Gevaarlijke vaagtaal - Arjen Ligtvoet en Cathelijne de Busser


1. Taalkundige misleiding. Hoe vaagtaal gedijt in Nederland 4
2. Kloof burger-politiek moet groter. Frits Bolkestein over Binnenhofbargoens 12
3. De moordende metafoor. Charles den Tex over adviseursvaagtaal 19

© 2011 Arjen Ligtvoet en Cathelijne de Busser
www.vaagtaal.nl
www.tekstridder.nl

Gevaarlijke vaagtaal
Vaagtaal is gevaarlijk en grijpt woest om zich heen. Het is tijd om tegen vaagtaal te vechten. Snel, voordat het te laat is, want vaagtaal is een uitermate besmettelijke LoA, een door Lezen en Luisteren overdraagbare Aandoening. In dit boekje vind je niet alleen onze mening over vaagtaal, maar ook die van oud-politicus Frits Bolkestein en thrillerauteur Charles den Tex. Lees en huiver, want vaagtaal is alomtegenwoordig en gevaarlijker dan je denkt. Gelukkig is er ook tegen te vechten, je leest er meer over op ons blog www.vaagtaal.nl.
Arjen Ligtvoet en Cathelijne de Busser, januari 2011 [3]

terug naar de Leenwoordenlijst

1. Taalkundige misleiding.
Hoe vaagtaal gedijt in Nederland
Duurzaamheid, leefbaarheid, doorcommuniceren en proactief. Met dit soort taal houdt zelfs een nietszeggende spreker een indrukwekkend betoog. Maar wat betekenen deze woorden eigenlijk? Alles en niets, want het is vaagtaal: woorden en uitdrukkingen die onduidelijk, dubbelzinnig, misleidend, overbodig of storend zijn. Vaagtaal is een LoA, een door Lezen en luisteren overdraagbare Aandoening. Een akelige aandoening met nare gevolgen, bijvoorbeeld als een oorlog wordt omgetoverd in vredelievende opbouwwerkzaamheden.
Vroeger was er geen grotere eer dan als soldaat te sterven voor het vaderland. Nu is daar nauwelijks nog iemand voor te porren. Voor de Nederlandse deelname aan de oorlog in Afghanistan was aanvankelijk dan ook weinig maatschappelijke steun. Het woord 'oorlog' roept te veel het beeld op van uiteengereten ingewanden, uitgesmeerd over een stoffig marktplein na een precisiebombardement. Oorlog is niet te verkopen aan de Nederlandse burger, en politiek dus niet haalbaar.

Vechtmissie door vaagtaal
Ondanks hevige protesten vecht Nederland ondertussen al jaren in Afghanistan. Taal - vaagtaal - bleek het middel om critici de mond te snoeren en Nederland de strijdbijl te laten opgraven. Een paar jaar lang voerden 'onze jongens' daarom robuuste opbouwwerkzaamheden uit. Opbouwwerkzaamheden, met dit zorgvuldig gekozen woord heeft de regering de emotionele lading van oorlog buitenspel gezet en het maatschappelijke denken gemanipuleerd, want in werkelijkheid is er natuurlijk geen verschil tussen opbouwwerkzaamheden en een oorlog. Ook tijdens opbouwwerkzaamheden sterven Nederlandse soldaten door bermbommen en schieten kameraden elkaar per ongeluk dood in een uitwisseling van vriendelijk klinkend maar levensgevaarlijk 'friendly fire'. Zoals dat gaat in elke oorlog. [4]

Een simpele woordtruc heeft de oorlog in Afghanistan veranderd in een taalkundige idylle waar je onmogelijk tegen kunt zijn. Vaagtaal heet dat. Vaagtaal is taal die verleidt, misleidt, verwart en ook nog eens irritatie oproept. En dat zeker niet alleen in de discussie over Afghanistan. Vaagtaal komt overal voor en heeft vele varianten. Zo lijden ambtenaren aan oubollige ambtenaritis, leggen beleidsmakers met beleidsbabbels een zachte wollen deken over snoeiharde maatregelen en spreken managers een semi-Engelse vorm van vaagtaal die managementspeak heet.
Vaagtaal is een LoA, een door Lezen en luisteren overdraagbare Aandoening. Hoe vaker je het hoort, hoe meer je het zelf gebruikt en hoe normaler je het vindt als anderen het ook gebruiken. Niemand keek op toen voormalig minister Klink het had over vraaggestuurde zorg en maatstafconcurrentie. Of als de manager van de lagere school trots vertelt over zijn zelfsturende team van co-makers dat de leerling als coach vanaf de zijlijn begeleidt. of als er in een brief van de gemeente staat dat 'hondeneigenaren er te allen tijden zorg voor dienen te dragen dat hun viervoeter zich in aangelijnde toestand bevindt'.
De kracht en tegelijkertijd het gevaar van vaagtaal is dat we allemaal besmet zijn. Het vaagtaalvirus gedijt namelijk uiterst goed in een samenleving waar informatie centraal staat. Een exemplaar van Vrij Nederland bevat waarschijnlijk al meer informatie dan de zeventiende eeuwse wetenschapper Francis Bacon in zijn hele leven heeft vergaard. Helaas betekent dat niet dat we allemaal net zulke genieën zijn. Integendeel, om onze onkunde te verbergen gebruiken we nietszeggende taal waarmee we alle kanten uit kunnen. Voorzichtig, verhullend, abstract en voor velerlei uitleg vatbaar. Vaagtaal.

