GEESTKUNDE
    inleiding
    inhoud
 1  de menselijke geest
 2  geest, ziel en lichaam
 3  de aanvangstoestand
 4  geestelijke ontwikkeling
 5  geestelijke hereniging
    samenvatting
    Geestkunde (boek)
    De Levensweg (boek)
    boekbesprekingen
    over de schrijver
    literatuuroverzicht
    verklarende woordenlijst
    Jezus
    Zo boven, zo beneden
    godsdienst en wetenschap
    Hildegard  visioenen
    Dante  La Commedia
    de Gulden Snede
    nieuwe openbaringen
    het 'ik' en het 'zelf'?
    gedicht
    teksten
    voor de jeugd
    gastenboek
    contact
    agenda
    colofon
    links

























Zo boven, zo beneden: spreuk uit de Tafel van Smaragd (Tabula Smaragdina Hermetis)

1. De Tafel van Smaragd, vertalingen
2. De Tafel van Smaragd in het licht van geestkunde
3. Zo de geest uit de algeest, zo het lichaam uit het heelal
4. 'Zo boven, zo beneden' en het hexagram
5. Overeenkomsten met de Indiase esoterische literatuur
6. De overeenkomst met Plato's Ideeënleer
7. Overeenkomsten in de Westerse esoterische literatuur
8. Einsteins speciale relativiteitstheorie: E= mc²
9. De geesteshand (boven) en neuronale plasticiteit (beneden)


1. De Tafel van Smaragd, vertalingen
De Tafel van Smaragd is een kort alchemistisch tractaat dat wordt toegeschreven aan de legendarische Egyptische wijze Hermes Trismegistos (De Drievoudig Grote Hermes). Het is een korte, kernachtige samenvatting van de alchemistische wereldbeschouwing in drie punten.
De oudste vindplaats van de tekst is in de werken van de Arabische geleerde Jabir ibn Hayyan (8ste eeuw, Alexandrië). Deze tekst is vertaald in het Grieks en van daaruit in het Latijn door o.a. Marsilio Ficino (1433-1499, o.a. leider van de Platoonse Academie in Florence) en Chrysogonus Polydorus (1498-1552). Zij had een hoog aanzien en is in de Middeleeuwen en daarna door heel Europa verspreid geweest.
De Engelse natuurkundige Isaac Newton was naast natuurwetenschapper ook alchemist. Hij maakte een uitgebreide studie van de tekst met het doel "een nauwkeurige kennis van de werking van de Godheid bij het organiseren en belevendigen van de inerte deeltjes der materie in de microkosmos te verkrijgen." Een van zijn uitspraken was dat: "Alle materie die naar behoren gevormd is, gaat gepaard met tekenen van leven." Newton ging er met andere woorden van uit dat de geest zich in de stof uitdrukt.

De tekst van de Tabula Smaragdina met daaronder een van de mogelijke vertalingen.
(Bron: Wikipedia, toevoegingen tussen haakjes van de vertaler)

