Carl R. Rogers Mens worden, deel 4
Oorspronkelijke titel: On becomming a person (1961)
Uitgeverij: Bijleveld, Utrecht, 1969
ISBN 90 61 31 230 2

Vierde deel Een filosofie van de menselijke persoonlijkheid

Ik ben voor mezelf tot enkele filosofische inzichten gekomen over het leven van de mens en over de richting die hij kiest, wanneer hij vrij is 'dat zelf te zijn wat men waarlijk is'.

De mening van een therapeut over persoonlijke doelen

In deze tijd beschouwen de meeste psychologen het als een belediging als ze ervan beschuldigd worden filosofisch te denken. Die reactie is niet die van mij. Ik kan niet anders dan me verwonderen over de betekenis van wat ik waarneem. Sommige van die overpeinzingen zouden wel eens tot opwindende consequentie voor onze visie op de moderne samenleving kunnen leiden. In 1957 kreeg ik een uitnodiging een voordracht te houden. Ik besloot een onderwerp te nemen waar ik, ook voor mijzelf, duidelijkheid in wilde hebben:
De betekenis van de persoonlijke richting die cliënten in het vrije klimaat van de therapeutische relatie inslaan.

Toen ik mijn tekst klaar had, vroeg ik me echter met een zekere angst af of ik wel iets te bieden had wat in enig opzicht nieuw of belangwekkend was. Na de lezing werd door het verbazingwekkend langdurige applaus van de toehoorders die vrees weggenomen.
Nu het verloop van tijd mij in staat stelt wat objectiever te bezien wat ik gezegd heb, voel ik me over dit werkstuk vooral nog tevreden omdat het naar mijn mening heel goed mijn waarnemingen weergeeft die hier in twee, voor mij belangrijke, thema's zijn gekristalliseerd:
- Mijn vertrouwen in het menselijke organisme als het vrijelijk functioneert.
- De existentiële kwaliteit van een bevredigend leven, een thema dat door enkele van onze modernste filosofen behandeld wordt, maar dat al meer dan vijfentwintig eeuwen geleden door Lao-Tse heel mooi verwoord werd toen hij zei: 'De manier om te doen is te zijn'

De vragen: 'Wat is mijn levensdoel?', 'Waar streef ik naar?', 'Wat beoog ik?'

Dit zijn vragen die ieder mens zich op een of ander ogenblik wel eens stelt, soms kalm en nadenkend, soms in een beangstigende onzekerheid of wanhoop. Het zijn oude, heel oude vragen die in elk tijdperk van de geschiedenis zijn gesteld en beantwoord. Maar het zijn ook vragen die elk mens zichzelf steeds opnieuw moet stellen en op zijn eigen wijze moet bentwoorden. Het zijn vragen die ik, als counseler, op zeer verschillende manieren heb horen uiten als mannen en vrouwen in persoonlijke nood proberen de ontwikkelingen in hun leven te leren kennen, te begrijpen of te kiezen.
In zeker opzicht kan er over deze vragen niets nieuws meer worden gezegd. De openingswoorden van de titel die ik voor deze opdracht koos, heb ik ontleend aan de geschriften van de Deense filosoof Kierkegaard die meer dan een eeuw geleden met deze vragen worstelde. Als ik eenvoudigweg nog een persoonlijke opvatting over dit hele vragencomplex aangaande doel en zin van het leven tot uiting zou brengen, dan zou dat aanmatigend zijn. Maar waar ik tal van jaren gewerkt heb met onzekere, wanhopige en vastgelopen mensen, meen ik toch een algemeen patroon te kunnen ontdekken, een gelijke ontwikkelingslijn, een gemeenschappelijke factor, een bepaalde orde ook in alle voorlopige antwoorden op die vragen die zij voor zichzelf gevonden hebben. En ik zou dan ook graag mijn opvattingen met u willen delen inzake datgene waar menselijke wezens naar streven als ze vrij zijn om te kiezen.

Enkele antwoorden

Voor te proberen u deze wereld van mijn eigen ondervindingen met mijn cliënten binnen te voeren, zou ik u eraan willen herinneren dat de vragen die ik genoemd heb geen pseudovragen zijn; al evenmin zijn de mensen in verleden en heden het over de antwoorden eens geweest.
Vandaag de dag beschouwen velen het doel van het leven als het leveren van een grootse prestatie, het verkrijgen van materiele bezittingen, status, kennis en macht. Sommigen hebben zich ten doel gesteld zichzelf in volledige overgave en toewijding te geven aan een zaak buiten hen, zoals het christendom of het communisme. In zeer scherpe tegenstelling daarmee heeft menig oosterling ernaar gestreefd alle persoonlijke verlangens te elimineren en het uiterste aan zelfbeheersing te beoefenen.

In een onderzoek werd objectief onderzocht welke levensweg door studenten in zes verschillende landen - India, China, Japan, Amerika, Canada, en Noorwegen - de voorkeur hadden. Zoals men kon verwachten ontdekte men uitgesproken verschillen in doelen tussen deze nationale groepen. Door een factoranalyse van de gegevens is ook getracht de onderlinge waarden vast te stellen die in de duizenden specifieke, individuele voorkeuren een rol speelden. Zonder op de details van die studie in te gaan, kunnen we misschien de 'vijf dimensies' die er uit naar voren kwamen en die in de verschillende combinaties, hetzij positief, hetzij negatief, verantwoordelijk bleken te zijn voor de individuele keuze, eens nader te bezien.

De eerste dimensie houdt een voorkeur in voor een leven vervuld van verantwoordelijkheidszin, hooggestelde ethische normen, persoonlijke ingetogenheid, waardering voor al datgene wat al door de mensheid bereikt werd en aandacht om deze verworvenheden in stand te houden.

De tweede legt een nadruk op de grote vreugde die te vinden is in het met kracht actief te zijn om obstakels te overwinnen. Dat houdt ook in een optimistische inzet om te werken aan verandering, zowel bij het oplossen van persoonlijke en maatschappelijke problemen, als bij het overwinnen van hindernissen in de natuur.

De derde dimensie onderstreept de waarde van een innerlijk leven dat aan zichzelf genoeg heeft, waarbij men dient te streven naar verrijking en verruiming van het zelfbewustzijn. Macht over mensen en dingen wordt verworpen ten gunste van een diep en meevoelend inzicht in zichzelf en in anderen.

De vierde dimensie waardeert vooral een warme ontvankelijkheid ten aanzien van mens en natuur. Inspiratie wordt gezien als afkomstig van een bron buiten zichzelf en de mens leeft en ontwikkelt zich in een toegewijd luisteren naar en reageren op die bron.

De vijfde dimensie benadrukt de sensuele genietingen. De privé genoegens. De eenvoudige vreugden des levens, een zich overgeven aan het ogenblik en een ontspannen openheid ten aanzien van het leven worden het hoogst gewaardeerd.

Dit is een belangrijk onderzoek, een van de eersten die objectief de antwoorden meet die in verschillende culturen gegeven worden op de vraag: wat is het doel van mijn leven? Het heeft iets toegevoegd aan de kennis die we al bezaten door de vroeger gegeven antwoorden. Het heeft ook meer inzicht gegeven in enkele fundamentele dimensies op basis waarvan men zijn richting kiest. Een conclusie zou kunnen zijn: "Het is alsof mensen in verschillende culturen vijf hoofdtonen op de toonladder gemeen hebben, waarmee ze verschillende melodieën componeren."

Een andere visie

Ik ben zelf op de een of ander manier niet helemaal tevreden met dit onderzoek. Geen van de 'levenswijzen' die de onderzoekers aan de studenten als mogelijke keuzen voorlegde en geen van de genoemde dimensies behelst op een bevredigende manier het levensdoel dat in mijn ondervindingen met mijn cliënten naar voren komt. Als ik tijdens de therapie gesprekken de een na de ander zie worstelen om een eigen levenswijze te vinden, dan zie ik daarin zich een algemeen patroon aftekenen, dat met geen van de gevonden dimensies samenvalt.
De beste manier waarop ik dat levensdoel, zoals ik dat in mijn relaties met cliënten aan het licht zie komen, kan formuleren is door de woorden van Kierkegaard te gebruiken: "Dat zelf te zijn, wat men waarlijk is." Ik ben me er volledig van bewust dat dit misschien zo simpel klinkt dat het absurd lijkt. Te zijn wat men is, lijkt eerder een formulering van een voorhanden feit dat van een doel. Wat betekent het? Wat houdt het in? De rest van de opmerkingen hierover wil ik daaraan wijden.
Om te beginnen wil ik alleen maar zeggen dat er vreemde dingen in opgesloten liggen. Vanuit mijn ondervindingen met mijn cliënten en vanuit mijn zelfonderzoek kom ik tot gezichtspunten die me tien of vijftien jaar geleden erg vreemd en onaannemelijk zouden hebben geleken. Ik vertrouw er dan ook op dat u deze inzichten met kritisch scepticisme wilt beschouwen en ze alleen maar zult aanvaarden zover ze in het licht van uw eigen ervaring waarheidsgetrouw klinken.

