|
Inhoud
1. Teksten i.v.m. de gelijkwaardigheid van het mannelijke en vrouwelijke binnen het wezen van God
2. Teksten i.v.m. de gelijkwaardigheid van de goddelijke algeest en de menselijke geest
3. Teksten m.b.t. zelfverwerkelijking en hereniging
4. Teksten m.b.t. de wederkomst van Jezus (samenvatting uit Jakob Lorber, Het Grote Johannes Evangelie)
(zie ook ter vergelijking: www.berthadudde.net Bertha Dudde, Profetes van de wederkomst van Jezus in de eindtijd)
1. Teksten i.v.m. de gelijkwaardigheid van het mannelijke en vrouwelijke binnen het wezen van God
(Opmerkingen tussen haakjes zijn van mij, Freek)
1. Genesis 1:1
'Uit het eeuwig bestaande wezen der ruimte vormde de tweevoudige kracht hemel en aarde.'
(De Hebreeuwse tekst)
(Deze tweevoudige kracht wordt verder 'de elohim' genoemd, een samenstelling van de Hebreeuwse woorden: 'el': God; 'eloh': godin, het vrouwelijke enkelvoud van 'el' (terwijl het meervoud 'elooth' is) en 'elim': goden, het mannelijke meervoud van 'el'. Het woord 'elohim' betekent daarom: de godin en de god, m.a.w. 'God als tweevoudige kracht als vrouw en man'.)
Genesis 1:3
En de Elohim zeiden: 'Er zij licht, en er was licht'. En de Elohim zagen dat het goed was. (Vervolgens schiepen de Elohim de schepping.)
Genesis 1:26-27
En de Elohim zeiden: 'Laat ons mensen maken naar ons beeld, naar onze gelijkenis ... '. En de Elohim schiepen de mens naar hun beeld; naar hun beeld schiepen zij hem; man en vrouw schiepen zij hen.
Uit: Max Heindel - Leer der Rozekruizers (blz. 325)
2. Bhagavad gita 9:17
Ik ben de Vader van het Al, de Moeder, de Instandhouder, de heilige syllabe OM.
3. Jakob Lorber - Het Grote Johannes Evangelie deel 4
God schiep de mens naar Gods beeld als man en vrouw. (blz. 302)
'Hoe kon Ik de mensen voor de geslachtsgemeenschap geschikt hebben gemaakt, zonder daar zelf toe in staat te zijn? Als de geslachtsgemeenschap voor de voortplanting volgens Gods orde is, dan moet God die net zo goed kunnen uitvoeren als de mens!' (blz. 331)
De eigenlijke overeenkomst met Mijn goddelijke zijn, was in het eerste mensenpaar reeds volmaakt aanwezig. (blz. 409)
4. Jakob Lorber - Bisschop Martinus
'Als dus een aardse moeder dat al zou doen, hoeveel temeer dan Ik, die voor Mijn kinderen alles ben in volheid als vader en moeder; als Vader in mijn hart en als een Moeder in het geduld, de zachtmoedigheid en oneindige goedheid.' (186 Een Godsgeheim, blz. 428)
5. Emanuel Swedenborg
'Alle dingen in het heelal die in de goddelijke orde zijn, slaan terug op het goede en het ware. Er bestaat niets in de hemel en niets in de wereld, wat niet op deze twee terugslaat. De reden hiervan is deze, dat beide, het ware en het goede, uit God voortgaan. De verbinding van het goede en het ware, wordt in de hemel het hemelse huwelijk genoemd. In dit huwelijk zijn allen, die daar zijn.' (De ware Christelijke godsdienst, blz. 576)
Echtgenoten tezamen of echtelijke liefde is het eigenlijke beeld en de gelijkenis Gods. (Het Huwelijk, blz. 100)
6. Jozef Rulof - Kosmologie
Dit is Goddelijke Waarheid. Dit is God als Moeder en als Vader. Toen de eerste krachten vanuit de 'Albron' stuwend het leven deze Ruimte inzonden, was dat Baren en Scheppen. Dat werd een Goddelijk Verschijnsel als de Goddelijke Openbaring!
In de eerste levensgraad is die Bron Moederlijk bezield, maar in het volgende stadium werd dat Leven Vaderlijk Bewust, waardoor wij het Vader- en Moederschap voor God leren kennen. (blz. 36)
7. Murdo MacDonald-Bayne - Goddelijke heelmaking van ziel en lichaam
'God als onze Vader-Moeder-God gaat de ruimste voorstelling die de mens zich kan vormen, te boven. Maar wij zullen met een open innerlijk de heerlijkheid zien van onze Vader-Moeder-God en dit zal jullie omvormen tot hetzelfde beeld.' (blz. 77)
8. Het Evangelie van de Heilige Twaalven
Zoals in de man de Vader geopenbaard is en de Moeder verborgen, zo is in de vrouw de Moeder geopenbaard en de Vader verborgen. Daarom zal de Naam van den Vader en de Moeder gelijkelijk vereerd worden, want zij zijn de grote Machten Gods en de een is niet zonder de andere, in de Ene God.
9. Evangelie der Waarheid
Het Woord ... zuivert hen en doet hen weer inkeren tot de Vader en tot de Moeder: Hij, Jezus, vol eindeloze goedheid!
10. Het geheime boek van Johannes
Hij sprak tot mij: "Johannes, Johannes, waarom twijfel je toch? En waarom heb je angst? Je bent toch niet vreemd aan mijn verschijning, die is wat zij is? Verlies de moed niet. Ik ben het, de Ene die altijd met jullie is. Ik ben de Vader. Ik ben de Moeder. Ik ben de Zoon."
11. Hildegard van Bingen - Scientia vias Domini Visioen 2 van Boek 2
"Nam per ipsum fontem vitae materna dilectio amplexionis Dei venit ... "
"Uit de levensbron kwam de moederlijke liefde van Gods omhelzing tot ons, die ons tot leven voedde en onze helpster is ... de diepste en allerzoetste liefde."
Terug naar boven
2. Teksten i.v.m. de gelijkwaardigheid van de goddelijke algeest en de menselijke geest
(Opmerkingen tussen haakjes zijn van mij, Freek)
Samenvatting van het hoogste weten,
het diepste inzicht
Psalm 82:6 Wel heb Ik gezegd: Gij zijt goden, ja, allen zonen van de Allerhoogste.
(Het Hebreeuwse 'ben' betekent niet alleen 'zoon', maar ook 'hij of zij, die iemand toebehoort')
Het Evangelie volgens Johannes
17:1 Dit zei Jezus en Hij richtte zijn ogen naar de hemel en zei: Vader het uur is gekomen; verheerlijk uw Zoon, opdat uw Zoon U verheerlijke,
17:2 Zoals U Hem macht hebt gegeven over alle vlees, om aan al wat U Hem gegeven hebt, eeuwig leven te schenken.
17:3 Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige en waarachtige God (de algeest), en Jezus Christus, die Gij gezonden hebt (Gods heilige geest).
17:4 Ik heb U verheerlijkt op de aarde door het werk te voleindigen, dat U Mij te doen hebt gegeven.
17:5 En nu, verheerlijk Mij, Vader, bij Uzelf met de heerlijkheid die Ik bij U had, voordat de wereld er was.
17:10 En al het mijne is het uwe en het uwe is het mijne, en Ik ben in hen verheerlijkt.
14:9 Jezus zei tegen hem: Ben Ik zolang bij je geweest, Filippus, en ken je Mij niet? Wie Mij heeft gezien, heeft de Vader gezien; waarom zeg je dan: Toon ons de Vader?
14:10 Geloof dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is. De woorden, die Ik tot jullie spreek, zeg Ik niet uit Mijzelf; maar de Vader die in Mij blijft, is werkzaam.
14:11 Geloof Mij: Ik ben in de Vader en de Vader is in Mij (de heilige geest is in de algeest en de algeest in de heilige geest); geloof anders vanwege de werken die Ik heb gedaan.
14:18 Ik zal jullie niet als wezen (Jezus is dus de Vader) achterlaten. Ik kom tot jullie.
14:19 Nog een korte tijd en de wereld ziet Mij niet meer, maar jullie zien Mij, want Ik leef en jullie zullen leven.
14:20 In die tijd zullen jullie weten, dat Ik in mijn Vader ben en jullie in Mij en Ik in jullie.
14:27 Vrede laat Ik jullie, mijn vrede geef Ik jullie; niet zoals de wereld die geeft, geef Ik hem jullie. Laat jullie hart niet ontroerd of ontmoedigd worden.
14:28 Jullie hebben gehoord, dat Ik jullie heb gezegd; Ik ga heen en kom weer tot jullie. Als jullie Mij zouden hebben liefgehad, zouden jullie je hebben verblijd, omdat Ik tot de Vader ga, want de Vader is meer dan Ik.
17:11 En Ik ben niet meer in de wereld, maar zij zijn wel in de wereld en Ik kom tot U, Heilige Vader; bewaar hen in uw naam welke U Mij hebt gegeven, zodat zij een zijn zoals Wij.
17:21 Opdat zij allen een zijn, zoals U, Vader, in Mij en Ik in U, opdat ook zij in Ons zijn; (het gaat erom dat de menselijke geest net zo één wordt met de algeest als de heilige geest één is met de algeest).
17:22 En de heerlijkheid die U Mij hebt gegeven, heb Ik hen gegeven, opdat zij een zijn zoals Wij een zijn:
17:23 Ik in hen en U in Mij, dat zij volmaakt zijn tot een, opdat de wereld tot de erkenning komt dat U Mij gezonden hebt en dat U hen hebt liefgehad, zoals U Mij hebt liefgehad.
17:24 Vader, wat U Mij hebt gegeven; Ik wil, dat, waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn om mijn heerlijkheid te aanschouwen die U Mij hebt gegeven, want U hebt Mij liefgehad voor de schepping van de wereld.
