GEESTKUNDE
    inleiding
    inhoud
 1  de menselijke geest
 2  geest, ziel en lichaam
 3  de aanvangstoestand
 4  geestelijke ontwikkeling
 5  geestelijke hereniging
    samenvatting
    Geestkunde (boek)
    De Levensweg (boek)
    boekbesprekingen
    over de schrijver
    literatuuroverzicht
    verklarende woordenlijst
    Jezus
    Zo boven, zo beneden
    godsdienst en wetenschap
    Hildegard  visioenen
    Dante  La Commedia
    de Gulden Snede
    nieuwe openbaringen
    het 'ik' en het 'zelf'?
    gedicht
    teksten
    voor de jeugd
    gastenboek
    contact
    agenda
    colofon
    links

























Godsdienst en wetenschap

1. Geestkunde
2. Teilhard de Chardin
3. Parapsychologie

1. Geestkunde
Door geestelijke ervaringen hebben mijn waarnemingsmogelijkheden zich mogen uitstrekken tot de bron van het menselijke bestaan, de goddelijke algeest. Godsdienstigheid is: dienstbaar zijn aan die bron, de oorsprong van de mens, de mensheid en de schepping; een dienstbaarheid die ik o.a. vorm heb gegeven door mijn ervaringen in het boek Geestkunde te beschrijven. Vanuit die bron naar dit bestaan kijkend zie ik echter hoe godsdienstigheid in het dagelijkse leven van de huidige mens in haar diepste gronden wordt aangetast en hoe secularisatie voortschrijdt.
In de hedendaagse maatschappij heeft een eenzijdig op het stoffelijke bestaan gerichte natuurwetenschap de rol van een op het geestelijke bestaan van de mens gerichte godsdienstigheid overgenomen. Het is doordat deze natuurwetenschap in deze tijd zoveel gezag heeft gekregen, dat de woordkeus en daarmee het mensbeeld en de wereldbeschouwing van neurofysiologen en biologen kritiekloos door de samenleving worden overgenomen.

De kern van het mensbeeld dat daardoor nu opgeld doet, is door de invloed van neurofysiologen beperkt tot niets anders dan een 'neuronale activiteit' van de hersenen. Daarnaast schilderen evolutiebiologen de mens eenzijdige af als een verschijnsel dat een 'probeersel van de natuur' is en door toeval is ontstaan; maar wat toevallig is ontstaan, had er even toevallig ook niet kunnen zijn, waardoor ook vanaf deze zijde van de natuurwetenschappen de waarde van het menszijn wordt verminderd tot alleen een voorbijgaand biologisch verschijnsel, slechts nuttig zolang het zich kan voortplanten.
Dit kan velen aan het twijfelen brengen en het einde van hun godsdienstigheid betekenen. De geestelijke helft van het menszijn wordt immers geloochend en als denkbeeldige onzin afgedaan, waardoor de betekenis van de mens tot die van een louter biologische machinerie zonder diepere oorzaak of hoger doel wordt teruggebracht - het gedrag tegenover elkaar is daar dan ook naar. Het gevaar is niet denkbeeldig dat er een maatschappij ontstaat, waarin een mens meer kan worden aangesproken op zijn of haar zedelijke gedrag, maar waarin rechters aanvaarden dat die mens zelf het slachtoffer is van een fout in de 'bedrading van de hersenen' of van de 'hormonale omgeving' in de baarmoeder.

In de boeken Geestkunde en De Levensweg laat ik zien wat de oorzaak is van deze eenzijdige keuze van natuurwetenschappers voor alleen de stoffelijke helft van Gods schepping: de onbewuste vereenzelviging met de stof. Uitgaande van de eigenschappen van de geestelijke grondslag van de schepping, de goddelijke algeest, zoals ik die heb mogen ervaren, beschrijf ik daarentegen hoe juist geestelijke eigenschappen in de vorm van de geestelijke vermogens in de stoffelijke schepping - en in het bijzonder in het menselijke lichaam - herkenbaar zijn.
Daardoor bouw ik een brug vanaf de geestelijke helft van de schepping naar de stoffelijke en laat zo de diepere betekenis zien die Gods schepping voor de mens heeft, waardoor het evenwicht tussen geest en stof weer wordt hersteld en de mens zijn geestelijke betekenis - en daarmee de zin van zijn stoffelijke bestaan - herkrijgt.