Richtingen waarin cliënten zich ontwikkelen

Laat ik proberen enkele ontwikkelingen die ik zie als ik samen met mijn cliënten aan hun problemen werk, te schetsen en te verhelderen. In mijn relatie met deze mensen had ik me ten doel gesteld een klimaat te scheppen dat een optimum aan veiligheid, warmte en begrip zou inhouden, zoveel als ik maar op authentieke wijze uit mijzelf kan opbrengen en aanbieden. Ik heb het niet bevredigend of hulpgevend gevonden in de ervaringsstroom van de cliënten tussenbeide te komen met diagnostische of interpreterende verklaringen, noch met suggesties, adviezen of aanwijzingen. Vandaar ook dat de richting die ik de cliënt tijdens de therapie zie uitgaan, naar mijn beste weten door de cliënt zelf gekozen wordt; ik geef nu eenmaal geen directieven.
Natuurlijk kan ik mijn ogen niet sluiten voor de mogelijkheid dat iemand zou kunnen aantonen dat de ontwikkelingen die ik hierna zal beschrijven, heel geraffineerd tot op zekere hoogte door mij opgewekt zijn. Ik blijf er echter bij mijn beschrijving van uitgaan dat ze binnen deze veilige relatie in de cliënt zelf ontstaan, omdat me dat toch de meest waarschijnlijke verklaring lijkt.

Weg van façades

In de eerste plaats neem ik als karakteristieke tendens waar, dat de cliënt zich aarzelend en angstig gaat afwenden van een zelf dat hij niet is. Met andere woorden, ook als hij in de verste verte nog niet weet in welke richting hij moet gaan, er is toch beweging: hij verwijdert zich van iets. En natuurlijk zal hij daardoor op den duur gaan vaststellen, weliswaar vanuit het negatieve, wat hij is.
Aanvankelijk kan dat eenvoudigweg tot uiting gebracht worden als angst om bloot te geven wat hij is. Zo zegt een achttienjarige jongen in een van de eerste gesprekken:
"Ik weet zelf wel dat ik niet zo'n kei ben, en ik ben bang dat ze daar achter komen. Daarom doe ik die dingen... Vandaag of morgen komen de anderen erachter dat ik niet zo'n kei ben. Ik probeer alleen maar die dag zo lang mogelijk uit te stellen... Als u me kent zoals ik mezelf ken... Ik ga u niet vertellen wat ik denk dat ik werkelijk voor mens ben... Dat is het enige punt waarop ik niet wil meewerken... Het zou niet best zijn voor uw mening over mij als u wist wat ik van mezelf denk."

Het zal duidelijk zijn dat juist de uiting van deze angst een onderdeel vormt van het worden wat hij is. In plaats van gewoon maar een façade te zijn, alsof dat zijn zelf was, komt hij er nu dichter aan toe om zichzelf te zijn, namelijk een angstig mens die zich achter een façade verbergt omdat hij zichzelf als te afschuwelijk beschouwt om gezien te kunnen worden.

Weg van wat 'behoort'

Een soortgelijke ontwikkeling blijkt duidelijk waar de cliënt zich afkeert van het verplichtingen opleggende beeld van wat hij 'behoort te zijn'. Sommige mensen zijn door hun ouders zo diep doordrongen van de opvatting 'ik behoor goed te zijn' of 'ik moet goed zijn', dat zij slechts na de diepste innerlijke worstelingen zich van dat doel kunnen afwenden. Zo vertelt een jonge vrouw, als ze haar onbevredigende relatie met haar vader beschrijft, eerst hoezeer ze naar zijn liefde verlangde: "Ik geloof dat met alle gevoelens die ik ten aanzien van mijn vader had, ik werkelijk in de eerste plaats een goede verhouding met hem wilde hebben... Ik wilde zo graag dat hij om me gaf en toch scheen ik niet te krijgen wat ik echt wilde."
Ze had altijd het gevoel dat ze beantwoorden moest aan zijn eisen en verwachtingen en dat was net te veel. Omdat als ik eenmaal aan één had voldaan, was er altijd nog iets en nog iets en nog iets, en ik kon nooit aan al die verwachtingen helemaal voldoen. Het was een eindeloze eis. Ze heeft het gevoel dat ze net als haar moeder was, onderworpen en klagerig, en voortdurend proberend aan zijn eisen te beantwoorden. "Ik wilde eigenlijk helemaal niet zo iemand zijn. Ik vind dat het niet goed is om zo te leven, maar toch denk ik dat ik toen absoluut geloofde dat je zo behoorde te zijn als je tenminste graag wilde dat anderen zich om je bekommerden en van je hielden. En toch, wie zou er nu echt willen houden van iemand die zo'n slapjanus was?"

De counseler antwoordde: "Wie zou er nu werkelijk van een voetveeg houden?"

Ook al verraden deze woorden dan niets van het zich zelf zijn waarheen ze op weg is, de vermoeidheid en minachting zowel in haar toon als in haar woorden maken het duidelijk dat ze zich afwendt van een zich zelf zijn dat goed en onderworpen moet zijn. Vreemd genoeg vindt ook een aantal mensen dat ze zich gedwongen gevoeld hebben zichzelf als slecht te beschouwen en ze ontdekken dat ze zich van die opvattingen over henzelf afwenden.

Een jonge man vertoont die afwending heel duidelijk. Hij zegt: "Ik weet niet hoe ik de indruk gekregen heb dat het zo behoorlijk en nodig was me te schamen... Me schamen over mezelf, dat was zoals ik móest zijn... Er was een wereld waarin ik me door me te schamen over mezelf nog het beste kon thuisvoelen... Als je iets bent dat heel erg afgekeurd wordt, dan was dat dunkt me de enige manier waarop je er nog iets van zelfrespect op na kunt houden, namelijk door je te schamen over dat deel van je dat afgekeurd wordt... Maar nu weiger ik categorisch dingen vanuit dat oude standpunt te doen... Het lijkt wel alsof ik ervan overtuigd was dat iemand steeds tegen me zei: "De manier waarop je zijn moet, is je te schamen over jezelf, wéés zo!" en ik heb dat een hele tijd geaccepteerd en antwoordde dan: "Oké, zo ben ik!" Maar nu kom ik in verzet tegen die iemand en zeg: "Het kan me niet schelen wat je zegt. Ik ga me niet meer schamen over mezelf!"
Deze cliënt is nu duidelijk bezig de opvatting dat hij zich over zichzelf schamen moet en dat hij slecht is, los te laten.

Weg van het beantwoorden aan verwachtingen

Andere cliënten merken dat ze zich afwenden van wat de cultuur van hen verwacht. In onze huidige industriële cultuur bestaat er bijvoorbeeld, een enorme druk om aan de karakteristieken te voldoen die men van de 'organisatieman' verwacht: men moet volledig lid van de groep zijn, men moet de 'glad geschaafde' mens worden die met andere gladgeschaafde mensen weet om te gaan.
De insteek is daarbij het individu te socialiseren, zijn normen te verfijnen, te polijsten of te fatsoeneren, en wel zodanig dat hij zich zonder problemen kan voegen in bestaande systemen.
Tegenover deze systeemdwang en deze druk om zich te conformeren, constateer ik dat, als cliënten vrij zijn om te zijn hoe en wat ze maar willen, zij de neiging vertonen wrok te koesteren tegen en te twijfelen aan de tendens van de organisatie of de cultuur hen te modelleren naar een bepaalde vorm. Een van mijn cliënten zei, met duidelijke woede: "Ik heb heel lang geprobeerd te leven in overeenstemming met datgene wat zinvol was voor anderen en wat voor mijzelf werkelijk helemaal geen zin had. Ik voelde dat er, op een bepaald vlak, zoveel méér is dan wat anderen van me willen." Ook hij had dus de neiging, net als anderen, zich af te wenden van wat er van hem verwacht wordt.

Weg van het behagen van anderen

Ik heb gemerkt dat veel mensen zichzelf gevormd hebben door te proberen altijd aardig te zijn en bij anderen in de pas te komen, maar ook hier, als ze vrij zijn wenden zij zich ervan af die mensen te zijn. Een man, die terugziet op een deel van het proces dat hij doorgemaakt heeft, schrijft dan ook: "Tenslotte voelde ik dat ik eenvoudig moest doen wat ik zélf wilde doen en niet datgene waarvan anderen het gevoel hadden dat ik dat behóórde te doen. Dat is een volledige ommekeer in mijn hele leven. Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik dingen móest doen, omdat die van mij verwacht werden of, wat nog belangrijker is, om te zorgen dat mensen me mochten. Weg ermee! Ik geloof dat ik van nu af aan gewoon mezelf ga zijn - rijk of arm, goed of slecht, verstandig of onverstandig, logisch of onlogisch, beroemd, berucht, of onbekend. Wel bedankt voor uw aandeel en hulp bij het herontdekken van Shakespeare's: "To thine own self be true".
Men zou dus kunnen zeggen dat op een ietwat negatieve manier cliënten hun doel, hun levenszin bepalen door, in vrijheid en veiligheid van een begrijpende relatie, hun levenszin bepalen door in de vrijheid en veiligheid van een begrijpende relatie, enkele kanten te ontwikkelen die ze niet op willen gaan. Zij geven er de voorkeur aan zichzelf en hun gevoelens niet langer voor zichzelf te verbergen en zij besluiten zich ook niet meer te verstoppen of te vermommen voor sommige anderen die in hun leven een belangrijke rol spelen. Ze willen niet zijn wat ze 'behoren' te zijn, onverschillig of dat gebod positief of negatief bepaald is. Ze willen zichzelf en hun gedrag niet laten modelleren naar een vorm die er alleen maar toe dient bij anderen in de gunst te komen. Ze verkiezen niet iets kunstmatigs te zijn, of iets dat pasklaar opgedrongen is, of iets dat van buitenaf bepaald wordt. Ze beseffen dat ze in wezen geen waarde hechten aan dergelijke oogmerken, zelfs als ze tot nu toe daarnaar hun hele leven lang geleefd hebben.