17:25 Rechtvaardige Vader, de wereld kent U niet, maar Ik ken U en zij weten dat U Mij hebt gezonden;
17:26 En Ik heb hen uw naam bekend gemaakt en Ik zal hem bekend maken, opdat de liefde waarmee U Mij hebt liefgehad, in hen zal zijn in Ik in hen.
14:16 En Ik zal de Vader bidden en Hij zal jullie een andere Trooster geven om tot in eeuwigheid bij jullie te zijn,
14:17 De Geest der waarheid, die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet; maar jullie kennen Hem, want Hij blijft bij jullie en zal in jullie zijn.
14:26 Maar de Trooster, de Heilige Geest, die de Vader zal zenden in mijn naam, die zal jullie alles leren en jullie alles te binnen brengen wat Ik jullie heb gezegd (de heilige geest zal de mensheid helpen met die eenwording).
Samenvatting:
1. Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige en waarachtige God (de algeest), en Jezus Christus (in wie Gods heilige geest persoonlijk bij ons is geweest), die U hebt gezonden.
2. Ik ben in de Vader en de Vader is in Mij (de heilige geest is in de algeest en de algeest is in de heilige geest).
3. Opdat zij allen een zijn, zoals U, Vader, in Mij en Ik in U, opdat ook zij in Ons zijn; (het gaat erom dat de menselijke geest net zo één wordt met de algeest als de heilige geest één is met de algeest).
4. Maar de Trooster, de Heilige Geest, die de Vader zal zenden in mijn naam, die zal jullie alles leren en jullie alles te binnen brengen wat Ik jullie heb gezegd (de heilige geest zal de mensheid helpen met die eenwording).
Oepanisjads
Tsjandogya oepanisjad
3.14.4 Die Atman (de menselijke geest) van Mij in het hart is Brahman (de goddelijke algeest).
6.8.7 Dat, wat dat ijle is, dat is de Geest van de gehele wereld (Brahman). Dat is de werkelijkheid, dat is de Atman (de menselijke geest). Dat zijt gij (Sanskriet 'tat twam asi'), oh Sjwetaketoe. (De kern van de Hindoeleer)
Kathaka oepanisjad
3.11 Hoger dan de Poeroesja (de Atman, de menselijke geest) is er niets. Dat is het einddoel. Dat is de hoogste weg.
6.12 Hoe kan hij (de Atman, de geest) anders worden begrepen dan door te zeggen: "Hij is"? ('Jahweh')
6.13 Ja, hij kan worden begrepen door te zeggen: "Hij is". Wanneer hij begrepen is door te denken "Hij is", openbaart zich zijn ware wezen.
Sjwetasjwatara oepanisjad
1.12 Dat eeuwige moet men in de geest aanwezig weten; waarlijk, hoger dan dit te kennen, is er niet.
1.15 De Atman wordt in zichzelf gevonden door wie hem zoekt in ware zelfbeheersing.
1.16 De Atman is geworteld in zelfkennis en zelfbeheersing.
3.9 De Geest (Brahman) vult de gehele wereld.
3.19 Hij wordt de eerstgeboren Geest genoemd.
3.20 Als kleinste van het kleinste, grootste van het grootste, woont Hij zelf in het hart van ieder schepsel.
6.13 Wie dit oerwezen (Atman) door onderzoek en toewijding erkent als God (Brahman), wordt vrij van alle banden.
6.19 Het is de hoogste brug tot de onsterfelijkheid.
Bhagavad gita
6:30 Hij, die Mij ziet in alles en alles ziet in Mij, hem zal Ik nooit verliezen en hij zal Mij nooit verliezen.
7:6 Ik ben de bron, waaruit het gehele heelal tevoorschijn komt en tevens de plaats, waarin het verzinkt.
7:18 De wijze, één geworden met het Zelf, is gegrondvest in Mij, het hoogste pad.
9:4 Alle schepselen zijn geworteld in Mij, Ik niet in hen.
9:17 Ik ben de Vader van het Al, de Moeder, de Instandhouder, de heilige syllabe OM.
9:29 Voor alle schepselen ben Ik dezelfde, voor niemand koester Ik voorliefde, noch afkeer. Maar zij, die Mij aanbidden, zij zijn in Mij en Ik in hen.
9:34 … Ik ben uw hoogste doel.
10:20 Ik ben het Zelf, tronend in het hart van alle schepselen; Ik ben het begin, het midden en ook het einde van alle wezens.
10:32 Van de scheppingen ben Ik het begin en het einde, en ook het midden. Van de wetenschappen ben Ik de wetenschap van het Zelf.
10:39 Ik ben het zaad van al wat leeft.
10:42 Dit hele universum doordrongen hebbend met een uiterst klein deel van Mijzelf, blijf Ik die Ik ben.
13:16 Ongedeeld in de schepselen en toch in elk afzonderlijk gezeten … .
14:3 Het grote Brahman is de moederschoot, waarin Ik de kiem des levens breng.
14:4 Het grote Brahman is de moederschoot en Ik de Vader, die hen verwekt.
15:7 Een eeuwig deeltje van Mij Zelf, in de wereld der levenden omgevormd in een levende geest … .
Spinoza Ethica
De kern van Spinoza's leer:
Er is één 'iets' dat geheel op-zichzelf, uit eigen kracht, als 'zijn-eigen-oorzaak-zijnde' bestaat.
Dit is de 'substantie' (het 'ondersteunende', de bouwstof, de grondslag): het zelfstandige, God.
Deze substantie is eeuwig (de algeest) en in deze substantie zijn oneindig veel attributen (kenmerken), hoewel wij mensen daarvan slechts twee, het denken en de uitgebreidheid (geest en materie) kennen.
Alle afzonderlijke dingen in heel de schepping waarin wij leven, zijn 'wijzigingen' ('modi'), dat wil zeggen eindige, tijdelijke en vergankelijke openbaringen, uitdrukkingen (vormen) van de eeuwige, oneindige godheid (de algeest), waarin alles bestaat, ontstaat en weer ondergaat. Ook de menselijke geest is een 'straal' (een vonk, uit God voortgekomen) van Gods geest en ons lichaam een deel van Gods lichaam (de stoffelijke schepping).
Door het zich bewustzijn en duidelijke begrip van deze eenheid, wordt de geestelijke liefde tot God wakker, die niets anders is dan de bewustwording van Godzelf in onze eigen geest (de bewustwording van God zelf in onszelf als geest, die immers een algeestvonk is); en alleen hierin ligt onze verlossing en gelukzaligheid (de zelfverwerkelijking en de hereniging).
Ralph Waldo Trine Het hoogste weten
Het Zijn is eeuwig, op zichzelf staand, zonder begin of einde. Bestaande als louter geest is het goddelijk. Het is het 'ik ben', Jahweh (Hebr. IHWH, 'jahweh': hij is, hij zal zijn, hij doet zijn). Bezield door liefde en handelend uit eigen wil, openbaart het zich in het bestaan en neemt het de verschillende vormen aan. Maar het Zijn verandert daardoor niet zijn wezenlijke natuur.
God is het oneindige Zijn, de oneindige Geest, het ware wezen van het leven, die het heelal vervult van zichzelf.
Zich verhullend in het stoffelijke lichaam is het goddelijke leven tijdelijk voor de mens verborgen (door in het lichaam in te dalen is de geest onbewust geworden van zichzelf). Als hij echter gaat waarnemen, bemerkt hij (denken) dat hij wel van andere bestaansvormen verschilt, namelijk hierin dat hij een verstand heeft, waardoor gedachten ontstaan en dat zich ontwikkelt door het te gebruiken.
Dan beschouwt hij zichzelf, verlangend de waarheid omtrent zichzelf te kennen en langzaam daagt voor hem het bewustzijn, dat zijn leven goddelijk leven is en nooit iets anders is geweest, ondanks dat hij zijn leven afscheidde (de afscheiding die ontstaat door de onbewuste vereenzelviging met de stof).
Hij beseft dan dat hij in God leeft, beweegt en is; dat God het leven is van zijn leven; dat God zijn leven zelf is. Zo komt hij tot het bewuste besef van het één-zijn met het oneindige leven en de oneindige macht (God).
Door een volkomen natuurlijke ontwikkeling groeit uit de stoffelijke mens - de zinnelijke (zintuiglijke) waarneming - de geestelijke mens - het besef van het goddelijke zelf (besef van zichzelf als geest). Het is echter onmogelijk dat iets zich kan ontwikkelen, wat niet eerst ingewikkeld was; de mens ontdekt, dat de Christus (de geest) altijd in hem was, maar dat hij het niet heeft geweten (door onbewuste vereenzelviging).
Slechts wanneer de mens zich bewust wordt van de 'Christus' in zich (van zichzelf als geest), wanneer hij beseft één te zijn met het oneindige leven en de oneindige macht, wordt dit grote feit een stuwende en sterke kracht in de dingen van het dagelijkse leven.
Het hoogste weten is dit, dat we in ons werkelijk, wezenlijk één-zijn met het oneindige leven en de oneindige macht en dat we door dit grote feit bewust en levendig te beseffen en voortdurend in dit besef te leven, de hoedanigheden en machten van het goddelijke leven in staat stellen zich aan ons te openbaren en zich in ons te verwerkelijken. Dit geschied nauwkeurig in de verhouding tot de meerdere of mindere mate van volkomenheid, waarin dit besef in ons leeft.
Johann Gottlieb Fichte (19 mei 1762 - 27 januari 1814) (samenvatting)
In ons leeft Gods werkelijke, ware en onmiddellijke leven. Wij zelf zijn het onmiddellijke leven. Maar we zijn ons van dat leven niet bewust (de menselijke geest is onbewust van zichzelf als het enige levende). Want zodra de mens bewustzijn verkrijgt, ziet hij niets dan een dode, uiterlijke wereld (de toestand van onbewuste vereenzelviging met de stof).
