Een vierheid bij de Azteken


De Codex Fejérváry-Mayer is een Azteekse boekverzameling uit centraal Mexico. Het is een van de zeldzame pre-Spaanse manuscripten, die de Spaanse verovering van Mexico hebben overleefd. De codex beeldt specifieke aspecten uit van de 'tonalpohualli', de Meso-amerikaanse 'auguurcyclus' van 260 dagen.
Het beschilderde manuscript verdeelt de wereld in vijf delen. T-vormige bomen geven de windrichtingen aan: oost bovenaan, west onderaan, noord links en zuid rechts.

AI-overzicht
Een Azteekse auguurcyclus, beter bekend als de tonalpohualli (dagtelling), is een heilig ritueel kalendersysteem van 260 dagen dat door de Azteken en andere Meso-Amerikaanse volkeren werd gebruikt voor waarzeggerij, rituelen en het bepalen van het lot. In tegenstelling tot de 365-daagse zonnekalender (xiuhpohualli), was de tonalpohualli gericht op religieuze en astrologische aspecten, waarbij elke dag werd geassocieerd met specifieke goden, gunstige of ongunstige voortekenen (auguren) en kosmische energieën.

Kernkenmerken van de tonalpohualli (260-dagen cyclus)
Structuur: de cyclus bestaat uit een combinatie van 20 dagtekens (afbeeldingen zoals Krokodil, Wind, Huis, Slang) en de getallen 1 tot 13.
Combinaties: 20 maal 13 geeft in totaal 260 unieke dagen, die elk hun eigen betekenis hebben.
Doel: priesters gebruikten deze kalender om de toekomst te voorspellen, de geboortedatum van een kind te beoordelen en te bepalen of acties (zoals oorlogsvoering of huwelijken) succesvol zouden zijn.
Goden: elke dag en elke periode werd beheerst door specifieke godheden, wat de nauwe verbinding tussen tijd en religie benadrukte.
Samenhang met de 52-jarige cyclus: de 260-daagse tonalpohualli liep tegelijkertijd met de 365-daagse xiuhpohualli. Deze twee cycli grepen als tandwielen in elkaar en kwamen pas na 52 jaar (18.980 dagen) weer in dezelfde combinatie samen. Deze periode van 52 jaar werd gezien als een volledige ‘eeuw’ of ‘kalenderronde’.
Wereldbeeld: de tonalpohualli was niet alleen een instrument voor waarzeggerij, maar ook een essentieel onderdeel van het wereldbeeld van de Azteken, waarin tijd niet abstract was, maar een levende, goddelijke kracht die het lot van mens en kosmos bepaalde.
------------------------------
De grondslag van de afbeelding toont een gelijkbenig kruis, met in hun hoeken kleinere uitsteeksels, zoals ook bekend van het zonnewiel.
De hoofdgodheid bevindt zich in een vierkant in het midden, waar vier stralen van uitgaan.
In de benen van het kruis bevinden zich T-vormige levensbomen, wat is te zien aan de drie bloemen, die - ook ook bij de Azteken - aan het einde van elk been aanwezig zijn.
De T-vorm komt overeen met de T van de godheid Tammuz. Op iedere T bevindt zich een vogel, wat ook bij de Azteken duidt op een geestelijke betekenis, denk aan de godheid Quetzalcoatl (de gevederde waterslang).

In het been dat naar het Oosten wijst, in de richting van de opkomende zon, bevindt zich onderaan een achtstralige zon, met net als in het Midden-Oosten vier stralen voor het licht en vier voor de warmte. De overeenkomsten laten zien, dat de achstralige zon en de levensboom archetypen zijn, oerbeelden, die de hele mensheid bezit. Het feit dat het Midden-Oosten en Midden-Amerika, ondanks hun afgescheidenheid door de oceaan, toch dezelfde zinnebeelden ontwikkelden, wijst daarop. (Of en zou zo moeten zijn dat zowel de Soemeriërs als de Azteken afstammelingen zijn van Atlantische volkeren, die hun wegzinkende eilandenrijk ontvluchtten. Zie hiervoor de geestelijke 'geschiedenis der mensheid' in het Menu)

Ze zijn anders uitgevoerd, maar in wezen komen deze zinnebeelden van een stralende zon, met elkaar overeen (de onderste uit de loden boekjes uit Jordanië).


terug naar het overzicht






^