engelen en engelenreien (engelenkoren)

God vertrouwt je toe aan zijn engelen, die over je waken waar je ook gaat.
Psalmen 91:11


Andrej Roebljov - De Gastvrijheid van Abraham
Drie engelen bezoeken Vader Abraham
Klik hier voor een bespreking
van Genesis 18:1-15
Inhoud

De algeest
De geestelijke vermogens
De drievoudigheid van de algeest
De drievoudigheid van engelen
De drie trappen van verdichting
Persoonlijke ervaringen met engelen
De Engelbewaarder of Beschermengel
De rangorden van engelen
Engelenliteratuur


De algeest
De kern van het al is de algeest die zich uitstrekt in de eeuwige oneindigheid. Bij het geestelijke ervaren van de algeest zijn daarin twee verschillende geestestoestanden te onderscheiden. In de ongevormde oertoestand van rust zijn er in de algeest geen tegendelen werkzaam en daardoor kan er niet iets worden onderscheiden. De algeest in die toestand van rust is daardoor de uiterste eenvoudigheid, de toestand van volstrekte éénheid.
In de daarop volgende geestestoestand van beweging doet de algeest zich voor als de 'bewuste levenskracht': de levenskracht, die bewust kan zijn. De algeest komt in de bewuste kracht tot uitdrukking als de tweevoudigheid, de toestand van twééheid. Daardoor is er sprake van een twee-eenheid van bewustzijn en kracht.

terug naar de Inhoud

 
  vormbaar zelfvormend
licht waarnemen denken
warmte voelen willen
  
 
De geestelijke vermogens
Die bewuste kracht doet zich in de geestelijke wereld aan het geopende geestesoog voor als geestelijk licht en geestelijke warmte, waarmee in volgorde het bewustzijn en de kracht samenhangen. Ook dat licht en die warmte kunnen zich in twee, tegenovergestelde toestanden bevinden: in een vormbare en in een zelfvormende, zelfscheppende toestand. Met het feit dat licht en warmte zich in die vormbare en zelfvormende toestand kunnen bevinden, hangen de vier geestelijke vermogens samen: waarnemen is vormbaar licht, denken is zelfvormend licht, voelen is vormbare warmte en willen is zelfvormende warmte.
Zo doet de innerlijke wérkzaamheid van de algeest zich voor als een viervoudigheid, als een vier-eenheid. Maar het bijzondere is dat de algeest zelf in de gevormde toestand zich in de geestelijke wereld voordoet als een dríevoudigheid, in de gestalte van een drie-eenheid. Deze drie-eenheid verschijnt als drie volkomen gelijke geestgedaanten, als drie 'personen'. Daardoor komt - verwarrend genoeg - meer de nadruk te liggen op hun zelfstandigheid en minder op hun eenheid.

terug naar de Inhoud

De drievoudigheid van de algeest
Deze drievoudigheid ontstaat doordat de algeest in wezen zoals gezegd de 'bewuste kracht' is. De algeest is een kracht en met die kracht hangt het willen samen, terwijl die kracht de bijzondere eigenschap heeft zich bewust te kunnen zijn en wel door het waarnemingsvermogen. De kracht als warmte straalt binnen zichzelf het licht uit, waardoor ín die kracht het zich bewust zijn - in het licht van de geest - mogelijk is.
Doordat in God als de algeest álles zich bínnen de goddelijke algeest afspeelt, gebeurt alles al binnen de bewuste kracht die God is, waardoor het waarnemen geen afzonderlijk op zichzelfstaand vermogen is, zoals bij de menselijke geest. In de algeest blijft het 'zich bewust kunnen zijn', het waarnemen, in de oorspronkelijke eenheid met de geestkracht, het willen, voortbestaan. De algeest blijft wat dat betreft in de oertoestand van eenheid. Doordat de gehele schepping zich binnen de goddelijke algeest afspeelt, is de goddelijke geestesgesteldheid voortdurend die van de zelfbezonnen en daardoor van de zelfbewuste geestesgesteldheid.
Als God echter werkzaam wil worden, dan is daar wel het goddelijke denken bij nodig als beeldvormende werkzaamheid, terwijl het goddelijke voelen nodig is om het denkbeeld tot leven te kunnen brengen. Met andere woorden, binnen de eenheid van de bewuste kracht die God is als algeest, wordt gedacht en gevoeld. De goddelijke drievoudigheid in de vorm van de drie-eenheid, bestaat daardoor uit: het waarnemen-willen, het denken en het voelen. Eén van deze eigenschappen binnen de drievoudigheid is zelf dus weer twee-voudig: het waarnemen-willen.
Klik hier voor een overeenkomende beschrijving van de eigenschappen van God zoals die voorkomt bij Hildegard van Bingen.

