Hoe is de betekenisontwikkeling van 'geest' en 'ziel' geweest in het Zuid Afrikaans?
Antwoord van ChatGPT+: De ontwikkeling van gees (‘geest’) en siel (‘ziel’) in het Afrikaans is bijzonder interessant, omdat het Afrikaans beide woorden uit het 17e-eeuwse Nederlands heeft geërfd, maar sommige oudere betekenissen duidelijk heeft behouden. Bovendien hebben Bijbelvertaling en het langdurige contact met het Engels de betekenisverdeling beïnvloed. Het 'Etimologiewoordeboek van Afrikaans' (EWA) is juist opgezet om te onderzoeken wat er sinds 1652 met de Nederlandse woordenschat in Zuid-Afrika is gebeurd.
1. De Nederlandse erfenis
De hoofdlijn voor ‘gees’ is:
Proto-Germaans → Oud-/Middelnederlands → 17e-eeuws Nederlands → Kaaps-Nederlands → Afrikaans
Voor 'gees' kunnen we ongeveer reconstrueren:
Proto-Germaans 'gaistaz → Oudnederlands gēst → Middelnederlands gheest/geest → Nederlands geest → Afrikaans gees.
Afrikaans 'gees' is dus rechtstreeks afkomstig van Nederlands 'geest'. De oudere Germaanse betekenis heeft vermoedelijk betrekking gehad op iets als een bovennatuurlijk wezen, geestverschijning of een niet-lichamelijke levenskracht. De precieze verdere Indo-Europese etymologie is onzeker; daarom zou ik voorzichtig zijn met de soms gegeven afleiding uit een wortel die ‘opgewonden, bewogen zijn’ zou hebben betekend.
Voor 'siel' is de afstamming duidelijker:
Proto-Germaans 'saiwalō → Oudnederlands sēla → Middelnederlands siele → Nederlands ziel → Afrikaans siel.
Daarmee behoren 'gees' en 'siel' tot de oudste Germaanse bestanddelen van het Afrikaans. Het zijn dus geen woorden die pas door christelijke missionering in Zuid-Afrika zijn ontstaan.
2. Maar oorspronkelijk waren ‘geest’ en ‘ziel’ geen synoniemen
Dit is voor uw eerdere vragen over 'geest-ziel-lichaam' belangrijk.
In de oudere Germaanse talen lijken 'gaistaz en 'saiwalō' verschillende begrippen te hebben aangeduid. Heel vereenvoudigd:
| begrip | oorspronkelijke betekenisrichting | later |
|---|---|---|
| 'geest/gees' | geestelijk wezen, verschijning, levend/geestelijk beginsel | geest, verstand, gezindheid, spirit |
| 'ziel/siel' | geestelijk wezen, verschijning, levend/geestelijk beginsel | ziel, innerlijk zelf, soul |
| 'lichaam/liggaam' | lichamelijke gestalte | lichaam, body |
Het christendom heeft deze Germaanse begrippen vervolgens moeten gebruiken voor begrippen uit het Hebreeuws, Grieks en Latijn. Daardoor werden hun betekenissen aanzienlijk uitgebreid.
Dat gebeurde al vele eeuwen vóór het ontstaan van het Afrikaans.
3. Het grote probleem: 'pneuma' en 'psychē'
Met de kerstening moesten Germaanse talen equivalenten vinden voor onder andere:
Grieks πνεῦμα ('pneuma') = adem, wind, geest
Grieks ψυχή ('psychē') = leven, levenswezen, ziel
en voor de daarmee overeenkomende Latijnse woorden:
spiritus = adem/geest
anima = levensbeginsel/ziel.
Daaruit ontstond in het Nederlands uiteindelijk grofweg:
pneuma → geest
psychē → ziel
en die tegenstelling werd door het Afrikaans geërfd:
pneuma → gees
psychē → siel.
