Drugs veranderen het beloningscentrum


1. De Telegraaf, 16-11-2013
Vraag: Hoe komt het dat drugs verslavend werken?

Antwoord. Drugs werken verslavend omdat ze de hersenen veranderen. Dit geldt niet alleen voor harddrugs zoals cocaïne en heroïne, maar ook voor cannabis, alcohol en tabak. Die veranderingen kunnen heel lang duren, soms tot jaren nadat iemand is gestopt. De hersenen van iemand die net gestopt is met roken of met heroïne, zijn dus heel anders dan zijn hersenen waren voordat hij begon te gebruiken. Daarom vallen ex-verslaafden ook zo vaak terug en werkt verplicht afkicken niet bij het behandelen van een verslaving.

Mensen voelen zich lekker als ze een middel gebruiken, omdat die middelen bepaalde delen van de hersenen actief maken (het beloningscentrum). Die hersendelen zorgen er normaal gesproken voor dat we genieten van lekker eten, prettig gezelschap, of seks, dingen die goed zijn voor onze overleving. Maar door hun biochemische effecten zorgen middelen er ook voor dat de biochemie in die hersendelen anders gaat werken.

Ook hersendelen die een rol spelen bij motivatie, gewoonten en besluitvorming worden veranderd door drugsgebruik. Hierdoor worden de prettige effecten van middelen meestal minder, maar neemt de motivatie om die middelen te gebruiken juist toe. Middelengebruik wordt dan een gewoonte en de hersendelen die voor goede besluitvorming zorgen, gaan minder goed werken. Deze combinatie van veranderingen kan er toe leiden dat iemand geen controle meer heeft over het gebruik en verslaafd raakt.

Louk Vanderschuren, Hoogleraar Neurobiologie van Gedrag Universiteit Utrecht en UMC Utrecht.
Twitter: @UniUtrecht

2. Kennislink, 7 april 2014
Wat een verslaafde verslaafd maakt: het beloningscentrum

Dwangmatig drugsgebruik door dopamine-tekort
Waarom kan de één jarenlang recreatief drugs gebruiken, en wordt de ander verslaafd? Amerikaanse onderzoekers ontdekten dat het beloningssysteem van verslavingsgevoelige ratten ongevoelig wordt. Ratten wiens beloningssysteem na langdurig drugsgebruik steeds minder van het 'genotsstofje' dopamine af gaat geven, gaan steeds meer drugs gebruiken.
door Anna Tuenter

Cocaïne
Cocaïne is lichamelijk nauwelijks verslavend, veel minder dan bijvoorbeeld heroïne. Mentale afhankelijkheid treedt vaker op: mensen gebruiken cocaïne veel om in de stemming te komen, langer door te kunnen werken of het zelfvertrouwen op te schroeven.
Sommige mensen kunnen langdurig op recreatieve basis cocaïne gebruiken, zonder de controle hierover te verliezen. Anderen hebben steeds meer nodig om tot dezelfde beleving te komen, en raken dus verslaafd. Waarom is dat zo? Welk hersenmechanisme bepaalt de gevoeligheid voor verslaving en hoe verschilt dit systeem per persoon?

Ingo Willuhn van het Nederlands Instituut voor Neurowetenschappen en zijn Amerikaanse collega's denken dat het beloningssysteem - dat wordt geactiveerd door genotsmiddelen zoals drugs - na verloop van tijd ongevoelig raakt voor al die genotsprikkels. Daardoor heeft het steeds meer drugs nodig om tot dezelfde beleving te komen. Bij de één gaat dat sneller dan bij de ander.
Willuhn ontdekte dat dwangmatig drugsgebruik voortkomt uit een verminderde dopamine-afgifte in de hersenen. Dit is de neurotransmitter die wordt vrijgemaakt door het beloningssysteem en betrokken is bij het genotsgevoel. Hoe meer de afgifte van dopamine na langdurig drugsgebruik afneemt, ontdekte hij, hoe meer het drugsgebruik van ratten toeneemt. Maar blijft de dopamine-afgifte juist stabiel, dan gaat het gebruik van cocaïne ook niet omhoog. Tot zijn eigen verbazing ontdekte hij dat toediening van L-dopa (een stofje dat door de hersenen wordt omgezet in dopamine) het dwangmatige gebruik van cocaïne meteen stopt. Willuhn publiceerde de resultaten 6 april 2014 in Nature Neuroscience.

Zelf cocaïne toedienen

ventromediaal striatum
(het paarse gedeelte)
bron: Wikipedia
De onderzoekers trainden zestien ratten om zichzelf cocaïne door hun neus toe te dienen. Vervolgens mochten de ratten drie weken lang, tijdens vaste tijden van de dag, zelf beslissen of en wanneer ze dit deden. Ondertussen mat Willuhn de hoeveelheid dopamine die direct na het gebruik van de cocaïne vrijkwam in het beloningssysteem (het ventromediale striatum) van de ratten. Dit kon hij doen doordat hij een elektrode in de hersenen van de ratten had geïmplanteerd.
Na drie weken was er een duidelijke tweesplitsing te zien: tien ratten dienden zichzelf nog steeds evenveel cocaïne toe, maar zes ratten gebruikten aan het eind anderhalf keer zo veel cocaïne als in het begin. Ook de dopamine-afgifte in de hersenen verschilde tussen de twee groepen. Bij de 'stabiele gebruikers' bleef ook de hoeveelheid vrijgekomen dopamine stabiel. Maar bij de 'dwangmatige gebruikers' nam de hoeveelheid dopamine die vrij kwam in het beloningssysteem steeds meer af naarmate de ratten meer cocaïne ging gebruiken.