terug naar de Inhoud

De drievoudigheid van de engelen
Dit is er de oorzaak van dat God zich aan het helderziende geestesoog in de geestelijke wereld voor kan doen in de vorm van drie geestgedaanten, die volkomen aan elkaar gelijk zijn. Deze drievoudigheid is er ook de oorzaak van dat er van God uit drie stappen van verdichting zijn die voeren tot de menselijke geest die als de algeestvonk op aarde is.
Deze víer geestelijke vermogens in de vorm van de dríe-eenheid zetten zich voort in de eigenschappen van Gods engelen. Zij worden weliswaar gekenmerkt door die drie-eenheid als verschijningsvorm, maar daarin zijn de eigenschappen van de vier vermogens wel herkenbaar.

Wat daarnaast de 'Drie-eenheid' wordt genoemd, is van een andere orde. In wat de 'Drie-eenheid' wordt genoemd als de Vader, de Zoon en de heilige Geest, vertegenwoordigt de 'Vader' de toestand van de algeest, de heilige geest is de toestand waarin de algeest zich in de gevormde toestand voordoet als een geestgedaante, terwijl de Zoon de toestand is, waarin de heilige geest van God eenmalig in een stoffelijke vorm op aarde is geweest, geboren uit de maagd Maria, doordat de heilige geest zelf de kiem van die stoffelijke vorm in haar schiep. Van tevoren zei de heilige geest van God tegen Maria 'Jezus' te willen worden genoemd.

terug naar de Inhoud

De drie trappen van verdichting
Om Gods godenkinderen, de mensheid, te kunnen begeleiden op hun ontwikkelingsweg naar geestelijke volwassenheid door zelf hun vermogens tot ontwikkeling te brengen, drukt God zichzelf uit in Gods engelen. Deze engelen zijn een weergave van de eigenschappen van de goddelijke, geestelijke vermogens. Zij zijn voor het geestesoog zichtbaar in de vorm van een geestgedaante, die de menselijke gestalte heeft.
Langs drie trappen van verdichting, drie trappen van vermindering van de geestelijke trillingssnelheid, kunnen Gods engelen, Gods krachten, tot de menselijke, kinderlijke geestesgesteldheid afdalen en zich met de ontwikkeling van de menselijke geest bezighouden. Dat doen zij door met hun gedachten en gevoelens op de menselijke geest in te werken en zo langzaam maar zeker, door de werkzaamheid van hun eigen vermogens op de mens over te brengen, het overeenkomstige in de mens zelf tot leven te wekken; waarbij overigens de keuzevrijheid van de menselijke geest blijft gewaarborgd.
Verder laten zij de omstandigheden op aarde zodanig verlopen, dat zich in de tijd als stroom van gebeurtenissen steeds leerzame ervaringen aan de mens voordoen.
Door middel van de engelen als Gods eigen krachten wil God zich al denkend en voelend met de loop van de schepping bezighouden. God leidt de schepping op onmerkbare wijze door die gebeurtenissen te laten ontstaan, die noodzakelijk zijn voor de groei van de menselijke geest. In het Grieks wordt daarom gesproken van 'angelos', wat boodschapper betekent, terwijl in het Hebreeuws wordt gesproken van 'malak Jahweh', wat 'kracht Gods' betekent. Samengevoegd is hier dus sprake van een 'bewuste kracht' die van God uitgaat. In India wordt gesproken van 'dhjany chohans', wat 'geesten die de schepping overdenken' of 'geesten, die zich bezinnen op de schepping' betekent. Het zijn dus krachten die Gods plan met de schepping vertegenwoordigen en aan Gods plan uitvoering geven.
Door middel van Gods engelen is God als de goddelijke algeest overal in de eeuwige oneindigheid van zichzelf werkzaam aanwezig, maar toch onmerkbaar om de mens de gelegenheid te geven op eigen kracht zijn eigen zelfstandigheid te verwerkelijken.

