GEESTKUNDE
    inleiding
    inhoud
 1  de menselijke geest
 2  geest, ziel en lichaam
 3  de aanvangstoestand
 4  geestelijke ontwikkeling
 5  geestelijke hereniging
    samenvatting
    Geestkunde (boek)
    De Levensweg (boek)
    boekbesprekingen
    over de schrijver
    literatuuroverzicht
    verklarende woordenlijst
    Jezus
    Zo boven, zo beneden
    godsdienst en wetenschap
    Hildegard  visioenen
    Dante  La Commedia
    de Gulden Snede
    nieuwe openbaringen
    het 'ik' en het 'zelf'?
    gedicht
    teksten
    voor de jeugd
    gastenboek
    contact
    agenda
    colofon
    links

























Gedicht

De Levensweg
Gebed voor allen
Gebed voor mijzelf
Zelfbezinning



De Levensweg

Vóór ieder mens ligt, onbekend, een korte levensbaan,
die - stap voor stap en tastend - door eenieder wordt begaan.
Een rechte weg is daarbij voor haast niemand uitgezet en...
zwerven, zit de mens in 't bloed; dat is wat ons belet
die rechte weg te zoeken en volhardend díe te gaan,
de gééstelijke weg te zien en die weg in te slaan.
De aandacht zwerft van her naar der en vindt geen enk'le rust,
daar zij hier niet de Haven ziet, maar slechts een vreemde kust.

De levensweg van ieder mens begint in duisternis,
maar eindigt, ook voor iedereen, daar, waar Gods luister is.
Want ieder mens is kind van God, al wordt het niet beseft;
de thuiskomst in Gods licht is voor eenieder weggelegd.
Zoals de zon zijn stralen zendt, de bron haar water geeft,
zo straalt het licht in ieder mens, een vonkje van Gods Geest.
Die straal te volgen naar de bron, is 's mensen hoogste plicht,
zij voert, door diepe duisternis, tot in het hoogste licht.

Freek van Leeuwen


Gebed voor allen

(Inleiding: Deuteronomium 6:4-9
4 Luister, Israël: de Heer, onze God, de Heer is de enige!
5 Heb daarom de Heer, uw God, lief met hart en ziel, en met inzet van al uw krachten.
6 Houd de geboden die ik u vandaag opleg steeds in gedachten.
7 Prent ze uw kinderen in en spreek er steeds over, thuis en onderweg, als u naar bed gaat en als u opstaat.
8 Draag ze als een teken om uw arm en als een band op uw voorhoofd.
9 Schrijf ze op de deurposten van uw huis en op de poorten van de stad.

Mattheus 22:36-40
36 Meester, wat is het grote gebod in de wet?
37 Hij zei tegen hem: Heb de Here, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand.
38 Dit is het grote en eerste gebod.
39 Het tweede, daaraan gelijk, is: Heb uw naaste lief als uzelf.
40 Met deze twee geboden hangt de hele wet en de profeten samen.)


Gebed

Laten wij ons altijd richten tot onze God,
die in de ongevormde toestand
de alomtegenwoordige algeest is
en daardoor de alwetende, alwijze,
alliefhebbende en almachtige,

en in de gevormde toestand
onze goddelijke vader en moeder,
die in de geestelijke wereld,
samen met onze goddelijke broeders en zusters,
altijd bij ons zijn;

wij, als menselijke geest,
zijn jullie godenkinderen,

die hier op aarde in de leerschool,
die dit tijdelijke bestaan voor ons is,
schijnbaar aan onszelf zijn overgeleverd,
om door vrije keuze te kunnen groeien
naar geestelijke zelfstandigheid;

help ons bij onze strijd
om op eigen kracht onszelf te verwerkelijken
en ons weer met jullie in de geestelijke wereld
te herenigen.

Amen


Gebed voor mijzelf

Laat ik mij altijd richten tot mijn God,
die in de ongevormde oertoestand
de alomtegenwoordige algeest is
en daardoor de alwetende, alwijze,
alliefhebbende en almachtige,

en in de gevormde toestand
mijn goddelijke vader en moeder
die in de geestelijke wereld,
samen met mijn goddelijke broeders en zusters,
altijd bij mij zijn;

ik, als menselijke geest,
ben jullie godenkind,

dat hier op aarde in de leerschool,
die dit tijdelijke bestaan voor mij is,
schijnbaar aan mijzelf ben overgeleverd,
om door vrije keuze te kunnen groeien
naar geestelijke zelfstandigheid;

help mij bij mijn strijd
om op eigen kracht mijzelf te verwerkelijken
en mij weer met jullie in de geestelijke wereld
te herenigen.

Amen


Zelfbezinning
Het juiste inzicht in de ware verhoudingen.

Ik,
als de bewuste, vermogende levenskracht,
die in zichzelf deze woorden spreekt,
  ik ben niet mijn lichaam,
  ik ben niet de inhouden van mijn ziel
  noch de omstandigheden in dit tijdelijke bestaan;

maar ik ben de geest,
de bewuste, vermogende levenskracht,
die in zichzelf deze woorden spreekt
  en die in zichzelf de dingen waarneemt,
  ze overdenkt en doorvoelt
  en er dan iets mee wil doen.

Ik als die geest,
de bewuste, vermogende levenskracht,
ik ben óngevormd Gods algeestvonk,
gevórmd ben ik Gods godenzoon/godendochter,
kind van mijn goddelijke vader en moeder,
  die in de geestelijke wereld,
  samen met mijn goddelijke broeders en zusters,
  altijd bij mij zijn.



terug naar boven