Vaagtaalvirus
Vroeger werkten we in de fabriek, op het land of in het huishouden. Tegenwoordig verdienen we ons brood met het vergaren en uitwisselen van informatie, en dat doen we de hele dag. We luisteren naar de radio, kijken televisie, zoeken informatie op internet, sturen elkaar een e-mail, geven het laatste nieuws door via Twitter en sms'en de sappigste roddels de wereld in. [5] We staan voortdurend met elkaar in contact. Dag in, dag uit. Juist daarom zijn we uitermate gevoelig voor het vaagtaalvirus.
Toen Wouter Bos op het journaal zei dat hij linksom of rechtsom een oplossing zou vinden voor de gedupeerden van de failliete bank Icesave, was het effect de volgende dag meteen merkbaar. De directeur van een basisschool verklaarde aan bezorgde ouders dat hij linksom of rechtsom een vervanger zou vinden voor de zieke leerkracht van groep 7. De psycholoog liet weten dat zijn patiënt linksom of rechtsom wel over zijn depressie heen zou komen. De poelier meldde zijn klant dat hij linksom of rechtsom wel aan een pond leeuwerikenpastei kon komen. In een dag tijd werden zo alle problemen linksom of rechtsom opgelost, maar niemand werd er wijzer van.

Zo besmettelijk is vaagtaal. Vervelend, want vaagtaal kan grote gevolgen hebben. Denk maar aan de huiseigenaar die afziet van een serre, simpelweg omdat hij geen chocola kan maken van de wirwar aan regels waaraan hij moet voldoen. Als minister noemde Alexander Pechtold de taal van zijn ambtenaren mismoedig een buitenlandse taal. En terecht, het is een taal die je jezelf eigen moet maken voordat je enig idee hebt waar het over gaat. Dat niet iedereen die taal kan of wil leren, zal duidelijk zijn. Zo tekenen bewoners van een 'kanswijk' geen bezwaar aan tegen de aangekondigde 'maatregelen in het kader van de leefbaarheid'. Drie weken later worden alle bushokjes verwijderd en dan pas dringt het besef door dat de maatregelen bedoeld waren om kansjongeren hun hangplek, de bushokjes, te ontnemen. De bewoners wachten voortaan in de regen op hun bus, een wel heel triest gevolg van de beruchte kloof tussen burger en overheid.
Uit de mond van politici is vaagtaal extra gevaarlijk. Als zij hun bedoelingen verstoppen achter een muur van vaagtaal, bedreigt dat regelrecht de democratie. Een democratie kan alleen goed functioneren als kiezers een weloverwogen keuze kunnen maken, als de kiezer weet wat er speelt en begrijpt waar het debat over gaat. Door onbegrijpelijk sprekende politici verliezen kiezers het vertrouwen in de politiek en haken ze af. [6] oud-politicus Frits Bolkestein noemt de taal van de politiek zelfs 'Binnenhofbargoens', een boeventaaltje, want "wie taal effectief gebruikt, kan anderen flink beduvelen."
Boeventaal? Hoe moet je het anders noemen? Een flink aantal politieke maatregelen van de afgelopen jaren is verpakt in een fleurig jasje van misleidende en dubbelzinnige woorden. Met vaagtaal wist de politiek de burger af te leiden van de werkelijke politieke maatregelen. Denk aan de roemruchte 'marktwerking'. Dit woord is de afgelopen jaren tot glorieus doel verheven. Immers, met marktwerking kun je meer doen met minder geld, en dat wil toch iedereen?

Vaagtalige concurrentie
Marktwerking moest de Nederlandse Spoorwegen 'rendabel' maken. Met begrippen als concurrentie, resultaatverantwoordelijkheid en winstgevendheid zou er een enorme efficiencyslag plaatsvinden. Toch rijden de treinen geen seconde beter op tijd. Oud-adviseur en thrillerauteur Charles den Tex zegt hierover: "Een goed spoornet is niet rendabel te krijgen. Het begrip 'winst' bij de spoorwegen is beeldspraak. Geen wonder dat het spoorbeleid mislukt. Bij het eerste herfstblaadje of vlokje sneeuw stort het hele spoornet als een kaartenhuis ineen. We hebben het als makke schapen geaccepteerd. Marktwerking, het moet dus wel goed zijn".
Ook in de zorg stond marktwerking de afgelopen jaren bovenaan de agenda. Marktwerking maakte van de gezondheidszorg een 'care industry' die streeft naar 'efficiënt georganiseerde zorgprogramma's en optimale samenwerking tussen alle schakels in het zorgproces'. De patiënt, op zijn beurt, is nu een mondige zorgconsument die compleet met persoonlijke zorgindicatie en een 'rugzakje' vol zorgbudget op pad gaat als Alice in zorgland.
We zijn er allemaal ingetrapt. Marktwerking is gewoon een ander woord voor bezuinigingen. Dankzij dit misleidende woord is ons sociale systeem rigoureus afgebouwd. Stel dat de regering had gezegd: "We gaan drastisch bezuinigen op de zorg en het onderwijs. We schroeven onze publieke diensten terug en bouwen onze verzorgingsstaat af." Hoe had de burger dan gereageerd? Met opstand en barricades! Niemand gaf een krimp, met schrijnende gevolgen: [7] lange wachttijden in de zorg en een sterke achteruitgang van het openbaar vervoer. Dankzij marktwerking, dankzij vaagtaal.