Verum, sine mendacio, certum et verissimum:
(Het volgende is) waar, ongelogen, zeker en zeer waar:
Quod est inferius est sicut quod est superius
Wat lager is, is zoals wat hoger is en wat hoger is, is zoals wat lager is;
et quod est superius est sicut quod est inferius ad perpetranda miracula rei unius.
(Denk hieraan) bij het verrichten van de wonderen van de ene zaak.
Et sicut res omnes fuerunt ab uno, meditatione unius,
En zoals alle dingen zijn ontstaan uit het ene, door bezinning van het ene,
sic omnes res natae ab hac una re adaptatione.
zo (zijn) alle dingen geboren uit deze ene substantie door middel van aanpassing.
Pater eius est Sol, mater eius est Luna.
De vader ervan is de Zon, de moeder ervan is de Maan.
Portavit illud ventus in ventre suo.
De wind heeft het gedragen in zijn buik.
Nutrix eius terra est, pater omnis telesmi totius mundi est hic.
De voedster ervan is de aarde, deze is de vader (...) van de gehele wereld.
Virtus eius integra est.
De kracht ervan is volkomen.
Si versa fuerit in terram, separabis terram ab igne, subtile ab spisso suaviter.
Als deze kracht op aarde gegoten is, moet je voorzichtig aarde van vuur scheiden, het fijne van het grove.
Magno cum ingenio ascendit a terra in coelum,
(Als je te werk gaat) met groot verstand, stijgt (deze kracht) van de aarde op naar de hemel,
iterumque descendit in terram et recipit vim superiorum et inferiorum.
daalt weer af naar de aarde en ontvangt energie van de hogere en de lagere (regionen).
Sic habebis gloriam totius mundi. Ideo fugiet a te omnis obscuritas.
Zo zul je de glorie van de hele wereld verwerven. Daardoor zal alle duisternis van je wegvluchten.
Haec est totius fortitudinis fortitudo fortis,
Dit is de kracht in zijn meest geconcentreerde vorm,
quia vincet omnem rem subtilem omnemque solidam penetrabit. Sic mundus creatus est.
omdat (deze kracht) elke ijle en vaste stof zal doordringen. Zo is de wereld geschapen.
Hinc erunt adaptationes mirabiles, quarum modus est hic.
Op de wijze die hier beschreven is, zullen hieruit wonderlijke aanpassingen voortkomen.
Itaque vocatus sum Hermes Trismegistus, habens tres partes philosophiae totius mundi.
Daarom word ik Hermes Trismegistus genoemd, omdat ik de drie delen van de filosofie van de gehele wereld bezit.
Completum est quod dixi de operatione solis.
Dit is wat ik te zeggen had over de werking van de Zon.

  terug naar boven


2. De Tafel van Smaragd in het licht van geestkunde
Door de reeks van vertalingen uit de Arabische oertekst weten wij niet zeker hoe de oorspronkelijke tekst eruit heeft gezien. Iedere vertaler beoordeelt de betekenis van de Latijnse tekst ook op zijn eigen wijze. Klik hier om twee andere vertalingen in te zien.
Ieder die deze tekst leest, kan er ook zijn eigen oordeel over uitspreken. Ik neem hierbij de vrijheid De Tafel van Smaragd vanuit geestkundig oogpunt te bezien door die tussen haakjes in de tekst te zetten. Het blijkt dan dat deze oude tekst - die algemeen wordt gezien als kernachtige samenvatting van de alchemistische levensbeschouwing - de drie kernpunten van geestkunde beschrijft:

De Smaragden Tafel van Hermes Trismegistus (De Drievoudig Grote Hermes) met daarin de uitspraak: Zo boven, zo beneden.

Het volgende is waar, ongelogen, zeker en zeer waar:

1. (De overeenstemming)
Wat lager is (de menselijke geest, verdichting uit de algeest), is zoals wat hoger is (de algeest) en wat hoger is, is zoals wat lager is. Denk hieraan bij het verrichten van de wonderen van het Grote Werk (het alchemistische werk van de zelfverwerkelijking: de omvorming van de eigen geestesgesteldheid).

2. (De algeest)
Zoals alle dingen zijn ontstaan uit het Ene (de algeest, die boven is), door bezinning van het Ene (de bezinning op de eigenschappen van zichzelf), zo zijn alle dingen geboren uit de substantie van deze Ene door middel van de omvorming (de omvorming door de algeest van zichzelf door middel van verdichting).

De vader ervan is de Zon (goud, vuur, de dag, de lichtende warmte*), de moeder ervan is de Maan (zilver, water, de nacht, de donkere koelte*). De wind heeft het gedragen in zijn buik. De voedster ervan is de aarde, deze is de vader van de gehele wereld.
De kracht ervan is volkomen. (de kracht van het vuur (willen), het water (voelen), de lucht (denken) en de aarde (waarnemen): de kracht van de geestelijke vermogens, afkomstig van eigenschappen van de algeest)
(* zie boek Geestkunde, hoofdstuk 1)

3. (De menselijke geest en zijn ontwikkeling)
Als deze kracht (de menselijke geest) op aarde (in een lichaam) gegoten is (de in een lichaam geboren menselijke geest: de mens, die beneden is), moet je voorzichtig aarde (lichaam) van vuur (geest) scheiden (onderscheiden: bewust worden), het grove van het fijne. Als je zo te werk gaat met geestelijk inzicht, stijgt deze kracht (de geest) van de aarde op naar de hemel (de geestelijke hereniging), daalt weer af naar de aarde en ontvangt levenskracht van de hogere en lagere werelden (door het verwerken van opgedane ervaringen).