Naar zelfbepaling

Maar wat is nu het positieve in de ervaring van deze cliënten? Ik zal proberen een aantal aspecten te beschrijven die ik waarneem in de richtingen die zij inslaan.

In de eerste plaats autonomie

Daarmee bedoel ik dat hij geleidelijk aan de doelen kiest waar hij zelf heen wil. Hij wordt verantwoordelijk voor zichzelf. Hij beslist welke activiteiten en gedragswijze voor hem betekenis hebben en welke niet. Ik meen dat deze neiging tot zelf bepaling overvloedig aangetoond wordt door de voorbeelden die ik gegeven heb. Ik wil niet de indruk wekken dat mijn cliënten lustig en onversaagd die richting inslaan. Beslist niet.

De vrijheid om zichzelf te zijn is een angstaanjagende en verantwoordelijke vrijheid en de mens gaat omzichtig, bevreesd en aanvankelijk bijna zonder vertrouwen in die richting.

En al evenmin wil ik de indruk wekken dat hij altijd een juiste, verstandige keuze doet. Verantwoordelijke zelfbepaling houdt in dat men kiest en dan van de consequenties leert. Cliënten ontdekken zodoende dat dit een ontnuchterende, maar opwindende ervaring is. Een cliënt formuleert het als volgt: "Ik voel me angstig en kwetsbaar en losgesneden van steun, maar ik voel in mezelf ook het opwellen van kracht en sterkte." Dit is een gewone reactie als de cliënt komt tot zelfbepaling van zijn leven en gedrag.

Naar een wordingsproces

Het tweede aspect is verandering. De cliënten gaan openlijker in de richting van een wordingsproces, een beweeglijkheid, een verandering. Het stoort hen dat ze niet merken dat ze van dag tot dag niet dezelfde zijn, maar dat ze er niet altijd hetzelfde gevoel hebben bij bepaalde ervaring of persoon en dat ze niet altijd consequent zijn. Zij zijn in voortdurende verandering en zijn er tevreden mee in die bewegende stroom te blijven. Het streven naar volkomen zekerheid en definitieve oordelen schijnen te verminderen.

Een cliënt zegt: "Man, alles is enorm aan het veranderen... als ik hier zelfs mijn eigen gedrag niet meer kan voorspellen, dat kon ik vroeger wel. Nu weet ik niet wat ik het volgende ogenblik zal zeggen. Tja, dat is een gevoel... Ik sta er zelf verbaasd over dat ik dat zei. Ik zie elk ogenblik iets nieuws. Het is een avontuur, dat is het... in het onbekende... ik ga daar nu van genieten. Ik ben daar blij om, zelfs over die oude negatieve dingen."

Hij begint zichzelf als een beweeglijk proces te waarderen, aanvankelijk tijdens de zittingen bij de therapeut, maar later zal hij ontdekken dat het ook verder in zijn leven doorwerkt. Onwillekeurig word ik herinnerd aan de beschrijving van Kierkegaard van de mens die werkelijk existeert: "Een existerend individu verkeert voortdurend in een wordingsproces... En zijn denken is de taal van worden. Het vergaat hem... net als de schrijver en zijn stijl; want alleen hij heeft een stijl die nooit iets voorverpakt uit voorraad levert, maar telkens als hij weer begint, 'op de wateren van een taal beweegt', zodat de meest alledaagse uitdrukking voor hem even fris ontstaat als iets nieuwe geboren wordt." Ik geloof dat dit uitsluitend de richting weergeeft waarin cliënten gaan: in de richting van een wordingsproces, van mogelijkheden die steeds weer nieuw geboren worden, veel meer dan naar een statisch en omlijnd doel op weg te zijn.

Naar een dynamische complexiteit

Deze vooruitgang van de cliënt houdt ook in een steeds ingewikkelder proces te worden. Misschien kan een voorbeeld hier van nut zijn. Een van onze counselers - die zelf in zijn leven op weg was geholpen door een psychotherapie - kwam kortgeleden bij me om zijn relatie met een erg moeilijke cliënt te bespreken. Het interesseerde me dat hij niet wilde spreken over de cliënt zelf, tenzij in uiterst karige bewoordingen. Hij wilde er eigenlijk alleen maar zeker van zijn dat hij zich duidelijk de complexiteit van zijn eigen gevoelens in de relatie gewaar was. Als voorbeelden noemde hij, zijn warme gevoelens voor de cliënt, zijn incidentele teleurstellingen en ergernis, zijn hartelijke zorg ten aanzien van het welzijn van de cliënt, een zekere angst dat de cliënt psychotisch zou worden en zijn bezorgdheid om wat anderen zouden denken als het geval niet goed zou aflopen.
Ik realiseerde me dat zijn probleem eigenlijk ging over zijn eigen instelling. Als zijn houding over de hele linie zodanig was dat hij openlijk en doorzichtig al die complexe en veranderende en soms tegenstrijdige gevoelens in zijn relatie kon zijn, dan, voelde hij, zou alles goed gaan; als hij echter slechts een deel van zijn gevoelens was en gedeeltelijk façade of afweer, dan, besefte hij, zou het met die relatie zeker mislopen.
Ik heb ontdekt dat dit verlangen om op elk moment je gehele zelf te zijn - alle rijkdom en complexe samengesteldheid, waarbij niets over jezelf verborgen blijft en je niets in jezelf hoeft te vrezen - een gemeenschappelijk verlangen is in hen die in de therapie veel vooruitgang vertoonden. Ik hoef er niet op te wijzen dat dit een moeilijk en in absolute zin een onbereikbaar doel is. Toch is een van de duidelijkste richtingen waarin de cliënt zijn weg zoekt, de groei naar een complex en dynamisch levensproces dat speelt in het steeds veranderende zelf op ieder betekenisvol moment.

Naar het openstaan voor ervaringen

'Dat zelf te zijn wat men waarlijk is' houdt ook nog andere componenten in. Een van die componenten volgt eigenlijk al uit het voorgaande, namelijk dat de mens zich ontwikkelt tot het leven in een openhartige, vriendelijke en hechte relatie met de eigen ervaring.
Dit vindt overigens niet gemakkelijk plaats. Vaak, als de cliënt een nieuw facet van zichzelf bespeurt, verwerpt hij dat aanvankelijk. Alleen als hij zo'n tot dusverre verworpen aspect van zichzelf ervaart in een aanvaardend klimaat, kan hij dat voorlopig accepteren als een deel van zichzelf. Zoals een cliënt enigszins geschokt zegt nadat hij het afhankelijke jongetje in zichzelf ervaren heeft: "Dat is een emotie die ik nooit duidelijk gevoeld heb... een die ik nooit geweest ben!"
Hij kan zich het beleven van zijn kinderlijke gevoelens nog niet toestaan. Maar langzamerhand komt hij ertoe die te aanvaarden en in zich op te nemen als een deel van zichzelf, er als het ware in vriendschap mee om te gaan.
Een andere jongen, met een ernstig stotterprobleem, stelt zichzelf tegen het eind van de therapie open voor een aantal verdrongen gevoelens. Hij zegt: "Man, wat was dat een zwaar gevecht. Ik heb me dat nooit gerealiseerd. Ik geloof dat het te pijnlijk was die hoogte te bereiken. Ik bedoel, ik ga het nu pas voelen. O, die verschrikkelijke pijn... het was verschrikkelijk om te praten. Ik bedoel, ik wilde praten en ik wilde ook niet praten... Ik heb het gevoel, ik geloof dat ik het weet... het is alleen maar spanning, verschrikkelijke spanning ... stress, dat is het woord, ja, zo'n stress als ik gevoeld heb! Ik ga het nu pas voelen, na al die jaren... het is verschrikkelijk. Ik kan maar nauwelijks ademhalen, het zit helemaal verstopt van binnen, helemaal vast en verkrampt van binnen... Ik heb het gevoel dat ik verpletterd wordt (hij begint te huilen). Ik heb dat nooit beseft. Ik heb het nooit geweten."

