|
De samenvatting van geestkunde
Ooit heb ik gezegd: Gij zijt goden,
ja, allen zonen van de Allerhoogste.
Psalmen 82:6; Matth. 10:34
Heilig zult gij zijn, want ik, de heer uw God, ben heilig.
Leviticus 19:1-2; Matth. 5:48
Geestkunde is de kennis van zichzelf als menselijke geest en van de weg naar zelfverwerkelijking en hereniging met de goddelijke algeest.
1. Geestkunde beschrijft de geest als de bewuste levenskracht, die in de geestelijke wereld ervaarbaar is als een bolvormige wolk van geestelijk licht en geestelijke warmte.
Met deze oereigenschappen hangen de vermogens samen, waaraan de geest in deze wereld herkenbaar is: het waarnemen, denken, voelen en willen.
2. Door de werkzaamheid van deze vermogens in zichzelf als bolvormige wolk, vormt de geest om zich heen een uitstraling, de eivormige ziel (aura).
Door de ontwikkeling van de eigenschappen van de vermogens krijgt de ziel langzamerhand de vorm van menselijke geestgedaante. De eigenschappen van de geestgedaante komen op aarde tot uitdrukking in het lichaam.
3. Door deze vermogens, het éigen licht en warmte, bewust en beheerst te gaan gebruiken, kan de geest zich van zichzelf bewust worden, zich uit de remmende aanvangstoestand van onbewuste vereenzelviging bevrijden, daardoor zichzelf als geestelijke zelfstandigheid verwerkelijken...
4. en zich door zélfbezinning met de geestelijke oorsprong, de goddelijke algeest, die de brón van het eigen licht en warmte is, herenigen.
De menselijke geest is in wezen een 'algeestverdichting', een 'algeestvonk' en in de betekenis van dit woord liggen al deze eigenschappen besloten.
|
De hoofdonderwerpen van geestkunde
|
| 1 De geest beschikt over vier vermogens: |
2 de opbouw van de mens naar geest, ziel en lichaam: |
3 de geestelijke ontwikkeling: |
4 de hereniging met de algeest, |
het waarnemen, denken, voelen en willen die in- en uitgekeerd kunnen zijn.
Door de vermogens te gebruiken, vormt de geest een uitstraling om zich heen, die de oorzaak is van (2) |
de eivormige uitstraling van de geest is de ziel (aura); door de eigenschappen van de vermogens wordt de ziel deel na deel omgevormd tot de geestgedaante, die op aarde de menselijke vorm aan het lichaam geeft.
Bewust en beheerst gebruik van de geestelijke vermogens leidt tot (3) |
de bewustwording van de eigen onbewuste vereenzelviging met dit bestaan, de gehechtheid eraan en de eenzijdigheid in de persoonlijkheid; daarna tot zelfverwerkelijking door te streven naar bevrijding daaruit;
en ten slotte door zelfbezinning tot (4) |
de geest van het heelal, van geestelijk licht en geestelijke warmte, die alomtegenwoordig is;
daaruit is de menselijke geest door verdichting voortgekomen en daarin leeft die als de algeestvonk, een bolvormige wolk van datzelfde licht en diezelfde warmte. |
Door Jezus wordt duidelijk dat u uw vroegere levenswandel moet opgeven
en de oude mens, die te gronde gaat aan bedrieglijke begeerten, moet afleggen,
dat uw geest en uw denken voortdurend moeten worden vernieuwd
en dat u de nieuwe mens moet aantrekken, die naar Gods wil geschapen is
in waarachtige rechtvaardigheid en heiligheid.
Paulus, Brief aan de Efeziërs, 4:22-24
De enige weg naar God... is een nieuw gemoed.
Jacob Boehme (mysticus, 1575-1624)
Ik ben een God in 't diepst van mijn gedachten,
En zit in 't binnenst van mijn ziel ten troon
Over mijzelf en 't al, naar rijksgeboôn
Van eigen strijd en zege, uit eigen krachten...
Willem Kloos (theosoof, dichter; uit Verzen, 1894)
De schepping heeft een oorsprong,
dat is de moeder van de wereld (Tao).
Als men de moeder kent,
kent men het kind (zichzelf),
Wie het kind kent en zich houdt aan de moeder,
is buiten gevaar bij het einde van het lichaam.
Oren en ogen sluitend, zijn zintuigen versperrend,
dan zal men bij het einde van het lichaam
zonder zorgen zijn.
Oren en ogen openend, zijn zaken reddende,
dan zal met bij het einde van het lichaam
reddeloos zijn.
Het ijle (Tao) zien, heet verlicht zijn,
zachtmoedigheid bewaren, heet sterk zijn.
De straling volgend (zelfinkeer)
om tot het licht terug te keren...
zo verliest men niets bij de ondergang van het lichaam.
Dat heet: bekleed zijn met eeuwigheid.
Lao tse - Tao teh tsjing LII
Dat, wat dat ijle is, dat is de Geest van de gehele wereld (Brahman, de algeest).
Dat is de werkelijkheid, dat is de Atman (de menselijke geest). Dat zijt gij.
Tsjandogya oepanisjad, 6.8.7
Ik (Jezus) zeg jullie: al het uiterlijke, al is het op zichzelf nog zo zuiver, doodt; alleen de geest heeft het leven en maakt alles levend waar hij in doordringt. Jullie moeten mijn leer daarom ook heel kort en eenvoudig samenvatten, slechts zover de mensen deze over het algemeen nodig hebben.
En wie deze leer in praktijk brengt, zal ook in de mate van zijn werkzaamheid de geest van God in zichzelf opwekken.
Merken jullie nu wat voor een totaal andere weg Ik jullie met mijn leer wil wijzen; een weg waarop men binnen de kortste tijd, als men maar echt wil, toegang tot alle wijsheid der hemelen kan verkrijgen! Met één innerlijke, geestelijke blik zal hij meer over de diepste oorsprong leren kennen dan door tien maal honderdduizend jaar te lezen.
Ik ben deze weg en de waarheid en het leven! Jullie moeten van nu af aan zelf werkzaam worden volgens mijn leer, dan zal je ziel levendiger en lichter worden en pas dan zal mijn geest in jullie ziel zijn intrek nemen en je in alle wijsheid binnenleiden.
Jakob Lorber, Grote Johannes Evangelie V/124
Ik heb mijn God lief boven al...
want zoals Jezus ben ik Gods godenzoon/godendochter;
Ik heb mijn naasten lief als mijzelf...
want zoals Jezus ben ik een mensenzoon/mensendochter.
Alleen dit zelfbewustzijn leidt tot albewustzijn.
Geestkunde
terug naar boven
|
|