De vorm verbergt de inhoud; ons oog omsluiert het voorwerp (door onbewuste vereenzelviging met de stof is het geestesoog gesloten) waarop het is gericht: we staan onszelf in het licht (door de onbewuste vereenzelviging met de stoffelijke vorm).
Verhef u tot het standpunt van de religie (word bewust van jezelf als geest) en al deze sluiers worden terzijde geschoven (je doorziet de toestand van onbewuste vereenzelviging); de dode wereld verdwijnt uit uw ogen en de godheid herneemt haar plaats in uw ziel (in jezelf als geest) in haar (zijn) eerste en oorspronkelijke vorm, als leven - als uw eigen leven, dat u behoort te leven en moet leven!
Christus wijst er aanhoudend op dat wie hem ziet, de Vader ziet en wie hem hoort, de Vader hoort. Dat hij en de Vader volkomen één zijn. Hij verwerpt en ontkent onvoorwaardelijk de opvatting, dat hij innerlijk onafhankelijk is. Voor hem was Jezus God niet, want voor hem bestond er hoegenaamd geen onafhankelijke Jezus; God was Jezus en openbaarde zich als Jezus.
Een inzicht in de volstrekte eenheid van het menselijke bestaan met het goddelijke is zeker de diepste kennis, die de mens kan verwerven.
Terug naar boven
3. Teksten m.b.t. zelfverwerkelijking en hereniging
(Opmerkingen tussen haakjes zijn van mij, Freek)
Zalig zijn de armen van geest (zij die hongeren naar geest), want voor hen is het Koninkrijk der hemelen. Zalig zijn de reinen van hart, want zij zullen God zien. Zalig zijn de vredestichters, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden. Zalig zijn de vervolgden omwille van de gerechtigheid, want voor hen is het Koninkrijk der hemelen. (Math. 5:3-10)
De lamp van het lichaam is het oog (de geest). Als het oog zuiver is, zal heel het lichaam verlicht zijn; maar als het oog onzuiver is, zal heel het lichaam duister zijn. (Math. 6:22)
Wie zijn leven verliest om mijnentwil, die zal het vinden. (Matth. 10:38-39)
Wie afstand doet van al wat hij heeft, zal mijn leerling kunnen zijn. (Luc. 14:33)
Ik leg mijn leven af, om het weer op te nemen. (Joh. 10:17)
Indien de graankorrel in de aarde valt en sterft, brengt zij veel vrucht voort. (Joh. 12:24)
Christus is het levenslicht (Joh. 8:22), dat ieder mens verlicht (Joh. 1:9). Christus moet gestalte in u verkrijgen (Gal. 4:19)
Wie Christus toebehoren, hebben het vlees met zijn hartstochten en begeren gekruisigd (Gal. 5:24)
Indien wij zijn samengegroeid met wat gelijk is aan zijn dood, zullen wij het ook zijn met wat gelijk is aan zijn opstanding. (Rom. 6:5)
Evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. (I Kor. 15:22)
Wij dragen het sterven van Jezus in ons lichaam mee, opdat ook het leven van Jezus zich in ons lichaam openbare. (II Kor. 4:10)
Met Christus ben ik gekruisigd en toch leef ik, dat is: niet meer mijn 'ik', maar 'Christus' leeft in mij. (Gal. 2:20)
Christus zal u God laten zien, die een ontoegankelijk licht bewoont. (Tim. 6:16)
Als gij elk juk verbreekt, dan zal uw licht doorbreken en uw wond zich spoedig sluiten. (Jesaja 58:8)
Wanneer gij eet wat dood is, maakt gij het levend. (Evang. van Thomas 11)
Wie vast ten opzichte van de wereld, zal het godsrijk vinden. (Evang. van Thomas 27)
Ben je gedeeld, dan ben je vol duisternis; ben je ongedeeld, dan ben je vol licht. (Evang. van Thomas 61)
Als je diegene in je voortbrengt, die je bezit, dan zal die je redden; als je die niet in je voortbrengt, dan zal die je niet in je hebt voortgebracht, je 'doden'. (Evang. van Thomas 70)
Wanneer wij onszelven volkomen waren ontstorven en van binnen door niets gestoord, dan zouden wij ontvankelijk zijn voor het goddelijke. Het grootste beletsel is enkel hierin gelegen, dat wij niet vrij zijn van begeerten en driften. (Thomas van Kempen 1XI3)
Hoe meer men sterft voor zichzelf, hoe meer men gaat leven voor God. (Thomas van Kempen 2XIII14)
Indien ge uzelf verlaat, zult ge God vinden. (Thomas van Kempen 3XXXVII1)
Alleen de dienaren van het kruis, zij vinden de weg naar de zaligheid en het ware licht. (Thomas van Kempen 3LVI2)
Het staat de mens vrij om in de verloren toestand te blijven of om innerlijk te worstelen om hervorming. (Filokalia)
Het bovenaardse licht aanschouwt men in dit leven, zodra men is bereid het licht hier op te geven. (Angelus Silezius)
Sterf al voordat gij sterft, opdat gij niet het eeuwig' leven derft. (Angelus Silezius)
Te sterven aan zichzelf om zich aan God te geven, is het allerhoogste leven. (Angelus Silezius)
De enige weg naar God is een nieuw gemoed. (Jacob Boehme)
Sterf al voordat ge sterft, dan sterft ge niet, wanneer ge sterft. (Mohammed)
Het hart 'doden' betekent, dat het ongedeeld en beheerst één geworden is. (Lu tse 2)
Doordat het 'hart' tevoren gestorven is, komt het ontwaken van de geest tot stand. (Lu tse 4)
Door het hart leeg te maken, brengt men het werk ten einde. (Lu tse 8)
De wijze maakt zich los van zichzelf en blijft zelf behouden. (Lau tse - Tao teh tjing VII)
Wie het zinnelijke op doet gaan in het geestelijke en tot eenheid komt, is ondeelbaar. (Lau tse - Tao teh tjing X)
De straling volgen om tot het licht terug te keren; zo verliest men niets bij het einde van het lichaam. (Lau tse - Tao teh tjing LII)
Zichzelf overwonnen te hebben is beter dan alle anderen te overwinnen. Het 'zelf' slechts kan heer zijn over het 'zelf'. Tem uzelf zoals men een paard beteugeld. (Boeddha - Dhammapada)
Zoekt gij geen licht, gij, die omringt zijt door duisternis? (Boeddha - Dhammapada)
Het Zelf is de vriend van het zelf en tegelijkertijd is het Zelf de vijand van het zelf. Het Zelf is een vriend van het zelf in hem, in wie het zelf door het Zelf is overwonnen; maar tegenover het onbeteugelde zelf wordt het Zelf een vijand. (Bhagavad gita VI 5,6)
Geef alle gehechtheid op en beoefen zelfbeheersing, onderwerp uw 'ik' aan het 'Zelf'. (Bhagavad gita XII 11,12)
C. G. Jung, Het ik en het onbewuste
Ondanks de identiteit van het ik-bewustzijn met de Persona (de tijdelijke persoonlijkheid), blijft het onbewuste Zelf (de menselijke geest), de eigenlijke individualiteit, toch steeds bestaan. (42)
Het werkelijke en eigenlijke wezen, het individuele Zelf (de menselijke geest), lag nog verborgen achter de rol, de Persona (de tijdelijke persoonlijkheid). Zij (de patiënte) was nog volkomen onbewust van haar Zelf, daar zij zich nog in de eerste plaats geheel vereenzelvigde met haar rol. Zij kwam tot zichzelf en zag haar eigen werkelijke mogelijkheden. Dat het bewustworden van haar individualiteit (zichzelf als menselijke geest) met de herleving van een godsbeeld samenvalt, is een veel voorkomend verloop. (44)
De Anima (het voelen van de mannelijke geest) is nog gepersonifiëerd, doordat wij haar niet opzettelijk (bewust) als functie (vermogen) gebruiken. (l0l)
De bewuste instelling heeft een opmerkelijke eenzijdigheid, waarbij één of twee functies de voorrang krijgen en de andere onrechtmatig op de achtergrond worden gedrongen. Door het bewust maken en doorleven van de fantasieën, worden de onbewuste en minderwaardige functies met het bewustzijn verbonden. De merkwaardige capaciteit van de menselijke ziel om zich te kunnen veranderen, komt tot uiting in de transcendente functie (de geest als het geheel). (111)
Het geheim van de Alchemie bestond uit de transcendente functie, de verandering der persoonlijkheid door het vermengen en verbinden van edele (bewuste en beheerste) en onedele (onbewuste en onbeheerste) bestanddelen, van ontwikkelde en onontwikkelde functies (vermogens), van het bewuste en het onbewuste. (112)
Individuatie betekent: een enkeling worden (zichzelf worden), en voor zover wij onder individualiteit onze innerlijkste, hoogste en onvergelijkelijke eigengeaardheid verstaan, een eigen Zelf worden. Individuatie is daarom zelfverwerkelijking. Individuatie betekent niets anders dan een psychologisch ontwikkelingproces, waardoor de aangeboren, individuele bestemming wordt vervuld. Het doel van de individuatie is niets anders, dan het Zelf te bevrijden uit het bedrieglijke omhulsel van de Persona (de eeuwige geest onderscheidt zich van de tijdelijke persoonlijkheid). (60)
Evenals het de eerste vereiste voor de individuatie, de zelfverwerkelijking is, dat men leert zich te onderscheiden van dat, wat men voor anderen en voor zichzelf schijnt te zijn (de Persona), zo is het voor hetzelfde doel even noodzakelijk, dat men zich bewust wordt van de onzichtbare banden met het onbewuste, namelijk van de Anima/Animus, de vrouwelijke/mannelijke karaktertrekken. (77)
De persoonlijkheidsontwikkeling heeft tot doel, het middelpunt van de persoonlijkheid te bereiken (de menselijke geest). (113 )
De totale persoonlijkheid is gekenmerkt door de vier hoofdpunten van de horizon: de vier functies, die de oriëntering in de psychische ruimte mogelijk maken (de vier geestelijke vermogens). (115)
Het eerste doel is de overwinning op de Anima als autonoom complex en haar verandering tot functie bij de verhouding tussen het bewuste en het onbewuste. Bij het bereiken van dit doel is het gelukt, het Ik te bevrijden uit zijn verwikkelingen met de collectiviteit en het collectieve bewustzijn (de Persona). (119)
Zo vinden wij, na de verdwijning van de Manapersoonlijkheid, door het bewustmaken van haar inhouden, geleidelijk onszelf terug, als een levend en op zichzelf staand iets. Dit 'iets' is ons vreemd en tegelijk toch dichtbij, het is geheel onszelf en toch ondoorgrondelijk voor ons, het is een virtueel middelpunt, met zulk een geheimzinnige constitutie, dat het van alles van ons kan eisen: verwantschap met ... goden ... . Ik heb dit middelpunt als het Zelf aangeduid (de menselijke geest). Het zou evengoed als de 'God in ons' aangeduid kunnen worden. Het begin van ons hele zieleIeven schijnt uit dit punt te ontspringen. (131)
De kern van de zaak is ... de ontwikkeling van het mensenwezen ... die samenhangt met wat wij door het bewustzijn waarnemen ... wat de mens als wakend wezen vermag te denken, te voelen en handelend te volbrengen (willen). Onze geest en onze ziel, of ... ons ik en ons astrale lichaam. (R. Steiner, Mens, lot en wereldontwikkeling. blz. 10)
Waar gaat het nu in feite om? ... Ons Ik, dat wil zeggen onze geest, ... . Het Ik is geestelijk, maar het moet door de ziel innerlijk worden doorleefd. Het Ik beleeft zichzelf in de ziel... . (uit R. Steiner, de Kleuren. blz. 19)
Binnen de drie wezensdelen van de mens (het lichaam, het levenslichaam en het astrale lichaam) leeft de kern van zijn eigenlijke wezen: het ik. Alle ontwikkeling van de mens bestaat daaruit, dat hij vanuit zijn ik de drie overige delen van zijn wezen omwerkt. ... dat wil zeggen: hij verandert datgene, waarvan hij nu de slaaf is, in iets, wat door zijn hogere natuur, vanuit zijn ik, geregeerd wordt. (R. Steiner, Metamorfosen van het zieleleven. blz 127)
Terug naar boven
4. Teksten m.b.t. de wederkomst van Jezus (samenvatting uit het Grote Johannes Evangelie)
Gesprekken van Jezus met zijn tijdgenoten. (Opmerkingen tussen haakjes zijn van mij, Freek)
GJE 6, par.239
De stof is het middel waarin een wezen dat aan mij gelijk(waardig) moet worden, geheel los van mij de proef van de vrijheid van keuze moet doorstaan, om tot de ware levenszelfstandigheid te komen.
