|
De vrije wil is niet meer dan een kwebbeldoos
Recensie van het boek van prof. Victor Lamme: 'De vrije wil bestaat niet' door Malou van Hintum in De Volkskrant 29-05-2010.
Wat een fijn boek heeft Victor Lamme geschreven! 'De vrije wil bestaat niet' leest als een trein, er staan mooie experimenten in beschreven en Lamme's stellingnames zijn prikkelend. Een paar krenten uit de pap die de hoogleraar cognitieve neurowetenschap (Universiteit van Amsterdam) zo smakelijk opdient. De moord die Kenneth Parks al slaapwandelend pleegde. De bloedstollende ijspriemoperaties van Walter Freeman, die pas in 1967 voor de laatste keer een ijspriem in het oog van een patiënt zette om de prefrontale hersenschors los te snijden en zijn slachtoffer te veranderen van een wandelende psychiatrische stoornis in een zombie. De wetenschappelijke verklaringen voor 'uit zichzelf' bewegende tafels, out of body-experiences en bijna dood-ervaringen.
Lamme beschrijft allerlei wetenschappelijke studies en experimenten met één doel. Hij wil aantonen dat datgene, wat wij 'ik' of 'vrije wil' noemen, niet meer is dan een 'kwebbeldoos', die achteraf een verklaring geeft voor ons gedrag. Dat gedrag is geen intentie van de wil, maar het resultaat van de werking van ons brein.
Als we zeggen iets te willen, besluiten of voorstaan, is dat niets anders dan commentaar bij gedrag dat door allerlei stimulus-respons-koppelingen in ons brein al eerder in gang is gezet. Wij mensen zijn zó goed geworden in die verklaringen achteraf, dat we zelf geloven dat ze aan ons gedrag voorafgaan. Maar het zijn de gedachten die onze daden volgen en niet andersom, aldus Lamme.
Hij raadt de lezer aan een hersenscan te laten maken om de eigen motieven, angsten, verlangens en drijfveren te leren kennen. De scan als een soort superverklaarder van ons gedrag - alsof het niet de onderzoekers zijn die eerst definiëren wat bepaalde verbindingen betekenen, om vervolgens op basis daarvan proefpersoon of patiënt uit te leggen hoe hij in elkaar zit. Alsof tijd en plaats geen rol spelen.
De vraag is bijvoorbeeld of het brein van oud-minister Plasterk, die zo'n scan liet maken, net zo hard gevuurd zou hebben bij het zien van een broodje kroket als wanneer hij er vlak daarvoor een stuk of drie had gegeten.
Ook huiver ik bij Lamme's idee om brainfingerprinting als bewijs toe te laten in de rechtszaal, een methode waarbij de daderkennis van een verdachte wordt getest. Dat komt vooral doordat hij zegt: "Het is hierbij niet mogelijk een onderscheid te maken tussen de werkelijke dader en iemand die simpelweg bij de misdaad aanwezig was. Maar dat zal in de praktijk vaak niet veel uitmaken." Ik vertrouw erop dat alle juridisch geschoolde 'kwebbeldozen' zich tegen deze opvatting keren.
terug naar woordenlijst v - naar boven
|
|