Het bestaan van Jezus


Met enige regelmaat verschijnen er tijdschriftartikelen en boeken waarin de schrijvers ervan beweren dat Jezus niet heeft bestaan. Hij zou een denkbeeldige, mythische figuur zijn, van wie de uitspraken en daden verzonnen zijn door de leden van een godsdienstige beweging, die nu het Christendom wordt genoemd.
Er bestaan echter wel degelijk meerdere bronnen, buiten het Christendom, waarin van het bestaan van Jezus melding wordt gemaakt of waarin er op andere wijze naar wordt verwezen.

Inhoud

1. Wikipedia
2. Archeologen ontdekken graf van apostel Filippus
3. Heeft Jezus echt bestaan?
4. Klik hier voor een tweetal artikelen uit InfoNu.nl waarin een groot aantal tekstverwijzingen naar het bestaan van Jezus is verzameld.
5. Klik hier voor een drietal artikelen waarin een aantal archeologische aanwijzingen voor het bestaan van Jezus zijn beschreven.
6. Klik hier voor een artikel over De Eerste Openbaring van Jacobus, lessen van Jezus aan zijn broer Jacobus

1. Wikipedia
Verwijzing naar Jezus als de broer van Jakobus in de werken van de joodse historicus Flavius Josephus (37-101 n. Chr.). Dit staat in de Joodse Oudheden (namelijk 20.200 of 20.9.1). Het betreft de terechtstelling van een man, die traditioneel geïdentificeerd wordt als Jakobus de Rechtvaardige.

197 "Nadat Caesar op de hoogte was gebracht van de dood van Festus, zond hij Albinus als procurator naar Judea. Maar de koning zette Jozef uit zijn hogepriestersambt en schonk die waardigheid aan de zoon van Ananus, die eveneens Ananus heette. 198 Het verhaal gaat dat deze oudste Ananus een zeer gelukkig man was, want hij had vijf zonen die allemaal het voorrecht hadden God als hogepriester te mogen dienen, nadat hij zelf eerder die waardigheid lange tijd had bekleed, een voorrecht dat geen van onze hogepriesters ooit ten deel was gevallen. 199 Maar deze jonge Ananus die, zoals wij al hebben vermeld, tot hogepriester was benoemd, was iemand met een stoutmoedig en schaamteloos karakter; hij behoorde ook tot de sekte der Sadduceeën die, zoals wij al hebben gezien, meer dan alle andere joden, zeer streng zijn bij het veroordelen van misdadigers.

Iesous Christos Pantokrator
St Catharinaklooster, Sinaï
200 Omdat Ananus dus een dergelijk karakter had, meende hij dat er zich een geschikte gelegenheid voordeed - want Festus was dood en Albinus nog onderweg - en riep hij de Hoge Raad van rechters bijeen en liet voor hen de broer van Jezus, die Christus werd genoemd, wiens naam Jakobus was en een aantal anderen voorgeleiden. Nadat hij hen had aangeklaagd als overtreders van de wet, liet hij hen door steniging ter dood brengen.
201 De burgers die het meest redelijk leken en het meest bezorgd waren over het overtreden van de wetten, waren echter ontevreden over wat er was gebeurd. Zij zonden dus een gezantschap naar de koning met het verzoek dat hij Ananus zou laten weten dat hij zich voortaan van dergelijke handelingen moest onthouden, omdat wat hij al had gedaan niet was te rechtvaardigen. 202 Enigen van hen gingen zelfs Albinus tegemoet, die op terugreis was vanuit Alexandrië, en herinnerden hem eraan dat het onrechtmatig was dat Ananus de Hoge Raad bijeen had geroepen zonder zijn toestemming. 203 Albinus gaf vervolgens gehoor aan wat zij hadden gezegd en schreef een woedende brief aan Ananus, waarin hij dreigde hem te zullen straffen voor wat hij had gedaan. Nadat hij dus maar drie maanden het hogepriestersambt had bekleed, ontzette koning Agrippa hem uit het ambt en benoemde Jezus, de zoon van Damneus, tot hogepriester."