Zo zul je de glorie van de hele schepping verwerven (het doel van de schepping bereiken). Daardoor zal alle duisternis van je wegvluchten (zelfbewustwording en albewustwording). Dit is de kracht (geestkracht) in zijn meest ontwikkelde vorm, omdat deze kracht elke ijle en vaste stof zal doordringen.
Daarvoor is de wereld (als geestelijke leerschool) geschapen. Op de wijze die hier beschreven is, zullen wonderlijke omvormingen (geestelijke zelfverwerkelijking en hereniging) geschieden.

Daarom word ik Hermes Trismegistus genoemd, omdat ik de drie delen van de filosofie van de gehele wereld bezit. Dit is wat ik te zeggen had over de werking van de Zon.

De geestelijke werkelijkheid voor jou die de betekenis van deze woorden tot zich door laat dringen, is:
  • je bent in wezen een menselijke geest, de eeuwige, vermogende levenskracht,
  • door verdichting als een geestvonk voortgekomen uit de goddelijke algeest,
  • die in dit tijdelijke bestaan eenzaam een moeizame leerschool doorloopt
  • met het doel zélf je geestelijke zelfstandigheid te verwerkelijken,
  • door al je levenservaringen zélf te verwerken.
  terug naar boven


3. Zo de geest uit de algeest, zo het lichaam uit het heelal
Wat ik in de geestelijke wereld in het algeheugen heb mogen zien, is de ontstaansgeschiedenis van de menselijke geest.
Nadat de beweging en zijn lichtende warmte zich had verenigd met de rust en haar donkere koelte, was de algeest voor mij zichtbaar geworden als de zee van licht en warmte in de eeuwige oneindigheid van de goddelijke algeest. ¹) Daarna ontstond voor mijn geestesoog de menselijke geest als een verdichting van het licht en de warmte van de algeest: de geboorte van de menselijke geest uit en in de goddelijke algeest.
Later ontstond door de werkzaamheid van de geestelijke vermogens rondom de menselijke geest de ziel als uitstraling van die werkzaamheid; en daarna door de ontwikkeling van de vermogens de geestgedaante, de geestelijke, menselijke gestalte.

De stoffelijke schepping is ruim 13 miljard jaar oud. In die tijd hebben er een aantal kringlopen plaatsgevonden waarbij herhaaldelijk uit wolken waterstofgas grote sterren werden gevormd, die ten slotte door hun eigen gewicht instortten en daarna ontploften. Door de krachten die daarbij vrijkwamen, werden alle scheikundige elementen gevormd die nu het heelal uitmaken en die als sterrestof de ruimte in werden geblazen.
In ons tijdperk konden door de verdichting van al die elementen en van de moleculen die zich daaruit hadden gevorm, de zon en de planeten worden gevormd, zoals onze aarde. Gelijktijdig met de ontwikkeling van de geestgedaante in de geestelijke wereld, ontwikkelden zich op aarde de soorten als de stoffelijke levensvormen, waarin de geest vanaf het begin kon neerdalen om op aarde levenservaring op te doen.