Maar deze overeenkomst is nooit volkomen geweest. 'Psychē' kan in het Nieuwe Testament bijvoorbeeld eenvoudig leven of persoon betekenen, terwijl 'pneuma' behalve ‘geest’ ook ‘adem’, een geestelijk wezen of Gods Geest kan betekenen.
Daarom overlappen 'gees' en 'siel' in religieus Afrikaans nog steeds. Ook hedendaagse Afrikaanstalige theologen wijzen erop dat de woorden dikwijls uitwisselbaar worden gebruikt wanneer men in algemene zin over de immateriële kant van de mens spreekt.
4. De komst van de woorden in Zuid-Afrika
Toen Nederlandstalige kolonisten vanaf 1652 aan de Kaap aankwamen, namen zij dus al een behoorlijk ontwikkelde christelijk-Nederlandse woordenschat mee.
Zij brachten woorden mee als: God - gees - siel - liggaam - lewe - dood - hemel - hel - sonde - genade.
Het latere Afrikaans hoefde dus geen nieuwe woorden voor 'spirit' en 'soul' te vormen. Het erfde geest en ziel, die fonologisch veranderden in gees en siel.
Daarbij is wel iets interessants gebeurd: terwijl de uitspraak en spelling sterk veranderden, bleef de oude conceptuele tegenstelling opmerkelijk goed bewaard.
'Nederlands geest : ziel' werd: Afrikaans gees : siel.
5. 'Gees' kreeg een zeer breed betekenisveld
In modern Afrikaans is gees veel ruimer dan alleen ‘onsterfelijke menselijke geest’.
Het kan onder andere betekenen:
1. het geestelijke beginsel van de mens - die gees van die mens
2. denkvermogen/geestelijk vermogen; vergelijk Nederlands: een grote geest
3. gezindheid of mentaliteit - ’n gees van samewerking; is een geest van samenwerking.
4. de strekking of bedoeling van iets - die gees van die wet; precies als Nederlands 'de geest van de wet'.
5. een bovennatuurlijk wezen - ’n bose gees; is een boze geest.
6. een verschijning/spook. Hier komt 'gees' dicht bij Engels ghost. Dat is etymologisch niet toevallig: Nederlands 'geest', Afrikaans 'gees', Duits 'Geist' en Engels 'ghost' behoren tot dezelfde Germaanse woordfamilie.
7. Gods Geest - die Heilige Gees: is de Heilige Geest.
Een Afrikaanse woordenboekbron geeft dan ook betekenissen uiteenlopend van het levengevende/geestelijke beginsel en het denkvermogen tot spook, gezindheid en bedoeling. Dat maakt 'gees' semantisch veel ruimer dan 'siel'.
6. 'Siel' werd sterker persóónsgebonden
Siel ontwikkelde zich veel sterker in de richting van het individuele innerlijke wezen van een mens.
Dat zien we bijvoorbeeld in:
die menslike siel - de menselijke ziel
die siel van die mens - de ziel van de mens
sy hele siel daarin sit - zijn hele ziel erin leggen
sielsgenoot - zielsverwant
sielerus - zielenrust.
De gewone hedendaagse kernbetekenis is dan ook het onstoffelijke/geestelijke wezen van de mens, vooral in religieuze en filosofische context.
Daarmee is 'siel' semantisch persóónlijker dan 'gees'.
Men kan namelijk spreken van: die gees van ’n tydperk
maar veel minder natuurlijk van: 'die siel van ’n tydperk.'
'Gees' kan zich dus van de individuele persoon losmaken en een houding, mentaliteit, intellectueel beginsel of geestelijke sfeer aanduiden.
'Siel' blijft veel sterker verbonden met een levend individu.
7. Een interessant verschil met het moderne Nederlands
Hier wordt de vergelijking bijzonder interessant. In het hedendaagse Nederlands heeft geest een sterke intellectuele betekenis gekregen:
- de menselijke geest
- een scherpe geest
- geesteswetenschappen
- geestelijke vermogens.
Ziel klinkt daarentegen tegenwoordig sneller religieus, filosofisch, poëtisch of psychologisch:
- lichaam en ziel
- een gekwelde ziel
- de onsterfelijke ziel.
