|
Levensbeschrijving van Freek van Leeuwen
Van jongs af aan heb ik belangstelling gehad voor datgene van de gééstelijke werkelijkheid,
wat in dit stòffelijke bestaan onmiddellijk ervaarbaar is, namelijk de menselijke geest zelf. Al
vroeg wilde ik het antwoord weten op de kernvraag: Wie ben ìk, die in zichzelf zijn gedachten tot
klinken brengt en die beseft zichzelf te zijn?
Mijn belangstelling voor dat onderwerp was zodanig, dat ik al op jeugdige leeftijd begon met bestudering
van de Bijbel en andere geestelijke onderwerpen, en regelmatig bepaalde geestelijke oefeningen deed. Toen
ik 20 jaar was, werd ik tijdens zo'n oefening opgenomen in de gééstelijke wereld, die,
onzichtbaar voor ons, deze stòffelijke wereld geheel doordringt en daar werd ik met onze geestelijke
oorsprong herenigd.
Daarbij mocht ik ervaren dat onze oorsprong een àlomtegenwoordige zee van geestelijk licht en
geestelijke warmte is, de algeest, zoals besproken in deel 1. In de algeest ervoer ik mijzelf als menselijke
geest als een brandpunt van datzèlfde licht en diezèlfde warmte als de algeest en ik ervoer dat
er van de algeest een innige liefde naar mij als menselijke geest toe uitgaat.
Tijdens die ervaring werd mij getoond dat de geest in wezen een bewuste kracht is, die zich in die
gééstelijke wereld voordoet als dat licht en die warmte. Met die eigenschappen hangen de
geestelijke vermogens samen, waaraan de menselijke geest in deze stòffelijke wereld herkenbaar is:
met het licht het vermogen om waar te nemen en te denken, met de warmte het vermogen om te voelen en te willen.
Deze godservaring is het middelpunt geworden van mijn leven, van mijn denken, voelen en willen.
Na deze ervaring ben ik - naast mijn natuurwetenschappelijke studie (farmacie) - verder gegaan met mijn
wijsgerig-godsdienstige studie om de betekenis ervan goed te leren begrijpen. Daarvoor bestudeerde ik naast
de Bijbel de werken van de grote godsdienststichters, van mystici en soefi's, terwijl de I Tjing een aparte
plaats kreeg. Ik richtte mij tot die schrijvers, die allen zijn uitgegaan van persoonlijke ervaringen met die
geestelijke wereld: Jacob Lorber, Emanuel Swedenborg, Jan van Ruusbroeck, Hadewich, Hildegard van Bingen,
Jacob Böhme, Jozef Rulof, Rudolf Steiner, Max Heindel, Plato, Plotinos en Jung. Een overzicht van deze studie is te vinden onder 'literatuur' in het menu.
Later deed ik door mijn geestelijke oefeningen meer ervaringen op met de werkelijkheid van de geestelijke wereld,
waar ik ook mijn vrienden en vriendinnen leerde kennen. Vanuit die wereld begeleiden zij mij op mijn pad, zoals
dat met iedereen gebeurt.
Tegelijk met mijn geesteswetenschappelijke studie ben ik aan het boek De Levensweg gaan werken. Daarbij ben ik
weliswaar uitgegaan van mijn eigen geestelijke ervaringen en persoonlijke ontwikkeling, maar die heb ik steeds
getoetst aan wat ik er bij anderen over las. Daardoor is het boek toch zoveel mogelijk een algemene beschrijving
geworden van de menselijke geest en de ontwikkeling ervan.
De titel van het boek - de Levens-weg - geeft dan ook aan dat het gaat om de ontwikkelingsweg van de menselijke
geest als de zelfstandige, levende eenheid. Alle ervaringen en begrippen, waarmee je die geestelijke
ontwikkelingsweg kunt gaan en je met je geestelijke oorsprong kunt herenigen, heb ik in het boek verzameld en
geordend, en dat geheel 'geestkunde' genoemd.
Ik ben voorlopig gestopt met het geven van lezingen en het verzorgen van leergangen.
Terug naar boven
|