GEESTKUNDE
    inleiding
    inhoud
 1  de menselijke geest
 2  geest, ziel en lichaam
 3  de aanvangstoestand
 4  geestelijke ontwikkeling
 5  geestelijke hereniging
    samenvatting
    Geestkunde (boek)
    De Levensweg (boek)
    boekbesprekingen
    over de schrijver
    literatuuroverzicht
    verklarende woordenlijst
    Jezus
    Zo boven, zo beneden
    godsdienst en wetenschap
    Hildegard  visioenen
    Dante  La Commedia
    de Gulden Snede
    nieuwe openbaringen
    het 'ik' en het 'zelf'?
    gedicht
    teksten
    voor de jeugd
    gastenboek
    contact
    agenda
    colofon
    links

























Verklarende woordenlijst P
 
persoon
persoonlijkheid

persoonlijkheid, de ontwikkelde
plicht


persoon
Het woord persoon is afkomstig van het Griekse 'per-sonare': 'er doorheen klinken'. Het is de geest die door het lichaam als werktuig heen gedachten en gevoelens met woorden in de buitenwereld tot klinken brengt.
De geest is door de geestelijke werkzaamheid de bron van gedachten en gevoelens. Zij bestaan in de geest niet alleen als lichtbeelden en warmtetoestanden, maar zij komen daar ook tot klinken (zie: taal). Als de geest een taal heeft geleerd, zijn deze klanken gevormd tot herkenbare woorden. De geest is de bron van de woorden, die eerst in de geest zelf tot klinken komen door diens scheppende werkzaamheid; daarna worden zij door het strottehoofd en de mond heen ook tot klinken gebracht in de tijdelijke wereld. De geest 'klinkt doorheen' de stoffelijke vorm, met andere woorden: de geest is de persoon.

terug naar de woordenlijst - naar boven

persoonlijkheid
De persoonlijkheid is het geheel van kenmerken van de persoon, de menselijke geest.
Persoonlijkheid wordt ook 'karakter' genoemd; ook karakter betekent: een geheel van kenmerken. De persoonlijkheid is echter een bijzonder soort van karakter, namelijk alleen het karakter van de persoon. Men kan bijvoorbeeld wel spreken van het karakter van een landschap, maar niet van de persoonlijkheid ervan.
De kenmerken van de persoonlijkheid (de persoonlijkheidstrekken of karaktertrekken) worden bepaald door de ontwikkelingsgraad van de vermogens. Het enige wat de geest kan en waar de geest daardoor kan worden beschreven of gekenmerkt, zijn de vermogens. De persoonlijkheid wordt daarom bepaald door de kenmerkende wijze waarop de geest ervaringen waarneemt, ze in zichzelf door te denken en te voelen verwerkt en zich, als gevolg daarvan, op een bepaalde, kenmerkende, persoonlijke manier, naar buiten toe wil gaan gedragen. In dat gedrag, in de persoonlijke wijze van doen, komt de mate van bewuste beheersing van de vermogens tot uitdrukking. De bewuste beheersing van de vermogens is daardoor een maatstaf voor de beschrijving van de persoonlijkheid (zie: het in- en uitgekeerde waarnemen, het in- en uitgekeerde denken, het in- en uitgekeerde voelen, het in- en uitgekeerde willen).
In sommige levensbeschouwingen wordt niet gezien, dat het de persóón is die áchter de persoonlijkheid staat en in die persoonlijkheid tot uitdrukking komt. Het is de geest als de persoon die de handelende zelfstandigheid is, die waarneeemt, denkt, voelt en wil; dat is niet de persoonlijkheid, maar de persoon. De persoonlijkheid kan niet denken of iets willen, zoals wel wordt gesteld; dat kan alleen de persoon.
Dit verschijnsel wordt veroorzaakt door de toestand van onbewuste vereenzelviging. Daardoor gaan aandacht en toewijding op in het uiterlijke, zij worden op een onderwerp buiten de geest overgedragen. De persoonlijkheid is datgene, wat aan de buitenkant zichtbaar is van de innerlijke werkzaamheid van de vermogens van de geest, de persoon. Wanneer de geest onbewust is van die eigen innerlijke werkzaamheid, wordt alleen gezien wat er uiterlijk zichtbaar van is. Daardoor wordt wel de persoonlijkheid gezien, maar niet de persoon die er achter staat en er de oorzaak van is. Door de onbewuste vereenzelviging kan niet het onderscheid tussen 'persoon' en 'persoonlijkheid' worden gemaakt en dat is de oorzaak van de uitspraak dat het 'de persoonlijkheid is die denkt of voelt'.

