De verpersoonlijking van het woord 'zelf'


Een ander woord dat een met het woord 'ik' overeenkomende betekenis heeft, is het aanwijzende voornaamwoord 'zelf'. Taalkundig juist wordt het in de zin gebruikt om het onderwerp nadruk te geven. De zin: "Ik heb het zélf gedaan!" is een versterking van: "Ik heb het gedaan!" en betekent als het ware: "Ik, ík heb het gedaan!"
Op dezelfde wijze als met het woord 'ik' is gebeurd en ook door dezelfde oorzaak, is de menselijke geest in de begintoestand van zelfbewustwording ertoe overgegaan ook het woord 'zelf' als overdrachtsdrager te gebruiken. Ook met dit woord spreek je op afstandelijke wijze over jezelf als over 'het zelf' en 'het Zelf', het 'lagere zelf' en het 'hogere zelf', jeZelf en ook je(Zelf), enzovoort, enzovoort met dezelfde onderscheiding in taalvormen als bij 'ik'; ook een zoektocht naar een 'dieper Zelf' zou tot de mogelijkheden behoren.

Ook 'het zelf' is door de verpersoonlijking in gedachten een handelende zelfstandigheid geworden, die als zodanig in de literatuur wordt beschreven.
De taalkundige ongerijmdheid en willekeurigheid van de verzelfstandiging van het aanwijzende voornaamwoord 'zelf' wordt duidelijk door de overweging, dat evengoed het wederkerende voornaamwoord 'zich' zou kunnen worden gekozen. Ook dat verwijst immers evenals 'zelf' naar het handelende onderwerp in de zin. Bovendien hangt het woord 'zich' oorspronkelijk ook nog samen met het persoonlijke voornaamwoord 'zij'. De aanduiding 'het zich' of 'het Zich' heeft echter de verbeelding niet kunnen prikkelen en is nooit gebruikt. In tegenstelling tot 'das Es': 'het Het', dat als woord in deze vorm evenmin enige inhoud heeft doordat het in feite álles kan betekenen, maar toch enige tijd zelfs een wetenschappelijke status heeft gehad vanwege het aanvankelijke gezag van de bedenker van deze uitdrukking, Sigmund Freud.

De jungiaanse arts H.S.E. Burgers, arts en astroloog, is de schrijver van het leerzame boek 'Leonardo da Vinci's Psychologie der twaalf typen' (L.J. Veen, 1963, zie de literatuurlijst).
Hij maakt begrijpelijkerwijs gebruik van het jungiaanse jargon. Op blz. 63 schrijft hij:
"In de eerste fase [de maanfase in de ontwikkeling, de individuatie] vereenzelvigt het 'ik' zich nog met zijn omgeving. In de tweede fase [de zonfase] overziet en beheerst het ‘ik’ zijn omgeving, maar is zelf nog van het proces van zelfverwerkelijking uitgesloten, aangezien het veeleer zelf de gebruikte maatstaf is. In de derde fase [de sterfase] is het 'ik' tot zichzelf gekomen, is een Zelf geworden… een moeilijk en moeilijk te omschrijven proces."
M.a.w. wie tot zichzelf is gekomen, wie zichzelf is geworden... is een Zelf geworden.
De persoon (het individu), de menselijke geest maakt een geestelijke ontwikkeling door (Jungs individuatie), waarbij die geest eerst in een nog onvolkomen, nog niet geheel ontwikkelde toestand verkeert (de het 'ik' of het 'ego' wordt genoemd). Als die persoon, de menselijke geest erin is geslaagd zichzelf om te vormen, door alle vermogens bewust en beheerst te leren gebruiken, dan heeft die persoon zichzelf verwerkelijkt, die persoon is zichzelf geworden, is tot zichzelf gekomen.
I.p.v. deze eenvoudige, ongekunstelde en taalkundig juiste verwoording van de zelfverwerkelijking, wordt er nu op een gekunstelde wijze gezegd "dat die persoon, die 'ik' een 'Zelf' is geworden". Dit is onnodig en werkt het beeld in de hand van het bestaan van een meervoudige persoonlijkheidsstoornis.
Wat is de toegevoegde waarde van deze bedachte, kunstmatige uitdrukking? Die persoon is toch gewoon 'zichzelf geworden'?!

Opmerking. Doordat India een Britse kolonie was, zijn hindoeïstische en boeddhistische geschriften het eerst in het Engels vertaald (o.a. door de jurist(!) John Woodroff, alias Sir Arthur Avalon). Daardoor is het woord 'Atman' vertaald geworden met 'the self'; wat daarna door iedereen kritiekloos is overgenomen.
Het woord 'atman' hangt echter samen met het Sanskriet werkwoord 'an': ademen. 'Atman' is daarmee 'de ademende' en de kracht die de mens laat ademen, is de levenskracht, de geestkracht... de Atman is de menselijke geest.
In het Grieks en Latijn, net als het Sanskriet Indo-Europese talen, is 'adem': 'pneuma' en 'spiritus', woorden die - net als in het Sanskriet - zowel 'adem' als 'geest' als betekenis hebben.
In het Zweeds is 'geest': anda.


terug naar het overzicht






^