Hij stelt zich hier open voor innerlijke gevoelens die duidelijk niet nieuw voor hem zijn, maar die hij tot op dat ogenblik nog nooit volledig heeft kunnen ervaren. Nu hij zichzelf kan toestaan die te beleven, zal hij ze minder verschrikkelijk gaan vinden en zal hij in nauwer verbondenheid met zijn ervaring kunnen leven.
Geleidelijk aan leert de cliënt dat zijn ervaring een vriendelijke hulpbron is en geen angstaanjagende vijand. Ik denk dan bijvoorbeeld aan een cliënt die tegen het eind van de therapie, als hij zich over een bepaald punt verbaasde, zijn hoofd in zijn handen stopte en zei: "Nou, wat voel ik nu? Ik wil het leren kennen. Ik wil er achter komen wat het is." En dan wachtte hij, rustig en geduldig, tot hij precies de smaak en de geur kon proeven van de gevoelens die in hem opkwamen. Vaak merk ik dat de cliënt probeert te luisteren naar zichzelf, dat hij de boodschappen en de betekenis die hem door zijn eigen lichamelijke reacties overgebracht worden, probeert te verstaan. Hij is niet langer zo bang voor wat hij ontdekken kan. Hij beseft dat zijn innerlijke reacties en ervaringen, de boodschappen van zijn zintuigen en inwendige organen, vriendschappelijk van aard zijn. Hij wil dichter bij die informatie bronnen komen in plaats van ze af te sluiten.
Bij zijn beschrijving van 'zelfactualiserende' mensen geeft Maslow dezelfde karakteristieken. "Het gemak waarmee ze doordringen tot de realiteit, hun vermogen tot de open aanvaarding en spontaniteit zoals men die bij het dier en het kind ziet, wijzen op een direct en ongestoord contact met hun eigen impulsen, hun eigen impulsen, hun eigen verlangen, meningen en subjectieve reacties in het algemeen." Die grotere openheid voor wat er in henzelf omgaat, hangt samen met eenzelfde openheid ten aanzien van ervaringen van de realiteit buiten hen. Maslow zou het heel goed kunnen hebben over cliënten die ik gekend heb, als hij zegt: "Zelfactualiserende mensen bezitten het wonderlijke vermogen om telkens opnieuw, onbevangen en fris, de fundamenteel goede dingen des levens te waarderen met ontzag, verbazing en zelfs extase, hoe afgezaagd die ervaringen voor anderen dan ook mogen zijn."

Naar het aanvaarden van anderen

Nauw verwant aan dit openstaan voor innerlijke en uiterlijke ervaringen in het algemeen is het openstaan voor en het aanvaarden van anderen mensen. Als een cliënt er naar streeft zijn eigen ervaring te kunnen aanvaarden, dan gaat hij ook in de richting van het aanvaarden van andermans ervaringen. Hij schat en waardeert zowel de eigen ervaring als die van anderen voor wat die is. Om nog eens Maslow te citeren met betrekking tot zijn 'zelfactualiserende' mensen: "Men klaagt er niet over dat water nat is, noch dat de rotsen hard zijn... Zoals een kind de wereld beziet met grote, onkritische en onschuldige ogen, alleen maar opmerkend en opserverend wat er aan de hand is, zonder dat te bestrijden of te eisen dat het anders is, zo beziet de zelfactualiserende mens de menselijke natuur, zowel in zichzelf als in anderen." Deze aanvaardende houding ten aan zien van alles wat existeert, zien wij ontluiken bij cliënten die in therapie zijn.

Naar het vertrouwen in het zelf

Nog een andere manier om het patroon te beschrijven dat ik in iedere cliënt waarneem, is te zeggen dat hij in toenemende mate dat proces dat hij zelf is, vertouwt en waardeert. Door mijn cliënten gade te slaan ben ik tot een beter begrip van creatieve mensen gekomen. Zo moet El Greco bijvoorbeeld toen hij naar sommige van zijn vroeger werken keek, tot het besef zijn gekomen dat 'goede' kunstenaars niet zo schilderen. Maar op de een of andere manier vertrouwde hij zijn eigen wijze van ervaren, zijn levensgevoel en het proces van zijn eigen zelf, voldoende om zijn unieke persoonlijke visie te blijven uiten. Het was net alsof hij zeggen kon: "Goede kunstenaars schilderen niet zo, maar ik schilder zo." Of om ons op een ander terrein te richten, Ernest Hemingway was er zich zeker van bewust dat 'goede schrijvers niet zo schrijven'. Maar gelukkig genoeg kon hij de moed opbrengen Hemingway te zijn, zichzelf te zijn, in plaats van te streven naar aanpassing aan andermans opvattingen over een goede schrijver. Einstein schijnt ongewoon knap te hebben vergeten dat goede natuurkundigen er niet het soort gedachten op na hielden die hij had. In plaats van zich terug te trekken vanwege zijn 'niet toereikende academische opleiding', werd hij steeds meer Einstein, begon hij zijn eigen gedachten te denken, werd hij zo waarachtig en diep mogelijk als hij kon. Dit is geen verschijnsel dat alleen maar optreedt in de kunstenaar of het genie. Telkens en telkens weer heb ik bij mijn cliënten gezien hoe eenvoudige mensen in hun eigen sfeer belangrijk en creatief worden als ze hun eigen gevoelens durven volgen, durven leven in overeenstemming met de waarden die zij in zichzelf ontdekken en zichzelf durven uiten op hun eigen, unieke manier.

De hoofdlijnen van de ontwikkeling

Laat ik eens proberen beknopter te formuleren wat dit patroon van vooruitgang dat ik in cliënten waarneem en waarvan ik de elementen heb trachten te beschrijven, inhoudt.
Het betekent dat de mens zich, wetend en aanvaardend, ontwikkelt tot het procesgewijze zijn dat hij innerlijk en werkelijk is. Hij wendt zich af van datgene wat hij niet is, van het een façade zijn. Hij probeert niet méér te zijn dan hij is, met de daarmee gepaard gaande gevoelens van onzekerheid of bombastische afweer. Hij probeert niet minder te zijn dan hij is, met de daarmee gepaard gaande gevoelens van schuld of zelfverachting. In de toenemende mate luistert hij naar de diepste schuilhoeken van zijn fysiologische en emotionele zijn en hij ontdekt dat hij in toenemende mate, met grote nauwkeurigheid en diepte, bereid is dát zelf te zijn wat hij waarlijk is.

Een cliënt die de richting welke hij inslaat, begint te bespeuren, vraagt zichzelf vol verbazing en ongeloof in een gesprek af: "Bedoelt u dat als ik werkelijk datgene ben, waarvan ik het gevoel heb dat ik dat ben, dat dat dan goed is?" Zijn eigen verdere ervaring, en zo gaat het bij menig andere cliënt, zal hem steeds dichter brengen bij een bevestigend antwoord. Dat te zijn wat hij waarlijk is, dat is het levenspad dat hij het meest blijkt te waarderen als hij vrij is zich in ongeacht welke richting te ontwikkelen. Dat is niet alleen maar een intellectuele waardekeuze, maar dat blijkt de beste beschrijving te zijn van het tastende, voorlopige, onzekere gedrag waarmee hij zich al verkennend ontwikkelt tot datgene wat hij wil zijn.

Enkele misvattingen

Voor veel mensen lijkt het levenspad dat ik heb trachten te beschrijven inderdaad een zeer onbevredigende weg. In de mate waarin dat een werkelijk verschil van waarden inhoudt, respecteer ik dat gewoon als een verschil. Maar ik heb ontdekt dat een dergelijke houding soms te wijten is aan bepaalde misvattingen. En voorzover ik daartoe in staat ben wil ik die graag uit de weg ruimen.

Houdt het starheid in?

Voor sommigen lijkt het alsof het zijn-wat-men-is een statische toestand betekend. Zij zien zo'n doel of waarde als synoniem met starheid en onveranderlijkheid. Maar niets is minder waar. Te zijn wat men is, betekent een volledig opgenomen zijn in het in-proces-zijn. Verandering wordt bevorderd, misschien wel tot het uiterste versterkt, als men bereid is te zijn wat men werkelijk is. Het is inderdaad de mens die zijn gevoelens en reacties ontkent die de behoefte heeft aan therapie. Hij heeft, jarenlang vaak, geprobeerd te veranderen, maar hij merkt dat hij verstard is in dat gedrag dat hij verafschuwt. Pas als hij meer zichzelf kan worden, als hij beter datgene kan zijn wat hij in zichzelf ontkend heeft, pas dan bestaat er een uitzicht op verandering.

Houdt het in dat men slecht is?

