instelling



de geest die zichzelf met 'ik' aanduidt
en zijn in- en uitgekeerde instelling
De menselijke geest is in de geestelijke wereld zichtbaar als een bolvormige wolk van geestelijk licht en geestelijke warmte; daardoor heeft de geest een eigen, innerlijke ruimte en een buitenwereld. Met de eigenschappen van het licht en de warmte hangen de geestelijke vermogens samen: het waarnemen, denken, voelen en willen, waarmee de geest in zichzelf werkzaam is.
De instelling van de menselijke geest is de richting waarheen de geest de werkzaamheid van zijn geestelijke vermogens leidt: blijvend in de binnenwereld of naar de buitenwereld. De instellingswijze is een van de kenmerken van de menselijke persoonlijkheid.

De ingekeerde instelling
De werkzaamheid van de vermogens kan zijn ingesteld op de eigen binnenwereld, op het persoonlijke leven en op een kleine groep van personen met wie een persoonlijke band bestaat, wat de ingekeerde instelling is. Voor een persoon met deze instelling is de binnenwereld de werkelijke wereld.
Bij de ingekeerde instelling geven de eisen die het bestaan van de eigen persoon stelt de doorslag bij beslissingen. Door deze instelling kan de menselijke geest zichzelf als werk ter hand nemen door de vermogens bewust en beheerst te leren gebruiken, en zo zichzelf geestelijk ontwikkelen.
De ingekeerde instelling is de instelling van de vrouwelijke geest, waarbij het persoonlijke leven temidden van een kleine groep vertrouwden in het middelpunt staat.

De uitgekeerde instelling

Romeinse god Ianus
God van de deur: naar binnen/naar buiten
verleden/toekomst - begin/einde vrouwelijkheid/mannelijkheid
De werkzaamheid van de vermogens kan zijn ingesteld op de buitenwereld en de gemeenschap, wat de uitgekeerde instelling is. Voor een persoon met deze instelling is de buitenwereld de werkelijke wereld.
Bij de uitgekeerde instelling geven de eisen die het bestaan temidden van de gemeenschap stelt de doorslag. Door deze instelling kan de menselijke geest het gemeenschapsleven bevorderen en de gemeenschap verrijken.
De uitgekeerde instelling is de instelling van de mannelijke geest, waarbij de plaats in de gemeenschap de voorrang heeft.

Een belangrijk punt in de geestelijke ontwikkeling van de persoon, de menselijke geest, is het bewerken van een evenwicht tussen beide instellingen. In een evenwichtige persoonlijkheid is er niet alleen een evenwicht tussen denken en voelen, en tussen waarnemen en willen, maar evengoed tussen de in- en uitgekeerde instelling.

Doordat deze eigenschappen van de geest door de geestgedaante heen in het lichaam tot uitdrukking komen, zijn de vorm van het vrouwelijke en het mannelijke geslachtsorgaan de onmiddellijke weergave in de stof van de geestelijke, ingekeerde en de uitgekeerde instelling. Zij beelden deze geestelijke instelling zichtbaar uit in een stoffelijke vorm.
Dit lichamelijke feit laat onverlet dat er een vrouwelijke geest met een ingekeerde of met een uitgekeerde instelling in een vrouwelijk lichaam aanwezig kan zijn, en omgekeerd.

Zie ook: aantrekking en afstoting; middelpuntvliedend en middelpuntzoekend.

In de astrologie komt de betekenis van Saturnus overeen met de ingekeerde instelling en die van Jupiter met de uitgekeerde instelling.
In de I Tjing (I Ching) komt de betekenis van Ken (Gen) overeen met de ingekeerde instelling en de betekenis van Twéi (Dui) met de uitgekeerde instelling.
Ken betekent onder andere: 'innerlijk', 'inkeer', 'stilhouden', 'bij zichzelf blijven'.
Twéi betekent onder andere: 'samenkomst', 'bespreking', 'vrienden'.

Janus (bron: Wikipedia)
Janus (Latijn: Ianus) behoort tot de oudste van de Romeinse goden. Hij werd geassocieerd met de Etruskische godheid Culsans, die net als Janus de god van de doorgangen en het begin is en op eenzelfde wijze wordt afgebeeld; maar hij heeft geen Grieks equivalent. Janus heeft ook veel gemeen met een andere Etruskische godheid, genaamd Ani, de hemelgod, die mogelijk elementen heeft overgeleverd aan zijn Romeinse collega.
In de Romeinse mythologie was Janus de god van het begin en het einde, van het openen en het sluiten. De deur (ianua) droeg daarom zijn naam. Daarom draagt ook de maand 'januari' zijn naam en werd hij aangeroepen aan het begin van het zaai- en oogstseizoen, alsmede bij huwelijken en geboortes.
Op de eerste dag van januari vermeed men alles wat een kwade betekenis kon hebben voor de toekomst. Bovendien gaf men, om de vriendschappelijke verhouding te bevestigen, elkaar kleine geschenken. In de latere tijden van de republiek aanvaardden ook de consuls hun ambt op de eerste dag van januari.

Als god van poorten werd Janus ook gezien als de god die de hemelpoort opende of sloot. Bij alle offers en gebeden werd hij het eerst, zelfs vóór Jupiter, genoemd, omdat zonder hem de hemelpoort gesloten zou blijven voor gebeden.
Janus werd voornamelijk afgebeeld als een man met twee gezichten (Janus Bifrons) of als een tweeling (Janus Gemini). Zijn twee gezichten representeerden oorspronkelijk de zon en de maan [mannelijk en vrouwelijk].
Als god van vruchtbaarheid en leven noemde men hem Janus Consivius; als god die de dag begon, heette hij Janus Matutinus. De naam van Pater Janus ('vader Janus') was al in de alleroudste eredienst van Janus een zeer gebruikelijke naam. Men vereerde hem zelfs als Divus Deum, 'de god der goden'. Hij werd in Romeinse gebeden voor alle andere goden genoemd omdat hij twee hoofden had.

Volgens Plutarchus (46 - 120 n.Chr.) is het Janus geweest die de mens uit zijn onbeschaafde toestand heeft bevrijd. Daarom wordt hij met twee gezichten weergegeven, wat inhoudt dat hij het leven van de mens van de ene toestand in de andere heeft overgebracht.
Janus is daarmee de god van de omvorming


terug naar de woordenlijst






^