Numeri 9:15-19, De wolk, het vuur


In het bijbelboek Numeri staat een deel van de tocht beschreven die de Israëlieten door de Sinaïwoestijn maakten na de uittocht uit Egypte. Tijdens die toch maakten zij een verplaatsbare tent, de 'tent der samenkomst' of 'tabernakel', waarin zij hun godsdienstige rituelen uitvoerden. In die tent stond ook de Ark van het Verbond, die de tafelen met de Tien Geboden van Mozes bevatte.
Gods aanwezigheid bij en leiding aan het volk was overdag kenbaar aan een wolk die zich boven het tabernakel bevond en 's nachts aan een vuur op diezelfde plaats.

Numeri 9:15-19
Op de dag waarop de tabernakel met de verbondstekst was opgebouwd, werd hij overdekt door een wolk. Die avond was de wolk als een lichtend vuur boven de tabernakel te zien en dat bleef zo tot de volgende morgen. Zo was het voortdurend: de wolk overdekte de tabernakel en was 's nachts te zien als een vuur.
Telkens als de wolk zich van de tent verhief trokken de Israëlieten verder en op de plaats waar de wolk stilhield sloegen ze hun kamp op. Op bevel van de HEER trokken de Israëlieten verder, en op bevel van de HEER sloegen ze hun kamp op. Zolang de wolk op de tabernakel rustte, bleven ze op de plaats waar ze waren. Bleef de wolk lange tijd boven de tabernakel hangen, dan braken de Israëlieten al die tijd niet op; ze hielden zich aan de aanwijzingen van de HEER.


IHWH - Jahweh
in een wolk van licht en warmte
De wolk en het vuur werden de 'Sjechinah' genoemd: 'Zij die bij ons woont'. Op deze wijze was God de geestelijke begeleidster van het volk bij hun tocht door de woestijn.

De wolk en het vuur vormden een eenheid en daardoor in feite een 'wolk van licht en warmte'. Aan mij werd getoond dat de menselijke geest door verdichting voortkomt uit de goddelijke algeest, een oneindige zee van geestelijk licht en geestelijke warmte, als zo'n zelfde bolvormige wolk.
Het verschil is dat in Gods wolk van licht en warmte Gods heilige geest in zijn geheel aanwezig is, rechtstreeks uit de goddelijke algeest, terwijl in de wolk van de menselijke geest al Gods eigenschappen in aanleg aanwezig zijn en door de menselijke geest nog tot ontwikkeling moeten worden gebracht op zijn tocht door dit dorre, stoffelijke bestaan, uitgebeeld door de tocht door de woestijn.

In het Grote Johannes Evangelie deel 8 wordt de geschiedenis van de leerling Kado beschreven. Verblijvend op het eiland Patmos maakt hij twee keer mee dat Jezus aan hem en zijn metgezellen verschijnt in de vorm van een wolkje. Hieronder de eerste beschrijving.

Grote Johannes Evangelie 8, 177 Het merkwaardige verschijnsel op het eiland Patmos
[...]
[10] Twee jaar geleden, zo ongeveer in dit jaargetijde, bevond ik (Kado) mij met mijn gezin en enkele dienaren op de beschreven plaats en had juist het grootste en beste deel van de goede oogst onder dak gebracht. En aangezien het na gedane arbeid goed rusten is, rustten wij dan ook op een mooie avond op het ruime bordes van ons torenhuis en keken vandaar naar de zee met haar golvenspel, de vissersboten die op de zee ronddobberden, waarvan er ook enkele met hun vangst stevig naar de oever roeiden, en zo was er bij de ondergaande zon nog veel bijzonders te bekijken, wat onze zee steeds in rijke mate oplevert.
[11] Zo zaten wij heel vrolijk zo lang bij elkaar, tot de nacht zich met haar sterrengewaad helemaal over de zee en het land had uitgestrekt. De zee werd toen ook zo volkomen rustig, dat wij ver weg in haar rustige spiegel de sterren bijna net zo zuiver zagen stralen als ze aan het hoge en wijde firmament te zien waren. Omdat het nu wat koel begon te worden, ging mijn gezin het huis binnen; ikzelf bleef echter nog met een paar dienaren op het bordes en sprak met hen over allerlei zaken en bezigheden, die de volgende dag ons zou bieden.

