Het onderscheid tussen 'eigendom' en 'bezit'


Deze spreekwijze kon ontstaan en ook blijven voortbestaan, doordat het onderscheid tussen 'bezit' en 'eigendom' niet wordt ingezien. Een eigendom is iets, wat jou eigen is, dat onlosmakelijk bij jou hoort doordat het een 'eigenschap' van je is, bijvoorbeeld je denkvermogen; terwijl een bezit iets is, wat je letterlijk 'bezit', je 'zit erop', waardoor het los van jouzelf is en er een afstand bestaat. Wat je bezit, ben je níet zelf en je kunt het kwijtraken.
Klik hier voor een uitweiding over het onderwerp 'eigendom en bezit'.
Door over 'míjn hogere zelf' te spreken als over een bezit, doordat je het bezittelijke voornaamwoord 'mijn' gebruikt, schep je een afstand, je brengt een toestand van gespletenheid aan in het denken over jezelf; het zou daardoor iets zijn wat je van een afstandje zou kunnen bekijken. In werkelijkheid ben jij als de persoon, de menselijke geest, een éénheid en al jouw eigenschappen zijn een onvervreemdbaar eigendom, geen bezit. Degene die 'ik' zegt, ben jij 'zelf', de menselijke geest als de bron waarin het woordje 'ik' wordt gevormd om daarmee juist alleen zichzelf aan te duiden!
Deze spreekwijze houdt een toestand van overdracht in stand: de menselijke geest, die hier onbewust is van zichzelf, draagt zichzelf over op een gespleten zelfbeeld, dat bestaat uit een 'ego' en een 'zelf', om maar eens een paar van dit soort uitdrukkingen te gebruiken.

Een ander verschijnsel dat zich voordoet, is, dat de ene keer het onderscheid wordt gemaakt tussen 'het ik' en 'het Ik', een andere keer tussen 'het zelf' en 'het Zelf', maar dat ook tussen 'het ik' en 'het Zelf', of 'het valse ik' en 'het ware zelf' onderscheid wordt gemaakt. Steiner meent in zijn boek 'Hoe verkrijgt men bewustzijn op hogere gebieden' dat er een onderscheid moet worden gemaakt tussen 'het lagere Zelf' en 'het hogere Zelf', beide met een hoofdletter.

In de theosofie is men weer van mening dat 'het Hogere Zelf' het 'ongemanifesteerde Zelf' is. Het 'Hogere Zelf' is in deze opvatting iets, dat zich nog niet kenbaar heeft gemaakt, het heeft zich letterlijk 'nog niet vertoond', het is nog niet duidelijk zichtbaar geworden.
Dat is inderdaad het geval met de menselijke geest; want doordat de geest als de levenskracht, als 'het levende' zich door de indaling in het lichaam - in het stoffelijke voertuig voor deze wereld - met het lichaam verbindt, dan verbindt het levende zich met de niet levende, met de dode stof. De geest verbindt zich daardoor met het tegendeel van zichzelf ... en kan daardoor in dit stoffelijke bestaan zichzelf niet zijn. Daardoor wordt de geest hier onbewust van het bestaan van zichzelf als geest.
Daardoor ontstaat een toestand van overdracht, waarbij de geest het in de geestelijke wereld aanwezige zelfbesef op deze wereld overdraagt. Daardoor is de geest zich hier alleen bewust van deze wereld, daardoor lijkt alleen deze wereld werkelijk te zijn.
Niets herinnert hier de geest van zichzelf als geestelijk wezen. Deze geestestoestand wordt in de theosofie het 'ongemanifesteerde Zelf' genoemd.