(De zin waarin het meest bondig de leer van Jezus, zoals die in de werken van Jakob Lorber tot uitdrukking komt, staat vermeld.)
GJE 6, par.101
(Bespreking van het visioen van Daniël, hoofdstuk 7: de verschijning van de leeuw, de beer, de panter, het zwarte monster en tenslotte de Oude van dagen met de Mensenzoon)
Jezus: Maar de vier merkwaardige dieren duiden op vier grote, na elkaar volgende bestaansperioden van volkeren sinds het begin dat er mensen (Adam) op aarde leefden (waarschijnlijk: 'leeuw': de tijd van Adam en Noach; 'beer': de tijd van Abraham en Mozes; 'panter': de kerk voor het schisma in 1054; het 'monster'; de tijd van de Roomse kerk na het schisma; de vijfde periode: leiding door Jezus).
Daniëls vrome ziel was wel erg geschikt om die visioenen als in een levendige droom te zien, maar ook zijn ziel kon ze niet begrijpen, want haar geest van gene zijde uit God kon niet één met haar worden, omdat ik nog niet lichamelijk aanwezig was geweest, om zo'n algehele éénwording (tussen geest en ziel, m.a.w. het indalen van de geest in ziel en lichaam) mogelijk te maken. Deze algehele eenwording zal echter ook pas volledig mogelijk worden als ik opgevaren ben (de betekenis van de Hemelvaart en Pinksteren) naar mijn oude en daarna ook helemaal nieuwe vaderland (de geestelijke wereld).
Tussen de beer en de panter ligt mijn bezoek aan de aarde.
Over ongeveer tweeduizend jaar van nu af gerekend, zal het met mijn leer in het algemeen nog veel slechter gesteld zijn dan met het ergste heidendom van nu en nog erger zal het zijn dan wat de Farizeeën nu voorschrijven in Jeruzalem, dat vanaf heden geen 50 jaar meer zal bestaan (verwoesting van de tempel in 70 door de Romeinen).
Wat zullen jullie zeggen als ik jullie openbaar dat de mensen van die tijd (onze tijd) grote kunstmatige ogen zullen uitvinden en maken, waarmee zij in de diepste diepten van de sterrenhemel kunnen kijken en heel andere berekeningen zullen maken dan de Egyptenaren. De mensen zullen ijzeren wegen aanleggen en met stoom en vuur in ijzeren wagens rondrijden, zo snel als een afgeschoten pijl door de lucht vliegt. Zij zullen elkaar met metalen vuurwapens bevechten en hun brieven door de bliksem (electriciteit, telegraaf, internet) over de hele wereld laten verspreiden en hun schepen zullen zonder zeilen of roeiriemen door de kracht van het vuur over de grote wereldzee varen, zo snel als een arend door de lucht vliegt, en nog duizend en een andere dingen, waarvan jullie je nu geen voorstelling kunnen maken.
Dat ligt allemaal verborgen in het vierde dier.
GJE 6, par.149
Vriend, zoals het nu is, zal het over ongeveer tweeduizend jaar weer zijn en de aanloop daartoe zal al veel eerder beginnen. In onze tijd is het jodendom veel erger dan het heidendom, want die gebruiken hun verstand tenminste nog, terwijl dat bij de joden met voeten wordt getreden; maar in die tijd zal mijn leer, dus het christendom, erger zijn dan nu jodendom en heidendom samen. Er zal dan grote geestelijke nood onder de mensen zijn.
Het licht van het ware, levende geloof zal doven en de liefde zal volledig verkillen. De hoogmoed van de welgestelde mensen zal alle grenzen te buiten gaan en de heersers en priesters zullen zich nog veel belangrijker wanen dan de ongekende Jehova nu is voor de joden en Zeus voor de heidenen.
Maar ook dan zal ik van tijd tot tijd mannen en maagden opwekken en hun het juiste licht geven en dit licht zal steeds sterker en krachtiger worden, en uiteindelijk de werken van de hoer van Babel verzwelgen. Verwonder je dus niet dat het nu zo is, want het was al vaak zo en erger, en het zal eens nog erger worden.
De wereld zal altijd wereld blijven, maar toch zal ik de mijnen steeds leiden en over de wereld mijn gericht laten komen wanneer zij zo slecht is geworden, dat er naast alle wereldse zaken geen vonkje van het ware levenslicht uit God meer kan bestaan.
Nu was weer zo'n punt bereikt dat, zonder Johannes (de Doper) en zonder mij, in het hele joodse land iedere vonk van de ware godskennis verstikt zou zijn, en daarom moest ik zelf als mens naar deze wereld komen om alle goedwillende mensen het verloren levenslicht terug te geven en hen opnieuw de wegen naar de ware kennis Gods te tonen. Er zal weliswaar nog vaak strijd zijn tussen mijn kinderen en de wereldse kinderen, omdat het aantal der mijnen op aarde steeds kleiner zal zijn dan het aantal wereldse kinderen; maar uiteindelijk zullen toch de mijnen over de hele wereld zegevieren en deze zal hen dan geen schade meer kunnen berokkenen. Want ook al vinden jullie alle materie (de materialisten) nu nog zo hard en onverwoestbaar, zij zal uiteindelijk toch moeten wijken voor de macht van de geest.
Maar alleen God is Heer over alles en hij weet het beste wat, hoe en waarom hij het een en ander toelaat en verordent.
GJE 6, par.150
Op grote schaal openbaart God zich bij monde van door hem geroepen profeten. Zulke profeten zijn voor de mensen met een meer ontwaakte geest altijd goed herkenbaar; ten eerste door hun geschreven en gesproken woord en ten tweede door extra wondergaven, bijvoorbeeld door in noodgevallen de mensen van tevoren toekomstige dingen te verkondigen, zodat de mensen zich kunnen beteren. Ten derde kunnen zulke door Gods wil gewekte profeten ook door hun gebed en door handoplegging zieken genezen, als het genezen heilzaam is voor de ziel van de zieke. En ten vierde kunnen zij ook samen met God een strafgericht over de onverbeterlijke mensheid uitspreken of in het tegenovergestelde geval, een volk zegenen.
Ware profeten zijn altijd vol deemoed en naastenliefde, terwijl valse profeten in allerlei bijzondere, opvallende kleren rondlopen, zeer hoogmoedig en zelfzuchtig zijn en zich alleen op bepaalde plaatsen laten zien.
Uit het feit dat de ware profeten makkelijk van de valse te onderscheiden zijn, en ieder nuchter mens wel kan vaststellen dat er werkelijk ware en valse profeten zijn, welke laatste zeker nooit gekomen zouden zijn als de ware hen niet zouden zijn voorafgegaan, kunnen de mensen afleiden dat er een echte God is, die de mensen nooit helemaal verlaten op aarde laat lopen, maar die zijn wil altijd meedeelt en hen het grote, wijze plan dat hij met hen heeft ook steeds openbaart.
Toen Adam in het paradijs op deze aarde tegenover God gezondigd had, omdat hij als mens met een vrije wil zich niet wilde storen aan de hem welbekende wil van God, kreeg hij weldra een openbaring van God en betreurde toen zijn zonde.