Dit citaat uit de Joodse Oudheden wordt door vrijwel alle wetenschappers in zijn geheel als authentiek beschouwd.[1][2] Een reden om het als oorspronkelijk te aanvaarden is dat de passage, anders dan het Testimonium (de andere plaats die naar Jezus verwijst), op verschillende plaatsen wordt vermeld door Origenes. Bovendien past de frase 'de broer van Jezus, die men Christus noemt' niet bij de theologische voorkeuren van christenen uit de tijd van Origenes en Eusebius, die Jakobus niet als letterlijke broer van Jezus zagen en hem altijd 'de broer van de Heer' noemen.
Emil Schürer was een van de weinige wetenschappers, die de hele passage verwierp, voornamelijk vanwege de a priori reden dat Josephus voor zijn Romeinse lezers de vermelding van het joodse geloof in een messias achterwege wilde laten.[3] 'Christus' is hier echter waarschijnlijk bedoeld als naam, niet als titel.
George Albert Wells en Richard Carrier hebben geopperd dat de woorden 'die Christus werd genoemd' oorspronkelijk niet in de passage stonden, maar dat die woorden door een christelijke kopiist als een kanttekening zijn toegevoegd, en later in het geheel van de tekst zijn ingelijfd.[4][5] Enkelen vechten de hele passage aan op basis van discrepanties tussen de Joodse Oudheden en De Joodse Oorlog. Maar opmerkelijke verschillen tussen deze twee werken, met elk hun eigen doelstelling, komen wel vaker voor.

[1] Louis H. Feldman, 'Josephus' Anchor Bible Dictionary, Deel. 3, pag. 990-1.
[2] J. Carleton Paget, (2001), p. 546.
[3] Whealey (2003), pag. 170.
[4] George Albert Wells, Did Jesus Exist? 1986, p. 11
[5] Richard Carrier, 'Origen, Eusebius, and the Accidental Interpolation in Josephus, Jewish Antiquities 20.200', Journal of Early Christian Studies 20.4 (2012), p. 489-514.

Er komt in Josephus' beschrijvingen nog een tweede plaats voor waar naar Jezus wordt verwezen - het Testimonium genoemd - maar deze plaats is duidelijk aangepast aan de wensen van Christelijke kopiëerders.

terug naar de Inhoud

2. Scientias, 'Archeologen ontdekken graf van apostel Filippus'
Geschreven door Caroline Hoek op 28 juli 2011

Archeologen maken bekend dat ze het graf van de apostel Filippus hebben ontdekt. Het graf is nog niet geopend. Italiaanse wetenschappers troffen het graf in de stad Hierapolis, Turkije aan. "We hebben jaren naar de tombe van de heilige Filippus gezocht," zo laat archeoloog Francesco D'Andria aan een Turks nieuwsagentschap weten. "Uiteindelijk hebben we de tombe gevonden tussen de ruïnes van een kerk."

Prediken

Filippus was één van de twaalf discipelen van Jezus. Nadat Jezus stierf, trok de apostel waarschijnlijk richting Turkije om te prediken. Maar dat werd hem niet in dank afgenomen, zo is onder meer in het Katholiek Nieuwsblad te lezen.

Marteldood

Filippus werd ergens rond 80 na Christus veroordeeld tot de marteldood en in Hierapolis gekruisigd of onthoofd. Veel later zouden zijn stoffelijke resten in een kerk te ruste zijn gelegd.
De archeologen hebben het graf nog niet geopend, maar zijn ervan overtuigd dat het aan Filippus toebehoort. Geschriften op de muren van het graf wijzen daarop. Het is aannemelijk dat het graf in de toekomst uitgroeit tot een bedevaartsoord.

terug naar de Inhoud

3. Heeft Jezus echt bestaan?
Scientias. 25-12-2016, Caroline Kraaijvanger

Vandaag herdenken christenen wereldwijd de geboorte van Jezus. Maar heeft Jezus echt bestaan?
Wereldwijd komen christenen vandaag bij elkaar om de geboorte van Jezus te herdenken. De Bijbel vertelt dat Jezus - de Zoon van God - in een stal in Betlehem ter wereld kwam om de ernstig verstoorde relatie tussen God en de mensen te herstellen. Een prachtig verhaal dat een interessante vraag oproept: heeft Jezus echt bestaan?