In het Afrikaans bestaat die tegenstelling eveneens, maar gees heeft zijn religieuze betekenis bijzonder krachtig behouden. Een Afrikaanstalige spreker kan zonder moeite zeggen:
- God is Gees.
- die Heilige Gees
- die gees van die mens
- ’n bose gees
- ’n gees van liefde
- die gees van die wet.
Hetzelfde woord beweegt dus gemakkelijk van het goddelijke via het menselijke naar het psychologische en abstracte.
8. Invloed van het Engels
Vanaf vooral de 19e eeuw kwam het Afrikaans langdurig en intensief in contact met het Engels. Daardoor ontstond een tweede betekenisdriehoek:
Afrikaans - Nederlands - Engels
'gees - geest - spirit/mind/ghost'
'siel - ziel - soul.'
Dat is belangrijk, omdat het Engels voor verschillende betekenissen van Nederlands 'geest' verschillende woorden gebruikt.
Nederlands: geest
kan in het Engels worden: spirit - mind - ghost.
Afrikaans 'gees' heeft juist, evenals Nederlands 'geest' en Duits 'Geist', verschillende van die betekenissen in één woord behouden. Een moderne vertaalbron geeft voor Afrikaans 'gees' dan ook Nederlands 'geest', 'verstand' en in bepaalde contexten een bovennatuurlijk wezen.
Dat levert een opvallend schema op:
| Nederlands | Afrikaans | Engels |
|---|---|---|
| geest | gees | spirit |
| geest | gees | mind |
| geest/spook | gees | ghost |
| Heilige Geest | Heilige Gees | Holy Spirit |
| ziel | siel | soul |
In dat opzicht is Afrikaans structureel veel dichter bij het Nederlands en Duits gebleven dan bij het Engels.
9. Hebben Khoi- en Afrikaanse talen de betekenis veranderd?
Hier moeten we voorzichtig zijn. Het Afrikaans is natuurlijk niet eenvoudigweg ‘Nederlands in Afrika’. Het ontstond in een meertalige omgeving waarin Nederlands/Kaaps-Nederlands in contact stond met onder andere Khoekhoegowab-talen, Maleis/Portugees-Maleise contacttalen en later verschillende Bantoetalen en Engels.
Dat contact heeft het Afrikaans diepgaand beïnvloed. Maar voor gees en siel is het veel moeilijker om een concrete betekenisverschuiving rechtstreeks aan Khoi- of Bantoetalen toe te schrijven. De woorden zelf zijn duidelijk Nederlands-Germaans. Bovendien was de tegenstelling tussen geest en ziel al aanwezig voordat Nederlands aan de Kaap terechtkwam.
We moeten dus niet redeneren:
- Afrikaans 'gees/siel' is Nederlands woorden plus Afrikaanse religieuze betekenissen.
Historisch ligt het eerder zo:
- Germaanse woorden → christelijke betekenisontwikkeling in Europa → 17e-eeuws Nederlands → Kaaps-Nederlands → Afrikaans, waarna Zuid-Afrikaans taalcontact en religieuze ontwikkelingen verder alleen nuances hebben toegevoegd.
10. De Afrikaanse Bijbel was bijzonder belangrijk
Een beslissend moment was de ontwikkeling van Afrikaans tot kerk- en Bijbeltaal. Al tijdens de Eerste Afrikaanse Taalbeweging werd uitdrukkelijk gepleit voor Afrikaans als kerktaal en voor een Afrikaanse Bijbelvertaling. Een verslag van het Afrikaanse Taalcongres van 1896 vermeldt expliciet het streven dat Afrikaans kerktaal zou worden en dat men met een Bijbelvertaling verder moest gaan.
Daarmee moesten de oude theologische onderscheidingen definitief in Afrikaans worden vastgelegd:
God - Gees - Heilige Gees - siel - liggaam - vlees - lewe - dood.
Dat heeft 'gees' en 'siel' een sterke religieuze stabiliteit gegeven.