Niet alleen het openbaar vervoer en de zorg zijn slachtoffer van vaagtaal. ook de onderwijshervormingen van de afgelopen decennia zijn verpakt in bedrieglijke taal. Eerst voerde de politiek het 'nieuwe leren' in, een methode die ervan uitgaat dat leerlingen van nature willen leren en daarvoor slechts een zogeheten 'exploratieve leeromgeving' nodig hebben. Vervolgens kwam de tweede fase, een methode waarin bovenbouwleerlingen nóg zelfstandiger leren werken. Als klap op de vuurpijl kwam er het studiehuis, waarin leerlingen leren omgaan met informatie en waarin docenten slechts optreden als gids of leercoach.

Frontaal onderwijs
Volgens dit nieuwe systeem hadden alle leerlingen gelijke kansen en zo moest het ook volgens de toen heersende gelijkheidsgedachte. In werkelijkheid was het een ordinaire bezuinigingsmaatregel. Een leerling die zelfstandig zijn weg zoekt in het studiehuis kost nu eenmaal minder geld dan een leerling die bij elke tafel van vermenigvuldiging hulp nodig heeft. Een geniale vondst in dit kader is het woord 'frontaal onderwijs'. Vóór de onderwijsvernieuwingen stond een leraar voor de klas en vertelde hij zijn leerlingen over algebra en meetkunde.
Niks mis mee? Wel als je dit aanmerkt als 'frontaal onderwijs'. Frontaal onderwijs, dat klinkt als een aanval op onschuldige, weerloze leerlingen. Vanuit dat oogpunt lijkt het bijna terecht dat niemand zich meer aan een dergelijke vorm van onderwijs bezondigt. Door er het label 'frontaal onderwijs' op te plakken is deze intensieve, en dus dure vorm van onderwijs, verdacht en niet meer van deze tijd.
De politieke taal van de onderwijsvernieuwingen laat goed zien hoe besmettelijk vaagtaal is. Immers, om de onderwijsvernieuwingen te vertalen naar de dagelijkse praktijk in de klas hebben duizenden onderwijskundig medewerkers zich in allerlei taalkundige bochten moeten wringen. Dat bleek een bijna onmogelijke opgave die alleen kon worden opgelost met woorden als 'competentie', 'persoonlijk ontwikkelplan' en 'kennistransfer'. Het onderwijsbeleid [8] hangt dan ook aan elkaar met dit soort gemeenplaatsen en open deuren. Zo deinst het meerjarenplan van een universiteit er niet voor terug om te vermelden dat de docent een 'cruciale factor' in het onderwijs is. Op vergelijkbare wijze meldt een Rotterdamse school voor beroepsonderwijs vol trots dat de school 'leerlinggericht' is. Een simpele negatietest laat zien hoe belachelijk deze uitspraak is: een school die zich niet op leerlingen richt, krijgt gegarandeerd de onderwijsinspectie op z'n dak.

Ook in het bedrijfsleven floreert vaagtaal volop. Zo noemt niemand zichzelf nog leidinggevende. Nee, manager is het minste wat je moet zijn. De dynamische manager put veel inspiratie uit zijn managementspeaktoolbox. Daarmee transformeert hij de alledaagse werkelijkheid tot ingewikkelde structuren, processen, targets en strategieën. ook een secretaresse is ver te zoeken. Wie naïef naar haar informeert, wordt ofwel niet begrijpend aangestaard, of hardop uitgelachen. Secretaresse, het woord alleen al is zó twintigste-eeuws. De secretaresse van toen is tegenwoordig een heuse 'management supporter'. De functie is precies hetzelfde, maar de naam riekt naar management en dan is het goed.

Onbegrijpelijke afko's
Met dit soort taal ontstaat een schier onoverbrugbare kloof tussen hen die de taal wel begrijpen en hen die dat niet doen. Menig nieuwkomer in het bedrijfsleven waart daarom de eerste maanden verloren rond als een vreemdeling in een exotisch land. Obscure afkortingen en een overdaad aan schreeuwerig Amerikaanse termen maken zelfs van de meest getalenteerde kandidaat aanvankelijk een nul. Pas als hij termen als KPI, SLA en SWoT moeiteloos beheerst, is hij goed op weg om volledig lid van de bedrijfsgemeenschap te worden. En ja, als alle medewerkers vaagtaal gebruiken, dan is het logisch dat bedrijven ook nieuwe medewerkers werven met vaagtaal. Welk bedrijf is er niet op zoek naar een proactieve, dynamische en flexibele kandidaat zonder negen-tot-vijf mentaliteit? Kennelijk vraagt niemand zich af wat die termen eigenlijk betekenen. Zo kan het gebeuren dat een personeelsfunctionaris met een stalen gezicht vertelt op zoek te zijn naar een zelfstandige teamplayer. [9]

Hoe bizar dit soort taal bij nadere beschouwing ook is, het weerhoudt ons er niet van het zelf ook te gebruiken. Sterker nog: wie geen vaagtaal gebruikt, doet zichzelf tekort. Met vaagtaal kun je je motieven geheim houden, anderen op het verkeerde been zetten, je eigen onkunde verbergen of jezelf interessanter voordoen dan je bent. Niet voor niets is het zo besmettelijk: vaagtaal is uiterst lucratief.