Consensus

Jezus Christus
De relevantie van deze vraag overschrijdt de kerkmuren. De afgelopen eeuwen hebben historici wereldwijd zich over dit vraagstuk gebogen en er bibliotheken over vol geschreven. Het leidde gaandeweg tot een zekere consensus omtrent de historische Jezus, zo vertelt professor Robert Van Voorst, auteur van het in 2000 verschenen boek 'Jesus Outside the New Testament: An Introduction to the Ancient Evidence', aan Scientias.nl. "De meeste moderne wetenschappers zijn zo overtuigd van de historiciteit van Jezus, dat ze het bespreken ervan onnodig of zelfs een verspilling van tijd vinden."

De bronnen
Die consensus is gebaseerd op jarenlang onderzoek. Maar hoe doe je eigenlijk onderzoek naar het leven van een persoon die - naar verluidt - rond het begin van de jaartelling leefde? "Op dezelfde manier als een historicus onderzoek doet naar elke andere historische persoon," vertelt professor Bert Jan Lietaert Peerbolte, hoogleraar Nieuwe Testament aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, aan Scientias.nl. "Je gaat op zoek naar sporen die iemand heeft achtergelaten."
In het geval van Jezus gaat het dan om sporen in de literatuur. Het bekendst zijn natuurlijk de vier evangeliën - Mattheüs, Markus, Lukas en Johannes - die in de eerste eeuw zijn geschreven en verslag doen van het leven van Jezus. Daarnaast zijn er echter ook verschillende niet-christelijke teksten uit de Oudheid die naar Jezus verwijzen.
"Belangrijke Romeinse historici die aan het eind van de eerste eeuw werkten, zoals Tacitus en Suetonius, beschrijven Jezus als de oprichter van het christendom," vertelt Van Voorst. "Ze stellen dat hij een beweging begon, gekruisigd werd en dat die beweging enigszins een bedreiging bleef vormen voor de Romeinse overheid." Daarnaast zijn er verschillende Joodse bronnen die Jezus noemen.

Kritisch
Er zijn al met al dus heel wat oude bronnen die melding maken van Jezus. Maar hoe betrouwbaar zijn ze? "Die teksten moeten we inderdaad heel kritisch bekijken," vindt Lietaert Peerbolte. Als voorbeeld haalt hij het Testimonium Flavianum van de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus aan. In deze passage wordt Jezus meerdere malen genoemd. Maar er zijn sterke aanwijzingen dat er met de tekst is geknoeid: christelijke overschrijvers zouden het werk van Josephus hier en daar wat hebben aangepast. "Zo beschrijft Josephus Jezus als 'een wijs mens, als we hem tenminste mens mogen noemen'. Dat laatste is er ongetwijfeld door christenen aan toegevoegd."
Net zo kritisch moeten we kijken naar Romeinse teksten en de evangeliën. "Je moet je voortdurend afvragen: wat is historisch betrouwbaar?" En als we al die historisch betrouwbare materialen dan inventariseren, lijkt er geen twijfel mogelijk te zijn. "Het is hoogst onwaarschijnlijk dat al het materiaal waarin Jezus wordt genoemd, tot stand is gekomen op basis van een verzinsel," concludeert Lietaert Peerbolte.

Ontkennen

Origenes (185 - 253)
Er zijn dus tal van teksten uit de eerste eeuwen waarin Jezus wordt genoemd. Maar zijn er uit diezelfde periode ook teksten die het bestaan van Jezus in twijfel trekken? Het antwoord is verrassend. "Nee, er zijn geen documenten uit de Oudheid bekend die het bestaan van Jezus ontkennen." Dat is frappant. Zeker als je bedenkt dat er in de Oudheid wel mensen zijn die fel tegen Jezus tekeergaan.
De Griekse filosoof Celsus (hij leefde in de tweede eeuw) is er één van, zo weten we uit teksten van zijn collega-filosoof Origenes. In zijn 'Contra Celsum' vat Origenes de anti-christelijke standpunten van Celsus samen om die vervolgens te weerleggen. Zo lezen we dat Celsus de maagdelijke ontvangenis onzin vond en de goddelijke krachten van Jezus degradeerde tot magie. Maar ook Celsus trekt het bestaan van Jezus geen moment in twijfel. Het suggereert dat het idee dat Jezus niet echt had bestaan op dat moment ook helemaal niet in omloop was, aldus Lietaert Peerbolte. Anders had Celsus het ongetwijfeld in de strijd gegooid.

