De verpersoonlijking van het woord 'zelf'


Een ander woord dat een met het woord 'ik' overeenkomende betekenis heeft, is het aanwijzende voornaamwoord 'zelf'. Taalkundig juist wordt het in de zin gebruikt om het onderwerp nadruk te geven. De zin: "Ik heb het zélf gedaan!" is een versterking van: "Ik heb het gedaan!" en betekent als het ware: "Ik, ík heb het gedaan!"
Op dezelfde wijze als met het woord 'ik' is gebeurd en ook door dezelfde oorzaak, is de menselijke geest in de begintoestand van zelfbewustwording ertoe overgegaan ook het woord 'zelf' als overdrachtsdrager te gebruiken. Ook met dit woord spreek je op afstandelijke wijze over jezelf als over 'het zelf' en 'het Zelf', het 'lagere zelf' en het 'hogere zelf', jeZelf en ook je(Zelf), enzovoort, enzovoort met dezelfde onderscheiding in taalvormen als bij 'ik'; ook een zoektocht naar een 'dieper Zelf' zou tot de mogelijkheden behoren.

Ook 'het zelf' is door de verpersoonlijking in gedachten een handelende zelfstandigheid geworden, die als zodanig in de literatuur wordt beschreven.
De taalkundige ongerijmdheid en willekeurigheid van de verzelfstandiging van het aanwijzende voornaamwoord 'zelf' wordt duidelijk door de overweging, dat evengoed het wederkerende voornaamwoord 'zich' zou kunnen worden gekozen. Ook dat verwijst immers evenals 'zelf' naar het handelende onderwerp in de zin. Bovendien hangt het woord 'zich' oorspronkelijk ook nog samen met het persoonlijke voornaamwoord 'zij'. De aanduiding 'het zich' of 'het Zich' heeft echter de verbeelding niet kunnen prikkelen en is nooit gebruikt. In tegenstelling tot 'das Es': 'het Het', dat als woord in deze vorm evenmin enige inhoud heeft doordat het in feite álles kan betekenen, maar toch enige tijd zelfs een wetenschappelijke status heeft gehad vanwege het aanvankelijke gezag van de bedenker van deze uitdrukking, Sigmund Freud.

Opmerking. Doordat India een Britse kolonie was, zijn hindoeïstische en boeddhistische geschriften het eerst in het Engels vertaald (o.a. door de jurist(!) John Woodroff, alias Sir Arthur Avalon). Daardoor is het woord 'Atman' vertaald geworden met 'the self'; wat daarna door iedereen kritiekloos is overgenomen.
Het woord 'atman' hangt echter samen met het Sanskriet werkwoord 'an': ademen. 'Atman' is daarmee 'de ademende' en de kracht die de mens laat ademen, is de levenskracht, de geestkracht... de Atman is de menselijke geest.
In het Grieks en Latijn, net als het Sanskriet Indo-Europese talen, is 'adem': 'pneuma' en 'spiritus', woorden die - net als in het Sanskriet - zowel 'adem' als 'geest' als betekenis hebben.
In het Zweeds is 'geest': anda.


terug naar het overzicht






^