|
R. Schippers, Het evangelie van Thomas Kok, Kampen 1960 (Opmerkingen tussen haakjes zijn van mij, Freek) 1. ... ik ben uw licht ... ik ben het lam, voor u geslacht. 3. Als gij uzelf kent, dan zult ge gekend worden en gij zult weten, dat gij zonen van de levende Vader zijt. 5. Ken wat voor uw aangezicht is en wat verborgen is, zal u onthuld worden. 7. Zalig de leeuw dien de mens zal opeten en de leeuw wordt mens. En verafschuwd is de mens die de leeuw opvreet en de leeuw zal mens worden. 11. Toen gij één waart, werd gij tot twee. Als gij echter twee zijt, wat zult gij dan doen? 18. Waar de aanvang is, daar zal het einde zijn. Zalig wie in de aanvang zal staan. 22. Als gij de twee tot één maakt en als gij het inwendige gelijk het uitwendige maakt en het bovenste gelijk het onderste en als gij het mannelijke en het vrouwelijke één maakt, opdat het mannelijke niet meer mannelijk en het vrouwelijke niet meer vrouwelijk zij ... dan zult gij het koninkrijk binnen gaan. 24. Toon ons de plaats waar gij zijt, want wij moeten daar naar zoeken. Hij sprak: Een licht is er in een licht-mens en hij verlicht de hele wereld. Verlicht hij niet, dan is er duisternis. 27. Als gij niet vast ten opzichte van de wereld, zult gij het koninkrijk niet vinden. 41. Wie in zijn hand heeft, hem zal gegeven worden. En wie niet heeft, hem zal ook het beetje ontnomen worden wat hij heeft. 42. Jezus sprak: Wordt voorbijgaanden. 46. Wie onder u klein zal zijn, zal het koninkrijk kennen. 49. Daar gij uit het koninkrijk zijt, zult gij daar weer heen gaan. 50. Als de mensen vragen: Waar komt gij vandaan? zeg dan: Wij zijn uit het licht gekomen, daar, waar het licht uit zichzelf ontstaan is. Als de mensen vragen: Wat is het teken van uw Vader in u? zeg dan: Het is beweging en rust. 67. Wie het heelal kent en zichzelf mist, mist de hele plaats. 70. Als gij diegene in u voortbrengt, die gij bezit, zal hij u redden. Als gij die niet in u bezit, zal hij, die gij niet in u bezit, u doden. 74. Velen staan om de put, maar niemand is in de put. 75. Velen staan voor de deur, maar het zijn de eenzamen, die het bruidsvertrek zullen binnentreden. 77. Ik ben het licht dat boven allen is. Ik ben het al. Het al is uit mij voortgekomen en het al is tot mij gemaakt. Splijt het hout, ik ben daar. 82. Wie dicht bij mij is, is dicht bij het vuur; en wie ver van mij is, is ver van het koninkrijk. 83. De beelden openbaren zich aan de mens. En het licht in hen is verborgen in het beeld van het licht van de vader. Het zal openbaar worden, en zijn beeld is verborgen in zijn licht. 106. Wanneer gij de twee één maakt, zult gij zonen van de mens worden. Terug naar de Inhoud |