Daarna kregen de mensen vanwege de ontaarde, wereldse kinderen die in het dal woonden (de toestand van onbewuste vereenzelviging), meerdere malen een openbaring van God. Ten tijde van Noach kregen de mensen weer een grote openbaring, maar deze werd voor hen een gericht.
Ten tijde van Abraham vond er weer een openbaring plaats en wel vanwege de ontzettend ontaarde bewoners van Sodom, Gomorra en de omliggende tien kleinere steden. Het werd opnieuw een gericht voor deze mensen; de Dode Zee is er op de huidige dag nog een getuigenis van.
Vader Jacob kreeg weer een openbaring van God, maar zijn kinderen moesten die in Egypte boeten.
Ten tijde van Mozes was er een nieuwe, buitengewoon grote openbaring van God en op stenen tafelen moesten Gods woorden tot de mensen ingegrift worden.
Toen de Israëlieten onder Jozua de woestijn verlieten, kwam er weer een grote openbaring van God en het grote Jericho werd verwoest.
Zo was het ten tijde van Samuel en Elia en ook ten tijde van de vier ander grote profeten.
Nu vind voor jullie ogen de grootste en meest rechtstreekse openbaring van God aan de mensen plaats; maar het daarop volgende grote gericht voor de joden zal niet lang op zich laten wachten (de verwoesting van de tempel en de diaspora).
Van nu af aan zullen bijna tweeduizend jaar talloos veel zieners en profeten worden opgewekt, omdat ook een nog groter aantal valse profeten en zelfs zeer hoogmoedige valse Christussen zullen opstaan. Maar ook de gerichten zullen steeds doorgaan en er zal zelden een heerser zijn die niet met zijn volk vanwege de duisternis een gericht zal moeten ondergaan.
Tegen het einde van de genoemde tijd zal ik steeds grotere profeten opwekken en met hen zullen ook de gerichten zich vermeerderen en uitgebreider worden. Er zullen zware aardbevingen komen en verwoestende stormen, grote prijsstijgingen, oorlogen, hongersnood, epidemieën en nog veel ander kwaad en er zal geen geloof onder de mensen zijn - behalve bij heel weinigen - die in het ijs van hun hoogmoed helemaal zullen verkillen, en het ene volk zal tegen het andere optrekken.
Maar daarna zal de grootste openbaring plaatsvinden door mijn tweede komst op aarde, deze openbaring zal echter ook voorafgegaan worden door een groot gericht en gevolgd worden door een algemene schifting van de wereldse mensen door het vuur en zijn projectielen, waarna ik dan zelf een heel andere kweekschool voor ware mensen op deze aarde zal kunnen vestigen, die dan zal duren tot aan het einde der tijden van deze aarde.
Maar over dit alles mogen jullie je niet ergeren, want ik heb jullie allen immers al zo vaak gezegd dat de mens zonder zijn volledig vrije wil (vrije keuze) helemaal geen mens, maar slechts een op een mens gelijkend dier zou zijn.
GJE 6, par.174
Zoals het met het gericht over Jeruzalem zal gaan, zo zal het ook gaan met een toekomstig groot gericht over de wereld, wanneer ik definitief een einde zal maken aan de grote hoer van Babel. Dat zal dan een gericht zijn, zoals ten tijde van Noach en ten tijde van Sodom en Gomorra.
Dan zullen er ook grote tekenen op aarde, op zee en aan de hemel plaatsvinden en ik zal knechten opwekken, die vanuit mijn woord (de boeken van Jakob Lorber, Edgar Cayce) het komende gericht zullen voorspellen. Maar de hoogmoed van de mensen zal er niet naar luisteren en zo hij er al naar luistert, zal hij hun woorden toch niet geloven, maar hen uitlachen. Maar juist dat zal met de grootste zekerheid aangeven dat het grote gericht, dat alle boosdoeners door het vuur zal verteren, onherroepelijk in aantocht is.
Zo zullen in die tijd jongelingen visioenen hebben en jonge vrouwen zullen voorspellen over de dingen die komen gaan. Gezegend degenen die zich daardoor verbeteren en zich waarachtig zullen bekeren.
In die tijd zullen er hier en daar tussen de volkeren grote oorlogen voorkomen en het ene volk zal optrekken tegen het andere; ook zal er grote schaarste optreden en zullen er allerlei epidemische ziekten uitbreken, zoals bij de mensen tot dan toe nog nooit voorkwamen. Ook zullen er grote aardbevingen aan voorafgaan, om te maken dat de mensen elkaar tot boete en liefdadigheid aansporen. Gezegend degenen die zich daardoor laten leiden.
Maar velen zullen zich daar niets van aantrekken en alles toeschrijven aan de blinde krachten der natuur en profeten zullen bedriegers worden genoemd.
Al deze dingen moeten eerst gebeuren, ongeveer zevenhonderd jaar voor het gericht, zodat achteraf niemand kan zeggen dat hij niet voldoende gewaarschuwd was. Maar vanaf nu zullen er nog geen volle tweeduizend jaar voorbijgaan tot het grote gericht op aarde zal plaatsvinden en dat zal dan tevens het laatste gericht op aarde zijn. Pas daarna zal het paradijs op aarde komen.
Als het gericht nadert, zal ook het teken van de Mensenzoon aan de hemel te zien zijn, hetgeen betekent dat de hemel (de geest) in de mens mij als de enige Heer van hemel en aarde zal erkennen.
Dat is dan echter nog niet de voleinding van de mens. Maar wanneer ik, licht en stralend in de wolken van de hemel, met alle hemelmachten onder geschal als van vele oorlogs- en gerichtsbazuinen in het levende woord voor alle mensen zal optreden in de echte hemel, die in het hart van de mens is, dan is het wereldgericht gekomen.
De ware mens zal dan mijn heerlijkheid binnengaan en de boosdoeners zullen verteerd worden door het vuur.
Ikzelf, als oergoddelijk persoon, zal echter niemand richten, maar dat zal mijn woord doen dat ik tot jullie gesproken heb. Want wanneer ik eenmaal opgevaren zal zijn naar mijn rijk, zal ik nooit meer in het vlees op deze aarde terugkomen, maar enkel in de geest, in het woord. Het zal zo zijn als het in het begin was, waarover geschreven staat: In den beginne was het woord, het woord was bij God en God was het Woord. Het Woord is echter Vlees geworden en heeft onder de mensen gewoond. Hij, d.w.z. ik kwam naar mijn eigendom en de mijnen hebben mij niet herkend; want de wereld en haar vlees hadden hen allen blind en doof gemaakt.
Ik ben nu in het vlees bij jullie als een mens; maar ik kan jullie toch niet alle kracht van mijn geest schenken. Wanneer ik echter later niet meer in het vlees zal zijn zoals nu, maar slechts in de geest bij jullie zal zijn, zal ik jullie ook alle kracht en macht van mijn geest kunnen schenken, die ik van eeuwigheid zelf ben. In de geest en in zijn kracht zal ik bij jullie blijven tot aan het einde van de tijd dat deze aarde nog zal bestaan en tot zij de laatste gerichte geest tot rijpheid gebracht zal hebben. Maar dan zal met deze aarde ook voor eeuwig de wieg van de kinderen Gods verdwijnen. Vanaf die tijd zal alles geestelijk gericht worden.
GJE 8, par.162
(Jezus tegen Petrus) Wanneer men bij de heidenen over een paar honderd jaren bekend zal raken met mijn woord, zal men in Rome beweren dat jij je stoel daar gevestigd hebt. En de volkeren, die daar te vuur en te zwaard toe gedwongen worden, zullen van die valse profeten ook geloven, dat jij als een eerste vorst des geloofs die stoel daar ook geplaatst hebt en van daaruit in mijn naam de hele aarde en haar vorsten en volkeren regeert. Maar zie, dat zal een valse stoel zijn, van waaruit veel onheil over de aarde verspreid zal worden en vrijwel niemand zal dan meer weten waar jij de echte stoel, de stoel van liefde, waarheid, levend geloof en van het leven hebt geplaatst en wie jouw echte opvolger is.
Die valse stoel zal weliswaar lang standhouden, veel meer dan duizend jaar, maar zal de leeftijd van tweeduizend jaar niet bereiken!
Wanneer de valse stoel vermolmd is geraakt en geen stevigheid meer zal hebben, zal ik wederkomen en mijn rijk met mij. Dan zullen ook jullie met mij mee naar de aarde komen en mijn getuigen zijn tegenover diegenen, bij wie wij nog het ware en zuivere geloof zullen vinden.
Maar er zal in die tijd ook een grote zuivering nodig zijn, opdat de mensen mij weer zullen kennen en alleen in mij zullen geloven.
Wat voor de zee de winden en de stormen zijn, dat zijn voor de mens de toegelaten geestelijke beproevingen en strijd, die ieder mens op deze aarde in meerdere of mindere mate moet doorstaan om daardoor het ware leven te bevechten. Wat evenwel voor ieder mens op deze aarde voor de duur van zijn leven op kleine schaal geldt, dat geldt voor langere tijd ook voor de hele volkeren.
De zeer vele mensen op de hele aarde die tegenwoordig door allerlei traagheid en levensduisternis als door een diepe slaap bevangen zijn, moeten dus in een hevige, stormachtige beweging worden gebracht, totdat ze na een lange reeks perioden zover opgewekt worden, dat ze in die wakkere staat eindelijk beginnen te voelen waar het hen aan ontbreekt.
GJE 8, par.163
Wanneer een dergelijke toestand onder de mensen zal intreden, zal ook de tijd gekomen zijn hen te geven waaraan het hen ontbreekt, pas in zo'n tijd zal ik weer tot de mensen op deze wereld komen en zal dan in het algemeen doen, wat ik nu in het bijzonder doe voor slechts weinig getuigen. Ik leg nu het zaad in de aarde en breng de mensen daardoor geen vrede, maar het zwaard voor de strijd en voor grote gevechten en oorlogen.