Een duidelijke uitspraak, daar word je op afgerekend. Wil je kritiek vermijden? Hou het dan vaag en verwijs vooral niet naar de tastbare werkelijkheid. ook is vaagtaal uiterst handig om anderen de schuld in de schoenen te schuiven: toen de onderwijsvernieuwingen niet het gewenste effect bleken te hebben, beschuldigde enkele politici onderwijsinstellingen ervan 'beleidsresistent' te zijn. Beleidsresistentie, met dit zorgvuldig gekozen woord krijgen de juffen en meesters de schuld van het falende onderwijsbeleid. Als zij, de 'ontvangers' van het beleid, nu een beetje hadden meegewerkt...

Is een vaagtaal-epidemie dan onafwendbaar? Is het al te laat? Gelukkig niet, maar om je te wapenen tegen vaagtaal moet je stevig in je schoenen staan. Het is niet makkelijk om onnodig ingewikkelde formuleringen of verhullende taal door te prikken. Als 'ontvanger' van vaagtaal is het zaak om altijd op je hoede te zijn en je voortdurend af te vragen wat iemand nu echt beweert. Durf duidelijke taal te vragen. Nee, beter nog: eis duidelijke taal!

Tot de grond aan toe afbouwen
Een lastig probleem bij het gevecht tegen vaagtaal is dat vaagtaal muteert. Denk bijvoorbeeld aan Jan, de goede oude dorpsgek. Vroeger was Jan debiel. Later veranderde Jan in een geestelijk gehandicapte die in een gekkenhuis woonde. Vervolgens werd Jan een andersvalide in een inrichting. Daarna had Jan ineens een leeruitdaging en woonde hij beschermd in de zorgintensieve woonsituatie van een woonzorgzone. Sinds kort vinden hulpverleners zelfs dat te zorgelijk klinken en daarom woont Jan nu in een woonservicegebied. En toch is Jan, als we eerlijk zijn, gewoon gek.

Zodra vaagtaal inboet aan kracht, komt er nieuwe vaagtaal voor in de plaats. Dat geldt ook voor het woord marktwerking: na jaren van marktwerking weten steeds meer mensen welke [10] boodschap zich achter dit woord schuilhoudt. om toch te kunnen bezuinigen, hebben politici nu een nieuw woord bedacht: de heroverweging. Heroverwegingen zullen het begrotingstekort terugdringen en de overheidsfinanciën verbeteren. Een heroverweging, wie kan daar nu tegen zijn?

Ook de opbouwwerkzaamheden in Afghanistan hebben hun beste tijd gehad. Zo gaat dat nu eenmaal met eufemismen. Tijd voor een nieuw woord. Wat gaat het worden? Vertraagde terugtrekking? Een trainingsmissie? Of educatieve ondersteuning van de plaatselijke wetshandhavers? Een lastige keuze nu het Afghaanse stof hoog aan de lippen staat. Tot overmaat van ramp blijkt ook nog het budget van Defensie op te zijn. Geen nood, vaagtaal biedt redding: voor de komende tijd heeft het ministerie een 'verplichtingenpauze' ingelast. [11]

terug naar Leenwoorden

2. Kloof burger-politiek moet groter. Frits Bolkestein over Binnenhofbargoens

In dit interview geeft oud-politicus Frits Bolkestein zijn visie op de taal van politici: "Nederlanders willen het altijd en iedereen naar de zin maken. Als je wollig formuleert, voorkom je problemen. Juist daarom is de slagkracht van de Nederlandse politiek ook zo beperkt. Daarom kan er in Nederland bijna een halve eeuw gebakkeleid worden over een paar kilometer snelweg. U weet wel, de verlenging van de A4."

Tijdens een debat over de rijksbegroting in 1993, onder Lubbers III, noemde u de taal van de politiek 'Binnenhofbargoens'. Hoe kwam u op die term?

Vanwege de klank, het allitereert zo prachtig. Daarbij was het natuurlijk ook een mooie samenvatting van de situatie toenmaals. Vooral premier Lubbers gebruikte zeer vage taal. Niet voor niks heeft Lubbers het woordenboek gehaald met de term Lubberiaans: vaag, omslachtig en wollig taalgebruik. Lubbers hield zijn standpunten altijd zorgvuldig verborgen achter een muur van taal en veranderde steeds van opvatting. Dat was vooral goed te zien bij de discussie over kruisrakketten. Daar zwabberde hij alle kanten uit, maar hij verborg dat uiterst effectief met verhullende taal.

Boevenbende
Warom koos u voor de term Binnenhofbargoens? Dat suggereert dat het Binnenhof vol boeven zit...

Ik wil niet beweren dat politiei een stelletje maffiosi zijn, dat nu ook weer niet. Maar wie taal misbruikt, kan anderen flink beduvelen. Om weer terug te komen op Lubbers: die had geen enkel gevoel voor staatsrecht, noch voor buitenlandse verhoudingen. Toch was hij van 1982 [12] tot 1994 aan de macht. Bijna iedereen liet zich door hem in de luren leggen. Slechts een enkeling ging in tegen zijn nietszeggende gezwam.

Gezwam? Was het echt zo erg?

Ja, Lubbers sprak ronduit onbegrijpelijk. Overigens sprak hij niet alleen vaag, maar ook nog eens incorrect. Hij had ronduit een blinde vlek voor taal. Lubbers dacht bijvoorbeeld dat 'vermits' een dure vorm van 'mits' was.

