drie-eenheid, drievuldigheid


Inhoud
1. De Drie-eenheid als theologisch leerstuk
2. De Drie-eenheid en esoterische teksten (o.a. van Hildegard van Bingen)
3. De Drie-eenheid vanuit geestkundig gezichtspunt

1. De Drie-eenheid als theologisch leerstuk

Inleiding. Jezus en het monotheïsme
Het joodse geloof, waaruit het christendom en de islam zijn voortgekomen, is duidelijk monotheïstisch (zie aldaar). De tekst in Deuteronomium 6:4 luidt: Hoor, oh Israël, de Here is onze God en de Here is Eén! Deze tekst is de grondslag van het jodendom, dat zich volgens de geschriften van de joodse Tenach, in het christendom het Oude Testament, afzette tegen het veelgodendom van de omringende volkeren.
Jezus was zelf een jood van geboorte en dacht ook monotheïstisch, getuige o.a. Marcus 12:28-31:
En een der schriftgeleerden, tot Hem komende, hoorde, dat zij met elkander redetwistten en overtuigd, dat Hij hun goed geantwoord had, vroeg hij Hem: "Welk gebod is het eerste van alle?"
Jezus antwoordde: "Het eerste is: Hoor, Israël, de Here, onze God, de Here is een, en gij zult de Here, uw God, liefhebben uit geheel uw hart en uit geheel uw ziel en uit geheel uw verstand en uit geheel uw kracht. Het tweede is dit: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Een ander gebod groter dan deze, bestaat niet."
Marcus is het oudste evangelie en er is het minst in 'verfraaid', zoals in de andere. We kunnen daarom gevoeglijk aannemen dat ook Jezus zelf monotheïstisch dacht of zich in het openbaar zo uitliet.
Denk ook aan zijn uitspraak in Johannes 14:9-10 tijdens het Laatste Avondmaal - Jezus zei tot hem: "Ben Ik zolang bij u, Filippus, en kent gij Mij niet? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien; hoe zegt gij dan: Toon ons de Vader? Gelooft gij niet, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is? De woorden, die Ik tot u spreek, zeg Ik uit Mijzelf niet; maar de Vader, die in Mij blijft, doet zijn werken."

In Jesaja (Oude Testament) wordt de komst van Gods heilige geest aangekondigd:
Daarom zal de Heer zelf u een teken geven: Zie, de jonkvrouw zal zwanger worden en een zoon baren; en zij zal hem de naam Immanuel (God met ons) geven. (Jesaja 7:14)
Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven en de heerschappij rust op zijn schouder, en men noemt hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst. (Jesaja 9:5)
En op hem zal de Geest des Heren rusten, de Geest van wijsheid en verstand, de Geest van raad en sterkte, de Geest van kennis en vreze des Heren. (Jesaja 11:2)

In de Brief aan de Hebreeën is meteen aan het begin (1:1-3) het volgende te lezen:
Nadat God eertijds vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had in de profeten, heeft Hij nu in het laatst der dagen tot ons gesproken in de Zoon,
Die Hij gesteld heeft tot erfgenaam van alle dingen, door wie Hij ook de wereld geschapen heeft.
Deze, de afstraling zijner heerlijkheid en de afdruk van zijn wezen, die alle dingen draagt door het woord zijner kracht, heeft, na de reiniging der zonden tot stand gebracht te hebben, Zich gezet aan de rechterhand van de majesteit in den hoge...

Al deze teksten laten niets aan duidelijkheid te wensen over: de geest van God, Gods Heilige Geest, is als geest in de mens Jezus bij ons geweest.
Zij weerspreken de opvatting dat er drie te onderscheiden personen zouden zijn, zoals weergegeven in het leerstuk van de drie-eenheid. Dat er dan later aan wordt toegevoegd dat die drie personen toch één zijn, is een tegenstrijdigheid, een 'contradictio in terminis'.