De ontwikkeling van de mensheid heeft een punt bereikt, dat alleen een op wetenschap gestoelde levensbeschouwing aanvaardbaar is voor de moderne, zelfstandig denkende mens. Het geloven alleen op gezag van een leraar of boek, heeft afgedaan... wat op zich een grote stap voorwaarts is in de ontwikkeling naar geestelijke zelfstandigheid van de mens. Nu dreigt echter die ontwikkeling wat de geest betreft een doodlopende weg in te slaan.
Door de onbewustheid van zichzelf als geestelijk wezen en de daarmee samenhangende vereenzelviging met het stoffelijke bestaan, heeft de wetenschap zich ontwikkeld in een richting, waarin de aandacht geheel op de stoffelijke is komen te liggen. Het evenwicht tussen geest en stof is daardoor ernstig verstoord. Uit die ontwikkeling is een wetenschap voortgekomen die door materialisme wordt gekenmerkt. Door het gezag van die wetenschap is ook de hoofdstroom in de maatschappij materialistisch geworden. Daardoor is er sprake van verzakelijking van de maatschappij, minachting voor het leven, onbeschaamd winstbejag en uitputting van de natuurlijke hulpbronnen van de aarde. ¹)

Om het evenwicht te herstellen is een levens- en wereldbeschouwing nodig, die uitgaat van een kritisch wetenschappelijke houding. Een onkritisch traditioneel geloven past niet meer bij de levenshouding van de moderne mens. In tegenstelling tot de eenzijdig op de stof gerichte natuurwetenschappen die de geest afwijzen, laat ik met geestkunde zien hoe vanuit de eigenschappen van de bron van het al, de algeest, de eigenschappen van de stof zijn te beschrijven. Daaruit blijkt dat het bestaan in de stof de ontwikkeling van de geest zeer bevordert - door het bestaan in de stof ontstaan er voor de geest veel problemen, die overwonnen moeten worden met behulp van de geestelijke vermogens, waardoor die tot ontwikkeling komen. De stof is nodig en nuttig voor de geest!

  terug naar boven

Er zijn in de mensheid meer tegenkrachten die streven naar een evenwicht tussen geest en stof. Van alle natuurwetenschappers is tien procent spiritueel ingesteld tot diep gelovig, wat gold voor wetenschappers zoals Newton, Eccles en Einstein, en ten onzent voor o.a. Dekker en Van Lommel heden ten dage.
Het gold ook voor de Franse jezuïet en wetenschapper Teilhard de Chardin en voor de oprichters van verenigingen voor wetenschappelijk onderzoek van parapsychologische verschijnselen over de hele wereld.

2. Teilhard de Chardin
Pierre Teilhard de Chardin werd geboren bij Clermont-Ferrand op 1 mei 1881 en overleed in New York in 1955. Hij was pater jezuïet, theoloog en filosoof, en daarnaast natuurkundige, bioloog en paleontoloog. Zijn leven lang streefde hij ernaar godsdienst en natuurwetenschap met elkaar in overeenstemming te brengen, waarbij het hem in het bijzonder om het christelijke geloof en de evolutietheorie ging. Om zijn doel te bereiken ontwikkelde hij een eigen evolutietheorie, uitgaande van zijn geloof, zijn wetenschappelijke inzichten en de praktische ervaringen die hij als paleontoloog had opgedaan.

Volgens Teilhard is Gods schepping nog niet klaar en zijn wij allen verantwoordelijk voor de voortgang ervan. De besluiten die wij nu nemen en de wijze waarop wij die uitvoeren, bepalen hoe de toekomst eruit zal gaan zien; zij bepalen ook hoe lang het gaat duren voor wij allen verenigd zullen zijn in wat hij noemt: het kosmische punt-Omega, het doel van de evolutie. Dit punt is de toestand waarin de schepping - door de 'verinnerlijking' die in de schepping en daarmee ook in de mensheid werkzaam is - weer met de schepper is verenigd. Zolang dit punt van Eenheid met God niet is bereikt, leeft de mens in de verwarring scheppende Veelheid van dit bestaan.

Volgens de evolutietheorie van Teilhard kan de natuur verinnerlijken doordat alle stof een 'binnenkant' heeft, door Teilhard het 'psychisme' genoemd. Alle verschijnselen in de schepping bezitten in meerdere of mindere mate een psychisch element (denk aan de Ideeënleer van Plato). De kracht van dit psychische element neemt toe door vergroting van de complexiteit van de stof.
Deze verinnerlijkende kracht is volgens Teilhard de kracht die de ontwikkeling in de natuur voortstuwt en die heeft geleid tot
1. de kosmogenese (het ontstaan van het heelal),
2. de biogenese (de overgang van levenloze stof naar levende soorten) en ten slotte
3. de noögenese (de verinnerlijkende ontwikkeling die in de mens tot zelfbewustwording heeft geleid).
Het woord noögenese komt van het Griekse 'nous': geest. De noögenese heeft een 'noösfeer' tot gevolg: het geheel van de denkende werkzaamheid van de mensheid (tegenwoordig verbonden met het idee 'internet' en 'cyberspace').

Volgens Teilhard heeft iedere mens een goddelijke kern in zich. Het zich bewust worden van die kern wordt symbolisch uitgedrukt door het verschijnen van Christus. Vanaf die historische gebeurtenis werd de wordingsgeschiedenis van de mens (de antropogenese) een wordingsgeschiedenis van Christus in de mens (de christogenese).
Volgens Teilhard symboliseert het punt-Omega de uiteindelijke vereniging van alle unieke individuen van de mensheid met en in Christus. De mensheid vormt op dat punt dan het mystieke lichaam van Christus in de zin van Paulus (Zo zijn wij, hoewel velen, één lichaam in Christus, maar ieder afzonderlijk leden ten opzichte van elkander. Romeinen, 12:5).
Dat alles werd echter volgens Teilhard pas mogelijk nadat de schepper zich met zijn eigen schepping had verbonden door als Jezus mens te worden. Door die goddelijke zelfopoffering is de mensheid in aanleg met het leven in God verbonden, een verbondenheid die in het punt-Omega wordt voltooid.