11. Het opmerkelijkste verschil tussen 'gees' en 'siel'
Wanneer we alle betekenissen terugbrengen tot hun semantische kern, zou ik het onderscheid zo formuleren:
- gees legt de nadruk op het geestelijke beginsel en zijn werkzaamheid [geestelijke vermogens];
- siel legt de nadruk op het innerlijke, individuele levende wezen.
Dat is geen absolute woordenboekregel. De gebieden overlappen. Maar als historische betekenisstructuur is het zeer bruikbaar.
We krijgen dan:
GEES
→ geestelijk beginsel
→ denken [vermogen]
→ gezindheid
→ inspiratie
→ bedoeling [doelgerichtheid: willen. vermogen]
→ geestelijk wezen
→ Goddelijke Geest
tegenover:
SIEL
→ leven
→ individuele persoon
→ innerlijk [geheugen]
→ gevoelsleven
→ persoonlijke identiteit
→ voortlevend/onstoffelijk wezen.
12. Een opmerkelijke aansluiting bij uw eerdere onderzoek
Dit wordt nog interessanter wanneer we het naast de door ons eerder besproken ontwikkeling van geest - ziel - lichaam in de Germaanse talen leggen.
Er lijkt namelijk over ongeveer anderhalf millennium een zekere semantische continuïteit te bestaan:
'gaistaz → geest → gees is het actieve/geestelijke, niet-lichamelijke beginsel
'saiwalō → ziel → siel is het individuele levens- en persoonsbeginsel
lichaam → liggaam is de stoffelijke menselijke gestalte.
Maar daar moeten we onmiddellijk een belangrijke wetenschappelijke waarschuwing bij plaatsen: uit woordbetekenissen alleen kunnen we geen volledige Germaanse antropologie reconstrueren. Dat 'geest' en 'ziel' twee verschillende woorden waren, bewijst nog niet dat oude Germanen een systematische driedeling geest-ziel-lichaam hanteerden zoals die later in filosofie en theologie voorkomt.
Dat onderscheid is essentieel.
Van Proto-Germaans tot Afrikaans
De ontwikkeling kan ten slotte als één lange lijn worden weergegeven:
Proto-Germaans: '*gaistaz' - ‘*saiwalō' ↓
Oudnederlands: 'gēst' - ‘sēla' ↓
Middelnederlands: 'gheest/geest' - ‘siele' ↓
17e-eeuws Nederlands: 'geest' - ‘ziel' ↓
Kaaps-Nederlands, vanaf 1652 ↓
vroeg Afrikaans ↓
modern Afrikaans gees - siel ↓
waarbij tegenwoordig ongeveer de tegenstelling bestaat:
gees = spirit/mind/geestelijk beginsel/werkzaamheid/gezindheid
siel = soul/individueel innerlijk levens- en persoonsbeginsel.
Dat is eigenlijk opmerkelijk: Afrikaans heeft niet alleen twee zeer oude Nederlandse woorden bewaard, maar ook een oud semantisch onderscheid dat terugreikt tot vóór het Nederlands zelf. De christelijke traditie heeft dat onderscheid vervolgens verbonden met 'pneuma-psychē' en 'spiritus-anima', waardoor de huidige betekenissen van 'gees' en 'siel' zijn ontstaan.
Een bijzonder interessante volgende stap is om Afrikaans 'gees-siel-liggaam' naast Zoeloe, Xhosa en Khoekhoegowab te zetten. Dan kunnen we onderzoeken of de oorspronkelijke Zuid-Afrikaanse talen eveneens afzonderlijke begrippen voor levensadem, geest, ziel en lichaam hadden. Dat zou een mooie vergelijking opleveren met onze eerdere reconstructie van het Proto-Indo-Europees.
Vraag 2 Graag een vergelijking van Afrikaans 'gees-siel-liggaam' en de Zoeloe, Xhosa en Khoekhoegowab talen!