Had Lubbers het alleenrecht op vage taal?

Nee, zeker niet. Binnenhofbargoens hoort bij Nederland, vroeger en nu. Het hoort bij het polderen. Als je in de Nederlandse politiek stante pede komt met een heldere analyse en een oplossing, zou je gek genoeg die oplossing wel eens sterk kunnen vertragen. Politici denken dan dat er te weinig geworsteld en gediscussieerd is. De oplossing is te eenvoudig, en dus verdacht.

Zachte heelmeesters
Dat klinkt als een wat calvinistische houding?

Nee, nee. Het heeft meer te maken met onze accommodatiecultuur. We moeten het altijd en iedereen naar de zin maken. onze nationale drang tot consensus uit zich in ons taalgebruik. Als je wollig formuleert, dan voorkom je problemen. Daarom is ons beleid altijd zo 'kool en geit sparend'. Neem 'flankerend beleid', daar houden we van. Kijk, er is beleid, maar dat beleid komt al snel te hard over. Wat doen we dan? Dan komt er flankerend beleid om dat eerdere beleid te verzachten en deels weer teniet te doen, met als gevolg dat iedereen het beleid accepteert. [13]

Het rookverbod in de horeca van Ab Klink?

Ja, precies. Het gebakkelei over het horeca-rookverbod laat goed zien dat het in Nederland verdacht is om een duidelijk standpunt in te nemen. We kiezen liever voor omslachtige en afzwakkende taal. Dat is ook goed te zien aan de discussie over de Nederlandse deelname aan de oorlog in Afghanistan. De kamer heeft besloten dat wij daar eind 2010 weg zijn, maar op dit 'harde' besluit wordt naarstig teruggekrabbeld. 'Ja, maar dat vinden onze bondgenoten niet fijn. Amerika wil graag dat we blijven'. Er is nu zelfs al openlijk sprake van 'vertraagde terugtrekking', waarbij we plotseling een jaartje langer blijven. Zo gaat dat nu altijd in Nederland met die boterzachte 'harde' besluiten.

Hoe zou het dan moeten zijn?

In Nederland wordt een duidelijke politieke keuze door allerlei compromissen teniet gedaan. Een besluit van de regering is in Nederland eerder een opening tot onderhandelen. En dat terwijl het toch zo simpel zou moeten zijn: de regering neemt een besluit en de Tweede Kamer controleert de regering.

Draaikonterij
Waarom is dat terugkomen op eerdere beslissingen erg? Is dat niet gewoon 'voortschrijdend inzicht?'

Al dat gedraai schept verwarring, maar bovenal leidt het tot onduidelijke besluitvorming. Nog afgezien van het gezichtsverlies in het buitenland. Het is volgens mij zelfs een aanwijzing dat Nederland decadent geworden is. Vergelijk het maar met het Romeinse Rijk. Dat heeft lang een capabel bestuur gehad, maar tegen het einde lukte het niet meer om de barbaren af te slaan die aan de randen van het rijk knabbelden. Iets dergelijks zie je nu ook in Europa. Een aanwijzing dat niet alleen Nederland, maar ook de Europese Unie decadent aan het worden is. [14]

Barbaren aan de poorten van Europa?
Barbaren, piraten voor de kust van Somalië. Het lukt ons en de rest van de Europese Unie maar niet om dat probleem op te lossen, terwijl dat volgens mij heel simpel is: laat op elk schip drie mariniers meevaren, bewapend met zware machinegeweren. Tja, dat mag natuurlijk niet, want dat werkt 'spanningsverhogend'. Hoewel we dus wel de militaire middelen hebben, ontbreekt het ons aan politieke daadkracht om een dergelijk probleem aan te pakken. Dat noem ik decadentie.

Binnenhofbargoens en ander vaag taalgebruik is dus niet alleen lelijk, maar ook een symptoom van diepere problemen?

Taalverarming duidt zeker op een onderliggend probleem, namelijk dat van slecht onderwijs en het daardoor slecht kunnen denken en spreken. Studenten, politici, maar ook journalisten. Niemand heeft nog enig besef van grammatica. Het woord 'misschien' is uit de taal verdwenen en vervangen door 'mogelijk' en hoe vaak hoor je niet die vreselijke uitdrukking 'ondanks het feit dat' terwijl we toch het zo mooie 'ofschoon' en 'hoewel' hebben. De oplossing van het taalprobleem ligt dan ook bij beter onderwijs. Daar ben ik van overtuigd.

Elitaire gelijkheid
Is het onderwijs dan zo slecht?

Het onderwijs in Nederland is ten onder gegaan aan het egaliteitssyndroom. De PvdA heeft het onderwijs verkwanseld met de Mammoetwet en de middenschool die na vele compromisveranderingen is ingevoerd als de basisvorming, die overigens ook allang weer opgedoekt is. Iedereen moest geforceerd gelijkwaardig zijn en hetzelfde kennisniveau halen. Aan dit soort gelijkwaardigheidswaan is het onderwijs kapot gegaan. Iedereen weet waar dit toe heeft geleid: waardeloze examens en een dalend kennisniveau. [15]

Gelijkwaardigheid is toch een mooi streven?

Nee, want we zijn niet gelijk. In Nederland trek je lootjes voor een universitaire opleiding. Dat is in het buitenland niet uit te leggen. Sinds de studentenbeweging van 1968 is selectie aan de poort taboe. Ik vind dat we terug moeten naar gymnasia en een streng toelatingsbeleid. Er heerst in Nederland een gebrek aan autoriteit en dat zorgt voor problemen.

