Nawoord


Corpus hermeticum: het ‘lichaam’ (geheel, samenvatting) van de hermetische filosofie
Toen de heer Gilles Quispel in 1985 voor de eerste keer de Bibliotheca Philosophica Hermetica te Amsterdam bezocht en wij in gesprek raakten met betrekking tot onze gemeenschappelijke belangstelling, de gnosis, werd daardoor op een spontane wijze de basis gelegd voor een zeer vruchtbare en inspirerende samenwerking tussen de heer Quispel en de door mij gestichte bibliotbeek, waarin de hermetisch-christelijke literatuur van Europa centraal staat.
De grote drijfveer voor professor Quispel, alom bekend door zijn wetenschappelijke werk vanaf 1945, de ontsluiting van de gnosis te zien in de context van de religieuze bewustwording in de westerse wereld, heeft geleid tot een aantal zeer belangwekkende en tot de verbeelding sprekende publicaties. Deze pioniersarbeid met betrekking tot de gnosis heeft in de afgelopen 35 jaar geleid tot een algemeen aanvaard begrip dat de gnostieke levensbeschouwing een levende en blijvende dynamische invloed heeft uitgeoefend op het spirituele denken in de westerse wereld. De directe samenwerking met professor Roel van den Broek op het gebied van de gnosis, heeft nu geleid tot een unieke formule, namelijk de gemeenschappelijke vertalingsarbeid van het Corpus Hermeticum.

Deze vertaling van de hermetische teksten van het Corpus Hermeticum vertegenwoordigt een grote spirituele kracht en daarom is de nu tot stand gekomen uitgave in de Nederlandse taal een nieuwe impuls in de geschiedenis van de gnosis. De commentaren die door de vertalers zijn geleverd, geven een direct inzicht met betrekking tot de achtergronden waaruit het Corpus Hermeticum is ontstaan. Als zodanig zijn er een aantal belangrijke vragen opgelost en komt door de zeer vakkundige behandeling van de tekst heel duidelijk naar voren, dat de verschillende cultuurvormen die zich in de voor-christelijke eeuwen ontwikkelden, zo omstreeks het begin van de jaartelling leidden tot een volkomen spirituele integratie met christelijke en na-christelijke wijsheidsstromingen als de christelijke gnosis.
Met de stichting van de stad Alexandrië in het jaar 332 voor Christus door Alexander de Grote, werd de basis gelegd voor een nieuwe wereldvisie waarin de Griekse, Egyptische, joodse, Perzische en de christelijke wijsheidsinzichten elkaar vonden in het stichten van een nieuwe wereldgodsdienst, de godsdienst van de gnosis die mede in de mysteriefiguur van Hermes Trismegistus naar voren komt in de oertekst van de hermetische filosofie, het Corpus Hermeticum. Als zodanig kunnen wij spreken over het lichaam van de hermetische filosofie als een levende en dynamische verbinding met betrekking tot het stellen van de vraag, hoe de relatie tussen God, de mens en de kosmos kan worden verklaard. (201)

Teruggrijpend op de vroegste mysterie-inzichten van Egypte waarin de godsdienst van Osiris, Isis en Horus centraal staat, bevinden wij ons in de tijd van de bouw van de eerste piramide te Sakkara door de bouwmeester Imhotep, later bekend als Asclepius. De grote tempel van Isis te Philae en de tempel van Horus te Edfu, gebouwd in de laatste eeuwen voor het begin van de christelijke jaartelling, leggen nog steeds getuigenis af van een grote bloeiperiode van cultuur en spirituele traditie. Deze ontwikkeling van mysterie-inzichten waarop wij terugblikken, nu 5000 jaar na de stichting van de Egyptische mysteriën in de stad Memphis, de priesterstad en plaats van de bibliotheek in Heliopolis, kan ook in directe relatie worden gebracht met de nieuwe impuls, die een kleine 3000 jaar later opnieuw tot volle wasdom kwam in Alexandrië.
In die stad ontstaat een nieuwe wereldvisie die binnen de gemeente van Hermes de mysteriefiguur Hermes Trismegistus schept, Hermes de Driemaal Grote als koning-priester en grote ingewijde. Wij kunnen dit in Alexandrië ontstane Corpus van hermetische geschriften daarom niet los zien van de grote spirituele traditie die de voor-christelijke, de christelijke en na-christelijke tijd heeft bepaald:
- de klassieke Egyptische zonnegodsdienst van de god Ra en het mysterie-inzicht van Osiris, Isis en Horus, waarin de boodschapper van Ra als Thoth, de profeet en god van de wijsheid, zijn verbindende functie vervult,
- vermengen zich met de zonneleer der Perzen en hun grote profeet Zoroaster en
- de wijsheid der Grieken, de zonnegod Apollo, de wijsgeren Pythagoras, Orfeus en Plato
- en de schepper der joodse religie Jehova en zijn profeet Mozes; zij stromen samen, vermengen zich en vernieuwen zich met
- het wonder van de gnosis, waarin de Christus als het licht der wereld getuigenis aflegt in de kracht van de uitspraak ‘de Vader en ik zijn één’.