Zoals de menselijke geest door verdichting uit de algeest is ontstaan, zo is het lichaam door vormgeving van sterrestof uit het heelal op aarde tot ontwikkeling gekomen.
---------------
¹) Geestkunde, Hoofdstuk 1

  terug naar boven


4. 'Zo boven, zo beneden' en het hexagram

Het zinnebeeld dat met de spreuk 'Zo boven, zo beneden' samenhangt, is het hexagram, de zespuntige sterveelhoek. Het is een zinnebeeld voor de eenheid van wat zich als een tweeheid voordoet: de eenheid der tegendelen. In die zin is het ook een weergave van: 'Zo boven, zo beneden'; het verbeeldt de eenheid van wat boven en wat beneden is, het geestelijke en stoffelijke.
In de alchemie stond de rechtopstaande gelijkzijdige driehoek voor mannelijkheid en vuur (omhoogstijgend), de omgekeerde driehoek voor vrouwelijkheid en water (neerstromend), en hun innige verstrengeling. Het hexagram gold daar als 'het belangrijkste teken van het hele universum'.
Het is het teken van de hereniging, dat in de Indiase literatuur (Tantra yoga) bekend staat als de Shri Yantra, de volledige doordringing van elkaar van de beide geslachten. Het hexagram komt in allerlei culturen over de hele wereld voor (ook in Peru). Pas in de tijd van de koningen Salomo en David werd het met Israël vereenzelvigd als het Salomonszegel of de Davidster.
Dat het hexagram een kosmische betekenis heeft, toont dit graancirkelhexagram dat vanuit de geestelijke wereld in een graanveld is afgedrukt.

  terug naar boven


5. Overeenkomsten met de Indiase esoterische literatuur
In de esoterische literatuur zijn meer vindplaatsen waar de uitspraak 'Zo boven, zo beneden' in tot uitdrukking komt. Ondermeer in de Indiase literatuur:

Tsjandogya oepanisjad
3.14.4 Die Atman (de menselijke geest) van Mij in het hart is Brahman (de goddelijke algeest).
6.8.7 Dat, wat dat ijle is, dat is de Geest van de gehele wereld (Brahman). Dat is de werkelijkheid, dat is de Atman (de menselijke geest). Dat zijt gij (Sanskriet 'tat twam asi'), oh Sjwetaketoe. (De kern van de Hindoeleer)

Kathaka oepanisjad
3.11 Hoger dan de Poeroesja (de Atman, de menselijke geest) is er niets. Dat is het einddoel. Dat is de hoogste weg.
6.12 Hoe kan hij (de Atman, de geest) anders worden begrepen dan door te zeggen: "Hij is"? ('Jahweh')
6.13 Ja, hij kan worden begrepen door te zeggen: "Hij is". Wanneer hij begrepen is door te denken "Hij is", openbaart zich zijn ware wezen.

Sjwetasjwatara oepanisjad
1.12 Dat eeuwige moet men in de geest aanwezig weten; waarlijk, hoger dan dit te kennen, is er niet.
1.15 De Atman wordt in zichzelf gevonden door wie hem zoekt in ware zelfbeheersing.
1.16 De Atman is geworteld in zelfkennis en zelfbeheersing.
3.9 De Geest (Brahman) vult de gehele wereld.
3.19 Hij wordt de eerstgeboren Geest genoemd.
3.20 Als kleinste van het kleinste, grootste van het grootste, woont Hij zelf in het hart van ieder schepsel.
6.13 Wie dit oerwezen (Atman) door onderzoek en toewijding erkent als God (Brahman), wordt vrij van alle banden.
6.19 Het is de hoogste brug tot de onsterfelijkheid.

Bhagavad gita
6:30 Hij, die Mij ziet in alles en alles ziet in Mij, hem zal Ik nooit verliezen en hij zal Mij nooit verliezen.
7:6 Ik ben de bron, waaruit het gehele heelal tevoorschijn komt en tevens de plaats, waarin het verzinkt.
7:18 De wijze, één geworden met het Zelf, is gegrondvest in Mij, het hoogste pad.
9:4 Alle schepselen zijn geworteld in Mij, Ik niet in hen.
9:17 Ik ben de Vader van het Al, de Moeder, de Instandhouder, de heilige syllabe OM.
9:29 Voor alle schepselen ben Ik dezelfde, voor niemand koester Ik voorliefde, noch afkeer. Maar zij, die Mij aanbidden, zij zijn in Mij en Ik in hen.
9:34 Ik ben uw hoogste doel.
10:20 Ik ben het Zelf, tronend in het hart van alle schepselen; Ik ben het begin, het midden en ook het einde van alle wezens.
10:32 Van de scheppingen ben Ik het begin en het einde, en ook het midden. Van de wetenschappen ben Ik de wetenschap van het Zelf.
10:39 Ik ben het zaad van al wat leeft.
10:42 Dit hele universum doordrongen hebbend met een uiterst klein deel van Mijzelf, blijf Ik die Ik ben.
13:16 Ongedeeld in de schepselen en toch in elk afzonderlijk gezeten.
14:3 Het grote Brahman is de moederschoot, waarin Ik de kiem des levens breng.
14:4 Het grote Brahman is de moederschoot en Ik de Vader, die hen verwekt.
15:7 Een eeuwig deeltje van Mij Zelf, in de wereld der levenden omgevormd in een levende geest.