Wolkje
[12] Toen ik nog zo in gesprek was, maar intussen mijn blik toch over de wijde rustige vlakte van de zee het dwalen, om te zien of er niet hier of daar iets te ontdekken viel waar men meer aandacht aan zou kunnen wijden, zag ik vanuit het oosten een sneeuwwit wolkje snel op ons eiland afkomen. En hoe dichterbij het kwam, des te helderder en groter werd het. Heel dicht bij het eiland werd het zo helder, dat de zee door het licht ervan in de wijde omtrek zo sterk verlicht was, dat men alles veel nauwkeuriger kon onderscheiden dan bij het licht van de volle maan.
[13] Toen het genoemde wolkje het eiland helemaal bereikt had, verhief het zich plotseling tot op dezelfde hoogte als ons torenhuis. Op het moment dat het zich verhief was het echter hemelsbreed nog zo ver van ons torenhuis verwijderd, dat men een uur nodig gehad zou hebben om de plaats te bereiken waarboven het lichtende wolkje, dat nu rustig zwevend stilstond, zich bevond.
[14] Het wolkje stond echter maar een korte tijd stil; daarna begon het nogmaals te bewegen, het kwam recht op ons torenhuis af, wat mij en mijn beide dienaren geen aangenaam gevoel gaf, en wij achtten het raadzaam om zo snel mogelijk het huis in te vluchten en af te wachten wat er tenslotte allemaal nog uit dit verschijnsel zou voortkomen.
[15] Wij hadden nog maar nauwelijks de grote kamer bereikt, of het wolkje was al bij het torenhuis en verspreidde door zijn sterke straling een bijna daghelder licht in het hele huis, dat helemaal door het wolkje omhuld was. Wij waren met velen in huis, allemaal moedige en heel koelbloedige lieden, (425) en toch durfde niemand naar buiten te gaan om te onderzoeken wat er toch aan de hand was niet dat wonderlijke wolkje. Ja, nieuwsgierigheid en vooral mijn weetgierigheid spoorden ons aan om naar buiten te gaan en te onderzoeken hoe ver het wolkje zich over het huis uitgespreid had, maar toch konden wij onze vrees niet zover meester worden, dat wij onze nieuwsgierigheid en weetgierigheid hadden kunnen bevredigen.
[16] Het wonderlijke wolkje bleef nu onveranderlijk om ons huis hangen en week noch naar links noch naar rechts, en wij werden erg bang, zodat wij het gereedstaande avondmaal niet durfden te gebruiken. [17] Een oude, trouwe dienaar van mijn huis, die heel vertrouwd was met de zee en de uiteenlopende verschijnselen daarvan, zei na lang nadenken: "Daar schiet me iets te binnen! Een schipper uit Palestina, die hier aanlegde en wijn en zoet water in zijn schip laadde, heeft mij een jaar geleden verteld dat het nu in het rijk der joden leek alsof de oude god Zeus met alle andere goden de Olympus wilde verlaten en daar ergens zijn residentie wilde oprichten.
[18] Hij, de schipper, had in een plaats in dit rijk zelf mensen gezien en hen ook geobserveerd en hij vertelde: wat deze mensen maar willen en uitspreken, gebeurt dan ook onmijddellijk. Enkel door het woord genezen ze de meest kwaadaardige ziekten, blinden worden ziende, doven horen, lammen en kreupelen en jichtlijders, jonge en oude, krijgen rechte ledematen en springen rond als herten en gazellen, en zelfs overledenen krijgen een nieuw leven. Behalve dat worden er nog duizenden andere nooit gehoorde wonderdaden verricht, enkel door de wil en het woord van deze godmensen.
[19] Wie kunnen deze mensen anders zijn dan alleen de hoge goden?! De aardse mensen hebben in onze tijd ieder geloof in de goden verloren, en de aanzienlijken hebben zich al sinds lange tijd in de armen geworpen van verschillende filosofen en wijsgeren en ieder bestaan van de goden tot een inhoudsloze fabel gemaakt, die zelfs voor het gewone volk nauwelijks meer deugt; maar de hoge goden hebben zich nu waarschijnlijk weer eens opnieuw ontfermd over de blinde en ongelovige mensen en zijn nu in het nog meest gelovige rijk van de joden in mensengedaante naar de aarde afgedaald, om hen te tonen dat zij, de eeuwigen, blijven bestaan, ondanks het feit dat ze nu al door ontelbaar vele wijsgenge atheïsten volkomen geloochend worden. Heel veel Grieken en Romeinen reizen er nu heen en overtuigen zich nu zelf van deze wonderbaarlijke waarheid.
[20] Welnu - sprak mijn oude, trouwe dienaar verder - kan het niet zo zijn dat de goden, die nu in het rijk der joden zetelen, ons in dit lichtwolkje een of andere beschermgeest gezonden hebben, omdat wij toch nog iets van het oude geloof bezitten en het ook voorzover mogelijk nog beoefenen, om zodoende ook ons een teken te geven van hun bestaan op aarde? Dat is nu zo mijn mening en het kan ook meteen als een volle waarheid beschouwd worden, omdat het verhaal van die schipper mij nu voor het eerst sinds een jaar te binnen is geschoten, terwijl ik het me anders (426) waarschijnlijk nauwelijks ooit weer herinnerd zou hebben. Dit wolkje heeft kennelijk mijn herinnering wakker gemaakt."
[21] Toen mijn dienaar uitgesproken was, kregen wij moed en gingen naar buiten om ons wolkje te bekijken. Maar wij waren nog maar nauwelijks buiten, of het wolkje verhief zich en trok zich heel snel weer terug naar waar het vandaan gekomen was. Wij keken het wolkje net zo lang na, tot het in de verte helemaal uit onze ogen verdween. Daarop gingen wij nadenkend gestemd weer het huis binnen, aten welgemoed ons maal en begaven ons daarna spoedig te ruste.'


terug naar de geestelijke vermogens

terug naar het weblog







^