Een nog gebruikelijker reactie op het levenspad dat ik beschreven heb is, dat het zijn-met-wat-men-waarlijk-is zou betekenen dat men slecht is, gemeen, onbeheerst, destructief. Het zou betekenen dat men een soort monster op de wereld losliet. Dit is een standpunt dat ik heel goed ken omdat ik dat bijna in ieder cliënt tegenkom. "Als ik de gevoelens die in me ingedamd zijn zou durven loslaten, als ik per ongeluk in deze gevoelens zou gaan leven, dan zou dat een catastrofe zijn." Dit is de houding van vrijwel iedere cliënt, uitgesproken of niet, als hij de onbekende aspecten van zichzelf gaat ervaren.
Maar het hele verloop van zijn ervaring in de therapie is in tegenspraak met deze angsten. Hij merkt dat hij geleidelijk aan zijn woede kan zijn, als woede zijn werkelijke reactie is; maar dat woede niet destructief is als die als zodanig aanvaard wordt en doorzichtig is. Hij ontdekt dat hij zijn angst kan zijn en dat hij niet kapot gaat door welbewust zijn angst te zijn. Hij ontdekt dat hij medelijden met zichzelf kan hebben en dat zo'n opwelling niet 'slecht' is. Hij kan zijn seksuele gevoelens of zijn 'luie' gevoelens of zijn vijandige gevoelens ervan en zijn, en de hemel stort niet neer.
De reden daarvoor is dat hoe meer hij deze gevoelens in zich kan laten stromen en zijn, des te meer die gevoelens hun eigen plaats innemen in de 'totale harmonie' van zijn gevoelens. Hij ontdekt dat hij andere gevoelens heeft waarmee zij zich vermengen en waarmee ze in evenwicht komen. Hij heeft net zo goed gevoelens van liefde en tederheid en attentie of samenwerking als gevoelens van vijandschap en begeerte of boosheid. Hij heeft net zo goed gevoelens van belangstelling en ijver en nieuwsgierigheid als van luiheid of lusteloosheid. Hij heeft net zo goed moedige en avontuurlijke gevoelens als angstige. Als hij in nauwe verbondenheid het gehele complexe samenstel van zijn gevoelens aanvaardt, dan brengen die veeleer een constructieve harmonie teweeg dan dat ze hem een duister pad, de weg van het kwaad opdrijven.
Sommige mensen drukken deze bezorgdheid uit door te zeggen: "Als een mens zou moeten zijn wat hij waarlijk is, dan zou hij het beest in zichzelf loslaten." Ik vermaak me daar enigszins mee, omdat ik geloof dat we de dieren dan maar eens van meer nabij moeten bekijken.
De leeuw is vaak het symbool van een 'roofzuchtig dier'. Maar wat is nu de realiteit? Tenzij hij erg bedorven is door het contact met mensen bezit hij een aantal van de gunstige hoedanigheden die ik hierboven beschreven heb. Natuurlijk doodt hij als hij honger heeft, maar hij doodt niet in het wilde weg en hij overeet zichzelf ook niet; hij zorgt beter voor zijn conditie en zijn figuur dan velen onder ons. Als welp is hij hulpeloos en afhankelijk, maar vandaar uit ontwikkelt hij zich tot onafhankelijkheid; hij klemt zich niet aan de afhankelijk 'nestsituatie' vast. Hij is zelfzuchtig en egocentrisch als welp maar als hij volwassen is geeft hij blijk van een redelijke mate van samenwerking en voedt en beschermt zijn jongen en zorgt voor ze. Hij bevredigt zijn seksuele verlangens, maar dat wil niet zeggen dat hij zich in wilde orgieën stort. Zijn verschillende neigingen en driften hebben in hem een zekere harmonie gevonden. Hij is, in de grond van de zaak een constructief en betrouwbaar lid van de soort 'felix leo'.

Wat ik hiermee probeer duidelijk te maken is: als men waarlijk en ten diepste een uniek lid is van de menselijke soort, dan is dat niet iets dat afschuw moet opwekken. In plaats daarvan betekent het dat men, volledig en openlijk, het complexe proces leeft van een der meest sensitieve, ontvankelijke, verantwoordelijke en creatieve schepselen die er op deze planeet zijn. Volledig zijn eigen unieke, menselijke wezen te zijn, is naar mijn visie nimmer een proces dat men met 'slecht' mag betitelen. Men kan er adequater termen voor vinden, dunkt me: het is een positief of een constructief of een realistisch of een betrouwbaar proces.

Hoe een therapeut 'het goede leven' ziet: de volledig functionerende mens

De visie die ik heb op wat 'het goede leven' betekent, is grotendeels gebaseerd op mijn jarenlange ervaring in het werken met mensen in de hechte en intieme relatie die men psychotherapie noemt. Mijn zienswijze heeft dus een empirische of experiëntiële grondslag in mij reële ondervindingen als therapeut en zal wellicht contrasteren met ideeën die geheel voortkomen uit het onderzoek van oude geschriften of uit abstracte bespiegelingen in de studeerkamer. Ik heb ontdekt wat 'het goede leven' is, door mensen die in grote innerlijke spanningen en conflicten gevangen zaten, te zien worstelen om dat goede leven te bereiken en door te delen in hun strijd.
Ik wil van het begin af aan duidelijk stellen dat ik mijn inzichten heb kunnen verwerven, doordat ik in de gunstige positie verkeerde mijn psychotherapeutisch werk te verrichten vanuit een bijzondere oriëntering die door de jaren heen zo gegroeid is. Het is heel goed mogelijk dat alle soorten psychotherapie eigenlijk fundamenteel eender zijn, maar omdat ik daar minder zeker van ben dan vroeger, wijs ik er nog eens op dat mijn wijze van hulpverlening plaatsvond langs de lijnen die mij het meest effectief toeschenen, namelijk via een benaderingswijze die 'cliënt gericht' genoemd wordt.
Laat ik eens proberen om een heel korte beschrijving te geven van hoe deze therapie zou zijn als die in elk opzicht optimaal verliep, aangezien ik het gevoel heb dat ik over 'het goede leven' het meest geleerd heb uit therapeutische ontwikkelingen waarin veel beweging zat. Als de therapie optimaal was, intensief zowel als extensief, dan zou dat betekenen dat de therapeut een door en door persoonlijke en subjectieve relatie met de cliënt heeft kunnen aangaan - niet een relatie als van de wetenschapsman tot zijn studieobject, niet een relatie als van de arts die verwacht dat hij een diagnose en behandeling kan vaststellen, maar een relatie van mens tot mens. Het zou betekenen dat de therapeut deze cliënt ziet als een mens met een onaantastbare eigenwaarde: een waarde die niet afhankelijk is van zijn situatie of conditie, zijn gedragingen of gevoelens. Het zou betekenen dat de therapeut echt is, zich niet verschuilt achter enigerlei afweerfaçades, maar dat hij de cliënt ontmoet met de gevoelens die hij op organisch niveau ervaart.
Het zou betekenen dat de therapeut zich volkomen kan geven en zichzelf geheel 'kan laten gaan' in het begrijpen van deze cliënt; dat er dus geen innerlijke barrières zijn die hem ervan kunnen weerhouden op elk moment van de relatie aan te voelen wat het betekent om hier en nu de cliënt te zijn; en dat hij iets van dit empathische begrip aan zijn cliënt kan overbrengen. Het betekent dat de therapeut zich op zijn gemak voelt wanneer hij deze relatie volledig aangaat, zonder cognitief te weten waarheen die leidt; voor hem is het genoeg dat hij een klimaat kan scheppen waarin de cliënt de uiterste vrijheid geniet om tot zichzelf te komen en zichzelf te worden.

Voor de cliënt zou deze optimale therapie betekenen dat hij steeds vreemder en onbekender en gevaarlijker wordende gevoelens in zichzelf ontdekt en onderzoekt; dit onderzoek is overigens slechts mogelijk omdat hij zich er geleidelijk aan van bewust wordt dat hij door de therapeut onvoorwaardelijk wordt aanvaard.
Zo raakt hij bekend met die elementen in zijn ervaring die in het verleden niet tot zijn bewuste denken konden doordringen omdat ze te bedreigend, te kwetsend leken ten aanzien van de structuur van zich zelf. Hij ontdekt dat hij in de therapeutische relatie deze gevoelens volledig tot op de bodem kan ervaren, zodat hij voor dat moment zijn vrees, of zijn boosheid, of zijn tederheid, of zijn kracht is. En als hij die zeer verschillende gevoelens beleeft, in alle gradaties van intensiteit, dan ontdekt hij dat hij zichzelf heeft ervaren, dat hij al deze gevoelens is. Hij ontdekt dat zijn gedrag in gunstige zin verandert in overeenstemming met zijn zelf zoals hij dat nu pas ervaren heeft. Hij begint te beseffen dat hij niet langer bang hoeft te zijn voor wat zijn ervaring kan inhouden, maar dat hij dat vrijelijk als een deel van zijn veranderende, zich ontwikkelende zelf kan verwelkomen.

Dit is een summiere schets van datgene wat een 'cliënt gerichte' therapie kan inhouden, als die optimaal verloopt. Ik bied u dit eenvoudigweg aan als een korte omschrijving van de context waarin ik mijn kijk op het 'goede leven' gevormd heb.