1. In de eerste stap van verdichting doet de goddelijke werkzaamheid zich voor in het eerste drietal engelen als de Serafim die het voelen vertegenwoordigen, de Cherubim het denken en de Ofanim (Tronen) het waarnemen-willen. Het Hebreeuwse 'seraf' betekent branden (van liefde). De Serafim zijn een uitdrukking van het goddelijke voelen. Het Hebreeuwse 'cherub' betekent grijpen of begrijpen. Zij zijn een uitdrukking van het goddelijke denken. Het Hebreeuwse 'ofan' betekent handelen. Zij zijn een uitdrukking van het goddelijke willen en het waarnemen.
De Ofanim worden in het visioen van Ezechiël in het Oude Testament namelijk beschreven als 'wielen' (met de betekenis: kracht, bewegen, handelen of: willen) die 'ogen' bezitten (met de betekenis van het waarnemingsvermogen). M.a.w. deze wielen met ogen verzinnebeelden een kracht (wilskracht), die zich door 'waar te nemen' van iets bewust kan zijn. De Ofanim zijn weliswaar een eenheid, maar bestaan toch uit de genoemde tweeheid: de tweeheid als de bewuste kracht die de geest is. Zodoende zijn zij er de oorzaak van dat God in werkzame toestand zich weliswaar in de vorm van de drieëenheid van drie engelen aan de helderziende geest voordoet, maar tegelijkertijd ook door een viervoudige werkzaamheid wordt gekenmerkt: die van de vier geestelijke vermogens.
Doordat God de algeest is, zijn er voor de goddelijke geest niet de twee instellingswijzen, de in- en uitgekeerde instelling, zoals bij de menselijke geest. Alles gebeurt immers ín God, binnen de algeest. Vandaar dat de werkzaamheid van de goddelijke geest wordt gekenmerkt door het drietal en het viertal, en niet zoals bij de mens door het zevental: de zevenvoudigheid.

de engelenreien vlgs Hildegard van Bingen
uit: Scivias, miniatuur T 9: Boek I,6
2. De daarop volgende stap van verdichting is het drietal van de Machten, Heerschappijen en Krachten.
De Machten heten in het Grieks Exousiai, afkomstig van Grieks 'ousia': huisgezin en 'ous': gehoor. De machten helpen bij het verzoenen van tegenstellingen en bewerken overeenstemming, saamhorigheid en vrede binnen groepen mensen. Zij zijn een uitdrukking van het goddelijke voelen.
De Heerschappijen heten in het Grieks Kyriotetes, afkomstig van Grieks 'kurioo': bepalen, besluiten, beheersen. De heerschappijen helpen bij het vormen van een oordeel en het nemen van besluiten. Zij zijn een uitdrukking van het goddelijke denken.
De Krachten heten in het Grieks Dynamis, afkomstig van Grieks 'dunameis': macht, kracht, sterkte. De krachten helpen bij de worsteling om inzicht (kennis, waarnemen) en bij het overwinnen van moeilijkheden (willen). Zij zijn (in overeenstemming met de Ofanim) een uitdrukking van het goddelijke waarnemen en willen.

3. De laatste stap van verdichting is die der Beschermengelen, Aartsengelen en Engelenvorsten. De eersten houden zich in het bijzonder bezig met de mens als persoon, terwijl de anderen zich bezig houden met groepen, steden of volkeren en alleen in sommige gevallen (met name mystici) met personen.
De Beschermengelen heten in het Grieks Angeloi: boodschappers. Zij begeleiden en ondersteunen het aardse bestaan van de mens als persoon, gedreven door liefde en mededogen. Zij zijn een uitdrukking van het goddelijke voelen.
De Aartsengelen heten in het Grieks Archangeloi: aartsengelen. Zij begeleiden het aardse bestaan van steden.
De Engelenvorsten heten in het Grieks Archai: oerkrachten. Zij worden gekenmerkt door werkdrang en willen daardoor een werk aanvangen, ondernemen. Zij begeleiden het aardse bestaan van volken. Zij zijn een uitdrukking van het goddelijke willen.

  waarnemen/willen denken voelen
orde 1 naar God gekeerd Ofanim Cherubim Serafim
orde 2 overdracht Krachten Heerschappijen Machten
orde 3 naar de mens gekeerd Engelenvorsten Aartsengelen Beschermengelen

Klik hier voor een uittreksel uit het boek van Pseudo-Dionysios de Areopagiet, waarin hij de Hiërarchie van Gods engelen beschrijft.
De engelen als Gods krachten en boodschappers begeleiden de menselijke geest op de geestelijke ontwikkelingsweg, waarop de mens zelf de eigen zelfstandigheid en zelfwerkzaamheid tot ontwikkeling kan brengen. Het doel is dat de mens op weg naar boven kan toegroeien naar hereniging met God door met God een liefdesband te vormen. Zelfverwerkelijking en hereniging zijn daarom de beide kernbegrippen van geestelijke groei.