Antwoord: Wanneer we Afrikaans gees-siel-liggaam naast isiZulu, isiXhosa en Khoekhoegowab zetten, verschijnt een interessant patroon. Vooral de koppeling adem → leven → ziel/geest is in de Afrikaanse talen veel zichtbaarder dan in het huidige Nederlands en Afrikaans.
Een waarschuwing vooraf: 'geest', 'ziel' en 'lichaam' zijn Europese categorieën. We mogen niet aannemen dat iedere taal de mens precies volgens deze driedeling conceptualiseert. Onderzoek naar Zoeloe-opvattingen waarschuwt daar uitdrukkelijk voor: het westerse onderscheid tussen 'soul' en 'spirit' kan niet eenvoudig op umphefumulo en umoya worden geprojecteerd.
1. De vier talen naast elkaar
Als eerste benadering:
| begrip | Afrikaans | isiZulu | isiXhosa | Khoekhoegowab |
|---|---|---|---|---|
| lichaam | liggaam | umzimba | umzimba | eigen lichaams-woorden |
| adem | asem | umphefumulo/ ukuphefumula | umphefumlo/ ukuphefumla | lom |
| wind/lucht | wind/lug | umoya | umoya | verschillende windtermen |
| levenskracht | geen afzonderlijk equivalent | umoya/ umphefumulo | umoya/ umphefumlo | lom, nauw met le-ven verbonden |
| ziel | siel | umphefumulo | umphefumlo | lom kan ‘adem/ziel’ betekenen |
| geest | gees | umoya | umoya | geen eenvoudige tegenhanger |
| persoonlijkheid | ‘schaduw’ | isithunzi | verwante begrippen | niet gelijk te stellen |
De belangwekkendste vaststelling is dus meteen:
Afrikaans
asem ≠ gees ≠ siel
maar in de andere talen vinden we oude semantische verbindingen zoals:
isiXhosa
ukuphefumla = ademen
umphefumlo = adem → ziel/geest
en in Khoekhoegowab:
ǀom = adem én ziel.
Voor dat laatste bestaat bijzonder goede antropologische documentatie: Nama-sprekers legden aan onderzoeker Chris Low uit dat men bij het in- en uitademen ǀom, ‘ziel’, in- en uitademt.
Dat brengt ons heel dicht bij de oudste betekeniswereld van woorden als Grieks 'pneuma', Hebreeuws 'rūaḥ' en Latijn 'spiritus'.
2. IsiZulu: 'umzimba - umphefumulo - umoya - isithunzi'
De Zoeloe-antropologie is ingewikkelder dan een eenvoudige driedeling lichaam-ziel-geest.
Umzimba - lichaam
Umzimba is het concrete lichamelijke bestaan. Het kan eenvoudig het fysieke lichaam en de lichamelijke verschijning van iemand aanduiden. In traditionele beschrijvingen staat 'umzimba' tegenover datgene wat het lichaam levend maakt.
Het komt dus redelijk goed overeen met Afrikaans:
liggaam = umzimba.
Maar daarna wordt de vergelijking moeilijker.
Umphefumulo - adem en levensbeginsel
Het woord umphefumulo hangt samen met ‘ademen’.
Oudere antropologische beschrijvingen maken zelfs een interessant onderscheid tussen traditioneel en christelijk taalgebruik. Traditionele Zoeloes omschreven 'umphefumulo' vooral als de adem van mens en dier; christelijk geschoolde sprekers voegden daar de betekenis ‘ziel’ aan toe.
Dat is buitengewoon belangrijk. De semantische ontwikkeling kan ongeveer worden voorgesteld als:
ademen → adem → leven → levensbeginsel → ziel.
Daarmee lijkt 'umphefumulo' eerder op een levensziel dan op een abstracte onstoffelijke ziel in de platonisch-christelijke betekenis.
3. Umoya: wind, lucht, adem, geest
Nog interessanter is umoya. De oorspronkelijke betekenis ligt rond:
lucht - wind - adem - levenskracht.
Door christelijk taalgebruik werd 'umoya' vervolgens sterk verbonden met spirit/geest. Daarom is:
uMoya oNgcwele = de Heilige Geest.
