Wijsheid van Jezus Sirach


Uit het boek Wijsheid 13:1-9

De schrijver van het boek Wijsheid stelt dat wij uit het kunstwerk van de schepping kunnen komen tot de erkenning van een persoonlijke God. De vooruitgang heeft de beste beoefenaars van de wetenschap inderdaad zover gebracht. Onze taak ten opzichte van de wereld is haar steeds meer te zien als een gave én een opgave.

Wie niet van God weet is een geboren dwaas. Zulke mensen zijn niet eens in staat om uit alle goede dingen die ze zien de Zijnde te kennen, of de maker te ontwaren in wat Hij gemaakt heeft. In plaats daarvan zien ze vuur of wind, of een windvlaag, een sterrenkring, onstuimig water of hemellichten aan voor goden die de wereld beheersen.
Als zij, verrukt door hun schoonheid, deze dingen al tot goden verheffen, dan hadden ze toch moeten inzien hoezeer Hij die over al die dingen heerst, ze te boven gaat. Alles is immers gemaakt door de schepper van de schoonheid.
En als ze verbaasd staan over de kracht en de werking van die dingen, dan hadden ze daaruit toch moeten leren hoe groot de macht is van Hem die ze gemaakt heeft.
Uit de grootheid en de schoonheid van de schepping is immers af te leiden wie de schepper is. Toch moet over deze mensen niet al te hard geoordeeld worden, want misschien dwalen ze terwijl ze God zoeken en Hem willen vinden.
Ze zijn zo verdiept in het bestuderen van wat Hij gemaakt heeft dat ze zich helemaal door het uiterlijk laten meeslepen, zo mooi is alles wat er te zien is.
Desondanks zijn ze niet vrij te pleiten: als ze bij machte zijn om zo veel kennis op te doen dat ze de wereld kunnen doorvorsen, dan hadden ze Hem die heerst over al die dingen toch allang moeten vinden?

Bron: Dagelijks Bijbelcitaat


terug naar doelstelling






^