terug naar de Inhoud

Persoonlijke ervaringen met engelen
Zoals gezegd wordt de mens onmerkbaar door Gods engelen begeleid. Maar soms maken sommige mensen ontmoetingen met engelen mee in het dagelijkse leven. Klik hier voor mijn persoonlijke ervaringen met ontmoetingen met engelen.

terug naar de Inhoud


De apostel Lukas 'schrijft' een ikoon
met hulp van zijn geleidegeest, engel
die zijn hand vasthoudt
De Engelbewaarder
bron: Dagelijks bijbelcitaat

Op 2 oktober wordt gevierd dat ieder van ons door God een persoonlijke engel wordt toevertrouwd, die ons beschermt en vergezelt door het leven. Dat geloofsinzicht baseert zich op een aantal bijbelpassages:
1. In het deutero-kanonieke bijbelboek Tobit wordt verteld hoe de aartsengel Rafaël (feest 29 september) aan de jonge Tobit wordt toevertrouwd om hem bij een moeilijke opdracht te vergezellen en te beschermen.
2. In het evangelie zegt Jezus: 'Waak ervoor een van deze geringen te verachten. Want Ik zeg jullie: hun engelen in de hemel aanschouwen onophoudelijk het gelaat van mijn hemelse Vader' [Matteus 18,10].
3. In het boek Handelingen van de Apostelen wordt verteld hoe Petrus op wonderbare wijze uit de gevangenis ontsnapte een aanklopte bij het huis waar de gemeente bijeen was om voor zijn vrijlating te bidden. 'Nadat hij op de deur van het voorportaal had geklopt, kwam er een dienstmeisje dat Roosje heette, om open te doen, maar toen ze de stem van Petrus hoorde, was ze zo blij dat ze vergat de deur te openen en naar binnen rende om te zeggen dat Petrus voor de poort stond. "Je bent niet goed wijs," zeiden ze tegen haar, maar ze bleef volhouden dat het echt zo was. "Dan is het zijn beschermengel", zeiden ze tenslotte...' [Handelingen 12,13-15]

Het was paus Paulus V († 1621) die het feest 1608 officieel toestond; in 1670 werd het door paus Clemens X († 1676) voor de hele kerk ingevoerd.

Ze worden afgebeeld als gevleugelde personen van onduidelijk geslacht (zowel mannelijke als vrouwelijke trekken); die vleugels zijn nodig om tussen ons en de hemel heen en weer te vliegen: ze brengen Gods goede gedachten vanuit de hemel naar de mensen over en dragen de gebeden van ons tot voor Gods aangezicht. Vaak bevinden ze zich half achter de hun toevertrouwde persoon, op afbeeldingen meestal een kind.
Soms in gezelschap van de duivel als tegenhanger: dan bevindt zich de engel rechts en de duivel links, respectievelijk op de rechter- en linkerschouder, om goede respectievelijk kwade gedachten in het oor te fluisteren.

terug naar de Inhoud

De rangorden van engelen
Samenvatting van de rangorden van engelen zoals in de bovenstaande literatuur wordt beschreven en de overeenkomst tussen de eigenschappen van de geestelijke vermogens en die van de engelen, rekening houdend met de opmerking van Dionysios dat alle engelen dezelfde vermogens bezitten, maar dat één ervan een zekere nadruk heeft gekregen.


waarnemen/willen denken voelen
 
Dionysios de Areopagiet
1. Ofanim, Tronen
(Hebr. 'ofan': handelen; bij Eze-
chiël zijn zij 'wielen met ogen',
beeld van: willen en waarnemen)
2. Dynamis, Krachten
(Gr. 'dunameis': macht, kracht,
sterkte; m.a.w. 'willen')

3. Archai, Heerschappijen
Cherubim, Cherubijnen
(Hebr. 'cherub': grijpen, begrijpen)

Kyriotetes, Machten
(Gr. 'kurioo': beheersen, bepalen,
besluiten; m.a.w. 'denken')

Archangeloi, Aartsengelen
Seraphim, Serafijnen
(Hebr. 'seraf': branden (van liefde))


Exousiai, Overheden
(Gr. 'ousia': huisgezin en 'ous': gehoor:
zich in liefde tot zijn gehoor richten:
m.a.w. 'voelen')
Angeloi ('boodschappers'), Engelen
 
