Jacob Slavenburg - De verloren godin
Uitgeverij London Books 2025
ISBN 9789493345928
De alleroudste culturele uitingen van religieuze aanbidding betrof het moederschap in de vorm van beeldjes van zwangere vrouwen. Er was sprake van de verering van de Grote Moeder en uit haar kwamen later de andere goden voort. Er zijn duizenden beeldjes van haar gevonden, die haar vrouwelijke vruchtbaarheid duidelijk uitbeelden in borsten, buik, billen en dijen [het vet in buik, billen en dijen dient als reservevoedsel voor borstvoeding].
Die vrouwelijke vruchtbaarheid had in oude culturen een vooraanstaande plaats [men begreep toen goed dat het voortbestaan van het pasgeboren kind van moedermelk afhankelijk was!].
Vruchtbaarheidsgodin
Een overgrote meerderheid van steentijdbeeldjes zijn vrouwenbeeldjes, een mannelijke godheid trad pas later op. Ze wordt vaak afgebeeld met de stier (vruchtbaarheid), leeuwen (macht), pas geboren kinderen (moederschap) en gewassen (korenaren).
Lange tijd was de rol van de man in de voortplanting niet bekend, alleen de vrouw bracht kinderen voort. Het verband tussen geslachtsgemeenschap en geboorte was niet altijd duidelijk. Lange tijd moet er daardoor een diep ontzag hebben bestaan ten aanzien van de vrouwelijke vruchtbaarheid, waardoor schijnbaar uit het niets nieuw leven ontstond! Pas als de man zich bewust wordt van zijn aandeel in de voortplanting, verandert het vruchtbaarheidssymbool.
Hathor
De Egyptische Hathor is de eerste moedergodin met een naam; zij is verwant aan Asjera en Astarte. Ze werd eerst afgebeeld als een koe met een kalfje, later als een vrouw met koeiehoorns met de zon daartussen. Ze bezit ook het ankh-kruis, het kruis van het leven (de levensboom). Daarnaast heeft ze een sistrum, dat is een ratel, die het geluid van de ‘wind door het riet’ weergeeft: een beeld van de ‘bewegende luchtstroom’, een beeld van geest, de ‘sechem’ of goddelijke kracht.
Tijdens haar uitgebreide vruchtbaarheidsfeest voer zij naar de tempel van Horus om zich daar met hem te verenigen in een ‘hieros gamos’, een heilige bruiloft.
Mannelijke goden
De meeste scheppingsmythes in de oudheid beginnen met een moedergodin die een zoon krijgt, die later haar echtgenoot wordt, waarna de heilige bruiloft plaatsvindt. Rond 3000 v.Chr. komen echter fallus-symbolen op, die langzamerhand de moedergodin gaan overheersen. Het kan zijn dat de rol van de man in de voortplanting duidelijker was geworden… geen man, geen kinderen. Daardoor verschoof de aanbidding van de moedergodin geleidelijk naar mannelijke goden, die haar gaan vervangen. Op dan duur verdween zij naar de achtergrond en nam haar zoon en echtgenoot, uit haar schoot voortgekomen [!], haar plaats in.
Godinnen bleven nog lang deel uitmaken van godenverzamelingen, maar de omslag kwam vanaf de 5e eeuw v.Chr. in Israel, waar door koning Josia JHWH als mannelijke god in het middelpunt werd geplaatst, wat de oorzaak was van een overeenkomstige plaats van God in het christendom en de Islam.
Asjera
Noordelijk van Kanaän lag aan zee het koninkrijk Ugarit. Asjera als vrouw van de god El komt daar veelvuldig voor. Op graven en op kruiken zijn zij samen te vinden, als bijvoorbeeld: “Jahweh en zijn Asjera.” In de tempel van Salomo werd zij 236 jaar vereerd, naast Jahweh.
Na de Babylonische Ballingschap wordt Asjera echter overal verwijderd, ook uit de Tenach, en voerde koning Josia in Israel het patriarchaat in. Toch verdween de vrouw van Jahweh niet uit de Tenach, maar leefde zij voort als de Wijsheid (Chokma in het Hebreeuws en Sophia in het Grieks). Wijsheidsgeschriften in de Tenach zijn Psalmen, Spreuken van Salomo, Prediker, Hoogllied, Wijsheid van Salomo en Wijsheid van Jezus ben Sirach. Daar treedt Wijsheid op als de liefdevolle, uitgaande werkzaamheid van God. Zoals ook Sjechina dat deed.