  terug naar boven


6. De overeenkomst met Plato's Ideeënleer
Plato (Grieks 'platoon': de 'brede', de filosoof met brede belangstelling) zet in Timaios zijn 'Ideeënleer' uiteen. Het woord 'idee' komt van het Griekse 'idea', dat 'gestalte' of 'aanblik' betekent. Plato gebruikt ook wel het woord 'eidos': 'vorm'. Hij had het zelf daarom over een 'vormenleer'.
Plato's vormenleer zegt, dat in de geestelijke wereld de oerbeelden bestaan als voorbeelden, waarnaar in de stoffelijke wereld alle daar aanwezige vormen zijn gevormd. Ook menselijke eigenschappen bestaan als Ideeën in de vorm van grondbegrippen; het hoogste Idee of grondbegrip is het Goede.
Latere platonisten noemen het Idee van het Goede: God. Doordat zij ervan uitgaan dat de oerbeelden als denkbeelden of gedachten in de goddelijke geest (de algeest) bestaan doordat zij door God zijn gedacht, kreeg het Griekse woord 'idea' later ook nog de betekenis 'denkbeeld', 'gedachte'.

Hoe de geest zich in de stof uitdrukt.
1. Aan mij werd getoond dat de menselijke geest een bolvormige wolk van geestelijk licht en geestelijke warmte is, die beide in een vormbare en zelfvormende toestand kunnen verkeren. Met die eigenschappen hangen de geestelijke vermogens samen: waarnemen, denken, voelen en willen. Waarnemen is vormbaar licht, denken zelfvormend licht, voelen vormbare warmte, willen zelfvormende warmte.

vormbaar zelfvormend
licht waarnemen denken
warmte voelen willen

2. Als de vermogens binnen de bolvormige wolk werkzaam worden, stralen zij een licht om de geest uit, waarin de voortbrengselen van de vermogens (kennis, gedachten, gevoelens en wilsbesluiten) worden bewaard (het geestelijke geheugen). Deze uitstraling om de geest heen is de ziel (van Gotisch 'salida': woonruimte, zaal; m.a.w. de geest woont in zijn eigen uitstraling, de ziel).
3. Deze uitstraling is in de loop van de miljoenen jaren durende ontwikkeling gevormd naar de éigenschappen van de vermogens (zie het boek Geestkunde, hoofdstuk 4), de 'geestgedaante', de menselijke gestalte. Deze geestgedaante is het geestelijke oerbeeld, het 'idee', waarnaar in de stoffelijke wereld het menselijke lichaam is gevormd.
4. Nadat ik als geestvonk in de vorm van een bolvormige wolk door verdichting uit de algeest was gevormd, werd ik als geest door een innige liefde vanuit de algeest doorstroomd (zie Geestkunde, hoofdstuk 2). Door die doordringing met liefde kwam ik, de geest als de bolvormige wolk, tot leven. Op dat ogenblik zag ik niet alleen Plato's Idee als vorm van de geest, de bolvormige wolk, maar ervoer ik ook Gods liefde als Plato's 'grondbegrip' van het Goede.
De liefde die je op aarde kunt ervaren, is een flauwe afspiegeling van Gods liefde in de geestelijke wereld.
5. Mijn eigen geestelijke ervaringen, die ik in geestkunde heb uitgewerkt,
  • zijn een bevestiging van de Ideeënleer van Plato (Athene, 427-347 v.Chr.)
  • en van de uitspraak van Hermes Trismegistos (Alexandrië, 2e-3e eeuw n.Chr.):
    'Zo boven, zo beneden'.
  terug naar boven