Dat klinkt nu niet bepaald als een oproep om de veelbesproken kloof tussen politiek en burger te dichten?

Pas op, die kloof is juist veel te klein! Ik pleit voor een nieuwe elite. Een elite van goedopgeleide mensen die helder kunnen denken, die weten wat ze willen en die derhalve ook duidelijke taal gebruiken. Nu zit de burger bij de politiek op schoot en als de politicus niet uitkijkt, steekt de burger hem een oog uit. Natuurlijk is het goed om 'naar de burger te luisteren', maar er moet wel afstand zijn. Anders kan de politiek niet regeren, dan reageert de politiek alleen nog maar op 'geluiden uit de samenleving'. Dan kan er geen sprake zijn van consequent en steekhoudend beleid, hetgeen politici met hun taal maskeren.

Beeldspraakmetafoor
Wat is de belangrijkste vervagende taaltruc van politici?

Beeldspraak, daar maken de meeste politici gebruik van. Ze zeggen bijvoorbeeld 'Europa is als een fiets. Als 'ie stilstaat, dan valt 'ie om.' Maar deze beeldspraak is verkeerd. Als ik stilsta met mijn fiets, dan zet ik mijn been op de grond en kijk ik eens rustig om mij heen. Toch bepaalt die stilstand-metafoor voor een deel de discussie over Europa. Dit voorbeeld is kenmerkend voor de huidige politicus. Die zit opgesloten in beeldspraak, opgesloten in betekenisloze taal en clichebeelden. De socialist spreekt van solidariteit, de liberaal van sociale-rechtvaardigheid en de christendemocraat van gemeenschapszin. Iedereen zit gevangen in zijn eigen beeldspraak. [16]

Is beeldspraak dan een symptoom van onnadenkendheid?

Precies. We moeten een voorbeeld nemen aan de klassieke rhetorica. De belangrijkste les is al tweeënhalf millennium: 'rem tene, verba sequentur'. Ofwel: Ken uw onderwerp en de woorden zullen volgen. Weet wat je wilt zeggen en zeg dat begrijpelijk en onverbloemd. [17]

Frits Bolkestein
Frederik Bolkestein, geboren in Amsterdam op 4 april 1935. Hij werkte van 1960 tot 1976 bij Shell en verbleef veel in het buitenland. In 1978 werd hij lid van de Tweede Kamerfractie van de VVD. In het kabinet Lubbers I (1982-1986) was Bolkestein staatssecretaris van Buitenlandse Handel en in 1988 werd hij minister van Defensie in het kabinet Lubbers II (1986-1989). Het bekendst is hij geworden als fractievoorzitter van de VVD in de Tweede Kamer, een functie die hij van 1990 tot 1998 vervulde. Sinds 2006 is Bolkestein curator van de liberale Telderstichting.

Het Mèhhh-incident
Bolkestein staat bekend om zijn omstreden maar duidelijke uitspraken. Zo was zijn beroemdste uitspraak van ontluisterende eenvoud. Tijdens de Algemene Beschouwingen in 1992 maakt Bolkestein zich druk over de tamme discussies over de Europese Unie. Hij vindt dat zijn collega's zich als makke schapen gedroegen: "Mijnheer de voorzitter! Een van uw voorgangers als voorzitter van deze Kamer heeft een boek geschreven: 'De Tweede Kamer, lam of leeuw?' Als ik luister naar de heren Brinkman, Van Mierlo en Wöltgens, hoor ik mèhhh..!" De hilariteit is groot. En zelfs Van Mierlo moet toegeven dat Bolkestein het geblaat zeer levensecht nadoet (deze anekdote staat beschreven in 'Binnenhofbargoens' van Emile Bode en Menzo Willems, BZZZToH 1998). [18]

terug naar Leenwoorden

3. De moordende metafoor. Charles den Tex over adviseursvaagtaal

In dit interview geeft adviseur en thrillerauteur Charles den Tex zijn visie op de taal van adviseurs: "Die honderd dagen van Balkenende komen zo uit de advieswereld. Dat was de inventarisatieronde: uurtjes schrijven zonder verplichtingen. Voor mij het bewijs dat adviesdenken - en daarmee ook de taal van de adviseur - de dienst uitmaakt in Nederland."

Ik werd per ongeluk adviseur. Jarenlang zag ik het advieslegioen aan mij voorbijtrekken en wat konden die mannen praten! Adviseurstaal, dat is vooral heel veel inventariseren, plannen maken en implementeren. Adviseurs doen niets liever dan allerlei implementatieprocessen op de rails zetten, uiteraard voorzien van 360 gradenfeedbackrondes en een breed instrumentarium voor de benodigde tussenstops.

Het mooiste vond ik de adviseur die na drie kwartier dodelijk saai orakelen de opmerking maakte dat 'een en ander op de interfaces natuurlijk nog moest worden afgenaaid'. De directeur voor wie dit verhaal bedoeld was, bracht zijn lege blik in stelling, leunde achterover, stak een sigaret op en zei: "lk weet niet wat u precies bedoelt met 'afnaaien', maar ik heb de indruk dat u dat beter in uw vrije tijd kunt doen." Die man heeft mijn hart gestolen.