Philo van Alexandrië stelde, dat God de echtgenoot van Wijsheid is.
Alchemie
De alchemie is door de eeuwen heen een culturele onderstroom geweest, waarin het mannelijke en vrouwelijke gelijkwaardig waren. Hun levendige wisselwerking en vereniging laten de weg zien van geestelijke ontwikkeling en omvorming. Alchemisten hielden zich bezig met het ‘Opus Magnum’, of het Grote Werk. Het wordt de ‘heilige kunst’ genoemd: de geest zit gevangen in de stof en moet daaruit worden bevrijd. Het uiteindelijke doel is het vinden van de ‘lapis philosophorum’, de Steen der Wijzen (edelsteen), die tegelijkertijd het middel, de voortgang en de uitkomst is.
In de alchemistische symboliek verenigen de koning (de Zon) en de koningin (de Maan) zich en uit hen komt de Steen der Wijzen voort.
Boehme
In 1600 had de schoenmaker Jacob Boehme een visioen van een zo zuiver licht, dat hij zei dat hij in de wereld van God had geschouwd. Daarna volgden er nog meerdere. Alle dingen vielen voor hem op hun plaats. In een van zijn visioenen zag hij de Jungfrau, Gods Wijsheid. Voor Boehme was God Man en Vrouw. De mens was hiervan een spiegelbeeld, maar was door begeerte in de stof gevangen en verloor daardoor het goddelijke bewustzijn.
Zijn leerlingen waren Johann Gichtel en Gottfried Arnold. Zij beschrijven Sophia als de goddelijke wijsheid, die een hemelse zelfstandigheid is en bemiddelt tussen God en de mens. Zij leidt de mens naar een diepere wijsheid en hereniging met God door bevrijding en innerlijke omvorming.
Hagia Sophia
In de Oosters Orthodoxe Kerken is de verering van Sophia altijd blijven bestaan. De Heilige Wijsheid (Hagia Sophia) wordt daar vaak met Jezus verbonden, die er een wedergeboorte van is. In Istanbul (vroeger Konstantinopel) staat een kathedraal die aan haar is gewijd.
Graaf Nikolai Ludwich van Zinzendorf was de stichter van de Broederschap Hernnhutters. Zijn belangstelling ging uit naar de kabbala, de hermetische alchemie en Oosterse mystiek.
Swedenborg: De mens is geschapen om liefde en vandaar wijsheid te zijn
Een grote denker en wetenschapper was Emanuel Swedenborg. Zijn hemelreizen heeft hij vastgelegd in een groot aantal boeken. Immanuel Kant was er zeer van onder de indruk.
Swedenborg schreef: "De mens is geschapen om liefde en vandaar wijsheid te zijn... Door deze liefde kan alles wat tot de mens behoort tot liefde worden, want in het huwelijk is het beiden geoorloofd om ook het lichaam van harte lief te hebben en aldus de geest, en alles wat daarvan afstamt tot de vorm der liefde te ordenen, hetgeen op andere wijze niet mogelijk is. Het meest innerlijke en het meest uiterlijke maken daar één uit en brengen die vorm voort; en die vorm is de vorm des Hemels."
Man en vrouw
In zijn boek over de ‘echtelijke liefde’ onthult Swedenborg dat man en vrouw geschapen zijn om in het lichaam de vorm uit te drukken van de verbinding tussen het Goede en het Ware. De man is geschapen om het verstand van het ware in de aardse vorm te zijn, de vrouw belichaamt de wil van het goede. De man vertegenwoordigt daarbij het aspect van de wijsheid van de liefde, de vrouw van de liefde van de wijsheid.
Swedenborg vermeldt dat als zo’n huwelijk ophoudt door de dood van een der partners, de echtelieden in het hiernamaals weer zullen worden verenigd. Mocht de staat van echtelijke liefde echter in een eerste huwelijk niet zijn bereikt, dan is er, volgens de visionair, niets tegen op een tweede huwelijk.
In het boek over zijn ervaringen in de hemel, ‘Hemel en Hel’, schrijft Swedenborg: "In de hemel zijn geestelijke bruiloften, welke niet bruiloften moeten worden genoemd, maar verbindingen der gemoederen vanuit het huwelijk van het goede en het ware; op aarde echter zijn bruiloften, omdat zij niet alleen des geestes, maar ook des vlezes zijn."
terug naar het overzicht
terug naar God als man en vrouw
terug naar het weblog
^