1  De menselijke geest en de geestelijke vermogens


"De kracht van de geest is het wezen van het leven."
Aristoteles, Griekse filosoof (384 - 322 v.Chr.)
1.1 De lichtende warmte uit de donkere koelte
Om te kunnen begrijpen wat je als geest bent, moet je van de oorsprong van jezelf als geest uitgaan. Door als geestelijke oefening de zelfbezinning te doen, kun je in de geestelijke wereld worden opgenomen. Die geestelijke wereld is een ijle wereld, die, onzichtbaar voor ons, deze stoffelijke wereld geheel doordringt en die er ook de grondslag van is. Die geestelijke wereld is je eeuwige tehuis en in die wereld kun je met je geestelijke oorsprong worden herenigd.

Tijdens de hereniging daarmee ervoer ik eerst een diepe rust als een 'aanwezigheid', die zich met mij verbond en mij liet delen in de vreugde van haar rust; een rust die zich aan mij voordeed als een aangename, donkere koelte. Daarna kwam er uit die rust een beweging voort als een 'aanwezigheid', die zich ook met mij verbond en mij liet delen in de vreugde van zijn beweging; deze beweging deed zich aan mij voor als een koesterende, lichtende warmte.
De God die heeft gezegd:
"Uit de duisternis zal licht schijnen,"
heeft in ons hart het licht doen schijnen […].
de 2e brief van Paulus aan de Korinthiërs 4:6
Nadat zij er als twee zelfstandigheden waren, doordrong de beweging en zijn lichtende warmte de rust en haar donkere koelte, die zich liet doordringen; zij werkten samen en verenigden zich opnieuw tot een eenheid, maar nu nam de lichtende warmte de donkere koelte geheel in zich op en vormde er een eenheid mee, waarbij zij elkaar temperden; de oorspronkelijke toestand van eenheid was daardoor omgekeerd.
De beweging en zijn lichtende warmte overstraalde nu het al, terwijl de rust en haar donkere koelte in liefde in hem was opgegaan... en ik keek nu in een zee van geestelijk licht en geestelijke warmte, die zich uitstrekte in de eeuwige oneindigheid: de toestand van de algeest.

Klik hier voor een bespreking van het gezegde: 'In de rust ligt de kracht.'
Klik hier voor een beschrijving van het lichtmolentje, dat door licht of warmte vanuit rust in beweging komt door het ontstaan van de tegendelen warmte en koude - een weergave van geestelijke eigenschappen in stoffelijke gebeurtenissen.

1.2 De verdichting van de menselijke geest uit en in de algeest
Tijdens hun vereniging ervoer ik dat ik als menselijke geest door hun verdichting als een bolvormige wolk van licht uit hun vereniging voortkwam, een lichtende wolk die daarna met liefde door warmte uit de algeest werd doorstroomd... en zo tot leven kwam; terwijl, zoals ook bij de algeest, de donkere koelte in die wolk van lichtende warmte verborgen is en er een eenheid mee vormt. Ik zag mijzelf als menselijke geest ten slotte als een brandpunt van licht en warmte uit en in een zee van datzelfde geestelijke licht en diezelfde geestelijke warmte.
Deze geestelijke ervaring had in mij een grote vreugde tot gevolg, die met niets in dit bestaan is te vergelijken.

Liefdevol word ik als geest door Gods geest gedacht,
liefdevol word ik doorstroomd, met Gods levenskracht.

Als de mensen vragen: "Waar komt u vandaan?" zeg dan: "Wij zijn uit het licht gekomen, daar, waar het licht uit zichzelf is ontstaan."
Als de mensen vragen: "Wat is het teken van uw Vader in u?" zeg dan: "Het is beweging en rust."
Evangelie van Thomas, Logion 50

Klik hier voor een beschrijving van 'wolk' en 'vuur' in de bijbelboeken Exodus en Numeri.

In deze stoffelijke wereld is van dit alles niets te zien en om daar toch een voorstelling van te kunnen maken, kan ik zeggen dat het beeld van de menselijke geest als dat brandpunt in die zee, overeenkomt met het beeld van een langzaam doorbrekende zon aan de hemel van een mistige dag.

