste weten getuchtigd, maar Hij doet het tot ons nut, opdat wij deel verkrijgen aan zijn heiligheid.
12:22 Maar gij zijt genaderd tot de berg Sion, tot de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem, en tot tienduizendtallen van engelen,
12:23 En tot een feestelijke en plechtige vergadering van eerstgeborenen, die ingeschreven zijn in de hemelen, en tot God, de Rechter over allen, en tot de geesten der rechtvaardigen, die de voleinding bereikt hebben.

Jakobus
2:26 Gelijk het lichaam zonder geest dood is, zo is ook het geloof zonder werken dood.
De geest, die God in ons deed wonen, begeert Hij met jaloersheid.

1 Petrus
1:9-12 Daar gij het einddoel des geloofs bereikt, dat is de zaligheid der zielen.
Naar deze zaligheid hebben gezocht en gevorst de profeten, die van de voor u bestemde genade geprofeteerd hebben, terwijl zij naspeurden, op welke of hoedanige tijd de Geest van Christus in hen doelde, toen Hij vooraf getuigenis gaf van al het lijden, dat over Christus zou komen, en van al de heerlijkheid daarna.
Hun werd geopenbaard, dat zij niet zichzelf, maar u dienden met die dingen, welke u thans verkondigd zijn bij monde van hen, die door de Heilige Geest, die van de hemel gezonden is, u het evangelie hebben gebracht, in welke dingen zelfs engelen begeren een blik te slaan.

1:22 Nu gij uw zielen door gehoorzaamheid aan de waarheid gereinigd hebt tot ongeveinsde broederliefde, hebt dan elkander van harte en bestendig lief,
1:23 Als wedergeboren, en niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en blijvende woord van God.

2:11 Geliefden, ik vermaan u als bijwoners en vreemdelingen, dat gij u onthoudt van de vleselijke begeerten, die strijd voeren tegen uw ziel.

3:3-4 Uw sieraad zij niet uitwendig: het vlechten van haar, het omhangen van goud of het dragen van gewaden, maar de verborgen mens uws harten, met de onvergankelijke [tooi] van een zachtmoedige en stille geest, die kostbaar is in het oog van God.

3:18-20 Want ook Christus is eenmaal om de zonden gestorven als rechtvaardige voor onrechtvaardigen, opdat Hij u tot God zou brengen: Hij, die gedood is naar het vlees, maar levend gemaakt naar de geest, in welke Hij ook heengegaan is en gepredikt heeft aan de geesten in de gevangenis, die eertijds ongehoorzaam geweest waren, toen de lankmoedigheid Gods bleef afwachten ...

4:5-6 Maar zij zullen daarvan rekenschap moeten geven aan Hem, die gereed staat om levenden en doden te oordelen. Want daartoe is ook aan doden het evangelie gebracht, opdat zij wel, naar de mens, wat het vlees aangaat, zouden geoordeeld worden doch, naar God, wat de geest betreft, zouden leven.

1 Johannes
4:1-3 Geliefden, vertrouwt niet iedere geest, maar beproeft de geesten of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn in de wereld uitgegaan. Hieraan onderkent gij de Geest Gods: iedere geest, die belijdt, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is uit God; en iedere geest, die Jezus niet belijdt, is niet uit God.
En dit is de geest van de antichrist, waarvan gij gehoord hebt, dat hij komen zal, en hij is nu reeds in de wereld.

Openbaringen
1:9-11 Ik, Johannes, uw broeder en deelgenoot in de verdrukking en in het Koninkrijk en de volharding in Jezus, was op het eiland, genaamd Patmos, om het woord Gods en het getuigenis van Jezus.
Ik kwam in vervoering des geestes op de dag des Heren, en ik hoorde achter mij een luide stem, als van een bazuin, zeggende: Hetgeen gij ziet, schrijf dat in een boek en zend het aan de zeven gemeenten.

terug naar de Inhoud

11. Het Godsrijk, het Koninkrijk Gods

Mattheüs
5:3 Volmaakt zijn de nederigen van geest [zij die hongeren naar geest], voor hun is het Godsrijk.
6:36 Zoek eerst het Godsrijk.
13:44 Het Godsrijk is gelijk aan een schat, verborgen in een akker.
13:45 ... het Godsrijk is gelijk aan een schone parel.
18:3 Wanneer je je niet bekeert en wordt als de kinderen, dan zul je het Godsrijk niet binnengaan.
18:4 Wie zichzelf gering zal achten als dit kind, is de grootste in het Godsrijk.
19:12 ... besnijd jezelf, terwille van het Godsrijk.
19:14 Voor de kinderen is het Godsrijk.

Lukas 17:21 Het Godsrijk is binnenin u.

Romeinen
11:33-36 Hoe onuitputtelijk zijn Gods rijkdom, wijsheid en kennis, hoe ondoorgrondelijk zijn oordelen en hoe onbegrijpelijk zijn wegen. Wie kent de gedachten van de Heer, wie was ooit zijn raadsman? [...] Alles is uit hem ontstaan, alles is door hem geschapen, alles heeft in hem zijn doel. Hem komt de eer toe tot in eeuwigheid.

14:17 Het Godsrijk bstaat uit rechtvaardigheid, vrede en blijdschap door de Heilige Geest.