Net als van Jezus zijn van Alexander de Grote geen rechtstreekse portretten bekend. Pas veel later zijn mensen over Alexander de Grote gaan schrijven. Sterker nog: de periode tussen het leven van Alexander en het moment waarop er voor het eerst over hem wordt geschreven is veel langer dan de periode tussen het leven van Jezus en het moment waarop er (buiten de Bijbel om) voor het eerst over Jezus wordt geschreven. "En toch is het voor niemand een vraag of Alexander de Grote heeft bestaan, maar ondertussen is het bestaan van Jezus wel een vraag. Dat is frappant," vindt Lietaert Peerbolte.

De discussie
Hoewel de meeste moderne wetenschappers er op basis van al die bronnen dus van overtuigd zijn dat Jezus echt heeft bestaan, zijn er nog altijd onderzoekers die de Jezusmythe aanhangen. En zo af en toe vlamt de discussie over de historiciteit van Jezus dan ook weer op. Dat gebeurde bijvoorbeeld vorig jaar nog toen predikant Edward van der Kaaij zijn boek 'De ongemakkelijke waarheid van het christendom' presenteerde. Hij stelt in het boek dat de historische Jezus nooit heeft bestaan en het leven van Jezus zoals dat in de Bijbel beschreven wordt, gebaseerd is op elementen uit de Oud-Egyptische religie.
Lietaert Peerbolte ziet het als een opleving van een discussie die in de negentiende eeuw ontstond. Die discussie begint met het in twijfel trekken van de wonderverhalen: de passages in het evangelie die melding maken van een wonder dat Jezus verricht. Men stelde dat die wonderverhalen niet echt gebeurd zijn, maar symbolisch bedoeld zijn. In die opvatting vallen de wonderen weg, maar blijven de ethische lessen van Jezus overeind.

Tot Allard Pierson in 1878 zijn boek 'De bergrede' publiceert. Hierin stelt hij dat de bergrede - een ethische onderwijzing - van Jezus een compositie is van de evangelist en dus niet door Jezus zelf is uitgesproken. Na de wonderen wordt nu dus ook de historische betrouwbaarheid van de prediking van Jezus onderuit geschoffeld. "Voortgaand op deze lijn komt hij (Pierson, red.) tot het inzicht dat niet alleen alle bewijsmateriaal over de historische Jezus twijfelachtig van aard is, maar dat het uiteindelijk het beste geïnterpreteerd kan worden vanuit het perspectief dat Jezus geen historische figuur was, maar een gehistoriseerde verdichting," zo schrijft Lietaert Peerbolte hierover in het Nederlands Theologisch Tijdschrift.
"Pierson stelt dus eigenlijk: we hebben geen betrouwbare informatie over Jezus en dus heeft hij niet geleefd," legt Lietaert Peerbolte aan Scientias.nl uit. "Als we diezelfde methode toepassen op Alexander de Grote (zie kader), moeten we ook concluderen dat hij niet heeft geleefd.
Het is een hyperkritische benadering van complotdenkers die totaal niet wetenschappelijk verantwoord is. Ik spreek hierbij over complotdenkers omdat veel mensen met een hyperkritische houding het idee hebben dat een groepje losgeslagen Joden een mythe heeft bedacht over een godmens en die mythe vervolgens gepersonaliseerd heeft in Jezus. In dat scenario gaat de mythe dus vooraf aan het verhaal en het verhaal gaat weer vooraf aan de persoon. Dat is zo vergezocht. Dat kan ik onmogelijk serieus nemen."

De Bijbel vertelt dat Jezus gekruisigd werd. Romeinse geschiedschrijvers bevestigen dat. "De kruisiging is een argument om te zeggen dat het bestaan van Jezus onmogelijk een verzinsel kan zijn. Het is namelijk zo'n ongelofelijk ongelukkig verhaal," vindt Lietaert Peerbolte. "Het is de afgezant van God die aan het kruis hangt. Dat staat in schril contrast met de koninklijke gestalte die de Joden verwachtten en de machtige gestalte die volgens de Grieken de vloer aan zou vegen met zijn tegenstanders. De kruisiging kunnen de eerste christenen niet verzonnen hebben, want daar hadden ze geen baat bij en hebben ze eigenlijk alleen maar last van gehad."