Hildegard van Bingen
1. Ofanim (Tronen)
2. Dominationes, Dynamis
3. Virtutes, Archai
Cherubim
Principates, Kyriotetes
Archangeloi, Aartsengelen
Seraphim
Potestas, Exousiai
Angeloi, Engelen
Het is 'de stem van het levende licht' die Hildegards visioenen verklaart.
"Ik ben het 'equalis leven' in eeu-
wigheid, dat niet ontstaan is en niet
zal eindigen ... de werkende God."
Lat. 'equalis': 1 'van het paard':
beeld van 'kracht', 'willen'
2 'van de ruiter': beeld van de
'waarnemer' die het paard leidt
m.a.w. het waarnemen/willen
"Ik ben ook de rationalitas..."
(Lat. voor: 'berekenen', 'denken')
"de wind van het klinkende woord,"
"de woorden van de redelijkheid,"
"waardoor elk schepsel is gemaakt."
"Maar ik ben ook officialis..."
(L. voor: 'dienstvaardigheid': 'meevoelen')
"Ik ben dienaar en toeverlaat,"
"wat leeft, brandt dankzij mij."
 
De Hiërarchische Levensladder in de Theosofie
Klasse I van het Rijk der Dhyani-Chohans ('dhyani chohans': 'zij, die de schepping overdenken')
Klasse II van het Rijk der Dhyani-Chohans
Klasse III van het Rijk der Dhyani-Chohans
 
Rudolf Steiner
1. Geesten van de Wil: Tronen,
zij schenken wil, kracht
het innerlijk komt door hen tot
uitdrukking in de buitenwereld,
het wordt waarneembaar
Geesten der Harmonie: Cherubim,
zij brengen levensverrichtingen
in overeenstemming met de
buitenwereld: aanpassing
 
Geesten der Liefde: Seraphim,
zij tonen onbaatzuchtige inzet
voor anderen
 
 
2. Geesten der Beweging:
Dynamis, Krachten
innerlijke warmte
het uitenvan waarnemingen
geven innerlijke beweging
ontw. gewaarwordingsziel
Geesten der Wijsheid: Kyriotetes
Wereldleiders of Heerschappijen
schenken geestelijk licht
het bewerken van beelden
doordringen met wijsheid
ontwikkeling verstandsziel
Geesten van de Vorm: Exousiai
Openbaarders of Overheden
opvoeding tot persoonlijk bestaan
vormen een gestalte
3. Geesten der Persoonlijkheid
Archai, Oerkrachten of
Engelenvorsten (Vorstendommen)
zij hangen samen met de 'gewaarwordingsziel'
de ontwikkeling van persoonlijkheid;
 
Vuurgeesten: Archangeloi
Aartsengelen
zij hangen samen met de
'verstandsziel', met beeldvorming,
de herkenning van het beeld
van de eigen persoonlijkheid,
zij hebben weet van zichzelf
ontwikkeling van een geheugen
zij houden zich bezig met volkeren
Geesten van het Leven
Angeloi, Engelen,
verzorgen voeding,
het waarnemen van muziek,
persoonlijke verbondenheid
zij houden zich bezig met familie
en personen
 
Max Heindel
1. Heren van de Vlam
2. Heren van Vorm
3. Heren van Verstand
Cherubim
Heren van Wijsheid
Aartsengelen
Seraphim
Heren van Individualiteit
Engelen

terug naar de Inhoud

Engelenliteratuur

B. Schomakers - De taal van de hemel, Over de engelen van Pseudo-Dionysius
Hildegard van Bingen - Scivias, Boek I, visioen T 9 I/6
G. Barborka - Het Goddelijke Plan Deel I, Hoofdstuk III, Uitgeverij van de Theosofische Vereniging
B. Todoroff - Syllabus Hildegard van Bingen, Deel IV Analyse van het Liber Divinorum Operum
E. Swedenborg - Engellijke wijsheid aangaande de goddelijke liefde en de goddelijke wijsheid
E. Swedenborg - Hemel en hel (nummer 154-415 over Engelen)
J. Lorber - Grote Johannes Evangelie, delen 1-11, i.h.b. deel 5
R. Steiner - De wetenschap van de geheimen der ziel, i.h.b. Hoofdstuk IV
M. Heindel - De wereldbeschouwing der Rozekruisers

terug naar de woordenlijst






^