wat is de 'essentie': de geest of de ziel?


Het woord 'essentie' komt van het Latijnse 'essentia', dat samenhangt met het hulpwerkwoord 'esse': 'zijn'. Het tegenwoordig deelwoord van 'zijn' is: 'wezen', waardoor 'het wezen' de betekenis heeft: 'dat, wat is'. Het woord 'essentie' heeft daardoor als betekenis: 'dat, wat is', het 'wezenlijke' of de 'kern van de zaak'.
Als we ervan uitgaan dat Rudolf Steiner en Max Heindel gelijk hebben als ze zeggen dat onze voorouders in de tijd dat de Indo-Europese talen ontstonden - zo'n 10.000 jaar geleden rondom de Zwarte Zee - nog helderziende waren, dan moet de betekenis van de woorden 'geest' en 'ziel' overeenkomen met wat daarvan in de geestelijke wereld te zien is.

Het Gotisch is zo'n oude, Indo-Europese taal, die nog bekend is. Het woord 'geest' hangt samen met de Gotische woordstam 'ghei-' met de betekenis: aandrijvende kracht, dat wat in beweging zet; terwijl het woord 'ziel' samenhangt met het Gotische woord 'salida', met de betekenis: 'woonruimte'. Het woord 'zaal' bijvoorbeeld komt van dat 'salida'.
Ook is helderziende zichtbaar, dat als de geest als de aandrijvende kracht met zijn geestelijke vermogens in zichzelf werkzaam is, er een uitstraling om de geest heen wordt gevormd, een 'aura' (Latijn voor 'uitwaseming', 'glans'). Deze uitstraling of glans om de geest heen, is de ziel, want de geest 'woont' als het ware in zijn eigen uitstraling - zoals ook de zon, beeld van de geest, een uitstraling om zich heen heeft, die door de werkzaamheid van de zon wordt veroorzaakt.

De geest met zijn vermogens is daarom het 'wezenlijke', de 'kern van de zaak' of de 'essentie'.
De ziel, als de geestelijke uitstraling, is één van de eigenschappen van de geest: de ziel is het gevolg van de werkzaamheid van de vermogens. Hoe meer de geest in zichzelf als de bolvormige wolk daarmee werkzaam is, hoe groter die uitstraling er omheen wordt.
De ziel als uitstraling ontstaat, doordat de geest de voortbrengselen van die innerlijke werkzaamheid voor zichzelf wil bewaren. Ieder vermogen veroorzaakt daartoe een eigen uitstraling: in de uitstraling van het waarnemen wordt kennis bewaard, in die van het denken de gedachten (de gedachtenwereld), in die van het voelen gevoelens (de gevoelswereld) en in die van het willen de wilsbesluiten.

De verwarring over de begrippen 'geest' en 'ziel' hangt o.a. samen met een uitspraak gedaan op het 4e Concilie van Konstantinopel in het jaar 870, toen werd bepaald dat de mens een 'rationele en intellectuele ziel' heeft (Canon 11). Sindsdien worden de begrippen 'geest' en 'ziel' met elkaar verwisseld of aan elkaar gelijk gesteld, want het gééstelijke denkvermogen ('rationeel' en 'intellectueel') werd aan de zíel(!) toegeschreven.
Zie hiervoor ook het punt 2. geest, ziel en lichaam in het Menu van deze website.


terug naar de vragenlijst

terug naar het weblog







^