Alleen de mens die mijn leer zal aannemen en ernaar zal leven, zal in zichzelf het licht, de waarheid en de ware levensvrede vinden, hoewel hij daarbij in de wereld terwille van mijn naam veel gevechten en vervolgingen zal moeten doormaken, wat ook jullie allemaal aan den lijve zullen meemaken. Maar wanneer ik voor de tweede keer in deze wereld zal komen, zal ook het gisten, strijden en vervolgen onder de volkeren ophouden en de oorspronkelijke verhouding van de mensen ten opzichte van de zuivere geesten der hemelen zal normaal en duurzaam worden.
Ik zal nooit meer mijn intrek nemen in een tempel die door mensenhanden gebouwd is, maar alleen in de geest en in de waarheid van degenen die mij zoeken en tot mij bidden, in mij alleen geloven en mij derhalve ook boven alles zullen liefhebben; hun hart zal de ware tempel zijn waarin ik verblijf en hierin zal ik ook tot hen spreken, hen onderrichten en opvoeden en leiden.
De goederen van deze aarde zijn slechts schijn en lijken precies op die, welke een mens in zijn droom bezit. Het kleine verschil is alleen, dat het bezit van goederen in de droom de ziel van de mens enigszins korter begoochelt dan het bezit van uiterlijke goederen in deze wereld. Maar beide vergaan en na het vergaan zal alles schijn blijken te zijn voor de geopende ogen van de levende geest, die als enige aan alle schijn pas in de meest echte zin van het woord werkelijkheid kan verlenen.
Daarom moet ieder vooral streven naar bezittingen van de geest, die het licht, de waarheid en het leven van de ziel is! Wat het lichaam in de juiste mate nodig heeft, zal op deze aarde iedere trouwe arbeider in mijn wijngaard zeker als vanzelf ten deel vallen; want ik weet stellig het beste wat de mens ook in lichamelijk opzicht nodig heeft.
GJE 8, par.185
De waard vroeg: "O heer en meester, hoe zal het er uitzien in de tijd, waarvan u gezegd hebt dat dan de mensen vóór uw wederkomst door vuur gelouterd zullen worden en wat zal dat dan voor vuur zijn?"
Ja vriend, dat vuur zal grote en algemene nood, ellende en droefenis zijn, van een grotere omvang dan de aarde ooit heeft gezien. Het geloof zal uitdoven en de liefde verkillen en de arme geslachten zullen klagen en verkwijnen, maar toch zullen de groten en machtigen en de koningen van deze wereld de smekenden niet helpen, vanwege hun te grote hoogmoed en ook vanwege een te grote hardheid van hun hart!
Zo zal ook het ene volk tegen het andere opstaan en het met vuurwapens te lijf gaan. Daardoor zullen de heersers in grote, niet af te lossen schulden raken en hun onderdanen kwellen met onmogelijk hoge belastingen. Daardoor zullen er buitensporige duurte, hongersnood, vele kwaadaardige besmettelijke ziekten en epidemieën onder de mensen, de dieren en de planten ontstaan.
Ook zullen er hevige stormen op het vasteland en op zee zijn, en aardbevingen, en de zee zal op veel plaatsen buiten haar oevers treden en dan zullen de mensen in grote vrees en angst geraken vanwege de dingen, die dan over de aarde zullen komen.
Dat zal allemaal toegelaten worden om de mensen af te keren van hun hoogmoed, hun zelfzucht en hun grote traagheid. De groten en degenen die zich machtig wanen, zullen met verveling getuchtigd worden en zullen daardoor genoodzaakt zijn in actie te komen, om van die kwelling bevrijd te raken.
Dat is het eerste soort vuur, waardoor de mensen voor mijn wederkomst gelouterd zullen worden.
In diezelfde tijd zal echter ook het natuurlijke vuur een rol van geweldig belang gaan spelen. Het vuur zal op alle zeeën de schepen met een snelheid groter dan die van de wind voortdrijven; ook zullen de mensen met hun scherpe verstand ijzeren voertuigen en wegen maken en in plaats van trekdieren zullen zij vuur voor de wagens spannen en met de grote kracht daarvan sneller dan een afgeschoten pijl ver over de aarde wegsnellen (motorvoertuigen).
Ze zullen ook de bliksem weten te bedwingen en die maken tot de snelste overbrenger van hun wensen en hun wil van het ene uiteinde van de aarde naar de andere (telefoon, internet). En als zij, die trotse en heerszuchtige koningen, oorlog met elkaar voeren, zal het vuur daarbij ook een zeer beslissende rol te spelen krijgen; want door de grote kracht daarvan zullen er ijzeren massa's in de vorm van een kogel met een groot gewicht en met de snelheid van de bliksem naar de vijand, de steden en de vestingen geslingerd worden en grote verwoestingen aanrichten.
De vindingrijke mensen zullen het met deze wapenen zover drijven, dat er weldra geen enkel volk meer een oorlog tegen een ander volk zal kunnen beginnen. Want als twee volkeren elkaar met zulke wapens aanvallen (atoombom) dan zullen ze elkaar ook makkelijk en snel tot de laatste man uitroeien, wat beslist voor geen van beiden een echte overwinning zal opleveren (koude oorlog). Dat zullen die koningen en hun legeraanvoerders spoedig inzien en daarom zullen ze elkaar liever in vrede en goede vriendschap verdragen (Gorbatsjov en Bush sr); en als er ergens een zeer trotse en eerzuchtige rustverstoorder zal opstaan en zijn buurman aanvallen, dan zullen de vredelievenden zich verenigen (VN) en hem tuchtigen (VN vredesmissies). En op die manier zal dan ook langzamerhand de aloude vrede onder de volkeren der aarde aanbreken en zich duurzaam vestigen.
Als men vanaf mijn huidige aanwezigheid bijna 1890 jaren zal optellen (1890+30=1920, het is dus anders gelopen; misschien 2020?, want op de meeste plaatsen noemt Jezus als getal: iets minder dan 2000), zal er op aarde vrijwel geen oorlog meer zijn, en ongeveer in die tijd zal ook mijn persoonlijke komst op de aarde plaatsvinden en de grootste loutering van de mensen een aanvang nemen.
Weliswaar zullen er onder de minder beschaafde volkeren op aarde dan nog oorlogen voorkomen, maar die zullen dan bij hen ook weldra tot de onmogelijkheden behoren. Ik zal hen met behulp van mijn rechtvaardige en machtige koningen en legeraanvoerders in het nauw drijven (VN) en mijn licht onder hen laten uitstorten en ook zij zullen dan in vreedzame volkeren veranderd worden, die het licht zijn toegedaan. Dat is het tweede soort vuur.
GJE 8, par.186
Het derde soort vuur zal erin bestaan, dat ik al enkele honderden jaren daarvoor steeds helderder verlichte zieners, profeten en knechten zal opwekken (Emanuel Swedenborg, Jakob Lorber), die in mijn naam de volkeren over de hele wereld even helder en duidelijk over alles zullen onderrichten en zodoende bevrijden van alle leugen en bedrog. Deze leugens en bedrog zullen door toedoen van valse profeten en priesters, zelfs in mijn naam, de weg banen voor hun eigen ondergang (de kerken, zie de visioenen van Hildegard van Bingen!) en daarmee zullen ze over niet al te lange tijd het boze begin maken en hier en daar zijn ze er in mijn huidige tijd al mee begonnen.
Zij zullen net als de heidense priesters valse tekenen en wonderen doen en zullen veel mensen verleiden, waarbij ze zichzelf grote aardse schatten, rijkdommen, macht en groot aanzien zullen bezorgen (de RK kerk); maar door het derde vuur en het zeer heldere licht daarvan zullen ze alles kwijtraken en volledig te gronde worden gericht. En de koningen en vorsten die hen willen helpen, zullen daarbij al hun macht, hun vermogen en hun tronen kwijtraken; want ik zal mijn koningen en legeraanvoerders tegen hen opwekken en hen de overwinning schenken, en zo zal de oude nacht van de hel en van haar boodschappers onder de mensen op aarde ten einde lopen.
Evenals deze nacht nu bestaat in de heidense, blinde en zinloze ceremonie, die men godsdienst noemt, zal die ook in die tijd bestaan (kerkelijke rituelen), maar door het derde soort vuur uit de hemel geheel en al verwoest en vernietigd worden!
Het vierde soort vuur zal bestaan uit allerlei soorten grote natuurlijke omwentelingen van de aarde en wel met name op die plaatsen van de aarde, waar de mensen te grote en prachtige steden gebouwd zullen hebben, waarin de grootste hoogmoed, liefdeloosheid, slechte zeden, valse rechtspraak, macht, aanzien, traagheid en tevens de grootste armoede en allerlei nood en ellende zullen heersen (de eerste industriële revolutie), veroorzaakt door het te sterk uitgegroeide epicurisme (materialisme en genotzucht) van de groten en machtigen (zij worden op andere plaatsen de 'industriëlen' genoemd).
Want in zulke steden zullen uit buitensporig winstbejag ook op zeer grote schaal allerlei fabrieken gebouwd worden en daar zullen i.p.v. mensenhanden vuur en water het werk doen, samen met duizenden soorten kunstige, van metaal vervaardigde machines. Het verhitten zal gebeuren d.m.v. de oeroude kolen uit de aarde, die de mensen in die tijd in buitengewoon grote hoeveelheden uit de diepten van de aarde zullen delven.
Wanneer een dergelijke bedrijvigheid door het geweld van het vuur eenmaal zijn hoogste punt bereikt zal hebben, zal de aardse lucht op zulke plaatsen op aarde ook te sterk verzadigd raken met brandbare ethersoorten en die zullen weldra hier en daar ontbranden en zulke steden en gebieden in puin en as veranderen; en dat zal dan ook een grote en effectieve loutering zijn. Maar wat het op deze manier voortgebrachte vuur niet zal bereiken, dat zullen allerlei soorten grote stormen op aarde bereiken, vanzelfsprekend daar, waar het nodig zal zijn; want zonder noodzaak zal er niets verbrand of vernietigd worden.