Doordat al deze kunstvormen alleen een aanduiding zijn van denkbeelden, bestaat er geen eenduidige samenhang tussen de woorden en de ermee samenhangende begrippen, waardoor deze samenhang in iedere beschouwing over dit onderwerp volkomen persoonlijk en willekeurig kan zijn; iedere schrijver of levensbeschouwing kan wat dit betreft een eigen voorkeur in het gebruik ervan ontwikkelen en tot uitdrukking brengen.
Dat 'het-ik-zeggers' zelf in de war kunnen raken door hun eigen woordgebruik, blijkt uit deze uitspraak van de geleerde Dr. Ralph Blum (die overigens een uitstekend boek heeft geschreven over 'Het Orakel der Runen'): "Verder wordt hier [van u] de acrobatisch dansende energie van het evenwicht verlangd om het Hogere Zelf en het ego-zelf in balans te laten bengen." Nu moet dus het 'Hogere Zelf' in het 'ego-zelf' opgaan en moet 'u' [wie is hier dan die 'u'?] een 'balans' 'láten aanbrengen' (blijkbaar door nog weer iets of iemand anders).
Nu blijkt er naast 'het Zelf' en 'het ego' ook nog eens een 'het ego-zelf' te bestaan! Het einde is zoek in het bedenken van dit soort kunstmatige uitdrukkingen en in zijn eigen boek vraagt de schrijver zelf zich een keer af of dit woordgebruik wel de werkelijkheid betreft!
Die prangende vraag wordt begrijpelijk als op één en dezelfde bladzijde van zijn boek de volgende zinnen zijn te lezen:
- "Wanneer u de Runen raadpleegt, vraagt u uw Hogere Zelf om raad." (het woordje 'uw' duidt hier op een bezit van degene die met 'u' wordt aangesproken, de lezer)
- "De drang om te veroveren (de Rune Teiwaz) is hier overheersend, speciaal de verovering van het Zelf."
- "Heden ten dage versterkt deze Rune (Teiwaz) uw besluit in de strijd van het Hogere Zelf met het zelf."
Eerst richt de 'u-zegger' (de menselijke geest als de persoon) zich met een vraag tot zijn 'Hogere Zelf'; vervolgens blijkt die 'u-zegger' het 'Zelf' te willen veroveren (hij bezit het toch al?); en tot slot blijkt er ook nog sprake te zijn van een innerlijke strijd, waarin de 'u-zegger' (de persoon) samenspant met het 'Hogere Zelf' tegen het 'zelf'...
Maar in een ander boek las ik weer: 'De interacties tussen 'ego en het Zelf' leiden tot wijsheid', maar ook '... offer uzelf en uw ego op ten behoeve van de ontwikkeling van uw innerlijk leven ...'

Het wordt allemaal erg ingewikkeld als men in de klinische psychologie ook nog eens van mening is dat het juist noodzakelijk is om een 'stevig ego' te ontwikkelen!
Het wordt nog ingewikkelder als deze spreekwijze naar moderne neigingen ook nog wordt verweven met de kwantummechanica; want met voorliefde uit (nota bene) de natuurkunde geleende termen schijnen de betrouwbaarheid van uitspraken op welk gebied dan ook te versterken.
Waar Jung het nog overzichtelijk heeft over 'het ego' en 'het Zelf', meent de schrijver Amit Goswami dat een mens een EGO heeft (dat is: Redeneren, Continu, Gedetermineerd, Lineair, Lokaal, Persoonlijk en Klassiek-logisch) en een KWANTUMZELF (dat is: Creatief, Discontinu, Synchronistisch, Holistisch, Non-lokaal, Transpersoonlijk en Kwantumlogica).

Klik hier voor een gedeelte uit het boek 'Contemplatieve psychologie' van dr. Han de Wit, waarin hij 'het 'ik'-concept' (terecht) bespreekt als een 'imaginaire entiteit'. In zijn boek 'De verborgen bloei' beschrijft hij wel het ontstaan van 'ego', maar maakt daar dan weer een onderscheid tussen 'ego' en 'het ego'.
Tansley schrijft in 'De kosmische mens' dat de 'loutering van het laagste ik' een thema is in elke godsdienst... Maar dan moet er toch ook een 'hoogste ik' zijn.
Iedere schrijver heeft zo zijn eigen mening en daarbij behorende verzameling uitdrukkingen over dit onderwerp.

Bovendien is een hoofdletter een verschijnsel dat zich alleen voordoet in de schrijftaal: het bestaat alleen op papier. Een hoofdletter is alleen een taalkundige afspraak de letter aan het begin van de zin of bij eigennamen groter te schrijven. In de klánken van het woord die door de woordscheppende geest tijdens het spreken worden geuit, kan het onderscheid tussen kleine letter en hoofdletter niet worden gemaakt: de menselijke geest zelf spreekt alleen in kleine letters!
Er zijn op aarde veel talen die geen hoofdletters kennen, bijvoorbeeld Aramees (de taal van Jezus), Hebreeuws, Arabisch en Chinees - daar kan men dus dat onderscheid niet maken. In het Duits daarentegen worden álle zelfstandige naamwoorden met een hoofdletter geschreven, daar is het altijd 'das Ich' en 'das Selbst'... in het Duits kent men niet een 'das ich' of 'das selbst'! Terwijl in het Engels het persoonlijke voornaamwoord 'ik' altijd met een hoofdletter wordt geschreven: 'I'. Ook daar kent men geen 'i' en kiest men noodgedwongen voor het Latijnse 'ego'.
Het is daardoor duidelijk dat het gegoochel met hoofdletters volkomen willekeurig is en zonder betekenis. Ook als een engel Gods de menselijke geest een boodschap ingeeft, gebeurt dat in kleine letters. De mening dat 'Liefde' iets verheveners zou zijn dan 'liefde' of het 'Zelf' iets hogers dan het 'zelf', is ook hierdoor louter denkbeeldig.


terug naar het overzicht






^