7. Teksten overeenkomend met 'Zo boven, zo beneden' in de Westerse esoterische literatuur

En God zei: Laat ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis, [...]
En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen. Genesis 1:26-27

Wel heb Ik gezegd: Gij zijt goden, ja, allen zonen van de Allerhoogste. Psalm 82:6
(Het Hebreeuwse 'ben' betekent niet alleen 'zoon', maar ook 'hij of zij, die iemand toebehoort')

In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God.
Dit was in den beginne bij God.
Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is. Johannes 1:1-3
(Het Griekse woord 'logos' heeft de betekenis: 'denken', 'redeneren', 'gedachte', 'besluiten', 'woord', 'uitspraak'. Het betekent in feite: geestelijke werkzaamheid. De vertaling van 'logos' met alleen 'woord' doet ernstig afbreuk aan de oorspronkelijke betekenis ervan.)

"Immers, in de geschapen, zichtbare dingen openbaart God de onzichtbare geestelijke dingen."
(Dit hoort Hildegard tegen zich zeggen door de Hemelse Stem, die uitleg geeft bij de visioenen die haar worden getoond.)
H. Boelaars OSB, Scivias van Hildegardis van Bingen, Boek 1, blz. 18

Er is een voortdurende overeenstemming tussen de dingen van het gemoed en het lichaam.
E. Swedenborg, Ware Christelijke Godsdienst, blz. 66
Er is overeenstemming tussen de dingen, die in de geestelijke wereld zijn en de dingen, die in de natuurlijke wereld zijn.
E. Swedenborg, Ware Christelijke Godsdienst, blz. 123
God is de liefde zelf en de wijsheid zelf en de aandoeningen van zijn wijsheid zijn oneindig en de gewaarwordingen van zijn wijsheid zijn oneindig, en daarvan zijn alle dingen in het heelal overeenstemmingen. De natuurlijke dingen zijn geschapen om de geestelijke dingen te bekleden.
E. Swedenborg, Ware Christelijke Godsdienst, blz. 131
Daar er bij de mens een overeenstemming is tussen de dingen, die op een natuurlijke en op een geestelijke wijze geschieden, ...
E. Swedenborg, Ware Christelijke Godsdienst, blz. 790

De geestelijke aandoening echter van het nut is inwendig en tevens uitwendig; en voor zoveel als zij uitwendig of natuurlijk is, is zij ook geestelijk, want het geestelijke vloeit in het natuurlijke en schikt dat tot overeenstemming, aldus tot zijn evenbeeld.
E. Swedenborg, Over de goddelijke liefde en de goddelijke wijsheid, blz. 30
Tot de overeenstemming van deze dingen zijn alle dingen geschapen die in de natuurlijke wereld verschijnen, waar derhalve eendere dingen ontstaan, met dit verschil dat deze dingen eender vanuit geestelijke oorsprong zijn, maar tevens vanuit natuurlijke oorsprong; de natuurlijke oorsprong is toegevoegd, opdat zij tevens stoffelijk zijn en vandaar vast, terwille van het einddoel, zijnde de voortschepping van het menselijke geslacht, hetgeen niet kan geschieden dan in de laatsten waar het volle is; en opdat vanuit het menselijke geslacht als een kweekplaats de bewoners der geestelijke wereld, zijnde de engelen, tot ontstaan komen: dit is het eerste en laatste einddoel der schepping.
E. Swedenborg, Over de goddelijke liefde en de goddelijke wijsheid, blz. 111

In zijn eeuwige orde heeft God gewild, dat de geesten die in de aarde in het gericht gevangen zijn, zich uit het kneedbare leem van de hen gevangen houdende aarde een lichaam zouden vormen in overeenstemming met hun geestelijke vorm.
Jakob Lorber, Grote Johannes Evangelie 1, blz. 349