terug naar de woordenlijst - naar boven

persoonlijkheid, de ontwikkelde
De persoonlijkheid van de geheel tot ontwikkeling gekomen persoon, de menselijke geest, wordt gekenmerkt door het evenwichtige gebruik dat de geest van de vier ontwikkelde vermogens en de beide instellingswijzen heeft leren maken. De geestelijke werkzaamheid en het daaruit voortkomende gedrag wordt daardoor gekenmerkt door: de zin voor schoonheid (waarnemen), het streven naar waarheid (denken) en goedheid (voelen), en door vastberadenheid (willen); daarnaast door gemeenschapszin (de uitgekeerde instelling) en zelfbezonnenheid (de ingekeerde instelling). De ontwikkelde vermogens komen ingekeerd tot uitdrukking in het geweten: in zelfbeschouwing, redelijke en zedelijke zelfbeoordeling en zelfbeheersing; en uitgekeerd in de deugden: in aandacht, begrip, liefde en geduld.
Door het ontwikkelde waarnemen zijn de kunstzinnige gaven tot ontwikkeling gekomen met liefde voor kunst in allerlei vormen; persoonlijke verzorging, kleding, huisinrichting en tuin getuigen van goede smaak. Door het ontwikkelde denken is er een ruimhartige levensbeschouwing, een brede kijk op het leven, worden de antwoorden op de grote levensvragen gezocht, wordt het denken gekenmerkt door onbevooroordeeldheid en wijsheid. Door het ontwikkelde voelen wordt de persoon gekenmerkt door menslievendheid, vredelievendheid, onzelfzuchtigheid, onvooringenomenheid en hulpvaardigheid. Door het ontwikkelde willen is er zelfbeheersing, inzet voor anderen of de goede zaak, daadkracht en volharding.
De persoon met een volledig tot ontwikkeling gekomen persoonlijkheid voelt zich verbonden met het al en is daardoor een wereldburger die allen als broeders en zusters beschouwt, als Gods kinderen. De ontwikkelde persoonlijkheid wordt gekenmerkt door veelzijdigheid en kan daardoor zoveel kanten op, dat het soms moeilijk is een richting te kiezen, waardoor het kan voorkomen dat de vele mogelijkheden niet goed worden benut.
In de numerologie wordt deze persoonlijkheid beschreven bij het getal negen (enneagram: negen), in de Tarot bij de Kluizenaar (Heremiet) en bij het geheel van de Azen van Munten, Zwaarden, Bekers en Staven.

terug naar de woordenlijst - naar boven

plicht
Het woord 'plicht' hangt samen met 'plegen', gewoon zijn, uit gewoonte handelen. Plicht is een van buitenaf in de ziel geprent gebod, waaraan de geest moet gehoorzamen of een ingeslopen gewoonte, waarnaar de geest zonder te oordelen handelt.
Plicht als een gebod of gebruik is door de opvoeders op gehoorzaamheideisende wijze aan de geest in het kind kenbaar gemaakt. De geest heeft vervolgens dat gebod in de eigen ziel vastgelegd en blijft er daardoor mee verbonden. Het gebod is nu een inhoud van de ziel geworden. Vanuit de ziel blijft die inhoud invloed uitoefenen op het denken en voelen van de geest, en blijven de woorden van de opvoeders het gedrag mede bepalen. Daardoor blijft de geest zelf onwerkzaam, handelt uit gewoonte en blijft het gedrag plichtmatig. Dat berooft de geest van de innerlijke vrijheid, die noodzakelijk is voor de groei naar geestelijke zelfstandigheid en zelfwerkzaamheid.

terug naar de woordenlijst - naar boven