L-dopa
Opvallend, vond Willuhn. Maar hoe zit dit verband tussen hersenactiviteit en gedrag in elkaar? Wat veroorzaakt nou wat? Hij vermoedde dat de afname in dopamine de oorzaak is van het overmatige gebruik van de drug. Om dit te testen, vulde hij de natuurlijke hersenvoorraad dopamine van de dwangmatig gebruikende ratten kunstmatig aan tot de hoeveelheid die de andere ratten aanmaakten na gebruik van cocaïne. Dit deed hij door de ratten L-dopa toe te dienen - het stofje waarvan het brein dopamine maakt. Met een opvallend resultaat: het beloningssysteem van de ratten maakte weer evenveel dopamine aan als aan het begin van de drie weken, waardoor de ratten meteen minder cocaïne gingen gebruiken. Het effect van L-dopa was helaas wel tijdelijk: zo gauw de onderzoekers stopten met het toedienen van L-dopa, vervielen de ratten weer in hun oude drugsgebruik.

Ongevoelig beloningssysteem
De bevindingen sluiten aan bij één van de vele theorieën die wetenschappers proberen te vormen over de onderliggende hersenmechanismen van verslaving: dat het beloningssysteem na langdurig drugsgebruik 'oververmoeid' en 'ongevoelig' kan raken voor genotsstimuli, en daardoor minder dopamine gaat produceren. Met als gevolg dat ratten - maar waarschijnlijk ook mensen - dit tekort compenseren met hun gedrag: ze gaan op zoek naar meer drugs. Deze kennis kan de zoektocht naar een effectieve behandeling van verslaving helpen, zegt Willuhn. Nu weten we dat de afname van dopamine-afgifte in het brein voorspelt of iemand na verloopt van tijd zal vervallen in dwangmatig gebruik van cocaïne.

Bron
Ingo Willuhn, Lauren Burgeno Peter Groblewski en Paul Phillips: Excessive cocaïne use results from decreased phasic dopamine signaling in the striatum Nature Neuroscience (6 april 2014) DOI:10.1038/nn.3694

3. ScienceBlog - Marijuana users who feel low get high
September 15, 2014

Adolescents and young adults who smoke marijuana frequently may attempt to manage negative moods by using the drug, according to a study in September's Journal of Studies on Alcohol and Drugs.
"Young people who use marijuana frequently experience an increase in negative affect in the 24 hours leading up to a use event, which lends strong support to an affect-regulation model in this population," says the study's lead author Lydia A. Shrier, M.D., M.P.H., of the division of adolescent and young adult medicine at Boston Children's Hospital.
She notes that using marijuana as a coping technique for negative affect may make it harder for people to stop using the drug.
"One of the challenges is that people often may use marijuana to feel better but may feel worse afterward," she says. "Marijuana use can be associated with anxiety and other negative states. People feel bad, they use, and they might momentarily feel better, but then they feel worse. They don't necessarily link feeling bad after using with the use itself, so it can become a vicious circle."

For the study, Shrier and colleagues recruited 40 people, ages 15 to 24, who used marijuana at least twice a week, although their average was 9.7 times per week. They were trained to use a handheld computer that signaled them at a random time within three-hour intervals (four to six times per day) for two weeks. At each signal, participants were asked about their mood, companionship, perceived availability of marijuana, and recent marijuana use. Participants were also asked to report just before and just after any marijuana use. They completed more than 3,600 reports.
The researchers found that negative affect was significantly increased during the 24 hours before marijuana use compared with other periods. However, positive affect did not vary in the period before marijuana use compared with other times.
Also, neither the availability of marijuana nor the presence of friends modified the likelihood that chronic users would use marijuana following a period of negative affect.

The study is unique in that it collected data in real time to assess mood and marijuana use events. The study thus was able to identify mood that was occurring in the 24 hours before marijuana use and compared it with mood at other times, Shrier reports.
"There are a host of limitations with retrospective assessments, such as asking people 'the last time you used marijuana, why did you use it?'" according to Shrier. "We weren't asking people to predict anything or to recall anything - we were just asking them to give us reports about how they were feeling right now. We were able to put under a microscope the association between those feelings and subsequent marijuana use."
Shrier says it could be beneficial for clinicians and counselors to help their patients identify patterns of negative affect and to implement alternative mood-regulation strategies to replace marijuana use.

Read more at
http://scienceblog.com/74389/marijuana-users-feel-low-get-high/#gR7pUbwhfr7bRflh.99


terug naar alcohol en drugs






^