Het leerstuk van de Drie-eenheid
In geloofsbelijdenissen van het vroege christendom werd al over de Vader, de Zoon en de Heilige Geest als drietal gesproken en er werd gedoopt met de formule: "In de naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest."
Het onderwerp van de drie-eenheid kwam in de derde eeuw in het middelpunt van de belangstelling te staan. Men vroeg zich namelijk af hoe God moest worden gezien, want men bewees eer aan God én aan Jezus als Gods Zoon, die een stoffelijk méns was geweest, maar toch werd aanbeden. Men wilde wel vasthouden aan het christendom als monotheïstische godsdienst (zoals Jezus immers zelf had gezegd), maar ook eer bewijzen aan de mens Jezus en aan de Heilige Geest, die Jezus na diens kruisdood zou vervangen. Daardoor werd het leerstuk van de drie-eenheid (of 'triniteit' van Latijn: trinitas, drieheid) toentertijd een belangrijk gespreksthema in het christendom.
Christelijke theologen trachtten een antwoord te vinden op de vraag hoe de verhouding tussen God de Vader, Gods Heilige Geest en Jezus als Gods Zoon moest worden gezien. Het denken daarover werd tenslotte weergegeven in het leerstuk over de drie-eenheid.
Dit leerstuk staat echter geheel buiten de Bijbel, want in de oudste Griekse teksten staat er niets over vermeld. Het staat wel in latere toevoegingen, zoals in de Statenvertaling, waar in 1 Johannes 5:7-8 staat: Want Drie zijn er, Die getuigen in den hemel, de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze Drie zijn Een. En drie zijn er, die getuigen op de aarde, de Geest, en het water, en het bloed; en die drie zijn tot een.
Later werd deze toevoeging weer weggelaten(!).

Aanhaling uit: H. Blavatsky, Isis ontsluierd - Een sleutel tot de mysteries van oude en moderne wetenschap en religie – Deel 2
Hoofdstuk 1, De kerk, waar is zij? (p. 25):
"Vóór de reformatie werd de magie in al haar aspecten door de geestelijkheid op grote schaal en bijna openlijk beoefend. En zelfs hij die eens de ‘vader van de reformatie’ werd genoemd, de beroemde Johannes Reuchlin 1), schrijver van het 'De verbo mirifico' en vriend van Pico della Mirandola, de leermeester van Erasmus, Luther en Melanchthon, was kabbalist en occultist.
Het oude sortilegium of het voorspellen door middel van sortes of loten - een kunst die nu door de geestelijkheid als iets afschuwelijks wordt afgekeurd, door Stat. 10, Jac. als een strafbaar feit wordt aangeduid, en door Stat. 12, Caroli II van amnestie wordt uitgesloten omdat het tovenarij is 2) - werd door de geestelijkheid en monniken op grote schaal beoefend. Het werd zelfs goedgekeurd door St. Augustinus zelf, die deze methode om de toekomst te leren kennen niet afkeurt, 'mits het niet voor wereldlijke doeleinden wordt gebruikt'. Sterker nog, hij geeft toe dat hij haar zelf heeft beoefend. 3)"
1) Zie het titelblad van de Engelse vertaling van Mayerhoffs Johann Reuchlin und seine Zeit, Berlijn 1830. F. Barham, The Life and Times of John Reuchlin, or Capnion, the Father of the German Reformation, Londen, 1843.
2) Lord Coke, 3 Institutes, fol. 44.
3) Brief II aan Januarius, §37.

Hoofdstuk 4, Oosterse kosmogonieën en bijbelverhalen (p. 207):
"Dit vers luidt: 'Want drie zijn er die getuigen in de hemel, de Vader, het Woord en de Heilige Geest, en deze drie zijn één.' Van dit vers, dat 'aangewezen is om in de kerken te worden gelezen', is nu bekend dat het onecht is. Het is 'in geen enkel Grieks manuscript te vinden, behalve in één in Berlijn' dat werd overgeschreven van de één of andere tussen de regels toegevoegde omschrijving. In de eerste en tweede uitgave van Erasmus van het Nieuwe Testament die in 1516 en 1519 werden gedrukt, wordt die toespeling op deze drie hemelse getuigen niet aangetroffen; en de tekst komt in geen enkel Grieks manuscript voor dat vóór de 15de eeuw werd geschreven. Het vers werd door geen enkele Griekse kerkelijke schrijver genoemd, noch door een van de oude Latijnse kerkvaders, die toch zo sterk ernaar verlangden om elk bewijs te verkrijgen ter ondersteuning van hun drie-eenheid, en het werd door Luther in zijn Duitse vertaling weggelaten."

Klik hier voor de opvatting van de domineeszoon Jung over de betekenis van de Heilige Geest.