Een negatieve afbakening

Tijdens mijn pogingen om begrijpend de ervaringen van mijn cliënten te beleven, ben ik geleidelijk aan tot een negatieve gevolgtrekking aangaande 'het goede leven' gekomen. Ik geloof dat 'het goede leven' niet iets afgeronds, iets statisch is. Het is naar mijn mening geen toestand van deugdzaamheid of tevredenheid, of nirwana of gelukzaligheid. Het is geen toestand waarin de mens zich tenslotte geheel aangepast weet of vervuld of verwezenlijkt. En om eens enkele termen uit de psychologie te gebruiken, het is geen toestand van driftreductie of spanningsreductie of homeostase.
Ik geloof dat al deze begrippen zodanig gebruikt worden dat ze indirect te kennen geven dat als een van deze toestanden bereikt is, dan ook het levensdoel bereikt is. Weliswaar betekent voor veel mensen onverstoorbare gelukzaligheid of wrijvingsloos-aangepast-zijn een toestand die gelijk staat aan het goede leven. En beoefenaren van de sociale wetenschap hebben vaak gesproken van spanningsreductie of het bereiken van een homeostase of evenwicht alsof deze toestanden het doel van het levensproces uitmaakten.
Daarom realiseer ik me met een zekere mate van verrassing en zorg dat mijn ondervinding geen van deze omschrijvingen ondersteunt. Als ik mijn belangstelling richt op die mensen die tijdens de therapeutische relatie de grootste mate van beweging vertoonden en die in de op die relatie volgende jaren wezenlijke vooruitgang in het goede leven hebben geboekt en nog altijd boeken, dan geloof ik dat het helemaal niet van toepassing is hen met een van die begrippen te beschrijven die op vastomlijnde, statische zijnstoestanden betrekking hebben.
Ik denk dat ze zich beledigd zouden voelen als ze als 'aangepast' beschreven werden en ze zouden het onjuist vinden als ze als 'gelukkig', 'tevreden', 'geactualiseerd' of 'verwezenlijkt' beschreven werden.
Zoals ik hen ken zouden ze het een heel onnauwkeurige uitspraak vinden als gezegd werd dat hun driftspanning geringer was of dat ze in een homeostatisch evenwicht verkeerden. Daarom zie ik me genoodzaakt mezelf af te vragen of het wel mogelijk is hun situatie onder één algemene noemer te vangen en of ik ooit een precieze definitie van het goede leven zal kunnen geven die overeenkomst met de feiten zoals ik die waargenomen heb. Ik vind dat helemaal niet gemakkelijk en het hierna volgende is dan ook een voorlopige poging.

Een positieve omschrijving

Als ik in enkele woorden probeer samen te vatten wat voor mij de wezenlijke kern van de mensen is, dan geloof ik dat het iets moet worden als het volgende:

'Het goede leven' is een proces, geen zijnstoestand. Het is een richting, geen eindpunt.

De richting waarin het goede leven zich kan realiseren, is die richting die door het totale organisme wordt uitgezocht als er een complete psychische vrijheid bestaat elke gewenste richting in te slaan. Deze door het organisme verkozen richting heeft bepaalde waarneembare, algemene hoedanigheden die voor een groot scala van ieder voor zich unieke mensen eender zijn.
Nu kan ik deze opmerkingen in een definitie vervatten die tenminste als basis kan dienen voor nadere beschouwingen en discussies. Gezien van uit mijn ondervindingen is 'het goede leven' een bewegingsproces in de richting die het menselijk organisme kiest als het innerlijk vrij is in elke mogelijke richting te gaan; de algemene hoedanigheden van deze verkozen richting blijken een zekere universaliteit te bezitten.

Kenmerken van het proces

Laat ik nu eens proberen uiteen te zetten wat de kenmerkende hoedanigheden van dit ontwikkelingsproces zijn, zoals ik die bij zovele mensen in de loop van hun therapie heb kunnen waarnemen.

Een toenemend openstaan voor ervaring

In de eerste plaats behelst het proces een toenemend openstaan voor ervaring.

Deze zin heeft steeds meer betekenis voor me gekregen. Het is een tegenpool van afweer. Afweer heb ik in het verleden beschreven als het antwoord van het organisme op innerlijke ervaringen die als bedreigend worden voorvoeld en beleefd, als incongruent met het zelfbeeld dat de mens erop na houdt of met het beeld dat hij heeft van zijn relatie tot de wereld. Deze bedreigende ervaringen worden tijdelijk onschadelijk gemaakt, doordat ze in het bewuste denken vertekend worden of er niet in toegelaten worden. Heel letterlijk genomen kan ik die ervaringen, gevoelens en reacties in mezelf niet nauwkeurig zien omdat die zo volkomen in tegenspraak zijn met het beeld dat ik al van mezelf heb. Een groot gedeelte van het therapeutische proces wordt gevormd door de voortdurende ontdekking van de cliënt, dat hij gevoelens en houdingen ervaart die hij zich tot dan toe niet bewust gewaar heeft kunnen worden, die hij niet als een deel van zichzelf heeft durven erkennen.
Echter, als de mens volledig voor zijn ervaring open zou kunnen staan, dan zou elke prikkel - of die nu van binnen het organisme komt of van daarbuiten - vrijelijk door het zenuwstelsel doorgegeven kunnen worden zonder door afweermechanismen vertekend te worden. Er zou geen behoefte bestaan aan het 'subceptie'mechanisme, waardoor het organisme vooraf al gewaarschuwd wordt voor ervaringen die bedreigend zijn voor het zelf. Integendeel, of de prikkel nu de inwerking is van een configuratie van vorm, kleur of geluid in de omgeving op de sensorische zenuwen, of een gewaarwording van vrees of plezier of walging in de ingewanden, de mens zou het beleven, zou alles voor zijn bewustzijn toegankelijk hebben.
Een aspect van het proces dat ik 'het goede leven' noem, is dus een beweging die zich afwendt van de afweerpool en die gaat naar de pool van het openstaan voor ervaringen.
De mens is dan in staat beter naar zichzelf te luisteren, directer te ervaren wat er in hem omgaat. Hij staat meer open voor zijn gevoelens van angst en ontmoediging en pijn. Hij staat ook meer open voor zijn gevoelens van moed en tederheid en ontzag. Hij is vrij om zijn gevoelens zoals ze in hem bestaan, subjectief te beleven en is ook vrij om zich van deze gevoelens bewust te worden. Hij kan dus nu de ervaringen van zijn organisme puur en ongefilterd beleven in plaats van ze uit zijn bewustzijn te weren.

Naar een steeds waardevoller existentieel leven

Een tweede kenmerk van het proces dat 'het goede leven' voor mij betekent, is dat het een toenemende tendens inhoudt in het moment te leven en elk moment volledig te beleven.

Dit is een gedachte die gemakkelijk verkeerd begrepen kan worden en die misschien in mijn eigen denken een beetje vaag is. Laat ik eens proberen uit te leggen wat ik bedoel.
Ik geloof wel dat het duidelijk is dat voor degene die, helemaal zonder afweer, volledig openstaat voor zijn ervaringen, elk moment van zijn leven geheel nieuw zou zijn. De complexe configuratie van innerlijke en uiterlijke prikkels die op dit moment bestaat, heeft nooit eerder op precies deze manier bestaan. Het gevolg daarvan is dat zo iemand zou beseffen dat wat ik het volgende moment zal zijn en wat ik zal doen, groeit uit het moment en niet vooraf voorspeld kan worden, door mezelf noch door anderen.
Heel vaak ontdekken we dat cliënten juist dit soort gevoelens uiten. Men zou de fluïditeit, het stromen, de beweeglijkheid, die in een dergelijke existentiële levenswijze aanwezig is, als volgt kunnen aanduiden: het zelf zal uit de ervaring opduiken, in plaats van de ervaring te vertalen of te verdraaien tot ze past in een vooropgezette structuur. Het betekent dat men deelneemt aan het voortgaande proces van organische ervaringen en dit proces waarneemt in plaats van het te beheersen. Zo in het moment te leven betekent het ontbreken van verstarring, van strakke organisatie, van een structuur opleggen aan de ervaring. Het betekent in plaats daarvan een maximum aan adaptatievermogen, het ontdekken van structuur in de ervaring, een vloeiende, veranderende toestand van het zelf.

Deze tendens tot existentieel leven, lijkt me duidelijk aanwezig in de mensen die betrokken zijn in het proces van 'het goede leven'. Men zou haast kunnen zeggen dat het de meest essentiële hoedanigheid daarvan is. Het houdt in dat men de structuur van de ervaring ontdekt in het proces van het beleven van de ervaring. De meesten onder ons vangen echter hun ervaring op in een vooraf gevormde structuur, in een onwrikbaar stelsel van vastgeroeste waarderingen en normen, waarin die ervaring zodanig gefilterd en gekanaliseerd wordt dat zij in onze vooroordelen past en we ergeren ons aan haar beweeglijke hoedanigheden waardoor ze moeilijk te vangen is in onze zorgvuldig gefabriceerde vakjes. Je geest open te stellen voor wat zich nu afspeelt en in dat direct voorhanden proces de structuur te ontdekken die zich op dat moment aan je presenteert, dat is voor mij een van de hoedanigheden van 'het goede leven', het gerijpte leven, zoals ik cliënten dat zie bereiken.

Een toenemend vertrouwen in het organisme

Het derde kenmerk van de mens die het proces van 'het goede leven' beleeft, is een toenemend vertrouwen in zijn organisme als middel om tot het meest bevredigende gedrag te komen in iedere existentiële situatie. Laat ik opnieuw proberen uit te leggen wat ik bedoel.