Uw kaarsenadviseur
In de jaren negentig wilde iedereen adviseur worden. of consultant, dat is precies hetzelfde maar kost per uur nog een paar tientjes extra. Die adviesgekte drong pas echt tot me door toen ik een pak kaarsen kocht. op de verpakking stond: 'De drogist, uw kaarsenadviseur'. Zo erg was het, de drogist was geen winkelier meer, maar adviseur. okselgeur-adviseur, drop-adviseur, tandpasta-adviseur... [19]

Ik besloot die adviestaal te verzamelen en schreef er een boekje over: Van Aai-instrument tot zwaluwstaarten. Het boekje is tien jaar oud, maar nog steeds actueel, vooral omdat managers die adviestaal 'integraal' hebben overgenomen. Wat heeft dat boek mij een commentaar van collega-adviseurs opgeleverd. Meer dan eens is mij toegebeten: "Daar heb jij jezelf geen plezier mee gedaan". De merkwaardigste beschuldiging was die van 'nestbevuiler', alsof zelfreflectie en kritiek op het eigen vak verboden is. Gelukkig waren er genoeg mensen die het prachtig vonden.

Verhullende wartaal
Vraag een adviseur naar zijn taak en hij zal antwoorden: "Ik streef ernaar om mijzelf overbodig te maken." Dat klinkt sympathiek, maar is pertinente onzin. Een overbodige adviseur verdient geen rode cent, vandaar dat een adviseur voortdurend streeft naar vervolgopdrachten.
Een briljante 'innovatie' in de adviesbranche was het 'proces'. Eerst waren er projecten, zoals adviesprojecten en organisatieveranderingsprojecten, maar projecten zijn altijd eindig. Natuurlijk valt er dan vaak nog wel een vervolgproject te ritselen, maar dat geeft op den duur toch onzekerheid. Nee, dan het proces: een continu proces van verbetering, innovatie en verdieping. Een ideaal en eeuwig proces met onuitputtelijk veel declarabele uren. Wat een uitvinding!

Van patiënt tot cliënt
Beeldspraak en metaforen zijn het belangrijkste taalkundige wapen van adviseurs. In principe is daar niks mis mee. Het kunnen heel nuttige hulpmiddelen zijn om een ingewikkeld probleem inzichtelijk te maken, maar je moet er niet in blijven steken. Veel adviseurs - managers overigens ook - vergeten dat. Ze gebruiken begrippen als toegevoegde waarde, interfaces en resultaatverantwoordelijkheid niet als metafoor, maar als werkelijkheid. In een artikel noemde ik dat de 'moordende metafoor'. [20]

In de zorg, bijvoorbeeld, zijn adviesmetaforen op grote schaal 'leidend in de bedrijfsvoering'. Het ziekenhuis is een profit-centre en de patiënt is een mondige klant die geheel zelfstandig zijn zorgvraag definieert en zijn persoonsgebonden budget in een rugzakje met zich meedraagt. Dat zijn moordende metaforen die het Nederlandse zorgsysteem hebben veranderd in een waar adviseursparadijs.
Toch kunnen metaforen wel degelijk nuttig zijn. Bekijk een ziekenhuispatiënt bij wijze van gedachte-experiment eens als klant. Hoe kan het ziekenhuis deze klant nog beter van dienst zijn? Wachtlijsten, afstemming tussen specialisten, coördinatie van behandelingen, op dat soort terreinen zijn enorme verbeteringen haalbaar. Daarna is het zaak om de klantmetafoor los te laten en terug te keren naar de 'echte' wereld. Een wereld waar een ziekenhuis geen klanten heeft, maar zieke mensen die beter moeten worden. De rest is bijzaak.

Marktwerking
Ook de politiek is vergiftigd door beeldspraak. Met beeldspraak ontslaan politici zich van hun verantwoordelijkheid. Dat was al zo bij het paarse kabinet. Wim Kok had het bijvoorbeeld over 'beheersproblemen', maar niet over politieke keuzes. Door de problemen in de Nederlandse samenleving in adviestermen te presenteren, kon hij de onderliggende oorzaken onbenoemd laten. Politieke beslissingen leken zo onontkoombare bedrijfsbesluiten.
Tegenwoordig is vooral 'marktwerking' een veel misbruikte kreet. Deze bedrijfsmetafoor is in onze hele samenleving tot god geworden. ons sociale stelsel is er door afgebouwd en het onderwijs is er drastisch door veranderd. Marktwerking is namelijk meestal een ander woord voor bezuinigen.
Stel dat de regering had gezegd: "We gaan flink bezuinigen op zorg, onderwijs en openbaar vervoer. We schroeven onze publieke diensten terug en bouwen onze verzorgingsstaat af." Hoe denk je dat de burger dan had gereageerd? Met opstand en barricades! Nu heeft niemand heeft een krimp gegeven. [21]

Vastgevroren wissels
Marktwerking op het spoor is lariekoek. Een goed spoornet is niet rendabel te krijgen. Een goed spoornet kan geen winst maken. 'Winst' bij de spoorwegen is beeldspraak. Geen wonder dat het 'spoorbeleid' voortdurend mislukt. Met begrippen als concurrentie, resultaatverantwoordelijkheid en winstgevendheid rijdt de trein echt geen seconde beter op tijd.
Integendeel, we zitten opgescheept met een chronisch materieeltekort en een tot de draad versleten spoor. Bij het eerste herfstblaadje of vlokje sneeuw stort het hele spoornet als een kaartenhuis ineen. We hebben het als makke schapen geaccepteerd. Marktwerking, het moet dus wel goed zijn.