Geschiedenis van het dogma (Grieks 'dogma': leer)
Concilie van Nicaea (325): behandeld wordt de gelijkwaardigheid van de Vader en de Zoon.
Concilie van Constantinopel I (381): de Heilige Geest wordt toegevoegd.
Concilie van Chalcedon (451): de leer van de Drie-eenheid wordt definitief vastgesteld.

Tijdens het Concilie van Nicaea werd eerst de gelijkwaardigheid van de Vader en de Zoon tot leerstuk van de kerk verheven. De theologische discussie had de verhouding van de Vader en de Zoon als onderwerp. De vraag was: was Jezus gelijkend op God (Grieks: homoi-ousios) of was Jezus gelijk aan God (Grieks: homo-ousios). Het verschil was alleen de letter i.
Het 'gelijk aan God' was eenduidig, niet voor andere uitleg vatbaar en daarom werd daarvoor gekozen. Ook de twee-naturenleer van de Zoon behoort tot de leer van de drie-eenheid: de Zoon is zowel mens als God en bezit dus twee naturen.
Op het 1e Concilie van Konstantinopel werd de Heilige Geest aan de Vader en de Zoon toegevoegd. De uiteindelijke leer van de drie-eenheid werd vastgesteld op het Concilie van Chalcedon.
Het dogma luidt dat God bestaat uit God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest. Deze drie Personen (personae) zijn weliswaar te ónderscheiden, maar niet te schéiden, met andere woorden: God is Eén.

Vier eeuwen lang hebben duizenden mannen(!) over dit onderwerp nagedacht en heftig geredetwist... er is niet één vrouw aan te pas gekomen. Het is daardoor een koele, intellectuele constructie geworden. Het is het beeld van een 'alleenstaande vader', het beeld van een 'gebroken gezin'... aan vrouwelijkheid is niet gedacht. Het is een denkbeeld van theologische dorheid, waaraan de mens, om wiens heil het toch allemaal te doen is, ontbreekt.
Hoe anders is dat met de beschrijving van wat het 'mystieke lichaam van Christus' wordt genoemd, waarin de menselijke geest, naast God en Gods heilige geest - die in Jezus bij ons was - zijn vaste plaats heeft! Die menselijke geest en de ontwikkeling ervan, is immers het doel van Gods inspanningen!

Als een bepaalde formule zoals die van de Drieëenheid maar vaak genoeg wordt herhaald, dan gaat die een eigen leven leiden; dan gaat die voor iedereen vertrouwd in de oren klinken en vraagt men zich op den duur niet meer af, wat men eigenlijk zegt, wat de betekenis is van wat men gewoontegetrouw steeds maar herhaalt - terwijl men daarbij wordt voorgegaan door een priester die vroeger gezag uitstraalde en men aanwezig was in een gewijde ruimte, de kerk. Dat is zeker het geval als kinderen die geheimzinnige formule van jongs af aan steeds maar weer door ouderen op plechtige wijze horen uitspreken.
Bovendien heeft de mens, gedreven door zelfbehoud, een neiging zich naar de meerderheid te voegen: "Als iedereen zo denkt, dan moet het toch wel goed zijn." Dit feit is door onderzoek - de Overeenstemmingsexperimenten van Asch uit de sociale psychologie - bevestigd.

terug naar de Inhoud

2. De Drie-eenheid en esoterische teksten

Hieronder een aantal uitspraken over het onderwerp 'vader', 'zoon' en 'heilige geest' van mystieke schrijvers. Duidelijk blijkt dat zij allen de eigenschappen van de geestelijke vermogens, het waarnemen, denken, voelen en willen gebruiken om de eigenschappen van de 'Vader', de 'heilige Geest' en de 'Zoon' te beschrijven... zij het niet altijd op een overeenkomstige manier!
Ook bij esoterische schrijvers heerst verwarring over dit theologische leerstuk.


Hildegard van Bingen, Scivias T11 Boek II,2
Hildegard van Bingen: Het visioen van de Drieëenheid (T 11/II, 2) uit de Scivias: een mensengestalte omgeven door een cirkel van rood trillend vuur met daar omheen een cirkel van helder licht.