Het tijdschrift Gamma (hoofdredacteur Henk Hogeboom van Buggenum) biedt een forum over onze rol in de evolutie in de zin van Teilhard. Het is een uitgave van de Stichting Teilhard de Chardin ten dienste van 'Het Genootschap tot Convergentie van Wetenschap en Religie', de doelstelling van Teilhard.
Zie de website van de stichting: www.teilharddechardin.nl
Teilhard de Chardin was als denker en mysticus een bron van inspiratie vanwege zijn optimistische visie op de evolutie, waarin de mens en zijn eigen verantwoordelijkheid in het middelpunt staan. Zijn hoofdwerk is Het verschijnsel mens.

  terug naar boven

3. Parapsychologie
In 1882 werd in Engeland het genootschap voor parapsychologisch onderzoek, de 'Society for Psychical Research' (SPR), opgericht. Sinds die tijd is er op wetenschappelijke wijze een overweldigende hoeveelheid feiten verzameld die het bestaan van paranormale verschijnselen aantonen. De moeilijkheid is alleen dat de onderzoeken die die feiten hebben opgeleverd, lastig te reproduceren zijn. Eenzelfde soort probleem doet zich voor in de kwantummechanica, waarin de uitkomsten van een onderzoek worden beïnvloed door de opzet ervan. ²)
Door paranormale verschijnselen te onderzoeken is het mogelijk gebieden van de werkelijkheid te ontdekken die nooit kunnen worden gevonden door alleen de stoffelijke wereld te onderzoeken. Door parapsychologisch onderzoek is in ieder geval aangetoond dat mensen beschikken over buitenzintuiglijke vermogens tot informatieverwerving en tot beïnvloeding van materiële processen puur door intentie.

In Nederland bestaan er de volgende instellingen voor wetenschappelijk parapsychologisch onderzoek:
- De Studievereniging voor Psychical Research (SPR)
- Het Parapsychologisch Instituut (PI)

1. De 'Studievereniging voor Psychical Research' (parapsychologie) werd op 4 oktober 1919 opgericht. Haar eerste voorzitter was prof. dr. G. Heymans (Groningen), de nestor van de Nederlandse psychologen.
De vereniging stelt zich ten doel het wetenschappelijke onderzoek van paranormale verschijnselen te bevorderen. Om dat doel te bereiken, ontplooit zij verschillende activiteiten. Zo organiseert zij jaarlijks de Dag van de Parapsychologie met lezingen over parapsychologische onderwerpen.

De SPR wil het vakgebied van de parapsychologie vertegenwoordigen in de academische wereld. Zij streeft ernaar om (opnieuw!) een leerstoel Parapsychologie te vestigen aan een Nederlandstalige universiteit. Vanuit de leerstoel zal zij door middel van cursussen belangstellenden in staat stellen kennis te maken met de onderzoeksmethoden en technieken op het gebied van de parapsychologie, de uitkomsten van dit onderzoek en de problemen die onopgelost bleven. Verder wil zij door het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek bijdragen aan het ontwikkelen van het vakgebied van de parapsychologie.
De 'Studievereniging voor Psychical Research' is een vereniging waar belangstellenden lid van kunnen worden (de website wordt aangepast).

2. Het Parapsychologisch Instituut (PI) in Utrecht is een instelling die zich richt op educatie, hulpverlening en ook parapsychologisch onderzoek. Door onderzoek wil zij meewerken aan het verdiepen van de kennis van paranormale verschijnselen. Met het aanbieden van cursussen, bibliotheek- en documentatiemateriaal en wetenschappelijke publicaties wil zij de wetenschappelijke wereld en geïnteresseerde leken in contact brengen met beschouwingen over paranormale verschijnselen en de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek.
Als instelling voor hulpverlening wil zij mensen helpen die vragen hebben over hun paranormale ervaringen of moeite hebben deze ervaringen te verwerken.
Het Parapsychologisch Instituut is een stichting waarbij iedereen zich kan aansluiten als donateur.

De SPR en het PI geven samen het Tijdschrift voor Parapsychologie en Bewustzijnsonderzoek (TVP&BO) uit.
Klik hier om een artikel van Rick Hanson over neuroplasticiteit uit dit tijdschrift te lezen.
--------------
¹) R. van Wees, De ecologische crisis en de materialistische geestverduistering in wetenschap en maatschappij, Civis Mundi, #2, 16 december 2010, en in Gamma, Tijdschrift van Stichting Teilhard de Chardin, jrg. 17 (2010), nr. 2
²) H. Walach et al., Spirituality: The Legacy of Parapsychology, Archive for the Psychology of Religion 31 (2009) 277-308


terug naar boven