De aardse vormen zijn vaten ter opname van het leven uit God en zij zijn er, reeds te beginnen met het gesteente, door alle rijken der mineralen naar het plantenrijk, door het gehele plantenrijk weer naar het dierenrijk en door dat rijk naar de mens.
Iedere vorm komt overeen met een zekere intelligentie (geestesgesteldheid). Hoe eenvoudiger de vorm is, des te eenvoudiger is ook de daarin aanwezige intelligentie; hoe ontwikkelder en complexer de vorm is, des te meer intelligentie zul je daarin ook vinden.
Jakob Lorber, Grote Johannes Evangelie 6, blz. 110

Er gebeurt op aarde eigenlijk niets op natuurlijke wijze helemaal op zichzelf, maar altijd in volle verbinding met het geestelijke, terwille van een geestelijk doel; want overal staat het geestelijke voortdurend nauw in verbinding met het stoffelijke en beide werken steeds op elkaar in...
Jakob Lorber, Grote Johannes Evangelie 6, blz. 157

  terug naar boven


8. Einsteins speciale relativiteitstheorie: E= mc²
Volgens de speciale relativiteitstheorie (1905) van Albert Einstein zijn energie en massa verschillende uitdrukkingen van één en dezelfde oorzaak ('relativiteit' is 'betrekkelijkheid': de wijze waarop twee zaken op elkaar zijn betrokken). Het innige verband dat Einstein ontdekte tussen energie en massa, werd door hem uitgedrukt in de formule E=mc². De energie wordt aangeduid door E, de massa door m en c² is het kwadraat van de lichtsnelheid. De formule is getest en de waarde ervan is bewezen.

Energie en massa - en daarmee licht en materie - zijn gelijkwaardig. Licht blijkt een energietoestand te zijn die trilt in een bepaalde frequentie en in een bepaalde vorm. Deze vorm is het foton als een 'energiepakketje'. Fotonen kunnen worden ingekapseld en worden zo omgevormd in de vorm van waarneembare deeltjes met massa, die zich gedragen als materie. Zo wordt het begrijpelijk dat uit licht een stoffelijke schepping kan worden gevormd. Vanuit de mens gezien is materie een verdichte vorm van licht.

Met andere woorden, Albert Einstein schreef een formule: E=mc² (zo energie, zo materie, maar in een andere vorm) die een natuurkundige weergave is van de aloude uitspraak van Hermes Trismegistos: 'Zo boven, zo beneden'.

'Zo boven, zo beneden'  →  E = mc²  →  straling ~ stof  →  hemel ~ aarde



Dit is de eerste foto ooit die laat zien dat energie in massa kan worden omgezet.
Een foton, een lichtkwantum, dat een bepaalde hoeveelheid energie vertegenwoordigt, wordt hier omgezet in massa, in twee stoffelijke deeltjes materie. Door de annihilatie (vernietiging) door botsing van het licht'deeltje' dat onzichtbaar van beneden komt, worden twee massadeeltjes gevormd, die door de invloed van een magnetisch veld uit elkaar worden getrokken (de gele pijlen). Hun baan wordt zichtbaar door de condensatie van waterdamp in een nevelkamer of bellenvat.
De foto werd gemaakt door Irène and Frédéric Joliot-Curie in 1933 in Parijs.
Bij kernfusie (zoals op de zon) gebeurt het tegenovergestelde: daarbij wordt massa omgezet in energie, in de vorm van licht en warmte.

  terug naar boven


9. De geesteshand en neuronale plasticiteit
Als de menselijke geest als de bol van licht en warmte binnen zichzelf werkzaam wordt met zijn geestelijke vermogens (het waarnemen, denken, voelen en willen), straalt de geest een vormbare lichtuitstraling om zich heen uit: de ziel. In die uitstraling bewaart de geest de voortbrengselen van zijn werkzaamheid: kennis, gedachten, gevoelens en wilsbesluiten, door ze met de geesteshand daarin af te drukken. Dit is het blijvende, geestelijke deel van het geheugen; het tijdelijke, stoffelijke deel bevindt zich in bepaalde velden van de hersenschors (o.a. de hippocampus) in de vorm van neuronale netwerken.
Als de geest zich iets wil 'her-inneren', het zich weer 'te binnen wil brengen', dan strekt de geest de geesteshand uit naar die plaats in de ziel, waar de geest die geheugeninhoud heeft bewaard. Met de geesteshand verbindt de geest zich met die inhoud, haalt de inhoud uit het geheugen op, put uit zijn geheugen en plaatst die weer vóór en daarna ín zichzelf, zodat die inhoud wordt her-innerd, waardoor de geheugeninhoud een 'herinnering' wordt.