1.3 Vormbaar en zelfvormend werkzaam
Tijdens de hereniging heb ik, zoals gezegd, mogen ervaren dat de menselijke geest zich in de geestelijke wereld voordoet als die bolvormige wolk van geestelijk licht en geestelijke warmte, waarin de donkere koelte tot een eenheid was opgegaan; met dat licht hangt het bewustzijn samen en met die warmte de geestkracht, waardoor de geest in wezen een bewuste kracht is; de geest is de levenskracht, die bewust is.
In je óórsprong doet die bewuste kracht zich voor als die alomtegenwoordige, oneindige zee van dat geestelijke licht en die geestelijke warmte, wat de eeuwige en oneindige algeest is; terwijl je jezelf als geest - als die bewuste kracht - ervaart als die bolvormige wolk van datzelfde licht en diezelfde warmte.
Tijdens de hereniging met de algeest ervaar je ook, dat zowel het geestelijke licht alsook de geestelijke warmte zich in twee, tegenovergestelde toestanden kunnen bevinden, namelijk: in de vrouwelijke, ontvankelijke toestand - die samenhangt met de donkere koelte - en in de mannelijke, doordringende toestand.
In de vrouwelijke, ontvankelijke toestand van de geest zijn het licht en de warmte van buitenaf vórmbaar; in de mannelijke, doordringende toestand, zijn het licht en de warmte van binnenuit zélfvormend werkzaam.
Die vormbaarheid bestaat hieruit, dat er zich in jezelf als die lichtende bol stromingen van licht voordoen. Daardoor kunnen er zich ook in jezelf als die bol verdichtingen en verdunningen van licht voordoen, waardoor bepaalde plaatsen in het licht helderder kunnen zijn dan andere. Daardoor kan er in het licht dat je bent een lichtbeeld worden gevormd; wat zowel van buitenaf als van binnenuit kan gebeuren.

1.4 Waarnemen, denken, voelen en willen
Met die vórmbare en zélfvormende eigenschappen van het licht en de warmte hangen je geestelijke vermogens samen: het vermogen om waar te nemen, te denken, te voelen en te willen.
Al waarnemend breng je jezelf als geest in een toestand dat je licht - in jezelf als die bolvormige wolk - van buitenaf vórmbaar is tot een innerlijk ervaringsbeeld;
al denkend breng je jezelf als geest in een toestand dat je je licht van binnenuit zélf vormt tot een denkbeeld;
al voelend breng je jezelf in een toestand dat je warmte van buitenaf vórmbaar is tot een gevoel;
en al willend breng je jezelf in een toestand dat je je warmte van binnenuit zélf vormt tot wilskracht.
Het waarnemen en voelen zijn de vrouwelijke, ontvankelijke vermogens van de geest, het denken en willen de mannelijke, zelfvormende vermogens; alle vier vermogens zijn voor het geestelijke evenwicht gelijkwaardig en onmisbaar.



1.5 Geestelijke lichtbeelden en warmtetoestanden
Waaraan zijn in het stoffelijke bestaan de vermogens te herkennen? Een kenmerkende eigenschap van je vermogens is die vorming.
Als je waarneemt, dan laat je, door te kijken en te luisteren, de gebeurtenissen een indruk op je maken. Daardoor wordt er in jezelf als geest een lichtbeeld, een ervaringsbeeld van gevormd, waardoor je je bewust wordt van je ervaringen. Doordat je de buitenwereld in jezelf opneemt, krijg je er weet van.
Als je denkt dan ben je in staat om zélfscheppend in jezelf lichtbeelden, wat dan denkbeelden zijn, te vormen.
Als je voelt dan laat je je ervaringen ook tot je geestelijke warmte toe. Daardoor wordt je warmtetoestand, wat dan je gemoedsgesteldheid is, door de aard van je ervaringen gevormd, zodat je met je medemensen kunt meevoelen, meeleven.
Als je wilt dan vorm je zélf in jezelf een zodanige warmtetoestand, wat dan een kráchttoestand is, dat je in staat bent om de gedachten en gevoelens, die je door te denken en te voelen in jezelf hebt gevormd, naar buiten toe te uiten en in een bepaald gedrag, in een uitspraak of handeling vorm te geven.

1.6 Bewustwording van eigen geestelijke werkzaamheid
Dit gebeuren: het waarnemen van de dingen, het overdenken en doorvoelen ervan en daarop aansluitend er iets mee willen doen, is de beheerste geestelijke werkzaamheid. Daarmee kun je je ervaringen bewust en beheerst verwerken, daardoor kun je komen tot aanvaarding van je ervaringen en je vervolgens zinvol aanpassen aan de voortdurend veranderende omstandigheden, die in de tijd als de stroom van dagelijkse gebeurtenissen op je toekomen.
De werkzaamheid van deze vermogens is het enige, waaraan je in deze stóffelijke wereld het gééstelijke onmiddellijk kunt herkennen; en waardoor je ook jezélf als géést kunt leren kennen, namelijk als die bewuste levenskracht die je zelf bent en die in zichzelf alle dingen waarneemt, ze overdenkt en doorvoelt en dan besluit er iets mee te willen doen.

