|
Verklarende
woordenlijst R |
| |
- rede
- De rede is de verbindende werkzaamheid van het denkvermogen; het tegendeel is het verstand als
de ontledende werkzaamheid.
Komen nieuwe gegevens door waarneming
de ziel binnen, dan kan de geest ze met het verstand ontleden in hun bestanddelen,
hoofdzaken en bijzaken onderscheiden en zo tot de kern ervan doordringen. Daarna kunnen ze door de rede met reeds bestaande kennis worden vergeleken en samengevoegd om zo tot nieuwe
of meer uitgebreide voorstellingen, veronderstellingen of denkbeelden
te komen en uiteindelijk door redenering tot een gevolgtrekking
of slotsom.Denken is niet alleen een 'vatten' (verstand), maar ook een 'samenvatten' (rede).
Na verstandelijk inzicht te hebben verkregen in een zaak kan de
geest door te redeneren verbanden gaan leggen tussen schijnbaar
ver uit elkaar liggende onderwerpen en ervaringen, die ermee hebben
te maken. Het denken als rede is het vermogen om verschillende oordelen
met elkaar te verbinden tot een gevolgtrekking en verbanden te ontdekken
tussen bepaalde, met het verstand verkregen gegevens. Door te redeneren
kunnen die gegevens op een zinvolle, begrijpelijke wijze zo met
elkaar worden verbonden, dat er een aaneensluitende redenering ontstaat,
die in een zin kan worden weergegeven.
Ook kan de geest met behulp van het denken als rede, afgaande op
feiten, zelfstandig doorredeneren en daardoor besluiten vormen of
gevolgtrekkingen maken, die eerst niet zo voor de hand lagen. Dit
geldt zowel voor zaken, die nog moeten gebeuren, alsook voor onverwerkte
ervaringen, die in het verleden nog niet zijn doorzien.
Met het leenwoord 'intelligentie' wordt het denkvermogen bedoeld:
het verstand als het vermogen om inzicht te verkrijgen en de rede
als het vermogen die inzichten weer met elkaar te verbinden tot
een gevolgtrekking. Het Latijnse werkwoord 'inter-ligere' betekent letterlijk:
'er tussen lezen'. Dit geeft aan dat de geest door het verstand
te gebruiken in staat is 'tussen de regels door te lezen', met andere
woorden inzicht te krijgen in wat er staat om vervolgens door te
redeneren tot een bepaalde slotsom te komen.
(terug
naar index)
- regelzucht
- De toestand van ònbewuste
vereenzelviging met het tijdelijke bestaan is een algemene begintoestand.
Het is een algemene en van tevoren bestaande geestesgesteldheid
waarmee ieder mens, zonder dat te beseffen, aan dit bestaan begint.
Op sommige gebieden van dit bestaan kan die geestesgesteldheid uitgroeien
tot een toestand van bewùste vereenzelviging met bepaalde
mensen, zaken, voorwerpen of met de werking van bepaalde stoffen. Deze bewuste vereenzelviging is de gehechtheid.
De gehechtheid is een toestand waarin de geest zodanig in sommige zaken is opgegaan,
dat zíj als het ware de baas over de geest zijn geworden.
Of de geest het nu wil of niet, hij of zij móet dan bewùst
naar de bevrediging van bepaalde verlangens streven.
Hoe ziet het denkvermogen in deze toestand er uit? Door gehechtheid
van de geest aan de kennis in het geheugen en aan denkbeelden, voorstellingen
en besluiten die in de eigen denkwereld leven, kan het denken worden
gekenmerkt door eigendunk, eigenwijsheid en regelzucht. Regelzucht is de onbedwingbare behoefte niet alleen voor zichzelf, maar ook voor anderen te bedenken wat zij moeten doen en hoe zij hun bestaan het beste kunnen inrichten. Het is denken in de vorm van een dwingend meedenken met het leven van een ander, wat de ander als bemoeizucht ervaart.