1 Korinthiërs
4:20 Het Godsrijk bestaat niet uit woorden, maar uit kracht.

Openbaring van Johannes
21:6-7 Toen zei hij tegen mij: "Het is voltrokken! Ik ben de alfa en de omega, het begin en het einde. Wie dorst heeft, geef ik vrij te drinken uit de bron met water dat leven geeft. Wie overwint komen al deze dingen toe. Ik zal zijn God zijn en hij zal mijn kind zijn."

terug naar de Inhoud

12. De gelovige mens, die goede werken doet, is een in geest met Gods Heilige Geest en vormt het lichaam van Christus in de zin van Paulus: de geestelijke gemeenschap der gelovigen; die in het Oude Testamen als een 'kudde' wordt beschreven.

Jesaja 40
6 Hoor, een stem zegt: 'Roep!' ...
10 Ziehier God, de Heer! ...
11 Als een herder weidt hij zijn kudde: zijn arm brengt de lammeren bijeen, hij koestert ze, en zorgzaam leidt hij de ooien.

Ezechiël 34:11-12
Dit zegt God, de Heer: Ik zal zelf naar mijn schapen omzien en zelf voor ze zorgen [God zelf ziet naar de mens om]. Zoals een herder naar zijn kudde op zoek gaat als zijn dieren verstrooid zijn geraakt, zo zal Ik naar mijn schapen op zoek gaan en ze redden.

Handelingen
20:28 Ziet dan toe op uzelf en op de gehele kudde, waarover de Heilige Geest u tot opzieners gesteld heeft, om de gemeente Gods te weiden, die Hij Zich door zijn eigen bloed verworven heeft.

Romeinen
12:4-6 Zoals ons ene lichaam vele delen heeft en die delen niet allemaal dezelfde taak hebben, zo zijn we samen één lichaam in Christus en zijn we, ieder apart, elkaars lichaamsdelen. We hebben verschillende gaven, onderscheiden naar de genade die ons geschonken is. [...]
12:9-12 Laat uw liefde oprecht zijn. Verafschuw het kwaad en wees het goede toegedaan. Heb elkaar lief met de innige liefde van broeders en zusters, en acht de ander hoger dan uzelf.
Laat uw geestdrift niet bekoelen, maar laat u aanvuren door de Geest en dien de Heer.
Wees verheugd door de hoop die u hebt, wees standvastig wanneer u tegenspoed ondervindt, en bid onophoudelijk.

1 Korinthiërs 12:1-14
Ten aanzien van de uitingen des geestes, broeders, wil ik u niet onkundig laten.
Gij weet, dat gij, toen gij nog heidenen waart, u blindelings naar de stomme afgoden liet heendrijven.
Daarom maak ik u bekend, dat niemand, door de Geest Gods sprekende, zegt: Vervloekt is Jezus; en dat niemand kan zeggen: Jezus is Here, dan door de Heilige Geest.
Er is verscheidenheid in genadegaven, maar het is dezelfde Geest;
En er is verscheidenheid in bedieningen, maar het is dezelfde Here;
En er is verscheidenheid in werkingen, maar het is dezelfde God, die alles in allen werkt.
Maar aan een ieder wordt de Openbaring van de Geest gegeven tot welzijn van allen.
Want aan de een wordt door de Geest gegeven met wijsheid te spreken, en aan de ander met kennis te spreken krachtens dezelfde Geest;
Aan de een geloof door dezelfde Geest en aan de ander gaven van genezingen door die ene Geest;
Aan de een werking van krachten, aan de ander profetie; aan de een het onderscheiden van geesten, en aan de ander allerlei tongen, en aan weer een ander vertolking van tongen.
Maar dit alles werkt een en dezelfde Geest, die een ieder in het bijzonder toedeelt, gelijk Hij wil.

Want gelijk het lichaam een is en vele leden heeft, en al de leden van het lichaam, hoe vele ook, een lichaam vormen, zo ook Christus;
Want door een Geest zijn wij allen tot een lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij slaven, hetzij vrijen, en allen zijn wij met een Geest gedrenkt.
Want het lichaam bestaat toch ook niet uit een lid, maar uit vele leden.

Efeziërs 2:19-22 Broeders en zusters, gij zijt dus geen vreemdelingen en ontheemden meer, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten,
terwijl de sluit­steen Christus Jezus zelf is, die het hele bouwwerk in zijn voegen houdt.
In Hem groeit het uit tot een heilige tempel in de Heer.
In Hem wordt ook gij mee opgebouwd tot een woonstede van God, in de Geest.

1 Tessalonicenzen
4:7-8 Want God heeft ons niet geroepen tot onreinheid, maar in heiliging. Daarom, wie dit verwerpt, verwerpt niet een mens, maar God, die u immers ook zijn Heilige Geest geeft.

Titus
3:4-6 Maar toen de goedertierenheid en mensenliefde van onze Heiland [en] God verscheen,
Heeft Hij, niet om werken der gerechtigheid, die wij zouden gedaan hebben, doch naar zijn ontferming ons gered door het bad der wedergeboorte en der vernieuwing door de Heilige Geest,
Die Hij rijkelijk over ons heeft uitgestort door Jezus Christus, onze Heiland, ...

Hebreeën
2:6 Maar, iemand heeft ergens betuigd, zeggende: Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, of des mensen zoon, dat Gij naar hem omziet?
3:6 Maar Christus als Zoon over zijn huis. Zijn huis zijn wij, indien wij de vrijmoedigheid en de hoop, waarin wij roemen, tot het einde onwrikbaar vasthouden.

Openbaringen
1:20-21 Maar gij, geliefden, bewaart uzelf in de liefde Gods, door uzelf op te bouwen in uw allerheiligst geloof en door te bidden in de Heilige Geest, verwachtende de ontferming van onze Here Jezus Christus ten eeuwigen leven.


terug naar het weblog






^