Onderzoek naar de traditionele Zoeloe-concepten benadrukt echter dat 'umoya' oorspronkelijk lucht/wind betekent en dat christelijke zendelingen het woord sterk hebben bevorderd als vertaling van Bijbels ‘geest’.
We krijgen dus een ontwikkeling:
wind/lucht
↓
adem
↓
levenskracht
↓
geest
↓
christelijk: Geest/Heilige Geest
Dat is bijna precies de semantische ontwikkeling die we bij het Hebreeuwse rūaḥ en Griekse pneuma aantreffen. Daarmee wordt iets heel bijzonders zichtbaar:
> Het Zoeloe hoefde de metafoor ‘adem/wind → geest’ niet uit het Europese christendom over te nemen; de eigen woordenschat bezat al een sterke verbinding tussen wind, adem en levenskracht. De christelijke vertalers konden daarop aansluiten.
4. Maar er is nóg een component: 'isithunzi'
Hier gaat een vergelijking met geest-ziel-lichaam werkelijk tekortschieten.
In traditionele Zoeloe-beschrijvingen komt namelijk ook isithunzi voor. Letterlijk hangt dit begrip samen met schaduw, maar antropologisch kan het betrekking hebben op iemands:
persoonlijkheid, karakterkracht, waardigheid, prestige of persoonlijke aanwezigheid.
Een onderzoek vat 'isithunzi' samen als de typische persoonlijkheid of karakterkracht van iemand, als de persoon als ‘ik’. Dat is buitengewoon interessant voor de vraag wat er na de dood van een mens overblijft. Traditionele modellen onderscheiden ongeveer:
umzimba
→ lichamelijke mens
umoya / umphefumulo
→ adem, levenskracht, levensbeginsel
isithunzi
→ schaduw, persoonlijkheid, persoonlijke identiteit.
Na de dood kan dit worden verbonden met:
idlozi → vooroudergeest.
We moeten dat model niet te strak systematiseren; bronnen en sprekers verschillen. Maar het belangrijke punt blijft dat de persoonlijke identiteit niet noodzakelijk volledig in hetzelfde begrip zit als de levensadem. Dat verschilt van het Europese begrip ziel, waarin levensbeginsel, persoonlijkheid en voortbestaan vaak in één begrip zijn samengebracht.
5. IsiXhosa vertoont een vergelijkbaar patroon
Dat is niet verrassend: isiXhosa en isiZulu behoren beide tot de Nguni-talen en zijn nauw verwant.
Ook in isiXhosa vinden we:
umzimba = lichaam
umoya = lucht/wind/geest
umphefumlo = adem, ziel/geest.
Een recente antropologische bespreking van isiXhosa noemt 'umzimba' de lichamelijke/materiële dimensie en 'umphefumlo' de ziel- of geestdimensie van de persoon. Daarnaast bestaat ingqondo, ‘brein/intellect’, voor de intellectuele dimensie. Maar bijzonder verhelderend is het werkwoord:
ukuphefumla = ademen
waarvan:
umphefumlo = adem → ziel/geest
is afgeleid.
Antropologisch onderzoek wijst er expliciet op dat 'umphefumlo' zowel de individuele adem als de geest/ziel kan aanduiden. Het woord verbindt dus letterlijk de fysiologische handeling van ademen met een onzichtbaar geestelijk levensbeginsel.
Daarnaast betekent isiXhosa umoya:
adem/lucht - wind - geest.
Een studie uit 2026 omschrijft 'umoya' expliciet als een begrip dat breath, air, wind and spirit omvat.
Dus opnieuw:
wind ↔ lucht ↔ adem ↔ leven ↔ geest.
6. Khoekhoegowab: misschien het interessantste geval
Khoekhoegowab is geen Bantoetaal en staat genealogisch geheel los van isiZulu en isiXhosa. Het is de taal van onder andere Nama en Damara. Het grote woordenboek van Haacke en Eiseb bevat ongeveer 25.000 Khoekhoegowab-lemma's en vormt hiervoor een belangrijke lexicografische bron.