De geesteshand is een stroming van geestkracht die van de geest uitgaat. Het zijn uitstulpingen van zichzelf die overal om de geest heen kunnen worden gevormd en die ook weer in zichzelf worden teruggetrokken.

Deze geestelijke eigenschap komt in de stof tot uitdrukking door het verschijnsel dat neuronale plasticiteit wordt genoemd. Deze eigenschap van de hersencellen, de neuronen, houdt in, dat er nieuwe uitlopers vanuit de cel (dendrieten) kunnen worden gevormd wanneer de omstandigheden dat nodig maken. Dit treedt bijvoorbeeld op bij leerprocessen. Door iets nieuws te leren, ontstaan er nieuwe netwerken van hersencellen, doordat zij nieuwe uitlopers vormen die contact maken met andere cellen binnen het netwerk (het gaat om duizenden uitlopers).

Het contact vindt plaats d.m.v. zogenaamde 'synapsen'; tussen de uitloper en de tweede cel blijft een nauwe spleet open, waardoor heen de uitloper 'boodschappermoleculen' (neurotransmitters) naar de celwand van de tweede cel stuurt, die ze op zogenaamde 'receptoren' ontvangt. Op deze wijze worden gegevens van de ene op de andere hersencel overgebracht.
Als deze uitlopers enige tijd niet meer worden gebruikt, worden ze ook weer afgebroken.

De geestelijke werkzaamheid van de geest door uitstulpingen te vormen als die bijvoorbeeld iets nieuws leert en daarbij het geheugen gebruikt, komt tot uitdrukking in een werkzaamheid van hersencellen, doordat die door middel van het vormen van uitlopers nieuwe netwerken vormen. In de geest en zijn ziel is dit een levendig gebeuren, in de hersencel gaat dit gebeuren door de traagheid van de stof veel langzamer.

Ook in de hersenen als het orgaan van de geest (het woord 'orgaan' betekent 'werktuig'), komt 'zo boven' tot uitdrukking in 'zo beneden' door de neuronale plasticiteit van de hersencellen. De hersencel is een stoffelijke weergave van de geest in het klein, noodzakelijk om de geest de gelegenheid te geven zich met de hersenen te verbinden.

Klik hier om een artikel van Rick Hanson over het verband tussen meditatie en neuroplasticiteit uit het Tijdschrift voor Parapsychologie en Bewustzijnsonderzoek te lezen.
Niet alleen heeft de menselijke geest zélf invloed op de groei van de eigen hersenen zoals in het vorige artikel beschreven, ook van buitenaf door toedoen van een medemens kunnen delen van de hersenen groeien, getuige dit artikel in Scientias over de invloed van moederliefde op de ontwikkeling van de hersenen van een kind.

Het verschijnsel van de geesteshand bij de geest - een bolvormige wolk van licht en warmte met een uitstulping - doet zich ook voor bij bacteriën, amoeben en witte bloedlichaampjes.
Amoeben (van Grieks 'amoibe', zonder vaste vorm, maar steeds veranderend) zijn eencelligen die zich voeden met o.a. bacteriën. Zij bewegen zich voort en voeden zich met behulp van schijnvoetjes (pseudopodia). Dit zijn uitstulpsels die voortdurend worden uitgestoken en weer worden ingetrokken. Met zo'n uitstulpsel wordt een bacterie omhuld en zo ingesloten, waarna die wordt verteerd.
Iets dergelijks doet zich voor bij bacteriën.


terug naar boven