Over de drie personen (en hun verband met de geestelijke vermogens)

De 'stem van het levende licht':
Daarom zie je een allerhelderst licht, dat zonder smet van begoocheling (zonder misleiding, onwaarheid), zonder smet van verduistering (gebrek aan inzicht) en zonder smet van bedrog (onwaarheid) de Vader aanduidt. (Vader, licht ~ denken).
En daarin de mensengestalte in de kleur van saffierblauw, die zonder smet van verharding (harteloosheid), zonder smet van (gevoelens van) afgunst en zonder smet van onrechtvaardigheid de Zoon openbaart, die voor de tijden als God uit de Vader is geboren en in de tijd als mens is geïncarneerd. (Zoon ~ voelen)
Datgene wat geheel brandt met een allerzoetst rood vuur, een vuur zonder smet van dorheid (levendigheid), zonder smet van sterfelijkheid (levenskracht) en zonder smet van duisternis (bewustzijn) wijst op de heilige geest (heilige Geest ~ bewuste kracht, waarnemen en willen), waaruit dezelfde eniggeborene van God, naar het vlees ontvangen en uit de maagd in de tijd geboren, een licht van ware helderheid (bewustheid) in de wereld uitgoot.
Maar dat dit heldere licht geheel dit rode vuur doorstroomt en ditzelfde heldere licht en rode vuur weer samen de hele mensengestalte doorstromen, zodat het één licht in één kracht van mogelijkheden vormt. Dat betekent dat de Vader, die de rechtvaardigste gelijkheid is, niet zonder de Zoon en niet zonder de heilige Geest bestaat ... de goddelijke eenheid is onafscheidelijk in deze drie personen van kracht ... .

Waar dit Woord (Jezus) al het goede (voelen) tot stand bracht, hen door zijn zachtmoedigheid (voelen) naar het leven terugvoerde, die door de onreinheid van zonde verworpen waren en die niet meer in de heiligheid, die zij verloren hadden, in staat waren terug te keren (Jezus ~ voelen).
Want door deze levensbron (Jezus) kwam de moederliefde van Gods omhelzing tot ons die ons tot leven voedde en die onze helpster (parakleitos) in gevaren is en die de diepste en allerzoetste liefde is, door ons boetvaardigheid te leren (Jezus ~ voelen).

Met andere woorden:
De Vader, het licht, komt overeen met het denken;
de Zoon, de mensengestalte, komt overeen met het voelen;
de Heilige Geest, het rode vuur, komt overeen met het waarnemen/willen
(zie ook de tabel hieronder).

terug naar God als man en vrouw, Hildegard van Bingen

Jakob Lorber - Grote Johannes Evangelie deel 1
Jezus:
Zoals de Vader Mij voor het bestaan van de wereld heeft onderwezen, zo onderwijs Ik nu ook, opdat de Vader, die nu in Mij leeft, ook in u zal gaan wonen en in u, net als in Mij, de oereeuwige, zuivere waarheid tot leven zal brengen uit het oorspronkelijke fundament, zijnde de liefde in God, het eigenlijke wezen van God zelf. Jullie zijn allemaal geroepen om net zo volmaakt te worden als de Vader in de hemel zelf volmaakt is. Onderzoek zijn leer door de daad. (166)
De wijsheid van de eeuwige Zoon, die van oorsprong de wijsheid van de Vader is, maakte het grote scheppingsplan en de liefde van de Vader voegde daar het grote 'word' aan toe, en zo werden deze aarde, zon, maan en sterren geschapen. (190)

Grote Johannes Evangelie deel 2
Als bij iemand, net als bij mij, liefde en wijsheid in één hart wonen, dan is hij als ik en als degene, die mij in de wereld heeft gezonden. De eeuwige liefde in God is de Vader. Wat uit het vuur van de liefde voortkomt, het licht, is de wijsheid in God. Zoals echter liefde en wijsheid één zijn, zo zijn ook de Vader en de Zoon één. Wie van jullie heeft niet wat liefde en een daarbij behorend verstand? Bestaat hij daarom echter uit twee wezens? (68)