Relevant
Dat de discussie over het bestaan van Jezus van tijd tot tijd oplaait, is geen wonder, vindt Van Voorst. "Het christendom is de grootste en meest wijdverspreide religie, dus de status van de belangrijkste figuur in deze religie - Jezus Christus - is belangrijk. Daarnaast is het christendom een op de geschiedenis gebaseerde religie waarin men - net als in het Jodendom - aanneemt dat God zich tijdens belangrijke historische gebeurtenissen liet zien of ingreep. Dus of bepaalde mensen echt hebben bestaan en of bepaalde gebeurtenissen zich daadwerkelijk hebben afgespeeld, is belangrijk.
Dit staat in schril contrast met andere religies zoals het boeddhisme of het taoïsme die gebaseerd zijn op onderwijzingen die hun oorsprong vinden in ongebruikelijke, menselijke inzichten en niet gebaseerd zijn op personen of de geschiedenis. Als zou blijken dat Gautama de Boeddha niet echt heeft bestaan, zou er in het Boeddhisme weinig veranderen. Als zou blijken dat Jezus niet echt heeft bestaan, zou het christendom zoals wij dat kennen, ernstig beschadigd raken en misschien zelfs tot een einde komen."
Maar ook buiten de kerkmuren om is de vraag of Jezus echt bestaan heeft, relevant, vindt Lietaert Peerbolte. "Het maakt niet uit of je nu gelovig bent of niet: Jezus heeft een enorme invloed gehad op de wereld, zowel religieus als cultuur-historisch."

Zullen we dan ooit nog met zekerheid vast kunnen stellen of Jezus echt heeft bestaan? "Dat is lastig," denkt Lietaert Peerbolte. "Wat zou je daarvoor moeten vinden? Het graf van Jezus? Of zijn botten? Maar hoe kom je er dan achter dat het echt om resten van Jezus gaat? Je hebt geen DNA dat je kunt vergelijken. Misschien dat het ontdekken van een tekst van Jezus zou helpen? Maar weer geldt: hoe weet je dat die tekst echt van Jezus is?" Het is een probleem dat inherent is aan elk historisch onderzoek. "We kunnen niet verifiëren, alleen maar reconstrueren."
Van Voorst onderschrijft dat. "Zullen we ooit honderd procent zeker kunnen zijn van iets of iemand in het verre verleden? Ik betwijfel het. Maar we hebben meer zekerheid over het bestaan van Jezus dan over het bestaan van mensen zoals Lao tse (de vermeende oprichter van het taoïsme), Zarathoestra of zelfs Gautama de Boeddha of Mozes. En we hebben minstens net zoveel bewijs voor het bestaan van Jezus als voor het bestaan van andere oude figuren zoals Alexander de Grote of Julius Caesar."

Bronmateriaal:
Interview met prof. dr. Bert Jan Lietaert Peerbolte
Interview met prof. dr. Robert Van Voorst

terug naar de Inhoud


6. De Eerste Openbaring van Jacobus
Grieks geschrift met geheime lessen van Jezus aan zijn broer ontdekt
Scientias, 1 december 2017 Vivian Lammerse


de Griekse tekst van
De Eerste Openbaring van Jacobus
Nooit werd vermoed dat deze Griekse teksten de oudheid zouden hebben overleefd.
Onderzoekers hebben de Eerste Openbaring van Jacobus in het oorspronkelijke Grieks gevonden. Voorheen werd gedacht dat alleen de Koptische vertaling uit de Nag Hammadi bibliotheek de tand des tijds had doorstaan.

Het huidige Nieuwe Testament bestaat uit 27 boeken die door Athanasius, bisschop van Alexandrië, zijn vastgesteld. De Eerste Openbaring van Jacobus kwam klaarblijkelijk volgens de bisschop niet in aanmerking voor een plekje in de Bijbel. Zo schrijft de bisschop in de Paasbrief: "Geen enkel boek mag eraan toegevoegd of uit weggenomen worden."