Het failliet van de BV Nederland
Laatst sprak ik op een feestje twee studenten, mijn buurmeisje en haar vriend. Ik vroeg wat ze wilden worden. Zonder aarzelen zeiden ze in koor: 'manager'. Goed, ik ben bevooroordeeld, maar ik vind het moeilijk te geloven dat het iemands ideaal is om manager te zijn.
Managers spreken precies dezelfde taal als adviseurs. Wat is er mis met een echt vak? Waarom wil niemand meer schrijver, buschauffeur of lasser worden? Die managementgekte is zelfs overgeslagen op de echte beroepen: vakmensen moeten op managementcursus, want als ze niet in managementtermen over hun vak praten, dan tellen ze niet meer mee.
Soms lijkt het alsof de manager de nieuwe elite is in het egalitaire Nederland. Zelfs politici zien zichzelf als managers van de BV Nederland. Als gedachte-experiment is daar natuurlijk niets mis mee, maar helaas zijn veel politici vergeten dat de BV Nederland een vorm van beeldspraak is. Nederland is geen bedrijf. Problemen los je niet op door de strijd tegen terrorisme te beschouwen als veiligheidsmanagement. of door de oorlog in Afghanistan te behandelen als opbouwwerkzaamheden. of door over ziekteverzuim te praten als hoogurgente duurzame-inzetbaarheidsproblematiek. [22]

Onstuitbaar
In jullie boek 'Vaagtaal' doen jullie de oproep om mee te vechten tegen vaagtaal. Te laat! Iedereen beschouwt deze taal al als volstrekt normaal. Vaagtaal en adviesbeeldspraak zijn voor de meeste mensen tastbare werkelijkheid. Door deze manier van spreken aan te vallen, val je mensen persoonlijk aan. De meesten zullen dat niet accepteren en hoeven het ook niet te accepteren. Kijk maar hoe managers zichzelf onmisbaar hebben gemaakt en zich afschermen met bonussen, optieregelingen en lucratieve winstuitkeringen.
De taal van adviseurs is diep doorgedrongen in de maatschappij. Helaas ook in de politiek, in het management van de BV Nederland. Wacht, misschien is er toch nog een oplossing: zet weer echte politici in de Tweede Kamer. Mensen die keuzes durven te maken. Mensen die politieke kleur bekennen. Mensen die zich niet verstoppen achter een muur van taal. [23]

Charles den Tex
Charles den Tex, geboren in 1952, Australië. Eind jaren zeventig begon hij zijn schrijverscarrière als reclametekstschrijver om in 1984 bijna per ongeluk communicatieadviseur te worden. Daar ontstond zijn ergernis over wat hij noemt het 'loze gewauwel' van adviseurs.
Tijdens ellenlange strategische meetings verzamelde hij adviseurstaal, wat resulteerde in de bundel 'Van Aai-instrument tot zwaluwstaarten - Het jargon van adviseurs' (Bert Bakker, 2000). ondertussen schreef hij zijn adviesergernissen van zich af in thrillers die vaak in het grote bedrijfsleven spelen. De afgelopen 10 jaar won hij driemaal de Gouden Strop: voor Schijn van kans, De macht van meneer Miller, en CEL. Vorig jaar verscheen zijn nieuwe thriller Wachtwoord.
Sinds enige tijd is Charles den Tex geen adviseur meer, maar schrijft hij fulltime. Hij zegt daarover: "ondanks de adviestaal waar ik een hekel aan heb, was ik met ontzettend veel plezier adviseur. Samenwerken met echt goede adviseurs en topmanagers is inspirerend, zeker als het lukt om een goed advies te geven waar de opdrachtgever iets mee kan. Heerlijk, maar schrijven is toch leuker!" [24]

De ergste adviseurstaal volgens Charles den Tex
Adviseren: "Adviseren is wat de adviseur het liefst zo lang mogelijk uitstelt."
Optimaliseren: "Adviseurs zijn gek op het vrijblijvende optimaliseren. Het begrip belooft immers niets meer dan het 'verbeteren voor zover mogelijk'."
Interventie: "Wat is dan zo'n interventie? Meestal is het gewoon een mening. De adviseur geeft zijn mening om iemand tot de orde te roepen."
Slagvaardigheid: "Slagvaardigheid is goed, maar te veel slagvaardigheid weer niet. De adviseur die te snel te veel gedaan wil krijgen, heeft toch niet goed begrepen hoe het in het Nederlandse bedrijfsleven toegaat. Laat staan bij de overheid."
Draagvlak: "Het creëren van draagvlak betekent dat de adviseur een intensieve, bedrijfsbrede communicatieronde gaat voorstellen, compleet met inputfase, feedbackfase en presentatiefase. Kortom: murw beuken, net zolang communiceren totdat iedereen zegt: 'Doe het nou maar in godsnaam, dan zijn we er vanaf'."
Uit: 'Van Aai-instrument tot zwaluwstaarten' Bert Bakken 2000 [25]

Taalliefhebbers en auteurs van het boek 'Vaagtaal', Arjen Ligtvoet en Cathelijne de Busser, werken als schrijver en trainer voor hun tekstbureau Tekstridder.
op www.vaagtaal.nl vechten ze al jaren tegen vaagtaal. [26]


terug naar de Leenwoordenlijst






^