Grote Johannes Evangelie deel 4
De heilige geest, die ik eenmaal uit de hemelen over jullie zal uitstorten, die zal jullie met de hele waarheid bekendmaken. Dat zal de geest van de liefde zijn, de Vader zelf, die jullie zal opvoeden (parakleitos), en leren, opdat jullie allen daar kunnen komen, waar ik ben. (5)
In Jezus woont de volheid in lichamelijke vorm. Als de Zoon, die echter geen andere persoonlijkheid is en kan zijn, zie ik zijn lichaam slechts als een middel tot het doel; maar als geheel is hij evenveel dezelfde als de in alle volheid in hem wonende godheid. (159) De echte en voor mij alleen geldige doop is die met het vuur van de liefde voor mij en de naaste en met de levendige en vurige wil en met de heilige geest van de eeuwige waarheid uit God. Deze drie punten zijn het, die in de hemel voor iedereen een geldige getuigenis geven. Het zijn:
- de liefde (voelen) als de ware Vader,
- de wil als het levende of daadwerkelijke woord of de Zoon van de Vader
- en het begrip (denken), als de heilige geest van de eeuwige en levende waarheid uit de Vader. (201)
De Vader en de Zoon verhouden zich net zo als de liefde en de wijsheid of de warmte en het licht. Ik heb jullie laten zien hoe uit warmte licht ontstaat, omdat warmte een eerste teken van een bepaalde werkzaamheid is; maar de verschijningsvorm van werkzaamheid is licht. (202)

De verheerlijking van Christus op Tabor
uit: 'Geschenken uit de hemel' deel III, 22-7-1847
Overgenomen uit: Nieuwsbrief Jakob Lorber Stichting maart 2017

Mijn verheerlijking op de berg Tabor wordt door velen als een bijzonder verhaal gelezen, maar slechts door weinigen begrepen en de meeste mensen hebben ook geen enkel idee wat er allemaal achter deze verheerlijking schuilgaat! De oorzaak van dat onbegrip ligt zoals altijd alleen in de wereld en in haar verminkte drie-eenheidsleer. Want wie niet volledig gelooft in de éne Zoon, die volkomen één is met de Vader die in Hem is, zoals Hij in de Vader - gelijk zoals de geest in de mens en de mens in de geest, die de hele mens doordringt en de eigenlijke mens zélf is - die is afgedwaald in zijn gemoed en is als troebel water waar geen lichtstraal doorheen kan dringen, om de diepte ervan te verlichten.
In de verheerlijking op de berg ligt een uitermate sterk, verborgen licht of een heel sterke, verhulde geestelijke betekenis, waarom die ook door heel weinig schriftgeleerden van deze en alle vroegere tijden wordt begrepen. Maar opdat jullie niet lijken op het troebele water van de wereld, dat slechts oppervlakkig beschenen kan worden, dat op het oppervlak ook wel glanst als een verguld graf, maar op zich niets dan nacht en dood bevat, zal Ik jullie in het kort voor de hierboven genoemde verheerlijking een klein lichtje geven, waardoor jullie duidelijk kunnen zien, wat erachter verborgen ligt. En dus luister:

De berg Tabor stelt de hoogste en tevens diepste kennis van God in de geest en in de waarheid voor. Naar deze berg van de allerhoogste kennis leid Ik alleen Mijn lievelingen. Petrus, Jacobus en Johannes waren dat in volkomen mate; tegelijk stellen deze drie ook iedere mens voor hoe hij zou moeten zijn in de ware hemelse ordening.
- Petrus is de uiterlijke mens, die zijn wezen door allerlei beproevingen helemaal naar binnen richt. - Jacobus stelt de ziel [de tijdelijke persoon] van de mens voor, die rein is en zich in alles naar de Heer richt, maar toch met inbegrip van de uiterlijke mens veel beproevingen moet doorstaan om de uiterlijke mens helemaal voor zich te winnen en zich met hem in de geest verenigd voor eeuwig onsterfelijk te maken.
- Johannes tenslotte stelt de geest van de mens voor die volkomen één met Mij is, dus Mijn liefde, over welke leerling Ik Zelf tegen Petrus, die wat geërgerd werd omdat hij (Johannes) Mij dadelijk volgde, zei: Wat gaat het jou aan als Ik zeg: Hij zal leven!? Wat zoveel betekent als: Alleen de geest leeft en wie zich niet door zijn geest laat achtervolgen, vastgrijpen en doordringen, die zal geen leven hebben, want alleen de geest is het van wie Ik zeg dat hij eeuwig zal leven!

