|
Deel 4 De geestelijke
ontwikkeling
4.1 Van de remmende aanvangstoestand kun je je bewust worden. Daardoor
kan er een heilige onrust in je ontstaan, een heilig verlangen, waardoor
je wilt gaan streven naar inzicht in jezelf en naar bevrijding van jezelf
uit die remmende, ongeluk en onvrede veroorzakende toestand. Om dat te
kunnen bereiken, moet je je vermogens bewust en beheerst leren gebruiken,
waardoor je steeds meer jezelf en je oorspronkelijke, geestelijke geaardheid
verwerkelijkt.
De zin van die remmende aanvangstoestand is daarom, dat zij jou de mogelijkheid
geeft jezelf eruit te bevrijden door jezelf als werk ter hand te nemen.
Door die arbeid aan je persoonlijkheid kun je je geestelijke zelfstandigheid
verwerkelijken - het doel van de leerschool die dit tijdelijke bestaan
voor ons is.
Als menselijke geest begin je dit bestaan niet alleen in die toestand
van onbewustheid van jezelf, maar ook als een ontwikkelingsmogelijkheid.
Je bezit namelijk zoals gezegd een geestelijke vormbaarheid, waarmee je
vermogen om te leren samenhangt. Door dit leervermogen ben je niet alleen
opvoedbaar, maar ook in staat jezèlf op te voeden door je geestelijke
vermogens tot ontwikkeling te brengen en zo je persoonlijkheid te vormen.
4.2 Hoe kunnen de geestelijke vermogens - en daarmee de persoonlijkheid
- worden ontwikkeld? De geestelijke vermogens kunnen alleen in de persoonlijke
omgang met je medemensen in het alledaagse bestaan, tot ontwikkeling worden
gebracht. Je kunt alleen mens worden door de levende omgang met je medemens.
Het waarnemingsvermogen ontwikkel je door bewust open te staan voor je
dagelijkse ervaringen en met aandacht te luisteren naar wat anderen
tegen je zeggen.
Het denken ontwikkel je door te trachten de betékenis van die ervaringen
te begrijpen, door ze verstandelijk te ontleden en ze door de rede te
verbinden met je overige ervaringen, waardoor je toeneemt in begrip.
Het voelen ontwikkel je door bewust een open gevoelshouding tegenover
je ervaringen aan te nemen, waardoor ze jou persoonlijk kunnen raken en
je met je medemensen en medeschepselen, met planten en dieren, gaat meevoelen,
meeleven.
De ontwikkeling van het willen is een oefening in zelfbeheersing en geduld.
Daarbij gaat het erom naar binnen toe meester te worden over jezelf als
de bewuste, vermogende levenskracht en naar buiten toe je redelijke en
zedelijke besluiten vastberaden uit te voeren.
4.3 Als je je vermogens tot ontwikkeling brengt door ze, zoveel als mogelijk
is, bewust en beheerst te leren gebruiken, dan ontwikkel je je waarnemingsvermogen
tot schoonheidszin, tot zin voor orde en netheid, dan wordt je denken
gekenmerkt door wijsheid en streven naar waarheid, je voelen door liefde
en goedheid, en je wil door kracht en volharding.
Door de ontwikkeling van je vermogens ga je steeds meer bewust vanuit
jezelf als géést leven; want door de werkzaamheid van je vermogens in
jezelf te ervaren, kom je namelijk tot zelfbeleving en daardoor
tot zelfbesef, tot zelfkennis, tot kennis van jezelf als de volkomen uit
zichzelf werkzame geest.
4.4 Door het beheerste gebruik dat je van je vermogens bent gaan maken,
heb je ook een bijzòndere eigenschap daarvan tot ontwikkeling gebracht.
Het is namelijk de mogelijkheid ze door inkeer op jezelf te richten en
zo jezelf een spiegel voor te houden. Het is de mogelijkheid om met behulp
van je eigen vermógens je eigen geestelijke wèrkzaamheid zelf weer waar
te nemen, de waarde van je eigen gedachtengang te overdenken, de waarde
van je eigen gevoelens te doorvoelen en zo nodig je eigen wilskracht te
beheersen.
Met dat vermogen hangt je geweten samen. Het geweten is namelijk
het geheel van je eigen zelfbeschouwing, je redelijke en zedelijke zelfbeoordeling
en je zelfbeheersing.
In de ontwikkelde toestand doen je vermogens, als ze naar bìnnen zijn
gekeerd, zich voor als het geweten, als ze naar búiten zijn gekeerd als
de deugden. Het waarnemingsvermogen wordt dan gekenmerkt door aandacht,
het denken door begrip, het voelen door liefde en het willen door geduld.
Door deugdzaamheid wordt je gedrag - en daarmee je persoonlijkheid - uit
liefde gekenmerkt door aandacht, begrip en geduld en daardoor kan er een
hechte samenhang tussen jezelf en je médemensen ontstaan.
4.5 Door zelfverwerkelijking, als de ontwikkeling van je vermogens tot
het geweten en de deugden, nemen in de geestelijke wereld je eigen geestelijke
licht en warmte toe en daardoor kan jouw geestesgesteldheid met die van
de algeest in overeenstemming komen. Zelfverwerkelijking heeft die geestesgesteldheid
tot gevolg, waardoor er ook een hechte samenhang met de algeest kan ontstaan
en de hereniging ermee mogelijk wordt.
Zelfverwerkelijking door zelfopvoeding, door jezelf als werk ter hand
te nemen, is daardoor de kern van geestkunde; het is de beslissende stap
op je levensweg en het is de zin van de leerschool, die dit tijdelijke
bestaan voor ons is.
Terug naar boven
|
|