Juist daarom is de overeenkomst zo interessant.
In antropologisch veldwerk onder Nama werd vastgesteld:
ǀom = adem én ziel.
De beginletter ǀ is hier geen gewone letter ‘l’ of ‘i’, maar noteert een dentale klik.
Onderzoeker Chris Low rapporteerde dat Nama-vrouwen hem uitlegden dat wanneer een mens in- en uitademt, hij ǀom, de ziel, in- en uitademt. De wind werkt daarbij samen met het hart.
Hier is dus geen scherpe grens:
niet adem en ziel, maar:
adem ≈ ziel ≈ leven.
En daar komt de wind bij.
De door God gegeven wind wordt beschreven als een persoonlijke, levenschenkende wind die de vorm, werkzaamheid en kracht van een levend organisme ondersteunt. Dat leven wordt zichtbaar doordat mens of dier ademt, staat en handelt.
Dat levert een zeer oud aandoende voorstelling op:
wind van buiten
↓
wordt ingeademd
↓
ǀom - adem/ziel
↓
bezielt het levende lichaam
↓
uit zich als levenskracht en werkzaamheid.
We moeten voorzichtig zijn met de ouderdom ervan, want hedendaagse Khoekhoe-opvattingen zijn eeuwenlang met christelijke voorstellingen in aanraking geweest. Low constateert zelf zulke overlappingen. We kunnen daarom niet eenvoudig zeggen: ‘zo dachten de Khoekhoe vóór Europees contact’.
7. Vier verschillende antropologische modellen
Nu kunnen we de verschillen scherper formuleren.
Afrikaans
Het Afrikaans heeft door zijn Nederlandse en christelijk-Europese achtergrond een relatief duidelijke lexicale driedeling:
liggaam
↕
siel
↕
gees
plus afzonderlijk:
asem/wind.
De oorspronkelijke verbinding tussen adem en geest is daardoor in de gewone woordenschat grotendeels niet meer zichtbaar.
IsiZulu
We krijgen eerder een netwerk:
umzimba - lichaam
umphefumulo - adem / leven / ziel
umoya - lucht / wind / levenskracht / geest
isithunzi - schaduw / persoonlijkheid / persoonlijke kracht
idlozi - vooroudergeest.
#IsiXhosa
Vergelijkbaar:
umzimba - lichaam
umphefumlo - adem / ziel / geest
umoya - lucht / wind / adem / geest
ingqondo - verstand / intellect.
Khoekhoegowab
Hier treffen we ten minste een bijzonder sterke verbinding aan:
ǀom
= adem + ziel
en daaromheen:
wind → adem → leven → persoonlijke levenskracht.
Dat is conceptueel heel anders dan wanneer wij zeggen:
"Ik heb een lichaam en een ziel."
De adem/ziel wordt hier veel directer vanuit het levensproces zelf gedacht.
8. Een verrassende vergelijking met het Indo-Europees
Dit sluit prachtig aan bij uw eerdere vraag naar de Proto-Indo-Europese woorden voor levensadem, ziel, geest en lichaam. De overeenkomsten zijn niet genetisch - Khoekhoegowab en Nguni zijn uiteraard geen Indo-Europese talen - maar semantisch. Over de wereld blijkt namelijk steeds opnieuw dezelfde gedachtegang te ontstaan:
WIND → ADEM → LEVEN → GEEST/ZIEL
Vergelijk:
| taal/traditie | woord | betekenisveld |
|---|---|---|
| Hebreeuws | rūaḥ | wind - adem - geest |
| Grieks | pneuma | wind - adem - geest |
| Latijn | spiritus | adem - geest |
| Sanskriet | prāṇa | adem - levensadem - levenskracht |
| isiZulu | umoya | lucht - wind - levenskracht - geest |
| isiXhosa | umoya | lucht - wind - adem - geest |
| isiXhosa | umphefumlo | adem - ziel/geest |
| Khoekhoegowab | lom | adem - ziel |
Dit is waarschijnlijk geen toevalligheid en hoeft evenmin op historische ontlening te wijzen. Het is een menselijk ervaringspatroon.