Uit dit alles blijkt dat, zoals Ik de drie de berg op leidde, Ik in overeenstemming iedere mens die in zijn drievoudige wezen Mijn voorgeschreven ordening in acht neemt, op de berg van de ware en de levende kennis van God kan leiden, waar hij dan ook in het gevoel van zijn hele wezen zal uitroepen: Heer! Hier is het goed om te zijn, laat mij hier een eeuwige woning maken, bestaande in de drie hutten van de liefde [voelen], de wijsheid [denken] en de macht [willen] uit beide!
Maar met deze kennis is het nog geen blijvende zolang de drie hutten en Ik, Mozes en Elia nog niet volkomen één zijn in de mens, of zolang de liefde, de wijsheid en de macht niet in zich als één en niet in drie hutten worden opgenomen. Daarom klinkt ook weldra uit een wolk, die een beeld is van de allerhoogste hemelse kennis: "Deze alleen is Mijn geliefde Zoon, naar Hem alleen moeten jullie luisteren!" Wat zoveel betekent als: Deze alleen is de enige God; niet in drie, maar in Hem alleen moeten jullie wonen, als je het eeuwige leven wilt hebben!

Daarop of pas na deze machtige ingreep van de kracht van God ontwaken de drie en zien nu duidelijk Mozes noch Elia, en horen ook geen andere stemmen meer, dan alleen Mij en Mijn woord! Maar dit woord verbiedt hen van deze kennis iets aan de wereld te melden voordat alles voleindigd is, dat wil in engere zin zeggen: voordat Ik in het hart van iedere mens na veel toetsingen en beproevingen van zijn ziel [persoon] in alle macht en kracht van de liefde en de wijsheid ben opgestaan.
En in bredere zin: Voordat de wereld in de mens is gekruisigd en gedood, en de geest in de mens is opgestaan en daardoor uit de mens een nieuw schepsel ontstaat in de ordening zoals die is aangegeven door Petrus, Jacobus en Johannes, kan hij niet op de berg van de diepe en hoogste kennis van God en van het eeuwige leven worden geleid. Dat is de heilige betekenis van Mijn tot nu toe steeds als geheimzinnig beschouwde verheerlijking op de berg Tabor.

Er is weliswaar nog een veel uitgebreidere, waarbij onder Mozes, Elia en vooral onder Mij, en onder de stem uit de wolk, evenals onder de drie discipelen belangrijke tijdperken van leiding en vorming van de mensen worden aangeduid, maar die kennis geeft niemand het eeuwige leven, zoals nog minder de daarmee vervlochten eindeloze begrippen van tijd, ruimte, eeuwigheid, oneindigheid, licht, geest en bestaan.
Zoek voor alles Mij, Mijn rijk en Mijn gerechtigheid die de liefde is, dan zal al het andere jullie als een vrije toegift worden gegeven. Maar als jullie alleen de wijsheid zoeken en haar kracht, dan zal het jullie vergaan als hij die zijn talent begroef en hem daarna nog datgene afgenomen werd wat hij had, en de duisternis zijn aandeel werd! Neem dat buitengewoon zeer diep in acht, als jullie de verheerlijking deelachtig willen worden. Amen.

Emanuel Swedenborg - Ware Christelijke Godsdienst
Wie zich niet zelf tot de Heer van Hemel en Aarde (Christus) wendt, kan niet in de hemel komen, aangezien de hemel de hemel is vanuit de Enige God en dat deze God Jezus Christus is, die Jehova de Heer is, uit het Eeuwige de schepper, in de tijd de verlosser en tot in het eeuwige de wederverwekker; dus die tegelijkertijd Vader, Zoon en heilige Geest is. (blz. 45)
Onder de heilige geest wordt verstaan de uit de ene en alomtegenwoordige God voortkomende goddelijke werking [willen]. (blz. 241)
Dat Christus onder de trooster of de heilige geest zichzelf verstond, blijkt duidelijk uit de woorden van Christus zelf. De heilige geest is het goddelijke ware, voortgaande uit Jehova God de Vader en dit voortgaande is de kracht [willen] van de allerhoogste. (blz. 244)
De werking van deze kracht is de heilige geest, die God tot diegene zendt, die in hem geloven en die zichzelf gereed hebben gemaakt om God op te nemen. (blz. 247)
Daar nu Christus het goddelijke ware [denken] zelf is uit het goddelijke goede [voelen] en dit zijn eigenlijke wezen is en een ieder vanuit zijn wezen doet wat hij doet [willen], zo blijkt dat Christus voortdurend wil en ook niets anders kan willen dan het ware [denken] en het goede [voelen], of het geloof en de naastenliefde in iedere mens inplanten. Dit kan door vele dingen in de wereld worden toegelicht, zoals door dit, dat iedere mens volgens zijn wezen denkt, wil ... spreekt en handelt. (blz. 248)