Daardoor zal de lucht op aarde dan ook bevrijd worden van haar kwade dampen en natuurgeesten (vrijgekomen door ontbossing, die op andere plaatsen wordt genoemd), wat een zegenrijke invloed zal hebben op alle andere schepselen op aarde en wat ook de natuurlijke gezondheid van de mensen ten goede zal komen, doordat al die vele kwaadaardige lichamelijke ziekten zullen ophouden te bestaan en de mensen een gezonde, krachtige en hoge leeftijd zullen kunnen bereiken.
Omdat de aldus gelouterde mensen in mijn licht zullen staan en voor altijd de geboden van de liefde van binnenuit en waarachtig in acht zullen nemen, zal het aardse grondbezit ook zo verdeeld zijn onder de mensen, dat iedereen zoveel zal hebben, dat hij met de juiste vlijt nooit nood zal hoeven te lijden. De voorgangers van de gemeenten en ook de koningen zullen geheel en al mijn wil en licht volgen en ervoor zorgen dat er in een land nooit enig gebrek bij het volk zal ontstaan. En ikzelf zal nu eens hier en dan weer daar de mensen bezoeken en hen sterken en oprichten, daar waar de mensen een zeer sterk verlangen naar mij en de meeste liefde voor mij zullen hebben.
GJE 8, par.187
... maar dat ik alleen in een zodanig land en op een zodanige plaats naar de aarde zal komen, waar onder de mensen nog het meest levende geloof en de meest waarachtige liefde tot God en de naaste zal bestaan, dat kun je als zeker aannemen.
Maar als ik kom, zal ik niet alleen komen, maar al de mijnen, die reeds lang in mijn hemelrijk bij mij zullen zijn, zullen in grote scharen samen met mij hun broeders, die op aarde nog in het vlees leven, komen sterken; en zo zal er een ware gemeenschap ontstaan tussen de reeds zalige geesten van de hemelen en de mensen van deze aarde (herstel van helderziendheid), wat de mensen, die in die tijd leven, een grote troost zal zijn.
GJE 9, par.40
De allerergste en allerduisterste toestand zal niet lang duren en dan zal het gebeuren, dat de valse leraren en profeten uiteindelijk zichzelf de doodsteek zullen geven. Want dan zal mijn geest, d.w.z. de geest van alle waarheid, ontwaken onder de op vele manieren gekwelde mensen, de zon des levens zal geweldig beginnen te stralen en de nacht van de dood zal in haar oude graf ondergaan.
Als ik kom, bekeer ik de heidenen en maak het dode geloof weer levend, dus de zuivere leer van God. Na deze daad van mij zullen alle heidenen komen, het weer opnieuw tot leven gewekte geloof in één, enig en ware God aannemen en hun leven inrichten volgens zijn wil.
Het blinde meisje dat ik ziende heb gemaakt, stelt de volkomen ongelovige industrie voor van die tijd waar het nu over gaat en die zal karig en schraal zijn, doordat de trotse en prachtminnende koningen zware belastingen van de mensen zullen eisen, zelfs over wat ze eten en drinken (BTW) en daardoor zullen er grote nood, duurte, ongeloof en liefdeloosheid onder de mensen ontstaan (individualisme), die elkaar over en weer zullen bedriegen en vervolgen.
Maar - onthoud het goed - als de nood het hoogst zal zijn, zal ik komen vanwege de weinige rechtvaardigen, de ellende van de aarde uitroeien en mijn zuivere levenslicht in de harten van de mensen laten schijnen.
GJE 9, par.70
Het jaar, de dag en het uur kan ik jullie niet met zekerheid zeggen, omdat dat op aarde immers van de volkomen vrije wil van de mensen afhangt. Bovendien is het voor het heil van de ziel niet absoluut noodzakelijk om het heel precies van te voren te weten.
Want het naderende uur van hun overlijden (bijvoorbeeld) zou de mensen dermate van vrees, angst en vertwijfeling vervullen dat ze zulke vijanden van het leven zouden worden, dat ze zichzelf voortijdig van het leven zouden beroven om zodoende de angst voor de dood te ontvluchten of ze zouden in een dermate sterke levenstraagheid terecht komen, dat daar voor de ziel weinig heil van te verwachten zou zijn. Het is dus beter voor de mens om niet alle dingen van tevoren helemaal zeker te weten, namelijk wat, hoe en wanneer hem in deze wereld het een en ander kan en ook moet overkomen.
De dag van mijn wederkomst zal zijn als een bliksem, die van het oosten naar het westen hoog langs de bewolkte hemel schiet en alles verlicht wat onder de hemel is.
Zoals het ging in de tijd van Noach, zal het ook gaan bij de tweede komst van de mensenzoon. Ze aten en dronken heel welgemoed, ze trouwden en lieten zich ten huwelijk geven tot op de dag dat Noach in de ark klom en vervolgens de vloed kwam en allen verdronken. En het zal op dezelfde manier gaan als ten tijde van Lot: ze aten en dronken, ze kochten en verkochten, en plantten en bouwden. Op de dag dat Lot uit Sodom wegging, regende het echter al vuur en zwavel uit de hemel en dat bracht hen allen om.
Zie, zo zal het ook zijn en gebeuren in die tijd, wanneer de Zoon des Mensen voor de tweede keer geopenbaard zal worden. Wie op die dag op het dak is en weet dat zijn huisraad in het huis is, laat die niet van het dak komen om het huisraad op te halen! Wat betekent: wie de dingen werkelijk begrijpt, moet bij dat begrip blijven en niet dat niveau verlaten, uit angst dat hij daardoor misschien aan wereldse voordelen zou kunnen inboeten; want die dingen zullen vernietigd worden.
Evenzo nog een ander beeld: wie zich op het veld (de vrijheid van inzicht) bevindt, moet zich niet omkeren naar wat achter hem is (de oude drogleren en de instellingen daarvan), maar zich het lot van de vrouw van Lot herinneren en in de waarheid voorwaarts streven.
Wie zijn ziel vanwege de wereld probeert te behouden, zal haar verliezen; maar wie haar om wille van de wereld zal verliezen, zal haar leven behouden en haar tot het ware, eeuwige leven helpen.
Twee mensen zullen zich weliswaar uiterlijk gezien in de sfeer van een en dezelfde geloofsbelijdenis bevinden, maar de een zal in de daad een levend geloof hebben en daarom ook aangenomen worden in het levende en lichte rijk Gods, maar de ander zal enkel vasthouden aan de uiterlijke cultus, die geen innerlijke waarde voor het leven van de ziel en de geest heeft en zal niet opgenomen worden in het rijk Gods, omdat zijn geloof zonder de werken der naastenliefde als het ware dood is.
GJE 9, par.71
Zoals het nu voor onze ogen gebeurt met het jodendom, dat nu zonder waarheid of geloof is, ... waarmee het over ongeveer vijftig aardse jaren afgelopen zal zijn (de vernietiging van de tempel in 70), zo zal het er in later tijden ook voorstaan met de leer van de kerk die ik nu sticht. Die zal nog veel erger worden dan het jodendom nu.
En dat kan nog gebeuren voordat er na mijn leven hier, zoals ik lichamelijk in jullie midden ben, tweeduizend aardse jaren verlopen zijn (< 2033).
(Dit wordt toegelaten omdat) ik de mensen, aan wie een volkomen vrije wil, een vrije zelfbeschikking is gegeven, met mijn almachtige wil niet zo kan en mag leiden als al het overige geschapene in de hele oneindigheid; want als ik dat zou doen, zou de mens geen mens zijn, maar net als een dier of plant of steen, die door mijn almacht gericht is.
(Waar is het rijk Gods?) Want zoals de geest inwendig in de mens is en al het leven, denken, voelen, weten en willen oorspronkelijk daarvan uitgaat en alle vezels doordringt, zo is ook het rijk Gods, dat het ware levensrijk van de geest is, alleen maar inwendig in de mens en niet op de een of andere manier uitwendig of buiten de mens.
Laat niemand van jullie denken dat hij meer is dan zijn medeleerling, want jullie zijn allemaal gelijke broeders; alleen ik ben jullie heer en meester en zal dat in alle eeuwigheid en ook in alle tijdperken van deze wereld zijn en blijven.
GJE 9, par.89
... als ik weer op aarde kom, zal ik over het algemeen nog minder geloof aantreffen dan nu. Want in die tijd zullen de mensen in veel wetenschappen en allerlei verworvenheden het heel ver brengen, grotendeels door hun onvermoeibare onderzoeken en berekenen onder de wijd uitgespreide takken van de boom der kennis en ze zullen met de krachten in de natuur van de aarde, die nu nog helemaal voor de mensen verborgen zijn, wonderbaarlijke dingen tot stand brengen en zullen zeggen: "Kijk, dat is God, er is geen andere!"
Het geloof van die mensen zal zo goed als geheel verdwenen zijn. Bij die mensen zal ik bij mijn wederkomst dus geen geloof meer vinden! Een ander groot deel van de mensen zal zich in een nog veel duisterder heidens bijgeloof bevinden dan nu alle heidenen op de hele aarde. Geruime tijd zullen ze hun leraren, vertegenwoordigers en beschermers vinden in de groten en machtigen van de aarde van die tijd; maar de kinderen der wereld, die goed toegerust zullen zijn met alle wetenschappen en andere verworvenheden (Galilei, Copernicus, Darwin), zullen het zeer duistere bijgeloof met alle geweld onderdrukken en de groten en machtigen der aarde in meer dan grote verlegenheid brengen, omdat door de wetenschap allerlei soorten kennis het gewone en lange tijd met alle middelen blind gehouden volk zal beginnen in te zien dat het alleen maar geknecht is geweest ter wille van de wereldse roem en het comfortabele leven van die groten en machtigen, die zelf geen geloof hadden. En als ik dan kom, zal ik ook bij hen geen geloof vinden.
