de toestand van verdeeldheid


In de esoterische literatuur wordt gesproken over de 'gevallen toestand' waarin de mens 'verdeeld' is geraakt; ook wordt er gesproken over de mens die 'in deeltjes uiteen is gevallen'. Wat is die toestand van verdeeldheid?

De 'gevallen toestand van de geest', de 'verdeeldheid' en de 'gevallen deeltjes' waarvan hier en daar sprake is, is de toestand die ik in geestkunde beschrijf als de 'onbewuste vereenzelviging'. De mensenlijke geest als het enig levende, als de bewuste levenskracht, moet namelijk op een gegeven ogenblik indalen in de stoffelijke levensvorm, het lichaam. Dit gebeurt de eerste keer tijdens de geboorte op aarde en daarna iedere dag tijdens het ontwaken. Vervolgens gebeurt dit iedere keer als een menselijke geest opnieuw een aards bestaan als geestelijke leerschool meemaakt.

Het lichaam op aarde is opgebouwd uit dode stof (atomen, moleculen) en als de geest als het levende zich verbindt met het lichaam, dat het niet levende is, verbindt de geest zich met het tegendeel van zichzelf. Daardoor kan de geest op aarde zichzelf niet meer zijn en wordt onbewust van het bestaan van zichzelf als menselijke geest. De geest wordt voor het gevoel iets vaags, iets, wat alleen maar een denkbeeld is.
In die toestand gaan de aandacht en toewijding van de menselijke geest helemaal over op de omgeving hier in deze stoffelijke wereld. Er treedt een toestand van overdracht op, waarbij de geest als het ware geheel opgaat in deze stoffelijke toestand. In die toestand denkt de mens werkelijk dat dit alles is wat er is en dat de mens hetzelfde is als het lichaam. "Het lichaam, dat ben ik!" Zoals Dick Swaab zegt: "Wij zijn de hersenen".

Er treedt dus een toestand van onbewuste vereenzelviging op met de stof, de materie en daardoor raakt de geest verdeeld over de omgeving. Die toestand is een toestand waarin de geest als het ware in stukjes verdeeld raakt in het lichaam en in allerlei bezittingen op aarde. De aandacht en de toewijding raken verdeeld.

Het is die toestand van verdeeldheid die moet worden opgeheven. Dat kan door geestelijke onderwerpen te gaan bestuderen en zich er dan langzaamaan van bewust te worden de menselijke geest als het enig levende te zijn, die in een toestand verkeert waarin aandacht en toewijding over de omgeving is verspreid.
Door het oefenen van zelfbezinning en gebed kunnen aandacht en toewijding weer naar hun bron, naar zichzelf als de menselijke geest worden teruggevoerd. Daardoor treedt een zelfbekrachtiging op, een zelfbewustwording. Vanuit die toestand kan de menselijke geest zich weer, maar nu bewust vanuit zichzelf, tot de omgeving richten, tot de medemens, maar nu zonder zichzelf daarin te verliezen. In die zelfbewuste toestand kan de mens 'bij zichzelf blijven' en tegelijkertijd aandacht hebben voor de omgeving, zonder daarin op te gaan.

Vanuit de goddelijke algeest zijn golven van geesten vertrokken om door de aardse toestand heen geestelijke te groeien naar volwassenheid. Op aarde zijn deze golven te herkennen aan de 'rijken': het mineralenrijk, plantenrijk, dierenrijk en de mensheid. Vóór de mensheid uit gegaan zijn er drie golven van geesten die in de vorm van drie engelengroepen de geestelijke werelden al hebben bereikt. Ook de dierengeesten verkeren geheel in de toestand van onbewuste vereenzelviging; maar sommige dieren hebben al een vorm van bewustzijn van zichzelf ontwikkeld, zoals apen, olifanten en dolfijnen. Zij vertonen een besef 'er te zijn'.
De plantengeesten en mineralengeesten zijn nog in een toestand van onbewustheid; hoewel uit onderzoek is gebleken dat ook plantengeesten toch al in een vage toestand van bewustzijn moeten verkeren.
Alle geesten die van de algeest zijn uitgegaan, gaan voor hun ontwikkeling door dit soort van 'rijken' heen, ook de geesten die nu in dieren belichaamd zijn. Ook zij zullen uiteindelijk de mensentoestand en de engelentoestand bereiken.


terug naar de vragenlijst

terug naar het weblog







^