Murdo MacDonald-Baine - Goddelijke heelmaking van ziel en lichaam
De Christus is de enige scheppende kracht in ieder van jullie allen. Het is de wil [willen] van de Vader.
Weet je niet dat de Christus Gods de eniggeboren zoon van de Vader is, de enig levende geest van God [de heilige geest] in de hemel en op de aarde, die bewustzijn heeft [waarnemen], intelligentie, wijsheid [denken] en liefde [voelen]? De Christus is de enige scheppende kracht in ieder van jullie allen. Het is de wil [willen] van de Vader.
Mijn [Christus'] liefde [voelen] is de sleutel tot alle kennis [waarnemen], wijsheid [denken] en macht [willen].

Hildegard Jakob Lorber Swedenborg MacDonald-Bayne
Vader denken voelen vier vermogens vier vermogens
Zoon voelen willen vier vermogens vier vermogens
H. Geest waarnemen/willen denken vier vermogens vier vermogens

Het menselijke bedenksel van de Drie-eenheid als drie personen brengt verwarring alom, zelfs bij mystici, als die zich toch gedrongen voelen aansluiting te zoeken bij de leer van de kerk, wat vooral in de tijd van Hildegard een voorwaarde was om te kunnen overleven.
terug naar de Inhoud

3. De Drie-eenheid vanuit geestkundig gezichtspunt

In het leerstuk van de 'Drie-eenheid' wordt de mening verkondigd dat de Vader, de Zoon en de heilige Geest drie personen zouden zijn, die desondanks een eenheid vormen. Vanuit het geestkundige gezichtspunt zijn zij echter drie verschijningsvormen van één en dezelfde geest:
- de 'Vader' vertegenwoordigt de toestand van de algeest op zichzelf;
- de 'heilige Geest' is de toestand waarin de algeest zich tot een 'heilige algeestvonk' heeft verdicht en in de gevormde toestand zich voordoet als een 'heilige' geestgedaante;
- terwijl de 'Zoon' de toestand is, waarin de heilige geest van God eenmalig in een stoffelijke levensvorm op aarde is geweest, geboren uit de maagd Maria, doordat de heilige geest zelf de kiem van die stoffelijke vorm in haar schiep. Van tevoren zei de heilige geest van God door de engel heen tegen Maria 'Jezus' te willen worden genoemd als hij als mens uit haar was geboren.

Het leerstuk van de Drie-eenheid schept verwarring doordat het twee zaken met elkaar vermengt, die niet te vermengen zijn: het geestelijke en het stoffelijke.
1. Het geestelijke, wat de kern is, is de geest in de ongevormde oertoestand als de eeuwige oneindigheid van de algeest, die 'de Vader' wordt genoemd. De goddelijke algeest kan zich overal waar dat nodig is in zichzelf verdichten tot een geest in de gevormde toestand: een bolvormige wolk van licht en warmte, die om zich heen een geestgedaante uitstraalt. Deze geest is de 'heilige geest', waarin de eigenschappen van de algeest rechtstreeks en volledig aanwezig zijn. Jezus zei: "De Vader is in mij en ik ben in de Vader." Deze twee geestestoestanden zijn eeuwig.
2. Het stoffelijke, het tijdelijke, is een gebeurtenis in de geschiedenis van de mensheid. Deze heilzame gebeurtenis is, dat Gods heilige geest één keer in een stoffelijke levensvorm op aarde is geweest, met het doel het evenwicht in de algeest te herstellen, die door menselijke zelfzucht was verstoord:
- de heilige geest die in Jezus bij ons is geweest, noemde zichzelf de Zoon van God als hij zich in zichzelf weer tot de toestand van de algeest richtte, bijvoorbeeld in gebed; dat was in feite een bezinning op zichzelf, een zelfbezonnen geestestoestand;
- en de heilige geest noemde zichzelf de Mensenzoon als hij zich tot zijn omstanders op aarde richtte. Maar degene die deze woorden gebruikte, duidde daarmee wel zichzelf aan als Gods heilige geest.