Bij de keuze van een gedragslijn in een bepaalde situatie verlaten veel mensen zich op leidende principes, op een gedragscode die door een groep of institutie voorgeschreven wordt, op het oordeel van anderen (van vrouw of vriend tot het handboek etiquette aan toe) of op de manier waarop ze zich in het verleden in soortgelijke situaties gedroegen. Maar als ik de cliënten van wie de levenservaringen me zoveel geleerd hebben, observeer, dan ontdek ik dat die mensen steeds meer hun totale organische reactie op een nieuwe situatie kunnen vertrouwen.

Ze komen steeds meer tot de ontdekking dat - als ze werkelijk openstaan voor hun ervaring - er een bekwame en betrouwbare leidraad blijkt te zijn om te komen tot gedrag dat waarlijk voldoening schenkt, namelijk: datgene te doen waar je jezelf goed bij voelt.

Als ik de reden hiervoor probeer te begrijpen, dan kom ik tot de volgende gedachtegang. De mens die volkomen openstaat voor zijn ervaring, zou de beschikking hebben over werkelijk alle gegevens die de situatie met zich meebrengt en kan dus daar zijn gedrag op baseren; de eisen die de samenleving stelt, zijn eigen complexe en mogelijk tegenstrijdige behoeften, zijn herinneringen aan soortgelijke situaties, zijn beeld aangaande het unieke van deze situatie etc. De gegevens zouden inderdaad zeer complex zijn. Maar hij zou het rustig kunnen overlaten aan zijn totale organisme, waarin zijn bewustzijn participeert, om elke prikkel, elke behoefte, elke eis, alsmede de relatieve intensiteit en het belang daarvan kritisch te bezien; in dat samenstel van afwegen en evenwicht zoeken, zou hij die gedragslijn vinden die het best al zijn behoeften in de situatie zou bevredigen.

Een overeenkomst die haast een beschrijving is, ligt in de vergelijking van deze mens met een reusachtige elektronische computer. Een computer die openstaat voor zijn ervaringen en alle gegevens uit zijn zintuiglijke indrukken, uit zijn herinnering, uit wat hij vroeger geleerd heeft, uit zijn emotionele en lichamelijke constitutie worden ingevoerd. De computer neemt al deze krachten en invloeden als gegevens in zich op en berekent snel de gedragslijn die de meest economische vector is om de behoeften in deze existentiële situatie te bevredigen. En dat is dan het gedrag van onze hypothetische persoon.
De gebreken die voor de meesten onder ons dit proces onbetrouwbaar laten zijn, liggen in het feit dat informatie die niet bij de voorhanden situatie behoort, toch inbegrepen wordt, terwijl informatie die er wel bij hoort, uitgesloten wordt.
Als herinneringen en dat wat men vroeger geleerd heeft in de berekeningen ingevoerd worden alsof ze deze werkelijkheid betroffen in plaats van gebeurtenissen en verworvenheden van vroeger, dan rijzen foutieve antwoorden op. Of als bepaalde bedreigende ervaringen uit de gewaarwording geweerd worden en daardoor niet in de berekeningen ingevoerd worden of vertekend ingevoerd worden, dan leidt dat tot vergissingen. Bij onze hypothetische mens zou zijn organisme door en door betrouwbaar blijken, omdat alle beschikbare gegevens gebruikt zouden worden en die zouden dan ook nauwkeurig zijn en niet vertekend. Daarom zou zijn gedrag al zijn behoeften - naar groei en ontplooiing, naar verbondenheid met zijn medemensen - zo volkomen als maar mogelijk is bevredigen.
In dit proces van afwegen, evenwicht zoeken en berekenen zou zijn organisme helemaal niet onfeilbaar zijn. Het zou altijd een zo goed mogelijk antwoord geven met betrekking tot de beschikbare gegevens, maar soms zouden er gegevens ontbreken. Vanwege het voortdurend openstaan voor ervaringen echter zouden alle vergissingen, alle gedragswijzen die niet bevredigd waren, zeer snel gecorrigeerd kunnen worden. De berekeningen zouden als het ware steeds in een soort correctieproces verkeren, omdat ze voortdurend in het gedrag getoetst worden. Misschien bent u niet gediend van mijn vergelijking met een computer. Laat ik terugkeren tot cliënten die ik ken. Naarmate ze meer openstaan voor hun ervaringen, ontdekken ze steeds meer dat het mogelijk is om op hun innerlijke reacties te vertrouwen. Als ze 'zin hebben' hun boosheid te uiten, dan doen ze dat en ontdekken dat het resultaat bevredigend is, omdat ze tegelijkertijd ook open blijven staan voor al hun andere verlangens naar affectie, aansluiting en relatie. Ze zijn verrast over hun eigen intuïtieve bekwaamheid om oplossingen te vinden voor hun gedrag in complexe en problematische menselijke relaties. Pas naderhand beseffen ze hoe opvallend betrouwbaar hun innerlijke reacties geweest zijn dat ze zulk een voldoening schenkend gedrag teweeg konden brengen.

Het proces van vollediger functioneren

Ik zou de hierboven genoemde drie ontwikkelingslijnen die het proces van 'het goede leven' beschrijven, bijeen willen brengen in een meer samenhangend beeld:
- de mens die psychisch vrij is, gaat in de richting van een vollediger functioneren;
- hij kan vollediger leven in en met alle gevoelens en reacties;
- hij gaat steeds meer gebruik maken van zijn hele organische uitrusting om zo nauwkeurig mogelijk de existentiële situatie van binnenuit en van buitenaf te voelen;
- hij maakt gebruik van alle informatie die zijn zenuwstelsel hem zo kan bieden, hij maakt er met zijn bewustzijn gebruik van, maar hij erkent dat zijn totale organisme vaak wijzer kan zijn en ook vaak is dan zijn bewustzijn alleen;
- hij durft het aan zijn totale organisme over te laten om vrijelijk te functioneren en uit een veelheid van mogelijkheden dat gedrag te kiezen dat op dit ogenblik de meest algemene en echte bevrediging zal geven;
- hij kan steeds meer vertrouwen stellen in zijn organisme waar het dit functioneren betreft, niet omdat het onfeilbaar is, maar omdat hij volledig open kan staan voor de gevolgen van al zijn daden en omdat hij die kan verbeteren als mocht blijken dat ze niet helemaal bevredigend zijn;
- hij kan al zijn gevoelens beter ervaren en is minder bang voor die gevoelens;
- hij heeft geen behoefte meer zich steeds aan anderen te spiegelen;
- hij staat meer open voor zijn eigen ervaringen, uit welke bron ze ook komen;
- hij zet zich volledig in bij het proces zichzelf te zijn en te worden, en ontdekt zo dat hij op een realistische, gezonde en waarachtige manier sociaal is;
- hij leeft steeds sterker in het nu en leert dat dit de gezondste levenswijze is voor altijd;
- hij wordt een vollediger functionerend organisme en door de grotere bewustheid van zichzelf die vrijelijk in en door zijn ervaringen stroomt, wordt hij een volledig functionerend mens.

Enkele implicaties

Welke kijk men ook heeft op de factoren waaruit 'het goede leven' bestaat, er liggen enkele theoretische aspecten impliciet in opgesloten en mijn visie vormt op deze regel geen uitzondering. Ik hoop dat die implicaties aanleiding zullen geven tot verdere studie. Op enkele ervan zou ik hier nu zelf nog wat nader willen ingaan. Het is mogelijk dat de eerste implicatie niet meteen de meest voor de handliggende zal zijn. Ze heeft te maken met de eeuwenoude kwestie van de 'vrije wil'. Ik zal duidelijk maken hoe dit punt voor mij in een nieuw licht is komen te staan.

Vrijheid versus determinisme, een nieuw perspectief

Vroeger heb ik al menigmaal mijn hoofd gebroken over het probleem van die schreeuwende paradox. De meest dwingende subjectieve ervaringen in de praktijk van het therapeutische proces zijn de ervaringen waarin de cliënt binnen zichzelf de kracht voelt opkomen van de naakte keuze. Hij is vrij - vrij om zichzelf te worden of zich achter een masker te verschuilen; vrij om vooruit te gaan of achteruit; vrij om zich destructief voor zichzelf en voor anderen te gedragen of opbouwend; hij is letterlijk vrij om te leven of te sterven, zowel in fysiologische als in de psychologische zin.
Maar als we het psychotherapeutische veld met objectieve onderzoekmethoden betreden, dan kunnen we, net als elke andere wetenschapsbeoefenaar, vrijwel niets anders dan ons verplichten tot een volkomen determinisme. Vanuit dit gezichtspunt is iedere gedachte, ieder gevoel, iedere daad van de cliënt bepaald door wat eraan voorafging. Er kan niet zoiets als vrijheid bestaan. Het dilemma dat ik probeer te beschrijven is niet verschillend van dat op andere wetenschappelijke gebieden - het komt in ons werk alleen met schrillere contrasten naar voren en schijnt onoplosbaar.