Een levende mens: ademt, beweegt en is warm.
Een overleden mens: ademt niet, beweegt niet en wordt koud.
Zonder moderne fysiologische kennis ligt daarom de gevolgtrekking buitengewoon voor de hand:
iets onzichtbaars is uit het lichaam verdwenen.
En het meest direct waarneembare onzichtbare verschijnsel dat verdwijnt, is de adem. Daardoor kon adem gemakkelijk het symbool - en vervolgens het woord - worden voor het onzichtbare levensbeginsel.
9. En juist hier wordt 'geest' etymologisch interessant
Er ontstaat namelijk een verrassende tegenstelling.
In het huidige Nederlands en Afrikaans ervaren wij: geest/gees als een abstract begrip.
We denken bijvoorbeeld aan bewustzijn, denken, geestelijk leven of een immaterieel wezen.
Maar in tal van andere talen is het overeenkomstige begrip juist concreet lichamelijk begonnen:
wind → adem → leven → geest.
Ons woord geest behoort weliswaar niet eenvoudig tot dezelfde etymologische ademwortel als Latijn 'spiritus', maar de christelijke betekenis ervan werd later sterk gevormd doordat 'geest' als vertaling van 'spiritus' en 'pneuma' ging functioneren.
Bij isiZulu en isiXhosa is die oorspronkelijke lichamelijke metafoor nog onmiddellijk hoorbaar in umoya en umphefumulo/umphefumlo.
En in Khoekhoegowab wordt ze bijzonder tastbaar:
ǀom = wat ik adem én mijn ziel.
10. Wat zegt dit over het mensbeeld?
Hier zou ik uiteindelijk niet willen spreken van vier varianten van dezelfde leer lichaam-ziel-geest, maar van twee enigszins verschillende manieren om de mens te beschrijven.
De Europese, sterk door Grieks-christelijke filosofie gevormde manier neigt naar substantieven:
lichaam - ziel - geest.
Het lijkt daardoor alsof de mens uit drie onderscheiden ‘bestanddelen’ bestaat.
In de Zoeloe-, Xhosa- en in zekere zin Khoekhoe-voorstellingen komt daarentegen sterker een procesmatige samenhang naar voren:
wind → ademhaling → levenskracht → levende persoon → persoonlijke aanwezigheid → voortbestaan/voorouder.
Dat is misschien de belangrijkste uitkomst van de vergelijking. ‘Ziel’ hoeft oorspronkelijk helemaal niet gedacht te zijn als een onzichtbaar voorwerp dat zich ín het lichaam bevindt. Zij kan worden gedacht als het 'levend-zijn zelf': adem, kracht, werkzaamheid en persoonlijke aanwezigheid.
Daarmee komen deze Zuid-Afrikaanse begrippen verrassend dicht bij het oudste Hebreeuwse mensbeeld. Ook נֶפֶשׁ ('nefeš') betekende oorspronkelijk niet zonder meer de platonische ‘onsterfelijke ziel’, maar kon de levende persoon, het leven, de keel/levensadem aanduiden; terwijl רוּחַ ('rūaḥ') wind, adem en geest kon betekenen.
Dat zou daarom een bijzonder interessante volgende vergelijking zijn: Afrikaans 'gees-siel-liggaam', Zoeloe/Xhosa 'umoya-umphefumulo-umzimba', Khoekhoegowab 'ǀom', en vervolgens Hebreeuws 'rūaḥ-nefeš-bāśār'. Dan kunnen we onderzoeken of het Bijbelse Hebreeuws wat zijn mensbeeld betreft misschien structureel dichter bij deze Afrikaanse talen staat dan bij de latere Grieks-christelijke driedeling lichaam-ziel-geest.
terug naar deel 2 geest, ziel en lichaam
terug naar het weblog
^