Wat niet wordt gezien is, dat Gods heilige geest dezelfde is als de Zoon van God en de Mensenzoon; het zijn de namen voor twee geestestoestanden, waarin de heilige geest kon verkeren.
Zowel in de toestand van de algeest beschikt de geest over alle vier de vermogens én in de toestand van de heilige geest beschikt de geest over alle vier vermogens; alléén de geestestoestand is anders.
De geestelijke vermogens van de algeest én de heilige geest verkeren alle in de meest ontwikkelde toestand: het waarnemen is de zin voor de schoonheid, het denken wordt gekenmerkt door wijsheid, het voelen door liefde en de wil door geduld en vastberadenheid.

Dat Jezus zichzelf zag als voortgekomen uit de algeest (de Vader) en daar weer naar terugkeerde, blijkt uit deze tekst uit Johannes 14:28: "Gij hebt gehoord, dat Ik tot u heb gezegd; Ik ga heen en kom tot u. Indien gij Mij liefhadt, zoudt gij u verblijd hebben, omdat Ik tot de Vader ga, want de Vader is meer dan Ik."
De heilige geest die in de mens Jezus bij ons was, is een verdichting uit de algeest (maar dan een volmaakte) die als (volmaakte) algeestvonk bij ons is geweest, maar ook weer naar de algeest terug kon gaan.

Wat in de godgeleerdheid het leerstuk van de 'Drie-eenheid' wordt genoemd, is van een andere orde dan wat is beschreven bij 'drievoudigheid' (zie aldaar).

Het schema van de geestelijke verhoudingen binnen de algeest

 
De 'godheid' ('al het goddelijke'): de eenheid van de goddelijke en de menselijke geest
1 de algeest: de ongevormde oertoestand die zich uitstrekt in de eeuwige oneindigheida vrouwe-lijkheid in de vorm van: de rust en haar donkere koelte
 
c vereniging door in elkaar op te gaan
→ getemperde lichtende warmte

door hun vereniging ontstaat ook de menselijke geest
in de 'ongevormde' toestand als bolvormige wolk:
b mannelijkheid in de vorm van: de beweging en zijn lichtende warmte
 
 de menselijke geest, als verdichte bol van licht en warmte uit en in de goddelijke algeest; in aanleg bezit die de geestelijke vermogens uit de algeest: het waarnemen, denken, voelen en willen (2) 
 
2 de geestgedaante: de gevormde toestanda vrouwe-lijkheid nu in de vorm van: God als moeder 
de werkzaamheid van de vermogens straalt om de geest uit en geeft aan de uitstraling de vorm van de geestgedaante: de menselijke, mannelijke of vrouwelijke gestalte
b mannelijkheid nu in de vorm van: God als vader
 de mens, nu als Gods godenkind, de nog onvolmaakte geest, die d.m.v. zijn vermogens aan zijn geestelijke ontwikkeling begint (3) 
 
3 de geestelijke begeleiding bij de ontwikkeling van de mensa God als moederc vereniging door weer in elkaar op te gaan

door hun vereniging ontstaat, overal waar dat nodig is, ook:

de volmaakte, heilige (want 'hele') geest:
de verenigde, goddelijke tweelinggeest: daarin zijn de geestgedaantes van het goddelijke ouderpaar, liefdevol in elkaar opgegaan
b God als vader
 de heilige geest begeleidt, samen met zijn/haar engelen, en met de broeders en zusters van de mens, de menselijke geest op de aarde - opdat die zélf de vermogens tot ontwikkeling brengt om zo goddelijk te kunnen worden en zich met Gods heilige geest te herenigen 
 doordat álle geesten (van mensen, dieren en planten) dezelfde verdichtingen zijn uit en in de algeest, vormen zij in wezen één gemeenschap van zelfstandige geesten 

Gods heilige geest is als begeleider één keer in de persoon van Jezus ook bij de mensheid op aarde geweest.

Voor mij komt dit schema in de plaats van het gekunstelde denkbeeld van 'De Drie-eenheid', dat zelfs theologen niet goed kunnen uitleggen.

terug naar de Inhoud

terug naar de woordenlijst

terug naar God als man en vrouw, Hildegard van Bingen

terug naar Teksten God en mens

terug naar de heilige geest







^