Dit dilemma kan echter in een nieuw perspectief gezien worden als we het beschouwen op basis van de omschrijving die ik van de volledig functionerende mens gegeven heb. We zouden kunnen zeggen dat in de optimale therapeutische situatie de mens terecht de meest volledige en de meest absolute vrijheid ervaart. Hij wenst of beslist die gedragslijn te volgen, die de meest economische vector is in het spanningsveld van alle innerlijke en uiterlijke prikkels, omdat dat gedrag de meeste voldoening zal schenken. Maar dit is nu dezelfde gedragslijn, die vanuit een ander gezichtspunt beschouwd kan worden als volledig van te voren bepaald door het samenspel van alle factoren van de existentiële situatie.

Laten we dit eens afzetten tegen het beeld van de mens die vol afweer zit.

Als hij verkiest een bepaalde gedragslijn te volgen, zal hij ontdekken dat hij zich zo kan gedragen als hij wil. Hij wordt bepaald door de factoren waaruit de existentiële situatie bestaat, maar in deze factor is zijn afweer begrepen, zijn ontkenning of vertekening van de betekenisvolle gegevens. Het is daarom zeker dat zijn gedrag niet helemaal bevredigend zal blijken. Zijn gedrag is van te voren vastgelegd, gedetermineerd; maar hij was dan ook niet vrij om een doelmatige keuze te maken. De volledig functionerende mens echter ervaart niet alleen de meest absolute vrijheid maar benut die ook als hij spontaan, onbelemmerd en vrijwillig kiest voor wat overigens tevens absoluut bepaald is.

Ik ben niet zo naïef te veronderstellen dat hiermede het vragencomplex over subjectief en objectief, vrijheid en noodzakelijkheid, volledig wordt opgelost. Niettemin zegt het me iets dat er een duidelijk verband te zien is: naarmate de mens meer 'het goede leven' leeft, gaat hij een steeds ruimere keuzevrijheid ervaren en daaruit komen allengs zijn eigen keuzen sterker en effectiever in zijn gedrag tot uiting.

Creativiteit als een element van 'het goede leven'

Ik geloof dat het duidelijk zal zijn dat iemand die verwikkeld is in het veeleisende, doelgerichte proces dat ik 'het goede leven' genoemd heb, een creatief mens is. Zijn gevoelig openstaan voor de wereld, zijn vertrouwen in zijn eigen bekwaamheid om nieuwe relaties met zijn omgeving aan te gaan, maakt hem het type mens van wie creatieve ondernemingen en creatief leven uitgaan. Hij hoeft niet noodzakelijker wijze binnen zijn eigen cultuur een 'aangepast' bestaan te leiden en het is bijna zeker dat hij gaan conformist zal zijn. Maar hij zal te allen tijde en in iedere cultuur constructief en inspirerend leven, zodanig in harmonie met de cultuur als een evenwichtige voldoening van zijn behoeften vereist. In een aantal culturele situaties zou hij op de een of andere manier misschien erg ongelukkig zijn, maar hij zou ermee bezig blijven zichzelf te worden en zich zo te gedragen dat zijn diepste behoeften een maximum aan bevrediging kenden.
Zo iemand zou naar mijn mening door degene die een studie maakt van de evolutie, herkend worden als degene met de meeste mogelijkheden om zich aan te passen aan veranderende toestanden in zijn omgeving en die te overleven. Hij zou zich op een creatieve manier kunnen handhaven en zichzelf kunnen blijven in zowel nieuwe als oude omstandigheden. Hij zou een goede pionier zijn van de menselijke evolutie.

De fundamentele betrouwbaarheid van de menselijke natuur

Het zal duidelijk zijn dat in de denkbeelden die ik al eerder over 'het goede leven' ontvouwd heb, ook nog impliciete gegevens liggen waaruit de gevolgtrekking gemaakt kan worden dat de fundamentele natuur van het menselijke wezen bij een geheel vrij en onbelemmerd functioneren constructief en betrouwbaar is.
Voor mij is dit, na een kwart eeuw ervaring in de psychotherapie, een slotsom waaraan men niet ontkomen kan.
Als we de mens kunnen bevrijden uit zijn afweersysteem, zodat hij gaat openstaan zowel voor de wijde scala van zijn eigen behoeften als voor de wijde scala van eisen die zijn omgeving en de maatschappij hem stellen, dan kunnen we erop vertrouwen dat zijn reacties positief zullen zijn, opbouwend en voortstuwend. We hoeven ons niet af te vragen wie hem zal socialiseren, want contact en omgaan met anderen behoren tot zijn diepste behoeften als voor de wijde scala van eisen die zijn omgeving en de maatschappij hem stellen. We hoeven ons niet af te vragen wie zijn agressieve neigingen onder controle moet houden, want als hij meer openstaat voor al zijn impulsen, zullen zijn behoefte aan genegenheid van anderen en zijn neiging om liefde te geven even sterk zijn als de prikkels om van zich af te slaan en voor zichzelf op te komen. Hij zal agressief zijn in de situaties waarin agressie nodig is, maar er is geen kans dat hij uit angst voor zichzelf of voor anderen zijn toevlucht neemt tot dolle woede en destructiviteit. Zijn doen en laten zal, als hij meer open gaat staan voor al zijn ervaringen, zowel op dit gebied als op andere terreinen evenwichtiger en realistischer worden; gedrag dat past bij het voortbestaan en de ontplooiing van een buitengewoon sociaal wezen.

Ik heb maar weinig sympathie voor de nogal verbreide opvatting dat de mens fundamenteel irrationeel is en dat zijn impulsen en driften, als ze niet in bedwang worden gehouden, onvermijdelijk tot vernietiging van het zelf en van anderen zullen leiden. Het gedrag van de mens is in principe juist volmaakt redelijk en leidt langs ingewikkelde, maar subtiele en ordelijke lijnen tot doeleinden die zijn organisme trachten te bereiken. Voor de meeste onder ons is de tragiek dat onze afweermechanismen verhinderen dat die redelijkheid tot ons besef doordringt, zodat we wat ons bewuste functioneren betreft de ene kant opgaan, terwijl ons organisme ons een andere kant op wil sturen. Maar in de mens die het proces van 'het goede leven' beleeft, zullen steeds minder van dergelijke afweerhindernissen bestaan en hij zal steeds meer deel hebben aan de redelijkheid van zijn organisme. De enige beheersing van impulsen die er zou zijn, of die nodig zou blijken, is het natuurlijke, innerlijke afwegen van die ene behoefte tegen de andere om de gedragslijnen te ontdekken die de vector volgen waarin alle behoeften zoveel mogelijk bevredigd worden. De ervaring van uiterste bevrediging van de ene behoefte (zoals aan agressie, seks etc.) die ten koste gaat van de bevrediging van andere behoeften (aan kameraadschap, innige relaties etc.) - een ervaring die vaak voorkomt bij de door afweer beheerste persoonlijkheid - zal grotendeels verdwijnen. De mens zal op zodanige wijze deelhebben aan de enorme, complexe zelfregulerende krachten van zijn organisme - zowel wat betreft de psychische als de fysiologische 'thermostatische' afstemming - dat hij in steeds groter wordende harmonie kan leven met zichzelf en anderen.

De grote rijkdom van het leven

De laatste implicatie die ik zou willen noemen, is dat dit proces van 'het goede leven' een groter gebied, een grotere rijkdom omvat dan het enge, ingeperkte bestaan waarin de meesten van ons zichzelf bevinden. Deel uitmaken van dit proces betekent, dat men verwikkeld is in de vaak beangstigende en vaak voldoening gevende ervaring van een gevoeliger leven, dat een wijder gebied bestrijkt, meer afwisseling biedt en grotere rijkdom schenkt. Ik geloof dat cliënten die in de therapie wezenlijk vooruitgegaan zijn, veel intiemer omgaan met hun gevoelens van pijn, maar tevens veel levendiger omgaan met hun gevoelens van verrukking; dat boosheid duidelijker gevoeld wordt, maar ook liefde; dat angst een ervaring is die ze dieper kennen, maar ook moed. De reden dat ze veel vollediger en intenser en met een grotere reikwijdte kunnen beleven, is dat ze die onderstroom van vertrouwen in zichzelf hebben en dat ze die ervaren als een betrouwbaar instrument om het leven mee tegemoet te treden.
Ik geloof dat het wel duidelijk geworden zal zijn waarom woorden als gelukkig, tevreden, zalig, prettig, me niet geschikt lijken voor een algemene typering van dit proces dat ik 'het goede leven' genoemd heb, zelfs al zou de mens in dit proces elk van deze gevoelens op gezette tijden ervaren.
Mij lijken hier veel toepasselijker te zijn woorden als verrijkend, spannend, stimulerend, uitdagend en betekenisvol. Het proces van 'het goede leven' is geen leven voor de zwakmoedigen, daarvan ben ik overtuigd. Het omvat het risico van steeds verder reiken, de inzet om steeds opnieuw te groeien, om meer en meer je eigen mogelijkheden te worden. Het behelst 'de moed er te zijn'. Het betekent dat jij jezelf helemaal in de wervelende stroom van het leven stort. En dat is nu juist het meest opwindende van het menselijke wezen: als de mens innerlijk vrij is, kiest hij dit wordingsproces als 'het goede leven'.


Terug naar de Inhoud