(terug
naar index)
- rouwen
- In de vereenzelvigde toestand kan de geest gehecht raken aan dat, wat de geest zelf niet is. De geest kan gehecht raken aan ziel, lichaam en wereld - zonder duidelijk te beseffen in deze toestand te verkeren. Het is voor het gevoel immers de gewone, vertrouwde toestand. Alles in de omgeving wat de geest zelf niet is, is echter vergankelijk, tijdelijk, niet duurzaam. Alleen uit onwetendheid omtrent de ware, geestelijke aard, is de geest ertoe gekomen zich daar toch aan te hechten. Door deze gehechtheid kunnen echter moeilijkheden ontstaan. Want dat, wat vergankelijk is, zal ook eens vergaan; wat tijdelijk is, zal eens ophouden te bestaan; wat stuk kan, gaat ook stuk; wat kan worden verloren, zal ooit verloren gaan.
Als de geest zich nooit bij voorbaat al innerlijk heeft losgemaakt uit het onwezenlijke en tijdelijke door zelfverwerkelijking en zelfbezinning, dan zal de geest zich op een zeker ogenblik móeten onthechten als iets vergankelijks verdwijnt. Dit naderhand zich moeten losmaken uit de bindingen, wat de geest door de wederwaardigheden van het lot overkomt, deze gedwongen onthechting heet rouwen (zie ook: zelfmedelijden).
'Rouwen' betekent: smart voelen. Rouwen is het op smartelijke, pijnlijke wijze moeten verwerken en leren aanvaarden van het feit, dat er niets bestendigs is in het stoffelijke bestaan. Rouwen is, dat de geest door omstandigheden wordt gedwongen te beseffen, dat juist de enige zekerheid temidden van al deze onzekerheden, de eindigheid ervan is. Diegene, die dit bewust vaststelt en bewust wil aanvaarden, is daardoor aangeland bij het enige blijvende in dit bestaan, de levende, menselijke geest zelf.
(terug
naar index)
- ruimte
- Een kracht heeft het vermogen
werkzaam te zijn en daardoor beweging te laten plaatsvinden. Om een beweging te kunnen laten plaatsvinden is echter een uitgebreidheid nodig, die ruimte wordt genoemd. Zonder ruimte kan een kracht niet werkzaam zijn.
De stroom van die bewegingen in de schepping wordt de tijd genoemd. Dat de tijd als
een stroom van gebeurtenissen er is, is alleen mogelijk doordat er die uitgebreidheid is, die dat stromen mogelijk maakt. Deze uitgebreidheid heet de scheppingsruimte en deze ruimte is in wezen de eeuwige oneindigheid van de goddelijke algeest.
De scheppingsruimte is het licht van de goddelijke algeest in de doordringbare, vormbare
toestand. Als de algeest door te denken in zichzelf lichtvormen
heeft geschapen, dan kan de geestkracht van de algeest deze vormen
laten bewegen, doordat het licht van de scheppingsruimte in de vormbare toestand zich moeiteloos mee laat vormen om de geschapen lichtvormen heen, zoals water zich
als een holte mee laat vormen met een voorwerp, dat erin wordt bewogen.
Zoals gezegd kan de krachtsontwikkeling die de tijd als een stroom van gebeurtenissen
tot gevolg heeft, alleen plaatsvinden in de ruimte, die daarvoor de gelegenheid biedt. Doordat ruimte in een toestand van doordringbare ontvankelijkheid verkeert, waarbinnen de tijd als kracht kan bewegen, zijn tijd en ruimte tegendelen van elkaar zoals het mannelijke en het vrouwelijke.
De geest is in wezen de bewuste levenskracht, waarbij de bewustheid
zich voordoet als licht en de kracht als warmte. Het licht is de
ruimte waarbinnen de geest zich bewust kan zijn van wat de kracht
als de stroom van de tijd laat gebeuren.
(terug
naar index)
|
|