"Ik weet het omdat ik het voel."
Jean-Jacques Rousseau, Franse filosoof en schrijver (1712-1778)


De Ouroboros (Grieks: de 'staart-eter')
volmaakte beweging en volmaakte rust,
als een rustig voortstromende rivier;
zinnebeeld van de zichzelf voortstuwende
levenskracht door de geestelijke vermogens
bron: S. Klossowski de Rola, Alchemie
Je wilshandeling is de uiting van een - door je denken en voelen gevormd - antwoord op een gebeurtenis, bijvoorbeeld een bepaald voorval of vraagstuk, dat je eerst hebt waargenomen. Door de verwerking ervan door overdenking en doorvoeling, en door de daarop volgende terugwerking op de gebeurtenis door je wilshandeling, wordt daar iets aan veranderd: je beïnvloedt, bewerkt de toestand in de omgeving.
Je innerlijke werkzaamheid met je vermogens hangt daardoor ook samen met de veranderingen die je door in te grijpen in de uiterlijke gebeurtenissen en omstandigheden hebt aangebracht. Door die verandering wordt vervolgens een nieuwe waarneming noodzakelijk om het gevolg van je handeling opnieuw met het denken en voelen te kunnen beoordelen. Zo ontstaat naast de kringloop van je innerlijke, geestelijke werkzaamheid een tweede kringloop in samenhang met de buitenwereld.

Door iedere wilsuiting in de vorm van een uitspraak of handeling, breng je een bepaalde verandering aan in de omgeving, die je weer wilt waarnemen. Je wilt steeds weer zien (waarnemen) en beoordelen (denken en voelen), wat je hebt gedaan (willen). Je wilt erbij blijven en wilt blijven waarnemen of je denken, voelen en willen zinvol zijn geweest en in overeenstemming met je eigen bedoelingen en met de eisen of noden van de omstandigheden in je omgeving.

Door deze wisselwerking 'leeft' je waarneming als het ware van je wilsuiting en omgekeerd, doordat je uitspraken en handelingen zelf ook weer veranderingen in de stroom der gebeurtenissen veroorzaken. Hoewel waarnemen en willen het begin en einde van de innerlijke verwerking zijn, zijn zij in de kringloop van je vermogens daardoor toch met elkaar verbonden en houden elkaar voortdurend werkzaam. Door de eigenschappen zelf van de vermogens vormen zij een kringloop waar geen einde aan komt... door hun eigenschappen vormen zij het eeuwige leven van de geest.
Het zijn deze vermogens, die op deze website voortdurend ter sprake zullen komen.

1.7 De persoonlijkheid
Deze vermogens zijn ook de eigenschappen van wat we de persoonlijkheid noemen, de persoonlijkheid als: het geheel van persoonlijke kenmerken van de persoon. Die persoon is de menselijke geest. Het enige wat je als geest kunt en waardoor je kunt worden gekenmerkt, is, dat je kunt waarnemen, denken, voelen en willen, op jezelf of op de ander gericht, ingekeerd of uitgekeerd. Je kunt de werkzaamheid van je vermogens namelijk naar buiten richten, naar de wereld om je heen of naar binnen, naar jezelf in je eigen binnenwereld.
De persoonlijkheid wordt daardoor bepaald door de kenmerkende wijze waarop je de gebeurtenissen waarneemt, ze in jezelf door te denken en te voelen verwerkt en je, als gevolg daarvan, op een bepaalde, kenmerkende, persoonlijke manier, naar buiten toe wilt gaan gedragen. In dat gedrag, in jouw persoonlijke wijze van doen, komt de mate van bewuste beheersing van de vermogens tot uitdrukking. De bewuste beheersing van je vermogens is daarmee een maatstaf voor de beoordeling van je persoonlijkheid.

1.8 Persoonlijkheidsvorming of zelfverwerkelijking
Het zijn bovendien deze vermogens, die een bepaalde ontwikkeling kunnen doormaken, die kunnen worden opgevoed. Door ze bewust en beheerst te leren gebruiken, worden ze omgevormd en wel van een toestand van onbewustheid en onbeheerstheid naar een toestand van bewustheid en beheerstheid, van driftmatigheid naar geestdrift, wat je persoonlijkheid kenmerkt. Uiteindelijk worden je vermogens ontwikkeld tot het geweten en de deugden. De evenwíchtige ontwikkeling van die vermógens is datgene, wat geestelijke ontwikkeling, zelfverwerkelijking of persoonlijkheidsvorming wordt genoemd.


naar deel 2: geest, ziel en lichaam






^