In de tijd van de grote duisternis zal ik geen geloof bij hen kunnen vinden omdat ze de domste en meest blinde knechten waren van degenen die hen overheersten, die heel goed inzagen waar die volslagen blinden voor te gebruiken zijn en dat zienden zich dat nooit zo zouden laten welgevallen. Maar als de blinden ook eenmaal door de wetenschappers ziende zijn geworden, dan zijn ze aanhangers geworden van degenen die hen voor het grootste deel vrij hebben gemaakt van het knechtschap van de groten en machtigen.
Zij zullen tegen mij zeggen: Wij houden ons nu aan de wetenschappen en haar toepassingen van allerlei aard en leven daarbij in vrede en rust, al is het naar wij vertrouwen ook maar tijdelijk; want een tijdelijk, maar een vredig en rustig leven is ons nu veel liever dan een door onnoembaar leed gekochte en daarbij toch in twijfel getrokken hemel met al zijn mooie zaligheden.
Maar God, de schepper en eeuwige instandhouder van alle dingen en wezens, heeft op zijn beurt heel andere opvattingen en plannen met alles, wat hij uit zichzelf heeft geschapen en daarom weet hij ook het allerbeste waarom hij het een en ander onder de mensen op deze aardse toelaat.
Uiteindelijk zal al het bijgeloof met de wapenen van wetenschappen en techniek van de aardbodem weggevaagd worden, waarbij toch geen mens in zijn vrije wil ook maar in het minst wordt gehinderd. Daardoor zal mettertijd alle geloof onder de mensen verloren gaan; maar die toestand zal maar een zeer korte tijd duren. In die tijd zal ik pas de oude boom der kennis zegenen en daardoor zal de boom des levens in de mens weer zijn oude kracht herkrijgen en dan zal er voortaan slechts één herder en één kudde zijn.
GJE 9, par.90
De leer die ik jullie nu geef, is Gods woord en blijft eeuwig en daarom zullen de mensen, waar we het nu over hebben ook alleen deze leer van mij krijgen, die jullie van mij hebben ontvangen; maar in die tijd zal die hun niet in verhulde vorm, maar volledig onthuld naar zijn hemelse en geestelijke betekenis worden gegeven en daaruit zal het nieuwe Jeruzalem bestaan, dat uit de hemelen op deze aarde zal neerdalen. In het licht daarvan zal het de mensen pas duidelijk worden hoezeer hun voorgangers door de valse profeten om de tuin zijn geleid en bedrogen, evenals nu de Joden door de Farizeeën.
De schuld van al het vele onheil op aarde zullen ze dan niet mij en mijn leer in de schoenen schuiven, maar de uiterst zelfzuchtige en heerszuchtige valse leraren en profeten, wier mentaliteit ze in het licht van hun wetenschappen en vele vaardigheden maar al te precies zullen hebben doorzien.
Wanneer het zeer heldere licht van het nieuwe Jeruzalem over de hele aarde zal schijnen, zullen de leugenaars en bedriegers ontmaskerd worden en zal hun het loon voor hun werk worden gegeven. Hoe hoger iemand van hen dan ook meent te staan, des te dieper zal ook zijn val zijn.
Jullie kunnen nu nog helemaal niet vermoeden tot wat voor grote en veelomvattende wetenschappen en andere vaardigheden de mensen het eenmaal zullen brengen en hoezeer daardoor elk bijgeloof onder mensen uitgeroeid zal worden. Waar in de hele wereld is er nu sprake van zuivere wetenschap, die stoelt op de grondbeginselen van welberekende waarheid en waar is er sprake van een door zo'n wetenschap berekende toepassing?
Maar dat (het bijgeloof van de valse profeten) zal niet zo blijven; want op het juiste moment zal ik mensen wekken voor de zuivere wetenschappen en kunsten en zij zullen het de mensen van de daken verkondigen hoe de dienaren van de valse profeten hun wonderen hebben gedaan. Zodoende zal de zuivere wetenschap in alle dingen en ook de zuivere kunst tot een onoverwinnelijke voorloper en voorvechter van mij worden tegen het oude bijgeloof; en als de Augiasstal daardoor gereinigd zal zijn, zal ik gemakkelijk en heel doeltreffend op de aarde kunnen wederkomen. Want mijn zuivere levensleer zal zich gemakkelijk verenigen met de overal zuivere wetenschap van de mensen en op die manier de mensen een volledig levenslicht geven.
GJE 9, par.94
Bij mijn wederkomst zal ik niet weer ergens als een kind uit een vrouw geboren worden; want dit lichaam blijft verheerlijkt, zoals ik als geest in eeuwigheid en derhalve heb ik nooit meer een tweede lichaam nodig.
Eerst zal ik onzichtbaar komen in de wolken des hemels, wat zoveel wil zeggen als: eerst zal ik beginnen de mensen te benaderen door waarachtige zieners, wijzen en nieuw opgewekte profeten en in die tijd zullen ook vrouwen profeteren (Hildegard, Hadewych, Theresia van Avila) en jongemannen heldere dromen hebben, waardoor ze de mensen mijn komst zullen verkondigen en velen zullen daarnaar luisteren en hun leven beteren; maar de wereld zal hen voor waanzinnige fantasten uitmaken, zoals dat ook bij de profeten het geval was.
Zo zal ik ook van tijd tot tijd mensen opwekken aan wie ik alles, wat er nu tijdens mijn aanwezigheid is, gebeurt en gesproken wordt, door hun hart in de pen zal geven (Jakob Lorber); wat dan slechts eenmaal geschreven is, zal op een speciale vernuftige manier, die de mensen in die tijd goed zullen kennen, in de korte tijd van enkele weken in vele duizenden gelijkluidende exemplaren vermenigvuldigd en zo onder de mensen gebracht kunnen worden. En aangezien de mensen in die tijd vrijwel allemaal de kunst van het lezen en schrijven zullen beheersen, zullen zij de nieuwe boeken ook zelf kunnen lezen en begrijpen.
Op die manier van verspreiden zal mijn leer, die weer nieuw en zuiver vanuit de hemelen wordt gegeven, veel sneller en doeltreffender bij alle mensen op de gehele aarde gebracht kunnen worden, dan zoals nu door boodschappers in mijn naam van mond tot mond.
Als mijn leer op die manier onder de mensen gebracht zal zijn die van goede wil zijn en een levend geloof zullen hebben en minstens een derde deel van de mensen die vernomen zullen hebben, dan zal ik ook hier en daar persoonlijk en lichamelijk zichtbaar (noot: in het verheerlijkte geestelijke lichaam) tot diegenen komen die mij het meest liefhebben en het grootste verlangen hebben naar mijn wederkomst en ook het volle en levende geloof daarvoor zullen hebben.
En ik zal zelf gemeenten uit hen vormen, waar geen wereldse macht meer verzet en weerstand tegen zal kunnen bieden; want ik zal hun legeraanvoerder en hun eeuwig onoverwinnelijke held zijn en alle dode en blinde wereldse mensen richten. En zo zal ik de aarde van haar oude vuil reinigen.
Ten tijde van die nieuwe zieners en profeten zal er echter grote nood en ellende onder de mensen zijn, zoals er op deze aarde nog nooit geweest is; maar vanwege mijn uitverkorenen in die tijd zal die maar een korte tijd duren, opdat hun zaligwording geen schade zal lijden.
Maar in dit land, waar ik nu als een misdadiger van het ene dorp naar het andere door de joden van de tempel achtervolgd wordt en dat in die tijd door duistere heidenen vertrapt wordt, zal ik persoonlijk niet weer het eerst optreden, onderrichten en de zwakken troosten. Maar in de landen van een ander werelddeel, die nu door heidenen bewoond worden, zal ik een nieuw rijk stichten - een rijk van vrede, van eendracht, van liefde en van voortdurend levend geloof; vrees voor de dood van het lichaam zal niet meer bestaan onder de mensen die in mijn licht wandelen en steeds in verbinding zullen staan met de engelen van de hemel en met hen zullen omgaan.
De aarde behoort mij overal toe en ik weet op welke plaats mijn wederkomst het nuttigst zal zijn voor de gehele aarde. In die tijd zullen de mensen echter van het ene einde van de aarde naar het andere met elkaar in verbinding kunnen treden en wel zo snel als een bliksem uit een wolk schiet; en door gebruik te maken van de in vuur en water gebonden geesten zullen de mensen over ijzeren wegen de grootste afstanden op aarde rijdend kunnen afleggen en wel sneller dan de hevigste storm, en de schepen zullen met behulp van dezelfde krachten binnen korte tijd over de grote oceanen varen. Dan zal ook het bericht van mijn wederkomst binnen zeer korte tijd over de hele aarde verspreid kunnen worden, ook naar Azië.
Maar dan is opnieuw de vraag, zal dat bericht bij de blinde en dove heidenen van dat werelddeel ook geloof vinden? Ik denk en zeg dat dat pas het geval zal zijn wanneer het door een groot wereldgericht gelouterd zal worden.
Er is een groot land in het verre westen, dat aan alle kanten door de grote wereldoceaan omspoeld wordt en nergens over zee verbinding heeft met de oude wereld (Amerika). Uitgaande van dat land zullen de mensen eerst grote dingen vernemen en die zullen ook in het westen van Europa opduiken en daaruit zal een helder stralen en wederstralen ontstaan. De lichten der hemelen zullen elkaar ontmoeten, herkennen en ondersteunen. Uit die lichten zal de zon van het leven zich ontwikkelen, dus het nieuwe, volmaakte Jeruzalem en in die zon zal ik op deze aarde wederkomen.
Terug naar boven
|
|