Verhaal
Het oude verhaal beschrijft de geheime lessen van Jezus aan zijn broer Jacobus. Jezus openbaart hierin over het hemelse rijk en toekomstige gebeurtenissen. Ook de onvermijdelijke dood van Jacobus komt aan bod. "De tekst is een aanvulling op het Bijbelse verslag van Jezus' leven," zegt Geoffrey Smith, assistent-professor in religieuze studies. "Het geeft ons meer duidelijkheid over de gesprekken die naar verluidt plaatsvonden tussen Jezus en zijn broer. Dankzij deze geheime lessen kon Jacobus een goede leraar zijn na de dood van Jezus."

Nag Hammadi Bibliotheek
De ontdekking van het Griekse geschrift over de Eerste Openbaring van Jacobus is erg bijzonder. De Nag Hammadi Bibliotheek bestaat namelijk uit een collectie van dertien boeken, gevonden in 1945 in Egypte. De geschriften zijn koptische vertalingen van teksten die oorspronkelijk in het Grieks geschreven zijn. Alleen een klein deel hiervan is gevonden in de oorspronkelijke Griekse taal.

Leraarsmodel
Het oude geschrift blijkt niet zomaar op papier te zijn geklad, maar is netjes en met een uniform handschrift geschreven. Daarom wordt gedacht dat dit originele manuscript als leraarsmodel werd gebruikt om studenten te helpen leren lezen en schrijven. "De schrijver heeft de woorden gescheiden in lettergrepen," legt Landau uit. "Dit is erg ongebruikelijk in oude manuscripten, maar worden wel vaker aangetroffen in educatieve teksten."
Volgens de onderzoekers lijkt het erop dat de leraar een bijzondere affiniteit met de tekst heeft gehad. "Zo lijkt het geen kort uittreksel te zijn zoals gebruikelijk bij schooloefeningen, maar eerder een complete kopie van het verboden oude geschrift," stelt Landau.

Bronmateriaal:
"UT Austin Professors Discover Copy of Jesus' Secret Revelations to His Brother" - University of Texas


UT Austin Professors Geoffrey Smith and Brent Landau Discover
Copy of Jesus' Secret Revelations to His Brother James

AUSTIN, Texas, Nov. 29, 2017 - The first-known original Greek copy of a heretical Christian writing describing Jesus' secret teachings to his brother James has been discovered at Oxford University by biblical scholars at The University of Texas at Austin.

To date, only a small number of texts from the Nag Hammadi library - a collection of 13 Coptic Gnostic books discovered in 1945 in Upper Egypt - have been found in Greek, their original language of composition. But earlier this year, UT Austin religious studies scholars Geoffrey Smith and Brent Landau added to the list with their discovery of several fifth- or sixth-century Greek fragments of the First Apocalypse of James, which was thought to have been preserved only in its Coptic translations until now.
"To say that we were excited once we realized what we'd found is an understatement," said Smith, an assistant professor of religious studies. "We never suspected that Greek fragments of the First Apocalypse of James survived from antiquity. But there they were, right in front of us."

The ancient narrative describes the secret teachings of Jesus to his brother James, in which Jesus reveals information about the heavenly realm and future events, including James' inevitable death. "The text supplements the biblical account of Jesus' life and ministry by allowing us access to conversations that purportedly took place between Jesus and his brother, James - secret teachings that allowed James to be a good teacher after Jesus' death," Smith said.

"Such apocryphal writings, Smith said, would have fallen outside the canonical boundaries set by Athanasius, Bishop of Alexandria, in his 'Easter letter of 367' that defined the 27-book New Testament: 'No one may add to them, and nothing may be taken away from them.'"
With its neat, uniform handwriting and words separated into syllables, the original manuscript was probably a teacher's model used to help students learn to read and write, Smith and Landau said. "The scribe has divided most of the text into syllables by using mid-dots. Such divisions are very uncommon in ancient manuscripts, but they do show up frequently in manuscripts that were used in educational contexts," said Landau, a lecturer in the UT Austin Department of Religious Studies.
The teacher who produced this manuscript "must have had a particular affinity for the text," Landau said. It does not appear to be a brief excerpt from the text, as was common in school exercises, but rather a complete copy of this forbidden ancient writing.

Smith and Landau announced the discovery at the Society of Biblical Literature Annual Meeting in Boston in November and are working to publish their preliminary findings in the Greco Roman Memoirs series of the Oxyrhynchus Papyri.

For more information, please contact:
Rachel Griess, College of Liberal Arts, 512-471-2689.


terug naar de Inhoud

terug naar het overzicht







^