Het axioma van Hermes Trismegistus, het ‘zo boven, zo beneden’ betekent een sleutelformule in een gnostieke levensleer, waarin de onverbrekelijke relatie tussen de God als schepper, de mens als microkosmos en de kosmos als het totaal geopenbaarde universum, bestaat. Daarom begint het Corpus Hermeticum, het geheel van de hermetische filosofie, met een scheppingsverhaal gevolgd door een serie dialogen waarin eerst Poimandres/Pimander zich richt tot Hermes Trismegistus en deze vervolgens Tat/Thoth en Asclepius onderwijst. Het is in die dialogen en verklaringen dat wij gaan waarnemen dat de taal van de gnosis inspirerend, verbindend, completerend en in diepste wezen tolerant te noemen is. Te meer omdat de goddelijke wereld en de wereld der mensheid, ja het leven dat zich openbaart in het gebied van de grote kosmos, onafscheidelijk zijn. De grote kloof die tussen die openbaringen gaapt is het gebrek aan kennis, de verbindende schakel die gnosis wordt genoemd. (202)
Die levende gnosis, die onuitputtelijke kennis is kracht; een wereld waarin idealiteit, de kracht van het hart, verbonden is met vitaliteit, de kracht van de kennis, die te samen, hart en hoofd, in innige verbondenheid de wereld van realiteit scheppen, in en door de kracht van de gnosis. Daarin geplaatst is het Corpus Hermeticum het wijsheidslichaam van de hermetische gnosis. Zo betekent het bestuderen van haar wijsheidsinzichten het deelkrijgen aan een scheppingsformule, ja een sleutel bezitten die toegang verschaft naar een nieuw krachtveld, het veld van terugkeer in de totaliteit van leven. Idealiteit, vitaliteit, realiteit, de driemaal grote kracht van Hermes Trismegistus.

Het is het deelkrijgen aan het levende testament van een onsterfelijk en onvergankelijk wijsheidsinzicht, een onuitputtelijke bron van kracht, het symbool van de goddelijke zonnekracht, in vele mysterie-inzichten van voor-christelijke, christelijke en na-christelijke wijsheidsscholen, genoemd als de ene God. In die relatie staat het Corpus Hermeticum centraal, ja is zij de verbindende schakel in iedere nieuwe ontwikkeling, die zich richt naar de eertijds in Alexandrië gevormde gemeente van Hermes. Het is die traditie die de Bibliotheca Philosophica Hermetica volgt, nastreeft en ondersteunt: de mysterie-inzichten van Hermes Trismegistus en de Christus, kortom de gnosis, centraal te stellen in al haar activiteiten.
Het is in onze bibliotheek dat wij de verklaring van de ononderbroken hermetisch gnostieke traditie in de westerse wereld, die de afgelopen tweeduizend jaar tot ontwikkeling is gekomen, terugvinden. Het is het hermetische christendom waarin de kracht van de gnosis centraal staat.
Het is de weg van kennis die tot zelfkennis, ja tenslotte tot gnosis leidt, een fundamentele kracht tot levensvernieuwing. Het is de toepassing van die levensvervulling die in het oude Egypte ‘het denken met het hart en het voelen met het hoofd’ werd genoemd.
Mogen wij tenslotte de verwachting uitspreken dat de in vele opzichten opmerkelijke samenwerking tussen de nestor van de gnostieke studie, Gilles Quispel, en zijn opvolger Roel van den Broek, een nieuwe impuls zal mogen betekenen in de geschiedenis van de gnosis.
Joost R. Ritman, Stichter Bibliotheca Philosophica Hermetica, Amsterdam (203)


terug naar de Inhoud






^